Preek week 44, 2007 Preek week 44, 2007
Preek van de week 44




De bijbel is een gigantisch radicaal boek.
De bijbel is écht anders dan elk ander boek.
Kijk, je hebt natuurlijk een hele hoop boekjes waar allemaal goeie raad¬gevingen in staan - dit kun je beter níét doen, en dat wél, enzo - nou, prima, niks mis mee;
daar kun je best een hoop van leren.
Maar de bijbel is ánders. Weet u wat het gróte verschil is? Dat is dat die boekjes waar ik het net over had:
die mikken op het haalbare; die gaan uit van wat jij als mens op kunt brengen.
En goed, daar moet je dan misschien wel wat móéite voor doen, maar okay, dan kán het wel, dan gáát het je lukken -- als je maar goed je best doet.
De bijbel, lieve mensen - en probeer dat te onthouden - de bijbel mikt niet op het menselijk haalbare, maar die gaat uit van wat Gods genade in jou wil bewerken.
En dat is kénnelijk heel veel.


Mensen, het gaat over onszelf, het gaat over de gemeente van de Here Jezus.
En Paulus zegt: “Maak mij volmaakt gelukkig door eensgezind te zijn, één in liefde, één in streven, één van geest”.
Nee, dat betekent níét dat we over alles hetzelfde moeten dénken, gelukkig niet;
dan konden we wel ophouden.
We zijn nou eenmaal verschillende ménsen, en dus hebben we ook verschillende méningen.
Mag ik het zo zeggen: We denken niet altijd hétzelfde, maar we denken wél altijd Dézelfde.
Ons denken heeft één middelpunt: dat is God, dat is de Here Jezus. Alles wat we doen, alles wat we zeggen,
alles wat we denken gaat uit van dát éne middelpunt, en komt ook telkens weer terúg bíj datzelfde middelpunt:
Jezus en niemand anders.
Dát bepaalt ons gemeente-zijn; zo zijn we gemeente van Christus. Níét omdat we mekaar zo aardig vinden, of omdat we mekaar allemaal zo goed liggen,
mooi als dat wél zo is, maar daar gáát het niet om; het gáát om God en om de Here Jezus.
En dáárom, broeders en zusters, zegt Paulus in vers 3 en 4: “Handel niet uit geldingsdrang of eigenwaan,
maar acht in alle bescheidenheid de ander belangrijker dan uzelf.
Heb niet alleen uw eigen belangen voor ogen, maar ook die van anderen”.
Wat vindt u daar nou van? Als u dat zo hoort? Jij moet zo bescheiden zijn dat je de ander belangrijker acht dan jezelf.
Niet gaan voor je éígen belangen, máár voor die van ánderen.
Lieve mensen, zie je dat een beetje zitten? Gaat dat lúkken?


Ik haal er maar een voorbeeld bij; dan wordt het concreet. Muziek in de kerk.
Psalmen en Opwekking, Aanbidding Orgel of praise groep??. Paulus zegt: “Maak mij gelukkig door eensgezind te zijn.
En dat dóé je dan, door een ander belangrijker te achten dan jezelf”.
Nou, ga er maar aanstaan. Wat zou dat nou voor jóú, en voor ú kunnen betekenen?
Nee, het betekent dus níét - zei ik net - dat je over alles hetzelfde moet denken.
Jij houdt van een drumstel en een gitaar -- God vraagt niet van jou om uit je dak te gaan van een orgel.
En u houdt van psalmen in de Oude Berijming -- er is niemand die zegt dat dat niet mág.


Maar dat is níét waar het nou om gaat. Het gaat er nu om dat jij, vanuit dat ene middelpunt, de Here Jezus, in een grote evangelische vrijheid,
jezélf afvraagt wat nou voor een ánder belangrijk en nodig is.
En dan ga jij consequent denken vanuit die ander.
Ja, en dan ben je natuurlijk bang dat je er zélf aan tekort komt, hè. “Zul je altijd zien: kom ik op voor het belang van een ánder,
is er straks niemand die voor mijn belang opkomt.
Nou, dat kan ‘k dan toch maar beter zélf doen”.
Ja mensen, zo is ‘t búíten wel; zo is het in de wéreld.
Maar dit is de kérk, dit is de gemeente van de Here Jezus.
En hier is het ánders. Hier is het zó ongelóóflijk anders ,tenminste: als het góéd is.
Het gaat niet vanzélf. Ook in de kérk kom je soms dingen tegen waarvan je zegt:
“Ja maar: daarvoor is toch híér, in de gemeente van Christus, geen plek?”
Nou, wél dus. Soms kom je al die wereldse riedels zomaar midden in de kerk tegen.
En dan zeggen mensen: Ja, allemaal mooi en aardig wat er in de bijbel staat, maar ‘t is niet praktisch.
Zo wérkt het niet. Dit is luchtfietserij, en daar kom je niet ver mee.
Want nou even gewoon, reëel, eerlijk. Hoe gaat het in het écht, mensen?
Nou, heel simpel: wij willen allemaal onze zin hebben. De dingen moeten zó gaan zoals ik het wil; in m’n gezin, op de sportclub, op m’n werk,
en dus ook in de kerk: ik wil m’n zin krijgen. Zó moet het gebeuren. En dáár gáán we voor.



Broeders en zusters, wij leven in een egoïstische tijd. En vergis je niet: daar doen we allemaal aan mee.
Ik kom, als ik zoiets zeg, nog wel eens mensen tegen die denken dat het dan altijd over ánderen gaat,
dat díé egoïstisch zijn, maar zij zijn dat natuurlijk níét mensen, wás ‘t maar zo; dit zit in de lucht,
en die lucht adem jij net zo goed in als ieder ander.
Het gaat dus haast vanzélf. En we hebben állemaal recht op onze eigen mening, en we hebben allemaal recht om te proberen
onze zin te krijgen. Wij hebben een hele hoop rechten. En iemand anders?
Nou, die moet maar voor z’n éígen rechten opkomen!
Een egoïstische tijd, zei ik; ook een consumenterige tijd.
Zoals we voor de televisie consumeren wat ons wordt voorgeschoteld, zo doen we dat ook in de kerk.
We zijn toeschouwers, we zijn publiek, en we vergeten dat we niet alleen iets te ontvángen hebben, maar dat we ook iets te géven hebben;
dat de eerste vraag niet is: “Staat het aanbod mij aan?”, maar: “Wat kan ik betekenen voor God en mensen?” Consumenterig.
We zitten in de kerk, we gaan weer naar huis, misschien nog even wat commentaar
“’t was weer niet veel ”, of: “nou, wel een boeiende preek” -- en dat was het dan. Einde verhaal.
Heb niet alleen uw eigen belangen voor ogen, maar ook die van anderen.


Kennelijk, broeders en zusters, had Paulus een goeie réden om dat zó nadrukkelijk tegen die mensen daar in Filippi te zeggen.
Nee, begrijp me goed: ‘t was een fíjne gemeente, daar; dat merk je aan álles in die brief; het is een hartelijke, warme brief.
En toch: hóé goed, hoe fijn die gemeente ook was, op dít punt zit er iets níét goed.
En wat wij dan vaak doen, als er zoiets tegen óns gezegd wordt, dat is dat we in de verdédiging schieten.
Dan zeggen we bijvoorbeeld: “Nou, kijk maar eens naar ándere kerken, daar mankeert heel wat meer aan;
moet je er dan zó over zeuren dat er bij ons één kleinigheidje is dat misschien niet helemaal goed is?”
maar daar houdt Paulus dus geen rekening mee.
Ánderen zijn ánderen, maar vandaag kijkt God jóú aan. Wat doe jij daarmee?
En dan moet u gewoon af en toe een vraag stellen, heel simpel; déze vraag:
Wat kan ik nou eens voor jou doen? Hoe kan ik jou dienen? Waar zou jij blij mee wezen?
En, mensen, dan zijn er machtig veel dingen te verzinnen.


Ik ga weer iets concreets noemen.
Er trouwen mensen in de Gemeente en we nemen afscheid in de Gemeente van overleden Broeders of Zusters.
Dat zijn gebeurtenissen in de kring van onze geestelijke familie. “Broeders en zusters”, “broers en zussen”.
lijkbaar leeft dat hier niet zo. Je gaat alléén naar zoiets toe, als je een persoonlijke relatie hebt met de mensen om wie het gaat -- om het even,
of dat nou een trouw- of een rouwdienst is.
Moet u eens over nadenken. En dan die vraag stellen: Wat kan ik voor jou doen?
Waar zou jij blij mee wezen? Gemeenschap der heiligen, dat betekent ook concreet dat we in vreugde en in verdriet
elkaar omringen met onze liefde.
Ik zeg er onmiddellijk iets bij, ik weet dat sommigen van u dat nu ook denken mensen, als je gaat trouwen, en je bent bezig met de planning van de dag,
denk er dan ook eens over na om de kerkdienst niet ‘s míddags, maar ‘s ávonds te houden.
maar het heeft wel iets te maken met prioriteit, met een kéús. Het is geen automatísme dat een trouwdienst direct na ‘t stadhuis moet.
Begrijp me goed, dat is geen nieuwe wét ofzo, maar ‘t is wél iets om serieus over na te denken. En het heeft álles te maken met de beleving,
van de gemeenschap der heiligen, zoals Paulus ons dat meegeeft. Eensgezind zijn, de ander belangrijker achten dan jezelf,
niet alleen gaan voor je eigen belang, máár voor dat van de ander.


Daarstraks noemde ik liturgische dingen: orgel - muziekgroep, psalmen en Evangelische liederen.
Dat is ook een mooie om dit soort dingen te oefenen. Natúúrlijk heb je in een kerk verschil in smaak.
En een slag dieper: je hebt verschil in gelóófsbeleving.
Er zijn mensen -- meestal de wat ouderen -- die tot in het diepst van hun ziel geraakt worden door een psalm in de Oude Berijming.
En er zijn ándere mensen -- meestal de wat jóngeren -- die met een Opwekkingslied heel dicht bij de Here komen.
Dat is gewoon zo, zo verschillend zijn mensen nou eenmaal.
En weer: je hoeft niet allemaal hétzelfde te denken, als je maar wel allemaal Dézelfde denkt. “Eensgezind, één in liefde,
één in streven, één van geest”. En dan mogen die verschillen állemaal blijven;
geen enkel probleem.
Maar dan zegt die oude broeder, die de psalmen in z’n hoofd en in z’n hart heeft, die zegt: “Zullen we er wel om denken,
dat we ook andere liederen zingen? Want dat is nódig voor m’n jongere broertjes en zusjes!”
En jij, als jongere, jij zit niet steeds af te geven op die ouwerwetse dingen van vroeger, maar je bent er blij mee als er psalmen worden gezongen
ja, want voor jóú hoeft dat niet zo nodig, maar je weet dat ánderen daar veel plezier van hebben.
Lieve mensen, zó ben je gemeente van de Here Jezus.
“Heb niet alleen je eigen belangen voor ogen, maar ook die van anderen”.
Er is een wéreld aan mogelijkheden, voor íéder van ons, om daar con¬creet vorm aan te geven.




Maar, zegt iemand nu, dat is toch wel heel móéilijk. Hoe krijg je dat ooit voor elkaar?
Daar moet je dan toch zeker wel heel erg je best voor doen.
Zet ‘m op, probeer het, haal het beste uit jezelf naar boven, misschien dat het dán ooit een keer gaat lukken.
Lieve mensen, zo léven wél veel mensen; ook wel veel chrístenen.
Tanden op elkaar, spieren gespannen, en maar je best doen.
En lúkt het een beetje? Schiet het al wat op? Krijgt u het wat onder de knie?
Valt tégen, hè? Ja, je probéért het wel, maar ‘t efféct valt niet mee.
Nou, nog maar een beetje béter je best doen dan.
Lieve mensen, dat wórdt ‘m dus niet. Als jij deze dingen op eigen kracht wilt gaan doen, dan raak je verzeild in het moralisme,
óf je wordt een huichelaar. Moralisme, dat zegt: “Je kúnt het, en daarom móét je het. Zet ‘m op!”
En de huichelaar zegt: “Aan mij mankeert niks, ik doe alles goed”.


Mensen, kijk nou eens even hoe Paulus begint, in vers 1.
“Nu u door Christus zozeer bemoedigd wordt en liefdevol getroost” -- dat is het eerste, dat is het belangrijkste, dat is de basis van ons geloof.
Dat is niet mijn inspanning, mijn goeie bedoelingen, mijn geestelijke spierballen -- lieve mensen, de basis is het evangelie van de Here Jezus.
Wat zegt Paulus? Hij zegt: “Jullie hebben zóveel gekregen, je bent zo rijk gezegend -- er is “zo’n grote verbondenheid met de Geest”
zegt hij, er is “zoveel ontferming en medelijden” -- dat wil zeggen: er is nu zo’n enorme voorraad beschikbaar waar je uit mag putten,
dat ik het dáárom tegen jullie durf te zeggen: Maak het nou ook wáár.
Nu hoef je niet meer voor je eigen belang op te komen, want dat zit wel goed;
nu kun je je hélemaal richten op het belang van de ánder.
Hé, vertel eens: waar zou jij nou blij mee zijn; wat kan ik nou doen voor jou?


Lieve broeders en zusters, het probleem zit ‘m er níét in dat wij beter ons best moeten doen;
het diepste probleem is dat wij vaak bang zijn om onvoorwaardelijk te leven van de genade
en de liefde die God ons geeft.


Amen