Preek week 43, 2007 Preek week 43, 2007
Preek van de week 43




We lezen deze week
2 Petr 2:4-14            Gen 9:18-27


Een mix van drank en bloot, wie schaamt zich daar nog voor?
Natuurlijk, drank maakt meer stuk dan je lief is.
Je ruïneert een vriendschap, je huwelijk, je rijdt een kind dood, alleen omdat je teveel drinkt.
Bloot, wie kijkt er van op? Wie kijkt er niet naar? Tijdschriften als Playboy en Penthouse liggen in de supermarkt,
waar u boodschappen doet. Op teevee is het commercieel: veel mensen kijken dan juist.
En op internet kun je het stiekem doen. Waarom doen gereformeerden zo preuts?
Wie schaamt zich nog voor zonden? Ik doe wat ik doe en vraag niet waarom.
En de toorn van God? Ontstellend, dat die mix voorkomt pal ná de zondvloed.
Deze mensen hebben toch Gods toorn leren kennen in alle volheid. Alle mensen en dieren verdronken.
Zíj zijn door Gods diepe barmhartigheid gespaard. En nu meteen weer goddeloosheid en vervloeking.
Wat de zondvloed ook heeft weggespoeld, één ding is er niet schoner op geworden, dat is het hart van de mens.
Boos in zijn begeerten. Het is het begin van de tegenwoordige wereld.
Hier zie je het motief van 'de eerste keer' een rol spelen.
God maakt duidelijk hoe Hij in deze wereld zonde taxeert en komt met vloek.
Tegelijk wil de heilige God een rein en heilig leven zegenen. God vloekt en zegent.
God maakt die zegen en vloek bekend bij het begin van de tweede mensheid, het begin van onze wereld van nu.
Een vloek en zegen die alle volken, ook ons persoonlijk raakt.



God maakt vloek en zegen bekend bij het begin van de tweede mensheid
1 de aanleiding  2 het adres  3 de toekomst


I De aanleiding
De vader van Noach sprak bij de geboorte van de jongen een profetie uit:
deze zal ons troosten over de moeite volle arbeid van onze handen op deze aardbodem,
die de Here vervloekt heeft (Gen5:29). De vloek van God drukte zwaar: aan het geploeter en gezwoeg kwam geen einde:
bukken en zweten. Maar deze jonge zoon Noach zou voor troost zorgen.
Arbeid zou gevolgd worden door rust. Het moeite volle zou veranderen in het genotvolle.
Noach werd een landman en plantte een wijngaard. Het beloofde land, het heilige land heette later een land van tarwe en gerst,
van wijnstokken en vijgenbomen. De druiven van Eskol waren beroemd.
Mag je wijn wel troost noemen over de moeite volle arbeid?
Psalm 104 jubelt over brood dat het hart van de mens sterk maakt, en wijn die het hart van de mens verheugt.
Micha mag profeteren: ze zullen de oorlog niet meer leren, maar ze zullen zitten, een ieder onder zijn wijnstok
en onder zijn vijgenboom, zonder dat iemand hen opschrikt.
Bij zijn laatste Pascha beloofde de Here Jezus: Ik zal voorzeker niet meer van de vrucht van de wijnstok drinken,
tot ik haar met u, nieuw zal drinken in het koninkrijk van mijn vader.
Wijn schenkt feestelijke vreugde in Gods koninkrijk.
Zoals de ark een bron van leven is voor Gods volk, maar Uzza stierf toen hij zijn hand uitstak naar de ark van God.
Zo blijkt de wijn bron van vreugde en troost, geef wijn aan wie bitter bedroefd zijn, zegt Spreuken (31:6).
Maar de wijn is ook een spotter, een luidruchtige, wie zich daaraan overgeeft is onwijs (20:1).
Bij wie is ach, bij wie is wee, bij wie zijn wonden zonder rede? Tenslotte bijt de wijn als een slang, en spuwt gif als een adder (23:29v).
Noach dronk, werd dronken en ontblootte zich in de tent.
Laten we dit nuchter lezen. Noach wandelde met God. Hij is wellicht de 'ontdekker' van de wijnstok.
Hoe dan ook, al proevende drinkt hij, drinkt door en raakt beneveld, bedwelmd in een roes.
Hij weet niet meer wat hij doet. Hij raakt zijn gevoel voor decorum kwijt, heeft geen besef meer van goed en kwaad,
gooit zijn kleren van zich af en ligt daar naakt op de grond, in het midden van zijn tent, het deel dat bestemd is voor bezoekers.
Ieder die binnenkomt, kan hem zien.
Is dat erg? Hoe moet je bloot en naakt taxeren? De eerste mensen, Adam en Eva, waren naakt en zij schaamden zich niet.
Dat hoefde ook niet, ze waren innerlijk heilig. Maar toen hun hart boos werd, maakte naaktheid de mensen bang.
Bang voor elkaar en voor hun God. Ze maakten zich schorten en verstopten zich voor de Here.
Naakt werd een bedreiging. Zondige mensen kunnen niet zuiver naar elkaar kijken, als het lichaam onbedekt is.
Als je dan bij elkaar in de buurt komt, ontstaan er gemakkelijk boze begeerten.
Natuurlijk kun je je ook zo kleden dat je de gedachte aan naaktheid oproept.
Naaktheid wordt een schande. Als Egyptenaren en Babyloniërs ongekleed publiek worden tentoongesteld, dan worden ze onteerd,
te schande gemaakt (Jes20,47). De Here dreigt zijn eigen volk ermee, dat Hij hen naakt en bloot doet staan (Ez 16 en 23; Hosea 2).
In de wet van Mozes beveelt de Here dat men ook in de kring van gezin en familie niet elkaars schaamte ontbloot (Lev18).
Priesters en levieten mochten niet langs een trap naar het altaar klimmen, opdat hun schaamte niet zichtbaar werd (Ex20:26).
Het schaamtegevoel dat als gevolg van de zonde bij Adam en Manninne is ontstaan, wordt nu ook een bescherming tegen veel zonde.
Niet voor niets heeft God zelf voor de mensen kleding maakte van dierenvellen.




Om medische redenen moet je je voor de dokter soms uitkleden. En binnen het huwelijk hoeven man en vrouw zich niet voor elkaar te schamen.
En altijd moet je er bijbels-openhartig over kunnen praten. Niet terug naar de Victoriaanse preutsheid.
Geen valse schaamte dus. Maar er is ook gezond schaamtegevoel. Het bloot van het naaktstrand, in tijdschriften, op teevee en internet bederft onze cultuur en onze geest.
Je ziet het begin ervan bij een van de jongens van Noach, Cham.
Cham heeft de tijd vóór de zondvloed meegemaakt. En Cham is niet dronken.
Hij weet wat hij doet. Hij komt in de tent en ziet zijn vader daar liggen. En dan?
Dan schaamt Cham zich niet voor zijn vader, voor de Here. In plaats van dat Cham zich vol schaamtegevoel omdraait
en zorgt dat verder niemand zal kunnen kijken, doet Cham precies andersom.
Hij probeert de schande van Noach nog groter te maken. Sem en Jafeth moeten het ook weten en ook gaan kijken.
Wat is de zonde van Cham? Dat is de zonde van de schaamteloosheid. Als straks de naam Kanaän valt,
dan wordt duidelijk hoe schaamteloosheid uitloopt op losse seksuele moraal.
De zeven volken van Kanaän maken de maat van de zonde zo vol, dat ze met de ban geslagen moeten worden,
een eindgericht voor het eigenlijke eindgericht. Daarin spelen seksuele zonden een grote rol.
Niet alleen in Sodom en Gomorra, ook bij de cultus van de Baäl en Astarte.
Prostituees en schandknapen doen ontucht terwille van de vruchtbaarheid.
En daarmee hebben ze het volk van God vaak verleid om de Here los te laten.
Wat is de zonde van Cham? De liefde bedekt alle dingen. Maar Cham geniet van de zonde.
Wat God bedoeld heeft met kleding, daar heeft Cham geen boodschap aan.
Respect en liefde voor zijn vader zijn hem vreemd. Schaamteloos maakt hij voor de zonde propaganda.
En betrekt zijn broers erin. Ná de zondvloed maakt de schaamteloosheid zich sterk.
Onze wereld van vandaag is voor velen het evangelie voorbij. Schaamteloosheid uit zich brutaal.
Prostitutie moet legaal, homopraktijken moeten huwelijk heten, alle bloot en naakt moeten gezien worden.
Dat is begonnen bij Cham. Noach heeft dat ingezien en dit begin willen weerstaan.




2 Het adres God maakt vloek en zegen bekend bij het begin van de tweede mensheid. Wat is het adres?
Het valt op dat Noach in zijn vervloeking niet Cham noemt, maar Kanaän.
Niet de vader, maar de zoon. Dat is niet omdat de zoon de straf draagt voor de vader, maar vader Cham wordt telkens zo aangeduid:
de vader van Kanaän. Noach heeft die lijn van zonde zien beginnen bij vader en zoon.
Wie in de kring van het gezin onbeschaamd zijn boosheid uitleeft, moet niet vreemd opkijken,
als kinderen verwilderen en verloederen, ook zedelijk. En dan het voortouw nemen.
Toen sprak Noach een vervloeking uit: Vervloekt zij Kanaän, een knecht der knechten zij hij voor zijn broers.
Een verschrikkelijke vloek en een troostvolle vloek. Verschrikkelijk, omdat knecht der knechten een overtreffende trap is.
Je bent geen broer meer, je zult generaties door de minste slaaf zijn van je broers. Uiteraard is dit geen vloek die de slavernij rechtvaardigde,
het verhandelen van negers over heel de wereld heen. Nee de troost van deze vloek is: de mentaliteit van Cham en Kanaän in het verachten van Gods wetten,
in het schaamteloos presenteren van de zonde zal het nooit winnen.
God zorgt ervoor dat die mentaliteit ondergaat en daarmee ook de bedrijvers van al die goddeloosheid.
Daar lijkt vandaag niet op. Schaamteloosheid groeit en de kerken lopen leeg. Toch belooft deze vloek:
de mentaliteit van Kanaän gaat onder en de gelovigen overwinnen. Hun zaak is de zaak van de zoon van God.
Zo opvallend als de vloek is, is ook de zegen. Niet Sem wordt gezegend, maar de God van Sem.
Geprezen zij de HERE, de God van Sem. Er liggen best wel vragen: waarom de Here en niet Sem?
Waarom Sem en niet Jafeth? Hoe ging het precies? Cham probeerde zijn broers mee te krijgen.
En wat lag meer voor de hand dan dat het ook zou lukken? Was Sem van zichzelf een beter mens?
Nee, ook het hart van Sem was van zichzelf boos. En toch kreeg Cham op geen enkele manier vat op zijn broers.
Sem de oudste, greep een mantel. Van hem ging het uit. Sem nam een mantel en Jafeth sloot zich bij Sem aan.
Ze leggen de mantel op hun schouders en lopen voorzichtig achteruit om de naaktheid van hun vader te bedekken.
Eer uw vader, dat brengen ze in praktijk. Zonder ook maar stiekem even te kijken.
En als Noach daarvan hoort, dan is hij daar ongelooflijk blij mee. Die blijdschap breekt door het verdriet over eigen dronkenschap heen.
Hij is blij, niet maar omdat Sem en Jafeth van zichzelf zulke goede jongens zijn.
Maar Noach ziet het werk van God in die jongens. Kinderen die van zichzelf net zo'n slecht hart hebben als de anderen,
brengen goede vruchten voort. Dat is nu het werk van Gods Geest in een mens.
Daarom klinkt niet: geprezen zij Sem, maar geprezen zij de God van Sem.
Wie roemt, roeme in de Here. Sem betekent ook 'naam'.
Waar bestaat die zegen nu in? Heel concreet dat de Here de God van Sem is.
Het komt goed met deze wereld niet omdat Sem en Jafeth zulke goede mensen zijn.
Maar omdat God in liefde en genade vasthoudt aan wat Hij zelf heeft beloofd. God laat zijn woorden niet vallen:
er komt geen zondvloed meer, er komt wel een Messias.
God van Sem, dat betekent God van zijn volk door de eeuwen heen.
God van Abraham, Izaäk en Jacob. Dat er in deze wereld een volk van God blijft en overwint,
is niet te danken aan de vroomheid van die kinderen toen of nu, maar aan de trouw van God.
En dat is nog zo. Als we om ons heen kijken, dan kun je moedeloos worden zoals de schaamteloosheid groeit. En toch God van Sem,
dat betekent God is trouw en zijn Geest zorgt voor het wonder van kinderen die wandelen in Godsvrucht.
Geprezen zij de HERE.




3 De toekomst Wat Noach hier zegt reikt verder dan zijn drie zonen.
Niet alleen in zijn vloek over Kanaän en de zegen over Sem, maar ook over de uitbreiding van het geslacht van Jafeth,
en de tenten van Sem, waarin het zal wonen.
Want die zonen van Noach, uit hen is de hele aarde bevolkt.
De totale wereldbevolking stamt uit deze drie zonen. Maar tegelijk zit in dat woord bevolken het Hebreeuwse 'verstrooien'.
Heel die mensheid is verstrooid in een veelheid van volken.
En nu krijgt Sem een aparte weg. Voor antisemitisme is geen ruimte.
Onze Heiland was een Semiet, een jood. Maar Jafeth wordt ook gezegend.
Hij heeft zijn broer geholpen. Een wonderlijke zegen: God breide Jafeth uit. Heel die wonderbaarlijke variatie en veelheid van volkeren,
is te danken aan de zegen van de Here. Er staat nu niet God van Jafeth.
Voorlopig komen er vele volken aan verre kustlanden. Al die volken laat God gaan op eigen wegen.
Maar toch.
Die machtige volkeren wonen in de tenten van Sem. Daarom klinkt bij Abraham de belofte:
vader van een menigte volken. Met uw zaad zullen alle volken gezegend worden.
Dat is Pinksteren. Ook wij mogen wonen in de tenten van Sem. En Kanaän zij hem tot knecht.
Wat Kanaän vandaag doet is erg. Paulus zegt dat het schandelijk is te noemen, wat ze in het geheim doen.
Maar er is vandaag weinig geheim. Petrus spreekt over hen die op klaarlichte dag zwelgen,
ogen die altijd uitzien naar een overspeelster: kinderen der vervloeking.
Daarom zal de geest van Kanaän niet winnen.
Verwerk dit evangelie en troost u daarmee.
Kies niet de kant van de verliezer: de schaamteloosheid vandaag.
Maar wees als Jafeth en woon in de tenten van Sem: weersta de zonden vandaag,
hoe verleidelijk ook gepresenteerd.
God overwint en spant de tenten van Sem zeer weid.
Een ieder die rein van hart is in Christus is daar geboren en mag daar eeuwig wonen.



Ouders denken aan kinderen en kleinkinderen.
Je mag jubelen voor Gods aangezicht, want Gods trouw en waarheid houden kracht tot in het verste nageslacht.



Dankzegging en voorbede
Dank voor Gods genade. Groot wonder van schuilen achter bloed: rechtvaardig
en onberispelijk: je leven als een offer voor God. Dat is missionair.
Wonder van bekering: in de keuzes van je hart rekenen met God. Hem dienen als je lust en leven.
Bidden voor media: krant, tijdschriften, teve en internet.
Het kwade weren uit je hart, je huis en uit die media. Het goede zoeken en bevorderen.
Elkaar daarbij helpen.
Wees openhartig in je afkeer van zonden als dronkenschap en porno.
Wees ootmoedig om alles te verwachten van Gods Geest.
Bidt voor allen die schaamteloos hun zonden presenteren.
Voor hen die verslaafd zijn aan ongeoorloofde seksualiteit.
Om bekering en goede hulpverlening. AA CAD Ook andere verslavingen.
Wijsheid om goed te spreken over God. Zijn gunst en welbehagen.
Alle volken geeft hij plaats in de tenten van Sem: zending, evangelisatie.
Allochtonen in Nederland. Het mooiste is toch de Here leren kennen.



AMEN