Preek week 40, 2007 Preek week 40, 2007
Preek van de week 40




Je ziet het wel eens…………dat de straatverlichting overdag aan is.
De lantaarns branden bij daglicht. Dat heeft weinig zin.
Het licht doet dan niets. Zelfs een heel felle lamp valt niet op overdag.
Ook in je huis werkt dat zo. 's Morgens als het licht gaat worden doe je de lampen uit.
Lampen aan als het licht is heeft geen zin. Licht bij licht past niet.
Maar andersom: donker bij donker past ook niet.
Stel: het is donker en er zou licht moeten branden, maar er brandt geen licht.
Dat is ook niet goed. Als het donker is kan een lamp je juist laten zien waar je heen moet.
De Here Jezus gebruikt in de tekst ook zulke alledaagse voorbeelden.
Dat is toen geen lantaarnpaal geweest, maar een olielampje. Een die op een standaard werd gezet.
De Here Jezus gebruikt daarnaast het voorbeeld van een stad op een berg.
Zoals je die misschien wel eens gezien hebt op vakantie in het buitenland.
Dan zie je ver weg tegen een berg een stad gebouwd, en 's avonds zie je allemaal lichtpunten.



Met die lampen bedoelt de Here Jezus Christus u, jou en mij!
Jullie zijn het licht der wereld. Lampen hoeven niet te branden als het al licht genoeg is, zeiden we net.
Dat geldt dus ook voor ons. Als het licht genoeg is in de wereld, dan hoeven wij niet te branden.
Maar is het licht genoeg? Het is andersom.,Het is donker in de wereld om ons heen.
Dat zegt de Here ons duidelijk in zijn Woord : Ik heb u geroepen uit de duisternis tot het wonderbaar licht.



En we merken dat toch ook? In de afgelopen week  in het nieuws. : Een jongen, van 17 jaar doodgeslagen, zonder reden.
En dat is geen incident: op vele plaatsen in deze wereld staan mensen tegen elkaar op.
We weten van de Molukken, in Tetsjenië. Mensen maken elkaar af.
En dan komt nog niet in het nieuws dat we elkaar ook doden kunnen met woorden.
Je tong is een vlijmscherp wapen dat levens heeft verwoest.



Het staat allemaal niet los van Kaïn die Abel doodsloeg. Hoe oud zou Abel zijn geweest? 17 of 27?
Al ligt daar nog een veel diepere reden achter dan wat in de afgelopen week is gebeurd.
Maar de moord van Kaïn is niet toevallig direct na de zondeval.
En daar hebben we de wortel van alle kwaad. De afval van de Here.
Als mensen gaan doen wat goed is in eigen ogen, en niet meer naar de Here luisteren gebeuren steeds meer,
dit soort dingen.
In de dagen van Noach is de aarde vol geweldenarij staat er in de bijbel.
En ook dat is een gevolg van de massale verlating van de Here en zijn gemeente.
Gelukkig komt niet íeder mens tot zulke daden. En met de stille tochten die er dan onmiddellijk volgen,
zeggen de mensen ook: dat gaat ons te ver. Waaraan je merkt dat de Here nog enig besef van goed en kwaad overlaat.
Enig licht maar dat is niet genoeg om behouden te worden.



Wel is er na de zondeval nog iets van het licht der natuur overgebleven in de mens.
Hierdoor behoudt hij enige kennis van God, van de natuurlijke dingen,
van het onderscheid tussen wat past en niet past en ook geeft hij er enigszins blijk van zich fatsoenlijk en ordelijk te willen gedragen.
Maar de mens kan door dit licht der natuur beslist niet tot heilbrengende kennis van God komen en zich tot Hem bekeren.



Zolang we de Here niet leren kennen in ons leven, zolang wij niet weten wat vergeving van zonden is,
zolang blijft het duister in het hart. Die duisternis is groot.
En dus: als christen een licht zijn……dan hoef je niet te denken dat je een lantaarnpaal bent die overdag brandt.
Het is donker, en elke lamp is dan welkom. Laat uw licht schijnen voor de mensen, zegt de Here Jezus tegen
ons.



JE BENT EEN LICHT
1. Dóór de Here Jezus
2. Vóór de mensen om je heen



In de brief aan de Efeziërs schrijft Paulus dat de christenen kinderen van het licht zijn.
Het is zeker niet de enige keer dat dat in de bijbel staat.
Ik noem nog een paar voorbeelden waar de Here dat zegt. Filippenzen 2:15 opdat gij onberispelijk en onbesmet moogt zijn,
onbesproken kinderen Gods te midden van een ontaard en verkeerd geslacht,
waaronder gij schijnt als lichtende sterren in de wereld,
Spreuken 4:18 Maar het pad der rechtvaardigen is als het glanzende morgenlicht, dat steeds helderder straalt tot de volle dag.
Gij zijt het licht der wereld. Dat klinkt nogal idealistisch. Tenminste als wij nu kijken naar onszelf, ieder naar zichzelf,
straal je dan zoveel uit van je geloof?
Is het nu écht aan je te merken dat je een kind van God bent?
Merken de mensen het aan je?
Als de Here Jezus nu zegt: laat uw licht schijnen voor de mensen opdat zij uw goede werken zien,
en uw vader in de hemel verheerlijken…. Zijn u, jij en ik wel zo'n licht in je omgeving?
Laten wij het zien dat Christus bevrijdt van de zonden?
Durven we erover te spreken, en willen we dienovereenkomstig leven?



Als je het ons op de man af zou vragen, dan denk ik dat we heel voorzichtig zouden zijn om ja te zeggen:
omdat je van jezelf moet zeggen: het is de vraag of men dat wel zo aan mij merkt.
Ik zou het veel meer moeten laten merken, maar ja…. Ook al zou dat zo zijn, ook al verspreidt je weinig licht.
Toch ben je het wel! Hoor wat Jezus zegt: U bent het licht der wereld. Dat is gewoon zo.
Omdat je van Christus bent, ben je lichtdrager. Je bent een lamp.
Een lamp is een lamp. Ook als een lamp niet brandt is het nog wel een lamp!
En als je een lamp onder de tafel zet is het nog wel een lamp.
U bent het licht der wereld.



Dat is wat Christus zegt en we moeten er een open oor voor hebben.
Dat ben je. Omdat je bij de Here Jezus hoort, ben je een licht. Een licht?
Nee, dat zegt de Here Jezus niet: hét Licht. Zoals er maar een verlichting is, voor deze duistere wereld.
Er is maar een type lamp dat voldoet. Maar dat licht dat hebben we niet van onszelf, maar door
de Here Jezus. God is licht en in Hem is in het geheel geen duisternis.
Dat kun je van ons niet zeggen. Integendeel.
Ook in ons hart is het duisternis. Zelfs van de ster van Christus werd gezegd:
wij en onze kinderen zijn in zonde ontvangen en geboren. De zonde woont in u jou en mij.
Alle licht komt alleen van God. Zo was het in het allereerste begin.
Duisternis lag op de vloed. Er zij licht, klonk toen van de vader der lichten.
En als het daarna pas echt goed donker wordt in deze wereld, omdat wij mensen voor de satan kiezen.
Het leven wordt donker als God er niet meer is.



Je verdwaalt in de duisternis als de geboden van God niet meer de lantaarnpalen zijn langs de weg.
Voorafgaand aan een stille tocht, zijn er enkele korte toespraken.
Goed is het  als samenleving  te zeggen, dat dit niet kan en niet mag. Goed is het om verdriet en verontwaardiging te delen.
En de weg wordt gewezen om respect voor elkaar te hebben: opvoeders werden aangesproken om normen en waarden,
door te geven aan kinderen en jongeren. Een goede boodschap die in die situatie indringender overkomt dan een kranten artikel,
van die strekking.
Maar we weten uit de bijbel dat de oorzaak nog dieper zit.
Het is het zondige mensenhart waaruit zulke dingen voortkomen, en het is een wonder van God dat het niet nog veel vaker fout gaat.
En daar hebben wij net zo goed deel aan. De Here Jezus zegt even verder in de Bergrede,
dat het doodslag is als je iemand uit de grond van je hart Leeghoofd of Dwaas noemt.
Als je iemand verwenst, of een bloedhekel aan hem hebt. Kortom: ook wij zijn geen licht van onszelf.
En ook voor die duisternis geldt: wil er licht zijn dan moet het van God komen: de vader der lichten.
De Vader van Het Licht der wereld. Dat is de Here Jezus.



Ik ben het Licht der wereld, zegt Hij! Wie in mij gelooft zal nooit meer in de duisternis wandelen.
U bent het licht der wereld. Je bent het, door Christus.
Je kunt denken aan de zon en de maan. De zon is de lichtbron, die geeft echt licht.
De maan geeft uit zichzelf geen licht. Als de zon hem niet bescheen zou de maan geen licht geven.
Dat maakt het een beetje duidelijk hoe het zit. Door bij Christus te leven geef je licht.
Door in Zijn schijnsel te staan, ben je lichtdrager.
Het moet ons dus duidelijk zijn dat wij geen licht in onszelf hebben.
U bent het licht der wereld: je hoeft het dus niet nog te worden, je bent het al.
Ook al is er in ons leven nog niet veel van te zien.
Jezus noemt twee voorbeelden uit het dagelijkse leven. Die van een olielamp, zoals men die toen kenden.
Plus het voorbeeld van de stad op een berg. Er zit wel een overeenkomst in die twee voorbeelden.
Beide zijn hooggeplaatst. Dat lampje wordt op een standaard gezet.
Zo licht het de mensen goed bij. En die stad wilde ook gezien worden.
Die stad ligt ook hoog, en was een oriënteringspunt voor reizigers.
Er is nog een overeenkomst: die olielamp én die stad zijn hoog geplaatst. Door iemand
anders zo hoog gezet.



Nu dat geldt ook voor Gods kinderen. God plaatst je hoog. Niet om hoog te zijn.
Niet om hoogmoedig neer te kijken op andere mensen, maar om goed licht te kunnen verspreiden.
Olielampje en stad geven licht maar zijn het werk van ánderen. Zo is het met ons.
Wij hebben het licht niet uit onszelf. Het komt van Christus.
De brandstof om licht te kunnen zijn komt ook niet van onszelf.
Denk maar aan de lamp die in de tempel stond: de menora.
Die bleef branden doordat er elke keer olie bij werd gedaan.
Olie in het OT staat vaak voor de Geest.
Daarmee wordt het duidelijk dat we licht zijn ondanks onszelf,
en dankzij de Vader der lichten: de Zoon het Licht der wereld, en de brandstof van de Geest.
Ook al laat je te weinig merken dat je christen bent, je bent het toch: Licht der wereld.
Wat wel kan dat het licht afgeschermd wordt. De lamp onder de tafel, of zoals Jezus het zegt:
je zet toch een lamp niet onder een korenmaat?



2. JE BENT EEN LICHT
1. Dóór de Here Jezus
2. Vóór de mensen om je heen



Het is wel nodig dat licht. Als christen ben je geen licht dat overbodig is, omdat er al genoeg licht is.
Het is juist heel donker omdat veel mensen ronddwalen in de duisternis.
Het is heel vreemd als het donker is, en er zou een lamp branden, maar je schermt die lamp af.
Dat is abnormaal. Dat doet niemand.
Als het donker is in je huis, doe je de lamp aan, en niemand komt op het idee, om die lamp dan af te schermen.
Stel er staat een kaars op tafel. Waarom zet je die niet onder de tafel? Daar is het niet nodig.
En daar ziet niemand die kaars. Simpel voorbeeld. Zo simpel houdt de Here Jezus het.
Niemand zet toch een lamp onder de korenmaat, een soort emmer om hoeveelheid koren mee te meten.
De Here Jezus wil laten voelen hoe abnormaal het is als je je licht niet laat schijnen.
Je bent een lamp, je hoeft het niet te worden. Dat zijn we allemaal.
Het is dus niet zo dat dat ene gemeentelid die altijd bezig is met evangelisatie als enige het licht is.
Nee, jullie zijn het licht.



Het is heel vreemd ,als je een lamp bent en het is donker om je heen, als je dan niet schijnt.
De Here Jezus voegt daar een ander voorbeeld aan toe: een stad kan niet verborgen blijven.
Dat is onmogelijk. Als daar een stad ligt, dan valt die absoluut op in de donkere nacht.
Daar branden altijd lichtjes. Een stad wil gezien worden, niet om zichzelf maar ook voor anderen om zich te oriënteren.
De Here Jezus laat ons dus bezinnen op onze taak als christen. Als individu, als christen apart.
En ook samen, als gemeente. Het ene voorbeeld dat Jezus kiest gaat over licht verspreiden als persoon apart.
Dat is de olielamp op de standaard. Eén lichtpunt.



En de stad, dat zijn heel veel lichtpuntjes bij elkaar: samen een stad.
Dat is de kerk, de gemeente: lichtpuntjes bij elkaar.
Eerst iets over de roeping voor ieder van ons afzonderlijk. Zoals we thuis zijn f op het werk, school, sport, muziekles:
ieder van ons is een ster van Christus, een lamp.
En je wandelt straks weer een donkere wereld in. Temidden van veel mensen die het Licht nog niet hebben gezien.
Dan is het vreemd als je je licht afschermt. Als je niet leeft en spreekt als een kind van het licht.
Dat zegt de Here duidelijk in Efeziërs 5.
U was vroeger duisternis, maar nu bent u licht in de Here….wandelt dan als kinderen van het licht.
Hoe dan? We lazen: 'Toets wat de Here welbehaaglijk is en tracht te verstaan wat de wil van de Here is.
Dus, houd nauw contact met de Lichtbron.
Stem je leven af op wat de Here wil.
Dat houdt ook in zegt de Here tegen ons: heb geen deel aan de werken der duisternis, ontmasker ze veeleer.
Ziet dus nauwlettend toe op hoe gij wandelt. Er klinkt een voorzichtigheid in door.
Laat je niet meeslepen door de waan van de dag. Doe niet per definitie mee met wat in is.
Durf anders te zijn. Durf anders te leven. Dan ben je niet alleen een licht, dan verspreid je ook licht.
Niet branden in de duisternis helpt immers niet.



Lamp van Christus zijn: hoe doe je dat. Het heeft met de zaligsprekingen te maken.
Het is een stijl van leven. Zalig de barmhartigen…niet als je af en toe eens iets barmhartigs doet.
Zalig de vredestichters, want zij zullen kinderen van God genoemd worden.
Een vredestichter ben je niet als je je een paar keer hebt ingehouden, maar als je altijd uit bent op de vrede,
met God en mensen.



Het gaat nog steeds over dat individuele lampje. Dat u, jij en ik zijn.
Het is vreemd om het af te schermen, want dan is het pikdonker.
Je schermt het af, als je niet gezien wil worden als christen.
Wees gewoon wie je bent. Je hoeft niet aan heel bijzondere acties of grote daden te denken.
Wees gewoon wie je bent. Een kind van God. Maar zou je kunnen zeggen: wat helpt het?
Wat doet nu één klein lampje? Betekent het wat? Ja, in een donkere nacht veel.



De Here Jezus noemt dus ook hier de gemeente samen.
De stad op de berg. Zoals je die in het buitenland kunt zien liggen, maar ook bij ons, als je op de snelweg rijdt,
en naast je dorpen en steden ziet. Veel lichtjes bij avond. Samen veel licht.



Veel afzonderlijke lampen sámen doen veel. Als gemeente heeft de Here ons hoog geplaatst.
Zodat ieder je kan zien. Zo'n stad kan niet verborgen blijven.
Dat betekent dus dat je als gemeente ook licht moet verspreiden.
We spreken wel eens over relatie evangelisatie en actie evangelisatie. Relatie evangelisatie, dat is zeg maar het ene lampje.
En een actie dat doe je samen als gemeente.
Zie je vanuit Matteüs 5 dat je dat nooit tegen elkaar uit mag spelen.
Dat gebeurt wel eens. Er wordt wel eens gezegd: het is genoeg als gewoon op je eigen plekje je licht geeft.
Dat is zeker belangrijk, en inderdaad zien we dat vooral door zulke relaties mensen tot de gemeente komen.
Toch die stad op de berg: als gemeente je presenteren in de samenleving!
Dat kan niet anders. Een gemeente van Christus, zoveel lichtjes bij elkaar, schermt ze toch niet af.
Gemeente zijn is niet alleen voor ons zelf. Het licht kan niet alleen naar binnen schijnen.
Maar juist als vele lichtjes bij elkaar komen, zodat we samen een groot licht zijn.
Het is hard nodig, en dus bent u, jij en ik hard nodig.



Amen.