Preek week 7 Preek week 7
Preek week 7


De Bergrede deel  9




 Hoe moeten we geven?
      


De nadruk in dit gedeelte van de Bergrede verschuift van het liefhebben van je vijanden naar de liefde tot God.

Lezen: Mattheus 22:37-39

De drie pilaren van de Joodse vroomheid in die tijd waren:

Geven (barmhartigheid doen)
Bidden
Vasten
Over deze drie onderwerpen zullen we het  hebben.
Jezus leert zijn volgelingen hoe en waarom ze hier anders mee moeten omgaan dan

de Farizeeërs (hypocrieten) zie de verzen 2, 5 en 16
Zij wilden graag dat de mensen zagen hoe religieus ze waren.


De heidenen, de mensen die God niet kenden (vers 7)
Zij hadden geen echte relatie met God, maar zaten vast in een mechanische structuur.


Volgelingen van Jezus lijken totaal niet op hen die hun beloning al hebben ontvangen.
Jezus begint zijn onderwijs over geven, bidden en vasten met een algemeen gebod:"Pas op dat jullie je gerechtigheid niet doen voor het oog van de mensen, om door hen gezien te worden.
Anders wacht je geen loon bij jullie Vader in de hemel." Gerechtigheid betekent hier zoveel als het doen van de wil van God in geven, bidden en vasten.


De rest van het gedeelte is een uitwerking van dit vers. Centraal staat dus dan onze motivatie bij alles wat we doen, de glorie van God moet zijn.
Daar moet het ons om gaan! Onze activiteiten mogen best gezien worden, maar we moeten ze nooit doen met het doel om gezien te worden.

A) Barmhartigheid doen
Lezen vers 2. Barmhartigheid betekent het geven van aalmoezen. Een toegewijde Jood gaf op twee manieren, namelijk:

de tienden (een tiende deel van zijn inkomen), dit was verplicht. Mal. 3:10
het geven van aalmoezen en offers (aan de armen), dit was vrijwillig. Matth. 25:35
In totaal betekende dit voor een toegewijde jood dat hij of zij minstens een zesde deel van zijn of haar inkomen weggaf.
In haast alle religies wordt geven als de meest heilige verplichtingen beschouwd.
Als we geven om eer van mensen te ontvangen, dan is dat ook het enige wat we zullen krijgen.
Voor ons als christenen geldt: alles wat we bezitten behoort aan God toe, we zijn als het ware in gemeenschap van goederen met hem getrouwd.
Kijk dus niet naar wat je moet geven, maar naar wat je voor jezelf mag houden.

Stuur gerust een Email als je vragen hebt over dit onderwerp.


oorspronkelijke plek v.d. bergrede

B) Over het geven van tienden
De wet gaat uit van de gedachte dat tienden een feitelijk bewijs zijn van dankbaarheid jegens God als de Gever van alles (Gen. 28:22). Daarnaast zijn ze een schatting aan de Here God als de opperste Heer van het land (Lev. 27:30).
Door deze "heffing" voor Hem (Num. 18:24) werd het bezit en genot van de overige inkomsten gewijd.
In de praktijk kwamen de tienden uitsluitend ten goede van de priesters en Levieten.
God gaf alle tienden aan de Levieten ter vergoeding van het gemis aan grondbezit en als een beloning voor hun werk in het heiligdom (Num. 18:21-24).
Tegelijk moesten de Levieten weer tienden van de tienden als offer voor de Here God aan de priesters geven (Num. 18:25-32).

C) Hoe moeten we geven of barmhartigheid doen?
Lezen vers 3. Jezus gebruikt hier beeldspraak om duidelijk te maken dat het belangrijk is om het in het verborgene te doen.
Dit betekent niet dat je niemand mag vertellen dat je geeft, maar dat je het niet moet doen om te laten zien hoe goed je bent.


Als je geeft tot eer en glorie van God dan zal je Vader in de hemel je belonen.
Lezen vers 4. God ziet de dingen die je in het verborgene doet.




D) Wat zijn de gevolgen van geven?
Lezen: 2Kor. 9:6-15

Geven is de beste investering die we kunnen doen (vers 6)

We zullen Gods liefde kennen (vers 7)
Paulus geeft hier geen regels behalve dat het een genereus gedeelte moet zijn van datgene wat we hebben.

Geven bevrijdt ons van financiële zorgen (vers 8)
We moeten de lasten en zorgen aan God geven, niet de verantwoordelijkheid om goed om te gaan met wat we hebben.

Geven verandert onze hele karakter (vers 10)

Het bevrijdt ons van materialisme.

We worden blij als we anderen God zien danken als reactie op ons geven (vers 11)

Het is vreugdevol en bevredigend om de noden van de heiligen te ledigen (vers 12)

We doen wat Jezus deed en treden in zijn voetsporen (vers 13)
Hij was rijk, maar werd arm zodat wij rijk konden worden.
Dat is de houding die wij moeten hebben als volgelingen van hem.

Filippensen 2:5-11

"U moet die gezindheid hebben die ook Christus Jezus had.
Hij had de gestalte van God, maar heeft zich niet willen vastklampen aan zijn gelijkheid met God.
Hij heeft zijn grootheid opgegeven door de gestalte van een slaaf te aanvaarden en aan mensen gelijk te worden.
Hij leefde als een mens en hij vernederde zich door gehoorzaam te worden tot in de dood, de dood aan een kruis.
Daarom heeft God Hem hoog verheven en Hem de allerhoogste titel geschonken, zodat iedereen in de hemel, op de aarde en onder de aarde, de knieën zou buigen voor hem die Jezus heet en allen openlijk zouden uitroepen, tot eer van God, de Vader: Jezus Christus is de Heer."


"De genade van de Heer Jezus Christus, de liefde van God de Vader en de gemeenschap van de heilige Geest zij met u allen."

Amen