Preek week 50
Preek v.d. week 50

Deel 2


Maar God woont IN ons, en wij zijn altíjd in de aanwezigheid van de Heer.

Met deze woorden begonnen wij aan deze reeks van preken over de aanwezigheid van God.

en met de volgende zin eindigde wij vorige week..........We hebben de kennis van God niet in ons gehad.
En het is triest te moeten constateren dat veel van de kennis over God die we wél hebben, geen juiste kennis is.

Het is verkeerd geïnterpreteerd, of verkeerd begrepen, of wat dan ook, zodat je niet juist kunt geloven als je verkeerde kennis hebt.

Ik kan heel veel tijd besteden om dit aan te tonen, maar ik moet dit hier laten rusten en verder gaan,
omdat ik nog heel wat te behandelen heb.
Maar het is belangrijk dat je dit erkent, dat kennis, juiste kennis, de sleutel is om alles te ontvangen.
Het is niet gewoon een kwestie van je
gebedsruimte in te gaan en te bidden.
Gebed is belangrijk, maar gebed is alleen belangrijk,
als je hándelt op de kennis van God.  
Er zijn mensen die hun gebedsruimte ingegaan zijn, en gebeden hebben en er demonisch gebonden uit zijn gekomen.  

Iedere keer dat je wát dan ook groter maakt, bóven de kennis van God, dat is, het Woord van God, kom je in de problemen.
En gebed, er is niets mis met gebed, er is niets verkeerd aan voorbede, maar het moet in evenwicht zijn met Woord van God.
Het moet gaan om het bidden van het Woord van God, en functioneren binnen het Woord van God.
Er gaat gewoon helemaal niets boven het Woord van God uit.
Niets werkt, tenzij het op het Woord van God is gebaseerd, want Gods Woord ís Zijn kennis.  

Alles komt uit kennis voort. Als jij nu niet helemaal in orde bent, weet je dat je dan een kennisprobleem hebt?
Als je werkelijk het verzoenend werk van de Heer zou begrijpen, als je werkelijk de liefde van de Heer zou begrijpen,
als je werkelijk geloof zou begrijpen, dan is er geen enkele reden waarom je nu niet genezen zou zijn.  

Het is niet genoeg om alleen te weten dat het Gods wil is, om je te genezen, maar je zult verder moeten gaan dan dat,
en allerlei verkeerde kennis weerleggen, die we in ons hebben.
Dat misschien God je wel ziek wilt laten, om je iets te leren.
Misschien is het Gods manier om jouw leven te vervolmaken, zoals bij Job, etc. etc. etc.  

Dus in ieder geval, kennis is belangrijk.
En ik heb dit vers gelezen omdat wij een wat ongebruikelijke benadering hebben gekozen om over liefde te spreken.
We hebben het over genade gehad. We hebben het gehad over het oude en het nieuwe verbond,
en die met elkaar in overeenstemming gebracht,
we hebben heel veel dingen gedaan, en je vraagt je misschien wel af, wat dit allemaal met liefde te maken heeft.
Maar wat we in werkelijkheid hebben gedaan is,
onszelf de juiste kennis gegeven.  
We hebben een aantal zaken opnieuw moeten definiëren.
We hebben even terug moeten gaan, en een paar misvattingen rechtzetten, die we hadden over het Woord van God.  

Verkeerde kennis, want je kunt geen liefde ontvangen, tenzij je de juiste kennis hebt over God.  
Als jíj denkt dat God een of andere schizofrene God is, die onder het oude verbond de dingen op déze manier deed,
en onder het nieuwe verbond op een heel andere manier, en je kan dat niet begrijpen, maakt je dat bang voor God.
Vrees houdt foltering in (1Joh 4:18, want angst veronderstelt straf.)
En Gods volmaakte liefde drijft vrees uit.  

Dus we hebben zaken besproken, waarvan ik geloof dat het belangrijk is, ook al leek het voor sommigen
dat ik niet over liefde heb gesproken.
Wij moeten ons denken in deze gebieden vernieuwen, zodat wij in staat zullen zijn om de liefde van God te ontvangen.  

Zodra je over de genade van God begint te spreken, dán spreek je over de liefde van God.
Dat is álles wat Hem bewogen heeft, om genadig met ons te zijn, gewoon uit het feit dat Hij van ons houdt en er voor gekozen heeft om ons lief te hebben.
Amen?


In Mattheüs 14 wilde ik het voorbeeld nemen van Petrus,
die op het water wandelde.
Eveneens als een illustratie van hetgeen waar
we over gesproken hebben.  

Het is een heel bekend schriftgedeelte, dat begint in vers 22, waar Jezus zijn discipelen beval om de boot in te gaan.
En terwijl zij in de boot zaten, bleef Jezus op het land, om te bidden.
En terwijl zij midden op het meer zaten, stak de wind op, er kwam een vreselijke storm en ze stonden op het punt om te verdrinken.
En Jezus komt naar hen toe, wandelend over het water, tegen de 4e wake, dat wil zeggen tussen 03:00 en 06:00 uur ‘s ochtends.
Ze waren daar dus de hele nacht mee bezig geweest.
Ze moeten daar minstens 8 uur geweest zijn, in gevecht met deze storm en deze kerels stonden op het punt te sterven.
Jezus komt lopend naar hen toe, en Petrus ziet hem, wandelend op het water en hij zegt: Heer, als u dat bent, roep mij om te komen.
En Petrus stapte uit de boot, liep over het water,
om naar Jezus toe te gaan.
Maar toen hij naar de wind en de golven keek,
die bulderden, werd hij bang en begon te zinken.
En hij riep uit naar de Heer, de Heer stak zijn hand uit en trok hem omhoog, en zij liepen terug naar de boot.
En ik ben ervan overtuigd dat Jezus Petrus niet
op zijn rug droeg naar de boot.
Hij was opgestaan en wandelde het hele stuk terug,
met de hulp van Jezus.  

En toen sprak de Heer tot hem en zei:
Petrus, waarom ging je twijfelen?  
Ik was hierover aan het denken en op een dag drong het tot
me door: waar ging Petrus eigenlijk aan twijfelen?
Petrus twijfelde niet aan het feit dat
Jezus op het water kon wandelen.
Hij ging twijfelen dat hijzelf op het water kon wandelen.
Hij ging dus aan zichzélf twijfelen.  

En dít is precies wat er gebeurd is met het lichaam van Christus.
Weet je, velen van ons zouden daar gewoon staan en als ik zou zeggen, geloof je een God die wonderen kan verrichten?
Er zijn  liederen, uit Exodus hoofdstuk 15 over ‘ik zing tot de Heer, glorieus’ en wat was die ander ook al weer?
‘Wie is zoals U, oh Heer’. En dat was het lied dat zij zongen nadat zij door de Rode zee waren getrokken, waarin ze God loofden, hoe machtig Hij wel niet was.
 
Weet je, de meesten van ons kunnen er wel toe komen om God te prijzen voor wie Hij is.  

De meesten van ons geloven dat God echt álles kan doen.
Als ik zou vragen, hoeveel van jullie geloven dat God kan genezen, zouden de meesten Amen roepen.
Maar weet je dat dit niet alles is wat er is met betrekking tot geloof?
Hebreeen hoofdstuk 11:6 zegt: 6  maar zonder geloof is het onmogelijk Hem welgevallig te zijn.
Want wie tot God komt, moet geloven, dat Hij bestaat.
Dat is één helft. Je móet geloven dat Hij ís én dat Hij een beloner is voor wie Hem ernstig zoeken.

Er is dus méér dan één kant aan geloof. Het is belangrijk te geloven dat God ís, niet dat Hij wás.
Dát is God prijzen, zeggen: God, U kunt werkelijk álles doen.
En dat is geweldig, maar je moet verder gaan dan alleen dat en óók geloven dat het dan ook zal werken voor jóu.
Dat is de tweede helft van geloof, en dat is waar een heleboel mensen de plank misslaan.  


Veel mensen geloven wél dat God het kan doen, maar ze geloven niet dat zíj het kunnen doen,
omdat zij hún positie bij God niet kennen.
Ze kennen gewoon Gods houding ten opzichte van henzelf niet.
Zij twijfelen aan zichzelf. Petrus twijfelde aan zichzelf.
Hij twijfelde er niet aan, dat Jezus op het water kon wandelen, want hij riep uit tot Jezus, toen hij hulp nodig had.
Als hij had getwijfeld of Jezus op het water kon wandelen, als hij had gedacht dat het maar een geest was die hij zag,
zou hij niet geroepen hebben tot die geest om hem te redden.
Hij geloofde dat Jezus op het water kon lopen, maar twijfelde eraan dat hij zelf op het water kon lopen.  

En dat is waar het lichaam van Christus in terecht gekomen is.
Wij twijfelen aan onszelf.
Ik bedoel niet aan ons natuurlijke zelf,
wij twijfelen aan ons wedergeboren zelf.
We weten niet wie wij zijn in Jezus Christus.
Dat hebben we niet begrepen.  
Daar hebben we het over gehad, vanuit een wat vreemd uitgangspunt, maar we hebben het gehad over wat
God heeft gedaan in ons leven.
Hoé heeft God ons vrijgemaakt.
En we hebben het daarover gehad en ik kan je zeggen,
dat als jij geluisterd hebt, het je leven kan veranderen.
Dat geloof ik werkelijk. Het kan je hele
houding en idee over God veranderen.
Het heeft zeker die van mij veranderd.
En dat is een zegen voor me geweest.  


Volgende week gaan wij verder

Heb je vragen stuur gerust een Email