Preek week 37
Preek v.d week 37


Deel 3 brief aan de Filippenzen


Vandaag gaan we kijken naar nieuwe vriendschappen
en naar een nieuw zelfvertrouwen.


Nieuwe vriendschappen

Lezen: Filippenzen 2:19-30

Eén van de geweldig dingen die ons overkomt als
we besluiten om Jezus te gaan
volgen is dat we er een heleboel nieuwe vrienden bij krijgen.
Het is heerlijk als Jezus je vriend is omdat zijn vrienden
ook jouw vrienden worden.

Iedereen heeft vrienden nodig en
vriendschap is het hart van het christendom.
Met echte vrienden kun je jouw vreugde,
plezier en problemen delen.
Als mens zijn we in de eerste plaats geschapen om in een vriendschapsrelatie met God te leven.
In Genesis 1:26  lezen we hoe God de mens gemaakt heeft naar Zijn beeld en Zijn gelijkenis.
Mannen en vrouwen werden geschapen om in een vriendschapsrelatie met God te leven.
In hoofdstuk 3 lezen we over Gods verlangen om met Adam en Eva te wandelen “bij het opkomen
van de middagwind in de tuin”.
Dit is door de hele bijbel heen het verlangen van God;
dat we als mensen Zijn vrienden zouden zijn.

Het doel van de Schepping was niet alleen dat we vriendschap met God zouden hebben, maar ook met elkaar.
God zei: “Het is niet goed dat de mens alleen blijft.
Ik ga een hulp maken die bij hem past.”
God heeft ons zo gemaakt dat we vriendschappen
met andere mensen nodig hebben.
Door de zondeval zijn zowel de vriendschap tussen ons en God alsmede de vriendschap tussen mensen
onderling aardig verstoord.
Vanaf dat moment leven we als mensen in een spanningsveld.
Aan de ene kant verlangen we naar hechte vriendschap (omdat we zo geschapen zijn),maar tegelijkertijd lopen we hierin vast
(vanwege de zonde die werkzaam is
in ons leven en de wereld waar we in leven).
We lijken vaak op stekelvarkens die in de winter tegen elkaar aankruipen om warm te worden.
Onvermijdelijk steken we elkaar,
waarna we weer afstand nemen van elkaar.

Aan het kruis vernietigde Jezus de blokkade
tussen ons en God en tussen mensen onderling.
Een herstel van vriendschap is een belangrijk
onderdeel van het verlossingswerk van Jezus.
Daarnaast was Hij een geweldig voorbeeld als het
gaat om hoe vriendschap is bedoeld.
Er zijn drie getallen in de Bijbel die ervoor zorgen
dat we als volgeling van Jezus succesvol zijn of juist niet.
Dit zijn de getallen 3, 12 en 120.
Drie omdat iedereen net als Jezus een Petrus,
Jakobus en Johannes in zijn leven nodig heeft.
Twaalf omdat een kleine groep (huiskring) de beste manier is om samen met anderen Jezus
te leren volgen en vrucht te dragen.
En tot slot honderd en twintig omdat het belangrijk is om regelmatig in een grote groep christenen God groot te maken,
Hem te eren, te bidden en onderricht te ontvangen.

In het gedeelte dat we net hebben gelezen ontmoeten we twee vrienden van Paulus, Timotheus en Epafroditus.
We krijgen een boeiend inzicht in Paulus zijn relatie
met deze twee mannen van God.
We zien hier drie gewone christenen die een
voorbeeld laten zien van een buitengewone vriendschap.


Vers 19-21 Echte liefde…

Het eerste wat de vriendschap tussen Paulus en Timotheus en Epafroditus zo bijzonder maakte, was dat
er sprake was van echte liefde.
Timotheus was afkomstig uit Derbe of Lystra. Zijn moeder heette Eunice en zij was een Jodin.
Zijn grootmoeder heette Loïs,
en zijn vader was een Griek. Timotheus was opgevoed door een Griek en daarom onbesneden.
Door Paulus was Timotheus een
volgeling van Jezus geworden.
Hij was zijn ‘zoon in de Here’ en zij hadden een hechte vriendschap gekregen en samen al heel wat meegemaakt.
In dit tekstgedeelte bewijst Paulus eer aan zijn vriend.
Hij noemt hem zelfs iemand die als geen ander de belangen van anderen weet te behartigen.
Daar gaat het om bij echte liefde; dat je de ander
geeft wat hij of zij nodig heeft.
Paulus hield ook van Epafroditus en geeft aan dat zijn dood hem veel verdriet zou hebben gedaan.
Epafroditus toonde zijn ware aard toen hij ziek was. Hij maakte zich geen zorgen over
zijn ziekte en de bijna fatale afloop.
In plaats daarvan was hij bezig met de Filippenzen en dat ze mogelijk onrustig over hem zouden zijn.

Echte liefde voor anderen moet niet beperkt blijven tot mensen die Jezus al volgen.
Vriendschap is veruit de meeste effectieve manier om het goede nieuws van Jezus Christus door te geven.
We sluiten geen vriendschappen om te kunnen evangeliseren, maar vriendschappen en evangelisatie gaan hand in hand.
We krijgen vrienden omdat we
echt belangstelling voor anderen hebben.
En omdat we echte belangstelling voor hen
hebben willen we hen over Jezus vertellen.

Vers 22-24 Gemeenschappelijke interesses en visie.

De tweede reden voor hun hechte vriendschap was een gemeenschappelijke interesse en visie.

We beelden geliefden altijd af van aangezicht
tot aangezicht, en vrienden naast elkaar.
Hun ogen kijken voorwaarts… Daarom zullen mensen die alleen maar “op jacht zijn naar vrienden”
niet zoveel vriendschappen sluiten.
De belangrijkste voorwaarde waar een vriendschap aan moet voldoen, is dat de vriendschap om iets moet draaien…
Vriendschap moet over iets gaan, ook al is dat niet meer dan een gedeelte belangstelling voor domino of witte muizen.
Wat is volgens deze verzen de gemeenschappelijke
interesse en visie van Paulus,
Timotheus en Epafroditus?

De vriendschap die we kunnen hebben met andere volgelingen van Jezus stijgt boven gewone vriendschap uit.
Dit is iets dat in het nieuwe testament ‘gemeenschap’ wordt genoemd en dat maakt het mogelijk om elkaar broeders en zusters te noemen.


Vers 25-30 Risico’s en strijd.

Paulus omschrijft Epafroditus hier als een broeder, medewerker en strijdmakker.
Deze woorden zijn in een opklimmende volgorde gerangschikt: wederzijdse sympathie, gezamenlijk werken
en tenslotte het trotseren van gemeenschappelijke
 gevaren, strijd en lijden.
Denk maar aan de ellende die christenen
meemaken in landen waar de kerk wordt vervolgd.
Het leven van een volgeling van Jezus is niet zonder problemen, we zijn medestrijders van
elkaar en dat betekent dat we ons op .
Christelijke vriendschap betekent dat je
elkaar steunt op het slagveld van het leven.
De naam Epafroditus doet vermoeden dat zijn ouders zijn leven hadden toegewijd,
aan de dienst van Afroditus, de godin van de
liefde en de schutspatrones van het gokspel.
Er wordt zelfs geschreven dat de hoogste dobbelsteenworp ‘Epafroditus’ werd genoemd.
Zijn naam betekent mogelijk
‘hij die gezegend is in het gokspel’.
Ik weet of dit waar is, maar het is een feit
dat Epafroditus een gokmentaliteit had.
In vers 30 lezen we dat hij zijn leven op het spel had gezet.
Hij toonde hiermee niet alleen zijn liefde voor Jezus, maar ook voor Paulus en dat is het kenmerk van echte vriendschap.
Toen Jezus met zijn vrienden over vriendschap sprak zie hij: “Niemand heeft grotere liefde, dan dat hij zijn leven inzet voor zijn vrienden.”

Amen.!

Wat kun jij komende week doen om je in te zetten voor je vrienden?