Preek week 36
preek v.d. week 36


Filippenzen 2:1-18

Een nieuwe houding en nieuwe verantwoordelijkheden.

Vorige week zijn we begonnen met een nieuwe serie over de brief van Paulus aan de Filippenzen.

De afgelopen keer hebben we hoofdstuk 1 gelezen waar Paulus schrijft over een nieuw hart en een nieuw doel.
We hebben  gelezen dat gelovigen een nieuw hart ontvangen dat:
1) vertrouwd op Gods kracht,
2) vol ontferming is voor Gods kinderen
3) vol is van passie over principes van groei.
Vandaag gaan we verder met hoofdstuk 2 waar Paulus het over een nieuwe houding en nieuwe verantwoordelijkheden heeft.

Nieuwe houding

Lezen: Filippenzen 2:1-11

Veel mensen zijn vandaag de dag op zoek naar geluk.
Iedereen wil graag gelukkig worden.
We zoeken dit geluk in van alles en nog wat,
in geld, succes, relaties, seks etc.
Paulus heeft geluk gevonden en toch
heeft het niets met deze dingen te maken.
Hij zit in de gevangenis, vastgeketend aan een soldaat, vals beschuldigt, zonder enig comfort en
waarschijnlijk op weg naar de dood.
Hij is zijn vrijheid kwijt en niet in staat om zijn grootste passie te verwezenlijken; het verkondigen van het evangelie.
Toch schrijft hij als het ware: “Ik ben voor 95% gelukkig,
mijn vreugde is bijna volledig”.
Slechts één ding kan hem voor 100% gelukkig maken.
Je zou denken dat hij dan iets noemt als:
“Als ik maar uit deze gevangenis kan komen”
of “Als deze ketenen maar verwijderd kunnen worden,
of “Als iemand maar zou kunnen zorgen
voor een mand voedsel of een zacht bed”.
Nee hoor, niks van dit alles. In plaats daarvan vraagt hij iets wat niets te maken heeft met zijn eigen behoeften,
maar met zijn zorg voor de gelovigen in Filippi.
In hoofdstuk 4 lezen we dat er wat onenigheid was ontstaan tussen twee vrouwen, Euodia en Syntyche.
Hoewel er geen sprake was van een scheuring bespeurd Paulus toch onraad en hij beseft dat de duivel onafgebroken
bezig is om het zaad van verdeeldheid te zaaien.

Waarin zoek jij jouw geluk?

Waar vertrouw je op als alles tegenzit?


Vers 1-2 Geluk vind je in Christus!

Paulus doet in de eerste plaats een beroep op
hun eenheid in Christus. Het feit dat we allemaal christenen zijn,
in Christus, zou de grootste stimulans
moeten zijn om naar eenheid te streven.
Het tweede argument dat Paulus gebruikt is Gods liefde.
Als we zelf iets van Gods liefde hebben ervaren, dan kunnen we niet anders dan onze broeders en zusters liefhebben.
Zijn derde argument is de eenheid die de
Heilige Geest teweeg brengt.

In iedere gelovige woont de Heilige Geest en Hij verenigt ons.
Tot slot doet Paulus een beroep op onze hartelijkheid en mededogen.
Als we mensen echt liefhebben, dan kan het
niet anders dan dat we onenigheid zullen haten.
Paulus zegt in vers 2 maak mijn blijdschap
volkomen door jullie eenheid in denken,
dat betekent niet dat we het in alles met
elkaar eens moeten zijn
(dat isonrealistisch), maar dat we dezelfde benadering en levenshouding kennen. Hij roept ons ook
op om één te zijn in de liefde.
Dat betekent niet dat we allemaal van dezelfde
dingen moeten houden (iedereen is tenslotte anders),
maar wel dat we dezelfde houding kennen.
Tenslotte spoort Paulus ons aan om één te zijn in streven.

Vers 3-4 Onjuiste houdingen

Wat vooral verwoestend is voor eenheid is
zelfzuchtige ambitie ook wel partijzucht genoemd.
Het woord dat Paulus hier gebruikt kan
ook vertaald worden met rivaliteit.
Rivaliteit zegt eigenlijk: “het is niet genoeg
om te slagen, maar dat anderen ook moeten falen”.
Dat is de eerste onjuiste levenshouding die Paulus noemt,
dat je de ander geen succes gunt.
De tweede onjuiste levenshouding is gewichtigheid of ijdelheid.
IJdelheid is in wezen ‘streven naar persoonlijk aanzien’. Aanzien is voor ons als mensen vaak een grotere verleiding dan rijkdom.
Bewondering en respect, een alom bekende naam, een gezaghebbende mening staan bij veel mensen hoog
op het verlanglijstje. Precies het tegenovergestelde van ijdelheid is nederigheid. Nederigheid is de moed
jezelf te zijn en anderen te dienen.
Dat betekent overigens niet dat je over je heen laat lopen.
Een dienend mens denkt niet minder over zichzelf,
hij of zij denkt minder aan zichzelf.
Een gebed van vers 3-4 kan er zo uitzien:
“Heer help me om niet toe te geven aan zelfzuchtige
ambitie en niet te streven naar persoonlijk aanzien.
Ik wil leren om de andere hoger te achten dan mezelf.
Schenk me uw genade zodat ik vandaag
niet alleen mijn eigen belangen behartig,
maar ook die van andere mensen.”

In welke onjuiste houding herken jij je het meest? Hoe kun je dit veranderen?


vers 5-11 Juiste houding

De juiste houding, waar we ons als het ware mee
 moeten bekleden, is de houding die Jezus had.
Hij deed afstand van zijn Goddelijke natuur.
Hij was gelijk aan God, maar hij zag dit niet
als een bezit waar hij zich moest vastklampen.
Stel je maar eens een uitverkoop voor van bijvoorbeeld een kledingwinkel als je wilt weten wat het is om
je vast te klampen aan dingen.  
De ambitie van Jezus was gericht op God zelfs
toen dat betekende dat hij van een prins een
dienstknecht werd. Deze houding staat precies
tegenover die van de eerste mens die aan
God gelijk wilde worden.
De Koning der koningen werd een slaaf!

Marcus 10:45 “Want de mensenzoon is niet
gekomen om gediend te worden, maar om te dienen
en zijn leven te geven als losgeld voor velen.”

Tenslotte gaf Jezus aan ons zijn recht om te leven. Hij vernederde zich door te sterven aan een kruis als een misdadiger.
Als Jezus op zichzelf gericht zou zijn geweest
zou Hij nooit Zijn leven hebben gegeven.
Dan zou Hij nooit een slavendood zijn gestorven.
Hij werd aan ons gelijk zodat wij weer recht
voor God zouden kunnen staan.
Hij werd een slaaf zodat wij vrij konden zijn.
Hij stierf zodat wij zouden kunnen leven.
Dat moet ook onze houding zijn!
Wij moeten onze zelfzuchtige ambities opgeven,
wij moeten stoppen om te streven naar persoonlijk aanzien.
Als wij ons vernederen, dan zal God ons verhogen. Maar als wij ons verheffen… dan zal God ons vernederen.

Wat kun je de komende week doen om Jezus na te volgen in zijn nederige houding?

Nieuwe verantwoordelijkheden

- Vers 12-13 Verantwoordelijkheden voor ons eigen leven.
In de eerste plaats zijn we verantwoordelijk voor ons eigen leven.
We moeten onzeredding bewerken met eerbied en ontzag
(letterlijk met vrezen en beven),  zegt Paulus.
Vervolgens zegt hij dat God zowel het willen
als het doen in ons tot stand brengt.
Dat klinkt als een tegenstelling, maar dat is het niet.
Wat Paulus hier duidelijk maakt is dat geestelijke groei een samenwerking is tussen ons en God.
Wij moeten er iets voor doen en God doet er ook iets voor.
We hebben allebei een aandeel. God voorziet in kracht om te groeien door ons de Heilige Geest te geven, maar wij moeten ervoor kiezen.
God maakt door zijn Woord duidelijk wat we moeten doen en wij moeten ons denken veranderen.
Het is enorm belangrijk dat we allemaal geestelijk groeien!

1) God ontmoeten door dagelijks te bidden
2) God ontmoeten door dagelijks in de Bijbel te lezen
3) God ontmoeten door deel uit te maken van een huiskring
4) God ontmoeten door een verantwoord deel van je inkomen te geven (een goede richtlijn is het geven van tienden)

Natuurlijk zijn er nog veel meer goede geestelijke,
maar je moet ergens mee beginnen.
Goede geestelijke gewoontes zijn enorm belangrijk! Dit zijn namelijk menselijke inspanningen om ruimte te creëren,
een soort innerlijk thuis waarin God
royaal kan zijn en ons kan geven wat we nodig hebben.
Als deze gewoontes ontbreken,
dan ontbreken ook de kanalen om van
God te kunnen ontvangen.
Aan welke van de bovenstaande
gewoontes moet je wat meer aandacht geven?


Maar vooral:
Hoe ga je dat doen?

Vers 14-16a Verantwoordelijkheden voor de maatschappij.

We zijn niet alleen verantwoordelijk voor onszelf,
maar ook voor de maatschappij oftewel de wereld waarin we leven.
Wij leven in een ontspoorde generatie en juist
wij moeten schitteren als sterren in het heelal.
De manier om dat te doen is alles wat
we ondernemen doen zonder morren of tegenspreken.
In een andere vertaling staat morren
of bedenkingen. Dat is nogal wat!
Het woord onberispelijk betekent een leven leiden waar niemand kritiek op heeft.
We moeten niet alleen rein zijn, maar
ook door anderen als rein gezien worden!
Dat kan alleen als we vasthouden aan het woord dat leven geeft.
Bij welke taken in jouw leven is er sprake van veel ‘morren en bedenkingen’?

Welke gedachten zitten hierachter?


Vers 16a-18 Verantwoordelijkheden voor de kerk.

In deze verzen lezen we hoe serieus Paulus zijn verantwoordelijkheid neemt richting de gemeente in Filippi.
Zijn aandacht en zorg zijn een voorbeeld voor ons hoe we moeten omgaan met de gemeente waar we bijhoren,
onze christelijke vrienden.
Paulus maakt gebruik van twee voorbeelden om dit uit te leggen,
de wedloop en de offerande.
De training voor de wedloop vond
plaats onder een enorm streng regime.
Mensen die meededen aan de spelen in de
oudheid moesten in topconditie zijn.
Paulus bracht zijn inspanningen naar de
gelovigen in Filippi onder deze noemer.
Er is geen grotere teleurstelling dan onze pogingen
nieuwe christenen op te voeden en te zien dat ze terugvallen.
Aan de andere kant bestaat er geen grotere vreugde dan te zien dat mensen in navolging van ons
de wedloop gaan lopen, vrucht dragen en
groeien in liefde en dienstbetoon aan anderen.
Het tweede beeld is nog krachtiger; het beeld van de offerande. Paulus schrijft deze brief aan bekeerde
heidenen en zij kenden dit gebruik.
Het plengoffer was in die tijd de beker met wijn die voor de goden als een offer werd uitgegoten samen met een grotere offerande.
Daarmee was het een klein ritueel
waardoor de grote offerande werd voltooid.
Paulus ziet het geloof en de priesterlijke
eredienst als een offerande aan God.
Zijn liefde en verantwoordelijkheidsgevoel is zo groot dat hij bereid is om voor de gelovigen in Filippi zijn leven
te plengen als offer voor God.
Dat is bedieningswerk: je leven uitgieten voor anderen.
Vaak betekent dit dat je leeggezogen wordt,
 zowel geestelijke, emotioneel en fysiek.
Jezus sprak over de ervaring dat er kracht van Hem uitging en Hij was vaak enorm vermoeid als Hij mensen had bediend.

Alles wat Paulus vanuit de gevangenis kon geven was zichzelf.
Hij zag zichzelf en zijn onderwijs als een cadeau en zijn houding was tegenovergesteld aan hebzucht en pakken wat je pakken kan.
Hij volgt het voorbeeld van
Jezus na en roept ons op hetzelfde te doen.
Voor ons eigen leven, de maatschappij waar
we in geplaatst zijn en voor andere gelovigen.
Dan hebben we reden om verheugd te zijn en
kunnen we delen in elkaars vreugde.

Amen!!!!!