Preek week 23 Preek week 23

Preek week 23



Bediening (Christus dienen)




Vandaag deel 2 van de 5 opdrachten die wij hebben.


Als Christenen hebben we vijf opdrachten. Deze kun je terugvinden in het ‘grote gebod’ en de
‘grote opdracht’ zoals Jezus die ons heeft nagelaten.
De komende paar weken wil ik met jullie over
deze opdrachten praten.
Ik wil samen met jullie op ontdekkingsreis gaan naar wat ze betekenen 

om vervolgens elkaar uit te dagen om ze in de praktijk te brengen.

Wie weet nog wat onze eerste opdracht is?
Lezen: Matth. 22:37-40


“Heb de Heer, uw God, lief met heel uw hart en heel uw ziel, en met heel uw verstand.
Dat is het grootste en eerste gebod.
Het tweede gebod is even belangrijk als het eerste: u moet uw naaste liefhebben als uzelf.”

Wat bedoelen we met het liefhebben van onze naasten? “Leren om zonder reserves en met
bewogenheid zorg te dragen voor de mensen om je heen.
Hierbij is het belangrijk om onder leiding van de Heilige Geest open staan voor verandering en zo relevant blijven. “
Twee belangrijke kenmerken van een christen zijn dienen en geven. Dit zien we het mooist
in het leven van ons voorbeeld: Jezus. Hij kwam naar de aarde niet om gediend te worden,
maar om te dienen en zijn leven te geven als een losprijs voor ons.

Iedere christen heeft een bediening! Iedereen is geroepen om aan andere mensen te geven
en hen te dienen op een manier die bij hem past.
Het verandert je leven volkomen als jij je gaat realiseren dat je een dienaar van Jezus Christus bent.
Door de huidige structuur van de kerk geven we elkaar het idee dat slechts bepaalde mensen in de
gemeente een bediening hebben.
Maar dat is helemaal niet waar!
Iedereen die hier zit en die een nieuw leven is
begonnen en Jezus heeft aangenomen heeft een bediening!
De basis om deze bediening uit te voeren is en gezonde
vorm van eigenliefde.
Interessant of niet dat Jezus in het grote gebod zegt: je moet je naaste liefhebben als jezelf.
Blijkbaar snapte Jezus heel goed dat je eerst jezelf moet liefhebben voordat je een ander kanliefhebben.
Hij gebruikt de liefde voor jezelf zelfs als uitgangspunt voor het liefhebben van de mensen om je heen.

Walter Trobisch zegt het zo: “Wie zichzelf niet bemint is een egoïst. Hij (of zij) moet
noodzakelijkerwijs een egoïst worden omdat hij niet zeker is van zijn identiteit en daarom
steeds bezig zichzelf te zoeken.
Voortdurend verdiept in zichzelf wordt hij egocentrisch.”
Eigenlijk zijn er twee vormen van eigenliefde;
een positieve en een negatieve.
Een voorbeeld van eigenliefde in negatieve zin wordt geïllustreerd in de Griekse mythologie door Narcissus.
Dit was een jongen die, terwijl hij staarde naar zijn
spiegelbeeld in een bron, op zichzelf verliefd werd.
Hij raakte zo verdiept in zijn eigen beeld dat hij in het water tuimelde en verdronk.
Van dit verhaal is het woord narcisme afgeleid,
een ander woord voor negatieve eigenliefde.

Positieve eigenliefde heeft te maken met zelfaanvaarding waardoor je in staat bent andere mensen lief te hebben.
Hier had Jezus het over toen hij ons leerde
je naaste lief te hebben als jezelf.
Het is daarbij belangrijk om te zeggen dat niemand wordt geboren met de bekwaamheid zichzelf lief te hebben.

Terwijl jij jezelf leert lief te hebben kun je jouw bediening ontdekken en beginnen uit te voeren.
Dit begint met een verlangen om door God gebruikt te worden.
Je moet er dus naar verlangen om door God gebruikt te worden.



Lezen: Romeinen 12:1-8

Vers 1-2: hebben we vorige keer gelezen toen
het over aanbidding ging. We hebben
toen ontdekt dat aanbidding ten diepste te maken heeft met gehoorzaamheid.

Vers 3: overschat uzelf niet

Vers 4-5: het lichaam van Christus (dat is de gemeente)
is een eenheid en bestaat uit
verschillende delen die elkaar aanvullen, nodig hebben en versterken.

Vers 6: we hebben allemaal verschillende gaven
zoals God die gegeven heeft.
Dan wordt er een heel rijtje genoemd met verschillende aandachtspunten bij iedere gave.

Eén aandachtspunt dat een aantal keer in dit gedeelte wordt genoemd is: als je een
bepaalde gave hebt gekregen dan moet je er ook wat
mee doen… Als God jou een
geestelijke gave geeft schept dat dus ook een verantwoordelijkheid…
Sommige mensen doen niet de dingen waar ze
een gave voor hebben gekregen van Gods Geest.
Andere mensen doen dingen waarvoor
ze geen gave hebben gekregen.
Sommige mensen hebben een gave en doen er niks mee.
Andere mensen doen van alles, maar hebben er
geen gave voor gekregen.  
Hieruit vloeien haast alle problemen voort
die we hebben in de kerk.  
Denk maar aan het beeld van een lichaam.
Als een lichaamsdeel zijn werk niet naar behoren doet, 
dan heeft dit een nadelig effect op het hele lichaam.

Een korte omschrijving van de bedieningsgaven die in dit gedeelte worden genoemd:

1. Profetie (zien, inzicht): bekwaam om mensen en situaties te doorzien.

2. Dienen: bekwaam om te zien wat er gedaan moet worden

3. Onderwijzen: bekwaam om kennis over te dragen

4. Vermanen (bemoedigen): bekwaam om mensen op te voeden (corrigeren en bemoedigen)

5. Mededelen (geven): bekwaam om te voorzien in noden

6. Leiding geven (organiseren): bekwaam om doelen te bereiken m.b.v. anderen

7. Barmhartigheid bewijzen: bekwaam om anderen aan te voelen en te verlichten

Dit is geen volledige lijst! Twee voorbeelden uitgewerkt:

Gave van het geven:
Liefhebben is geven en alle christenen (horen te) geven.
Iemand met de gave van het geven geeft niet alleen royaal, maar weet ook wat er gegeven moet worden of het nou tijd is geld,
goederen of iets anders), hoeveel er gegeven moet worden en aan wie er gegeven moet worden.  
Zijn of haar gave bewerkt wonderen in Gods Koninkrijk.

Gave van leiding geven of organiseren:
Dit is een bijzondere bekwaamheid om leiding te geven aan een groep christenen 
en doelen te bereiken met behulp van hen. Deze gave zorgt er onder andere 
voor dat andere gaven worden geordend en tevoorschijn komen.
Dit heeft als resultaat dat mensen niet uitgeput raken of overbelast.



Lezen: Romeinen 12: 9-21

Gewoon beginnen met geven!

Achter een appartementencomplex aan de rand van de stad staat een boom.
Twee meter hoog, geplant om klimplanten te ondersteunen, en het wordt daar goed voor gebruikt.
De inwoners van de stad hebben klimrozen rond de boom geplant, en daarna hebben ze een
hekwerk gemaakt om de rozen te helpen groeien.
Onder de boom zijn er bloeiende struiken en planten. In de boom hangen vogelhuisjes. 
De boom is mooi om te zien, en ongetwijfeld een groot genoegen voor zijn eigenaren.

Er vlakbij staat een andere boom. Bijna identiek aan deze mooie boom, alleen is hij kaal en ongebruikt.
Jouw leven staat als een boom, een gave van God, wachtend om gebruikt te worden.
Je kunt ervoor kiezen om te klagen dat je boom te kort is, of te dik, of niet zo mooi als die van iemand anders,
of je kunt beginnen met planten.

God zal je niet beoordelen op het feit dat je leven net zo mooi bloeit als dat van een ander.
Maar God zal je beoordelen op het feit of je benut hebt wat Hij je gegeven hebt, of niet.
Beethoven was slechthorend. Hij had kunnen klagen dat zijn gehoor niet zo goed was als dat
van anderen, maar in plaats daarvan is hij gaan planten, en componeerde revolutionair mooie muziek.

De natuurkundige Steven Hawking werd gekweld door een zeldzame ziekte.  
Hij had kunnen klagen dat er niet veel anderen waren met zijn ziekte, maar in plaats daarvan koos hij om te
planten, en ontdekte veel voor de scheikunde van natuurkunde.
Voor elke boom die groter is dan die van jou, kan ik er één laten zien die kleiner is of die
meer beperkingen heeft.
Je hebt zelf de keuze: klaag, of begin met planten.
Jezus’ geschenk aan jou is je leven, wat je ermee doet is jouw geschenk aan Jezus.

Samenvatting:
- Iedereen heeft een bediening!
- Om je bediening uit te kunnen voeren moet je o.a. jezelf leren liefhebben.
- Ook moet je ernaar gaan verlangen om door God gebruikt te worden
- De gaven en talenten die God je heeft gegeven scheppen een verantwoordelijkheid; je
moet je ook inzetten. De basis daarin is de liefde voor anderen.
- Jezus’ geschenk aan jou is je leven, wat je ermee doet is jouw geschenk aan Jezus.
Wij dienen een Persoon!

Amen!!!!!