Preek week 9

preek v.d. week 9

 
Deze week deel 2 uit de serie preken "Gemeente Zijn"

 

 
wij lezen:
1 Petrus 1:14-16

 
De gemeente van Christus moet heilig zijn
Niet wat men normaal vindt, maar zoals God zelf is.
Zo moet een christen zijn. Aan die heiligheid moeten je samen werken in je gemeente.

 
Een gemeente van Christus moet heilig zijn

 

Laten wij lezen:
1 Petrus 1:13-21

 
EEN GEMEENTE VAN CHRISTUS MOET HEILIG ZIJN

 
1. niet wat men normaal vindt
2. maar zoals God zelf is
3. in alles

 

 
Een norm is een soort regel van hoe je moet zijn of hoe je moet doen.

 
Wat is de norm voor meedoen in de gemeente?

 
Moet je blijven napraten na kerktijd?
Moet je blijven als het koffiedrinken is?
Moet je meedoen met wijkavonden of straks met kleine groepen?
Moet je iets doen aan gezamenlijke bijbelstudie?

 
Het staat nergens.
Het is geen voorwaarde om lid te worden of te blijven.
En tegelijk is er toch een bepaald patroon dat als normaal beschouwd wordt.
Het wordt in een gemeente normaal gevonden dat je naar de kerk gaat, dat je meedoet met allerlei dingen,
tenzij je redenen hebt om het niet te kunnen.
Vaak is wat de meeste gemeenteleden doen wordt eigenlijk wel van iedereen verwacht.

 
Nogmaals, het staat nergens. Maar ondertussen is er wel een bepaalde norm.
‘Zo doen wij dat’. Of: dat doen wij gewoon niet.
Maar wat zegt de bijbel over de norm voor een christen?
Dat hebben we net gelezen in 1 Petrus 1.
Daar gaat het niet direct over het gemeente zijn. Het heeft er wel alles mee te maken.
Een christen moet heilig zijn.
Geef niet opnieuw toe aan de begeerten waardoor u vroeger, toen u nog onwetend was, werd beheerst.
Petrus schrijft dit aan mensen die Jezus Christus leerden kennen toen ze al volwassen waren.
Zij weten nog heel goed hoe het daarvoor was.
Petrus omschrijft het met een Grieks woord waar ons woord schema vandaan komt.
Een schema, een patroon van dingen die toen voor hen belangrijk waren.
Dingen die iedereen toen belangrijk vond.
Ze werden door beheerst door begeerten waarvan het normaal was dat je daar aan toe gaf. Daar dacht je niet eens bij na.
Petrus schrijft: u was nog onwetend.
Zo werkt dat inderdaad. Heel veel dingen vind je gewoon. Je weet niet beter. Het is het schema, het denkpatroon waarin je opgroeit en dat je kopieert naar je eigen leven.

 
Twee voorbeelden uit de rest van deze brief.
Hoe je omgaat met slaven.
Ik kan me voorstellen dat het toen heel normaal was om negatief en hard te zijn tegenover slaven.
Dat waren maar slaven, die kon je zo een schop geven. Je wist niet beter.
Als klein kind zag je dat je vader al doen, dus dat ging je zelf ook doen.
Of dat het normaal was dat je als vrouw heel veel zorg besteedde aan je uiterlijk, om de aandacht van de mannen te trekken.
Dat je dat als klein meisje al zag bij je moeder en haar vriendinnen. Dan ga je dat als pubermeid ook al doen.
Als iedereen dat normaal vindt, doe je daar aan mee.

 
Zo gaat het vandaag ook.
Neem dat laatste voorbeeld. Het merk Dove heeft nu een campagne met als slogan: praat met je dochter voordat de beautywereld dit doet.
Daar zit een filmpje bij waarin je ziet wat een stortvloed aan schoonheidsidealen een meisje over zich heen krijgt.
Het patroon van onze maatschappij zegt: het is normaal om veel aandacht aan je uiterlijk te besteden, want je moet er zo en zo uitzien.
Een ander voorbeeld dat de laatste tijd aandacht krijgt: het patroon van omgaan van jongens en meiden wat je meekrijgt als je kijkt,
naar MTV en TMF en wat je leest in de Fancy of de Cosmogirl.
Dat het normaal is dat meiden zichzelf zien als lekkere meiden voor jongens die altijd wel iets willen.
Als iedereen iets normaal vindt, doe je daar zo aan mee.
Als dat het normale schema, het normale patroon is, weet je niet beter.

 
Petrus schrijft aan deze christenen: neem niet weer het patroon over van wat men normaal vindt.
De norm is niet wat men norm-aal vindt.
Als je Christus kent, vind je de norm ergens anders.
Die leer je niet door alles wat je om je heen hoort, maar door gehoorzaam te luisteren, als gehoorzame kinderen.
Luisteren naar God, je Vader.
Wat hij zegt, dat is de norm.

 En hou dan meteen maar rekening mee: als je volgens die norm leeft, kunnen andere mensen je abnormaal vinden.
In vers 17 schrijft Petrus: een christen leeft als een vreemdeling. Kijk ook in 2:11,
u bent als vreemdelingen die ver van huis zijn; ik vraag u dringend niet toe te geven aan zelfzuchtige verlangens, die uw ziel in gevaar brengen.
Net zoals wij raar aankijken tegen sommige buitenlanders, omdat ze zo anders zijn dan wij. Ze vinden andere dingen normaal dan wij.
Zo ben je als christen abnormaal. Je leeft in veel dingen volgens een andere norm dan
wat de meeste mensen normaal vinden.

 
Gemeente, dit dwingt je om na te denken.
Wat vind jij normaal? Waar laat jij je norm door bepalen?
Door wat men normaal vindt? Door wat bij jullie thuis normaal gevonden werd?
Die vraag kun je bij heel veel dingen stellen. Ik kom daar straks nog op terug.
Ik koppel hem nu even aan het gemeente-zijn.
Wat is voor jou de norm als het gaat om meedoen in jouw gemeente?
- Ik denk dat het in onze samenleving heel normaal is om te vragen ‘wat heb ik er aan?’, ‘haal ik er genoeg uit voor mezelf?’, ‘voel ik me er happy bij?’.
Maar is dat de normale houding voor een christen? Nee.
- Het kan ook andersom: je kunt van thuis meegekregen hebben dat het normaal is dat je altijd meedoet aan alle gezamenlijke activiteiten in de gemeente;
en door hoe je erover praat kun je een schuldgevoel achterlaten bij mensen die best ook mee zouden willen doen,
maar door psychosociale oorzaken het gewoon niet kùnnen.
Het kan heel liefdeloos zijn als je dan toch op die zogenaamde norm blijft hameren.

 
Wat is dan de norm?
Het is dus niet wat men in deze samenleving normaal vindt.
Het is niet wat men in de gemeente normaal vindt, of wat je in je opvoeding als normaal hebt meegekregen,
ook niet als dat een christelijke opvoeding is geweest.
Wat dan wel?
Petrus schrijft het zo: leid een leven dat in alle opzichten heilig is, zoals hij die u geroepen heeft heilig is.
Er staat immers geschreven ‘wees heilig, want ik ben heilig’.
Wat is de norm, wat is de regel als je Jezus Christus liefhebt: heilig zijn zoals God heilig is.
God zelf is de norm.
Normaal is wat God normaal vindt.
Normaal is hoe God zelf is.

 
Petrus heeft dat van Jezus zelf geleerd.
Jezus heeft gezegd: wees volmaakt, zoals jullie hemelse Vader volmaakt is. (Matt.5:48)
En Johannes, de collega van Petrus, heeft dat ook onthouden en zegt weer iets anders: maak je rein zoals hij rein is (1 Joh.3:3).
Paulus zegt het zo (Kol.3:10): je wordt vernieuwd naar het beeld van je Schepper.
Zoals je Schepper is, zo moet jij zijn.

 


God de Heer zelf is de norm.

 
Om misverstand te voorkomen: Je moet de norm niet zien als voorwaarde: eerst heilig zijn, dan mag je pas bij God komen.
Er is helemaal geen voorwaarde om bij God te mogen komen.
Iedereen mag komen. God roept je: geloof in Jezus Christus, geloof dat ik je liefheb, geloof dat ik je zonden vergeef en kom zo bij mij.
Het evangelie van Jezus Christus is voor onheilige, foute mensen; mensen die alles doen wat God verboden heeft,
maar daarmee wel naar God toegaan. Je door God laten roepen.
En dan gééft God je de heiliging. Door zijn Heilige Geest.
Zo zei het Petrus het meteen aan het begin van zijn brief: aan de uitverkorenen die door God, de Vader, voorbestemd zijn om,
geheiligd door de Geest, gehoorzaam te zijn aan Jezus Christus.
God de Vader roept mensen en maakt hen heilig door zijn Geest.
Daarom staat dat er ook bij in vers 15: wees heilig zoals hij die u geroepen heeft, heilig is.
Je hoeft dat niet op eigen kracht te gaan doen. Het is geen voorwaarde waar jij eerst aan moet voldoen.
Nee, de heilige God roept je, zo onheilig als je bent. Hij roept je naar hem toe, naar zijn heiligheid. Daar mag je zomaar komen.
En dan wil hij door zijn Heilige Geest je ook steeds meer heilig maken zodat je steeds meer heilig gaat leven.

 
En hoe is dat dan? Hoe ziet die heiligheid er uit? Wat is de norm daarvoor?
Dat is God zelf.
Hij is heilig en hij wil dat jij net zo bent als hij.
Heilig.
Ik vind dat best een moeilijk woord. Het heeft vaak een slechte klank. Niemand wil een heilig boontje zijn.
Je kunt het omschrijven als: op God gericht. En dan helemaal.
Zuiver, door en door. Niet je eigen belang, maar God centraal. Helemaal voor God.
Verderop in 1 Petrus staat dat we een heilige priesterschap moeten vormen om geestelijke offers te brengen (2:5):
heilig, op God gericht, om te geven aan hem.
En het gaat in 3:5 over de heilige vrouwen die hun hoop op God vestigden.
Het heilige van die vrouwen was dat God zo’n grote plek in hun leven had.
Wees heilig, wees op God gericht.
Niet je eigen belang, je eigen begeerte, zodat jij er wat mee opschiet.
Maar in alles God voor ogen hebben.

 
Heilig zijn zoals God heilig is.
Hij zelf is de norm.
Niet wat mensen normaal vinden, wat we in de kerk gewend zijn, wat je voor jezelf belangrijk vindt, wat volgens jou haalbaar is,
maar God zelf is de norm.
Dus bij alle vragen van ‘zal ik dit wel of niet doen, wat verwacht ik van mezelf, wat mogen mensen van me verwachten,
doe ik wel of niet mee’ - uiteindelijk is de vraag: wie is God, hoe is hij en hoe zal ik dus zijn als ik net zo heilig ben als hij?
Neem die manier van denken eens mee, deze week.
Probeer dat maar eens toe te passen.

 
En dat dan in alles.

 
Petrus schrijft dat nadrukkelijk: leid een leven dat in alle opzichten heilig is.
Heilig zijn zoals God, dat doe je niet alleen in de kerk, maar altijd.
Ik gaf net al twee voorbeelden vanuit deze brief van Petrus.
- Hoe je omgaat met slaven. Net zo geduldig en vriendelijk als God zelf is.
- En het schoonheidsideaal voor vrouwen: aantrekkelijk zijn door hoe je omgaat met mensen.
Ik hoorde een keer van een vrouw die had van een ander te horen gekregen: ik vind dat jij op Jezus lijkt.
Dat ging niet over haar uiterlijk, maar hoe ze deed. Het mooiste compliment wat je kunt krijgen!
Omgaan met slaven, gebruik van make-up: heilig zijn zoals God in heel gewone dingen.
Op het schoolplein, in de winkel, tijdens een werkbespreking enzovoort.
In alles God als norm. Niet wat men normaal vindt, maar wat je geleerd hebt over wie God is.

 
Ik maakte ook al een toepassing richting het gemeenteleven, het wel of niet meedoen.
Heilig voor God, dus niet ‘heb ik er wel wat aan?’ , maar ‘waar doe ik God recht mee’; ‘wat kan ik betekenen voor m’n medemens’.
En dus ook dat andere: niet iemand veroordelen omdat hij niet meedoet, maar eens gaan praten, vragen, luisteren:
waarom houd jij je zo afzijdig? Niet veroordelen, maar geduldig uitnodigen. Zoals God ook met liefde mensen roept.

 
Heilig in alles.
Ik kan nog veel meer toepassing bedenken. Dat moet ik niet doen.
Dat moet u samen doen. Ook daar ben je gemeente voor.
Het is knap lastig om altijd in je eentje te bedenken wat de heiligheid van God betekent voor jouw dagelijkse leven. Het is nog lastiger om het in je eentje, zonder steun van anderen, vol te houden en in praktijk te brengen.
Maar je hoeft het niet alleen te doen.
Werken aan steeds meer heilig zijn, dat mag je samen doen als gemeente.
In hoofstuk 2 schrijft Petrus: je bent samen een heilig volk.

 
Je mag elkaar helpen om de heiligheid van God toe te passen in je leven.
Samen erover praten: wat is nu normaal? Wat is normaal volgens de norm van Gods heiligheid?
En dan heeft ieder zijn eigen situatie, zijn eigen vragen.
Samen mag je elkaar helpen: joh, dat kun je zo doen. Dan kun je misschien dát zeggen.
Hé, jij zei dat je het daar zo moeilijk mee had, hoe gaat dat nu?
Elkaar helpen om verder te komen in heilig leven in alles, in die praktische dingen.

 
Daarvoor moet je persoonlijk met elkaar in gesprek. Naar elkaar luisteren. Samen zoeken: wat is in dit geval het beste.
Het is goed om erover na te denken hoe we dat misschien wel vorm kunnen geven.
Want je hebt elkaar zo nodig in de gemeente, juist ook om hier aan te werken: heilig zijn, zijn zoals God, in alles.

 

AMEN !!!!!!!!!!

 

 

volgende week gaan wij verder met de brieven van Petrus