Preek week 8

Preek v.d. week 8




Deze week starten wij met een serie over: "Gemeente  zijn"

 
We lezen in de eerste brief van Petrus, met daarbij de vraag: wat betekent dit voor ons werken aan de gemeente?

1 Petrus 1:3-9

 
 
De eerste drie preken typeren onze houding in de gemeente:
- hoopvol
- heilig
- liefdevol


 

Laten wij Lezen:

 
1 Petrus 1:9-12

 
De gemeente van Christus is hoopvol
De levenshouding van hoop, vanuit het verbonden zijn met de God die nieuwe dingen doet en die ons de grote erfenis belooft.
Laat dat doorwerken in hoe we bezig zijn met het gemeente-zijn.

 

 
Een gemeente van Christus mag hoopvol zijn!!!!!!!

 
Laten wij lezen:

 
1 Petrus 1:1-12

 
Een gemeente van Christus mag hoopvol zijn

1. basis: God doet nieuwe dingen
2. inhoud: de erfenis ligt klaar
3. uitwerking: ga met vreugde verder

 
Als Gemeente moet je nadenken over het feit hoe je wil zijn als een Gemeente
De komende weken krijgt dat speciaal aandacht, in 3 preken.

 
Maar verwacht je er ook echt iets van?
Ik hoor wel reacties van mensen die weinig hoop hebben dat we er iets mee opschieten.
Soms hebben mensen heel negatieve verwachtingen. Soms proef je pessimisme.
Maar een gemeente van Christus mag toch juist hoopvol zijn.
Een christen mag toch juist optimistisch zijn. Goede verwachtingen hebben.
De denkrichting van een christelijke gemeente is toch niet down (‘het wordt toch niks’), maar juist up (‘we kunnen iets moois verwachten’).

 
Of zit optimisme en pessimisme gewoon in je karakter?
De ene mens ziet altijd dat het glas half vol is en de ander zegt dat het half leeg is.
Daarvoor maakt het niet uit of je christen bent.
Zo lijkt het inderdaad wel en voor een deel zal het zo zijn.
Maar het is me toch iets te simpel.
Hoopvol zijn is ook iets dat je kunt leren.
Of sterker nog: het is een levenshouding die God in je wil laten groeien. En waar je hem om mag vragen.
Heer, leer me te hopen. Leer me veel te verwachten.

 
We hebben gelezen over hoop in de brief van Petrus.
Daar gaat het helemaal niet over gemeenteopbouw-plannen. Het gaat niet over optimisme of pessimisme.
De mensen aan wie Petrus deze brief schrijft, hebben een heel andere reden om down te zijn.
Ze hebben het zwaar door druk van buitenaf.
Omdat ze christen zijn, merken ze weerstand. In die samenleving werden christenen niet geaccepteerd.
Petrus schrijft deze brief om die mensen te bemoedigen.
Het eerste wat hij schrijft: je mag leven met hoop. Niet down, maar up.
Dwars door je moeiten heen toch hoopvol zijn.
God wil je leren te leven in hoop.
Petrus zegt het heel sterk: God heeft ons opnieuw geboren doen worden om te leven in hoop.
Opnieuw geboren - dat is in de bijbel een uitdrukking voor: tot geloof komen, christen worden, een ander mens worden.
Je oude mens, dat ben je zoals je uit jezelf bent. Met alle fouten die je maakt, met je egoïsme, je oneerlijkheid, je gebrek aan liefde.
Maar God laat, door het geloof in Jezus Christus, een nieuwe mens in je geboren worden.
Dat is hoe Jezus Christus je verandert.
Petrus schrijft daarover: je wordt nog een keer geboren om voortaan te leven in hoop.
Als je in Jezus Christus gaat geloven, ben je voortaan een mens met hoop. Iemand die veel verwacht. Optimistisch.
Dat is een verandering die God geeft en die hoort bij christen-zijn.
Opnieuw geboren om voortaan hoop te hebben.




 

Waar komt dat vandaan, die hoop?
Waarom zou een christen een hoopvol mens zijn?
Dat staat erbij. Hij heeft ons opnieuw geboren doen worden om te leven in hoop door de opstanding van Jezus Christus uit de dood.
De hoop van een christen heeft alles te maken met wat er gebeurde met Pasen.
Jezus was gestorven. Ze hadden hem aan een kruis getimmerd, als doodstraf. Ze wilden hem niet. Hij stierf, werd in een graf gelegd.
Maar God zei: het is niet afgelopen. Op de derde dag ging het graf open. Jezus kwam overeind. God gaf hem het leven terug.
Hij ging uit het graf, zocht zijn vrienden weer op en daarna is hij ook niet weer gestorven.
Hij is zo van de aarde weggegaan, naar de hemelse werkelijkheid. Hij leeft, ook nu.

 
Daar wijst Petrus naar als het gaat om de hoop. De opstanding van Jezus Christus maakt dat we hoopvol kunnen zijn.
Opvallend is dat Petrus hier het woordje ‘ons’ gebruikt: hij heeft ons opnieuw geboren doen om te leven in hoop.
In de rest van de brief is het allemaal ‘u’. Hier schrijft hij: ons. Want hij voelt zich er sterk bij betrokken.
Petrus heeft op een heel bijzondere manier ervaren hoe de opstanding van Jezus Christus maakt dat je hoopvol kunt zijn.

 
Kent u het verhaal van Petrus?
Petrus was één van de trouwste volgelingen van Jezus. Toen Jezus overal preekte en mensen hielp, was Petrus er altijd bij.
Hij zag het helemaal zitten met Jezus. Hij verwachtte het koninkrijk van God waar Jezus voor zou zorgen. Wat een toekomst zou dat zijn!
Maar in één klap was heel die mooie droom voorbij.
Want zijn Jezus werd gevangen genomen. Petrus zelf kwam onder druk te staan toen ze aan hem vroegen ‘hé, hoor jij ook niet bij die man’.
Toen heeft Petrus keihard ontkend. ‘Die Jezus, die ken ik helemaal niet’. Hij had afstand genomen.
Daarna had hij vanaf een afstand gezien dat Jezus aan het kruis geslagen werd en dat hij stierf.
Het was voorbij.
We kunnen ons niet indenken wat een klap dat geweest is voor Petrus.
Alles was over. Hij stond met lege handen.
Alle reden om heel down te zijn.

 
Tot hij Jezus weer tegenkwam. Een levende Jezus.
Jezus zocht Petrus op, om het duidelijk te maken: het is helemaal niet voorbij.
Het is ook voor jou niet voorbij, al heb je me nog zo laten vallen.
Ik ga verder en jij gaat daarin mee.
Vanaf dat moment staan bij Petrus alle pijlen omhoog. Niet down, maar up.
De opstanding geeft hoop. God heeft in de opstanding laten zien dat hij nieuwe dingen doet. Nieuw leven uit de dood.
Nieuwe toekomst terwijl het leek alsof alles stukgelopen was.
Petrus voelt het nog: ik werd opnieuw geboren. Een nieuwe Petrus: ik kreeg weer hoop: yes, het komt goed; ik kan weer verder.

 
Als je de hele bijbel doorleest, zul je zien dat dit vaak terugkomt: God is de God die nieuwe dingen doet.
Als iets vastgelopen is, trekt hij het weer vlot. Als het leven eruit is, blaast hij er weer leven in.
Wat mensen kapot laten gaan, maakt hij weer heel.
Daarom mag je als christen leven in hoop. Optimistisch. Vol verwachting.
Omdat je door Jezus Christus verbonden bent met de God die nieuwe dingen doet.
De God van de opstanding, de God van leven uit de dood.
Als hij dát kan en doet, kun je nog heel wat verwachten.

 
Ik vraag aan de gemeente: herkent u dit voor uzelf? Leef je in hoop. Is dat je levensrichting: hoopvol, omhoog?
Als je dat moeilijk vindt: weet je dat God de God is die nieuwe dingen doet?

 
Als je nog niet bekeerd bent en je kent het christelijk geloof niet van binnenuit:
dit is één van de heerlijke dingen van het geloof in Jezus Christus. Je krijgt er hoop van.

 
Betekent dat dan dat je als christen ‘in het wilde weg’ alles mag verwachten en dat je erop kunt rekenen dat het dan gebeurt?
Doet God nieuwe dingen op bestelling: ‘Heer, graag dat en dat en dat’ - en dan zeker weten dat het gebeurt?
Nee. Een duidelijk voorbeeld uit deze brief: verderop schrijft Petrus over slaven die het moeilijk hebben omdat ze een wrede meester hebben.
Petrus schrijft dan niet ‘bid maar tot God dat die meester je vrij zal laten en dan kun je er op rekenen dat het gebeurt’.

 
De inhoud van de hoop van een christen is niet maar alles wat jij graag zou willen.

Petrus zegt in vers 4 en 5 wat vooral de inhoud van de christelijke hoop is.
In de oorspronkelijke taal is het vanaf vers 3 één doorlopende zin: u bent opnieuw geboren om te leven in hoop,
u bent opnieuw geboren voor een onvergankelijke, ongerepte erfenis.
Een erfenis, dat is iets dat je zeker zult krijgen, maar nog niet nu. Je weet nog niet wanneer je het krijgt. Maar je gaat het wel krijgen.
Een christen is een mens voor wie zo’n erfenis klaar ligt.
Er ligt iets te wachten. Wanneer je het krijgt, weet je nog niet, maar krijgen zul je het.
 

Die erfenis is de redding die aan het einde van de tijd zeker geopenbaard zal worden.
Aan het einde van de tijd. Dat is (volgens vers 7): wanneer Jezus Christus zich zal openbaren.
Jezus Christus heeft gezegd: ik ga terug naar de hemelse werkelijkheid. Daar is hij nu. Maar hij zei erbij: ik kom weer terug.
Hij komt en zal dan laten zien wie hij nu is: de grote Koning van heel de wereld.
Hij komt terug en grijpt dan in. Hij maakt een einde aan alles wat nu de wereld in z’n greep houdt: alle onrecht, oorlog, honger, ziekte, geweld.
Dan komt er een nieuwe wereld, een nieuwe samenleving. God en mens leven samen. In vrede. In heelheid,

 
Dat is de redding die aan het einde van de tijd geopenbaard zal worden.
Het klinkt te gek voor woorden.
Ik kan me goed voorstellen dat je zegt ‘maak dat een ander maar wijs; fijn dat jullie dat hier in de kerk geloven, maar een nuchter denkend mens kan hier niets mee’.
Ik kan me voorstellen dat je zo reageert.
Maar ook dit ligt vast in de opstanding van Jezus Christus.
En er zijn genoeg historische aanwijzingen die het verhaal van die opstanding van Jezus ondersteunen.
Die Jezus heeft dit toegezegd.
Hij heeft eerst in zijn eigen lichaam de dood overwonnen en hij zal terugkomen om in heel de wereld de dood te overwinnen.
Want de dood hoort niet bij het leven.
De God die Jezus uit de dood terughaalde, zal ook deze wereld uit de greep van de dood halen.

 
Die wereld zonder dood mag je verwachten als je gelooft in Jezus Christus.
Je mag er op rekenen dat ook voor jou daar een plek is.
Als je gelooft in Jezus Christus, mag je die zekerheid hebben.
Dat is de hoop waarmee je mag leven: je leeft op weg naar die heerlijke wereld.

 
Dat maakt een christen hoopvol.
Je hoort bij de God die nieuwe dingen doet en er ligt een erfenis voor je klaar.
Dat mag uitwerking hebben in hoe je leeft. Hoe je in het leven staat.
Vers 6: verheug je hierover.
Dit maakt dat je blij kunt zijn.
Ook blij dwars door moeiten heen.
De lezers van deze brief hadden het zwaar omdat ze christen geworden waren.
Ze hadden veel redenen om down te zijn, maar door deze hoop mogen ze dwars door alles heen blij zijn.

 
In vers 8 noemt Petrus het een onuitsprekelijke, hemelse vreugde.
Weten dat je hoort bij de God die nieuwe dingen doet, geeft je een levenshouding die moeilijk uit te leggen is.
Een blijdschap van binnen die gevoed wordt vanuit de hemel.
Niet blij door de omstandigheden, maar blij vanuit God.
En daardoor positief in het leven staan.

 
In de rest van deze brief laat Petrus zien hoe dat door mag werken.
Ik noemde net al de slaven die een wrede meester hebben.
Tegen hen zegt Petrus: als je aandacht op God gericht is, kun je onverdiend leed verdragen.
Tegenover de negatieve houding van zulke slavendrijvers mag een christen-slaaf een positieve levenshouding uitstralen. (2:19)
Petrus schrijft ook in het algemeen dat mensen hen zullen uitlachen omdat ze christen zijn.
Hij schrijft dan: wees niet bang voor de mensen, laat u door niets in verwarring brengen.
Wees steeds bereid om u te verantwoorden, zachtmoedig en met respect.
Vanuit het verbonden zijn met God kun je positief reageren op mensen die zo negatief tegen je doen. (3:14-16)
Als je te lijden hebt omdat je christen bent, blijf dan het goede doen en je leven toevertrouwen aan God. (4:19)
Maar ook binnen de christelijke gemeente (3:9), vergeld geen kwaad met kwaad, en als u wordt uitgescholden,
scheld dan niet terug zegen juist, opdat u ook zelf zegen ontvangt.

 
In heel deze brief zie je hoe de positieve levenshouding van een christen mag staan tegenover alles wat negatief is.
De levenshouding van hoop.
Een levenshouding die je niet uit jezelf hebt, maar waarvoor God je opnieuw geboren laat worden door de opstanding van Jezus Christus.
Een levenshouding waar je dus ook om mag vragen.
Niet zeggen ‘dat heb ik nou eenmaal niet, zo is m’n karakter niet’.
Zo wil God je laten worden.
Hier mag je om bidden.

 
Wat is het waardevol als die houding er ook is nu we als gemeente nadenken over hoe we gemeente zijn.
Ook dat mogen we doen vanuit hoop. Met een positieve richting.
Werken aan de opbouw van de gemeente is niet (zoals wel eens gezegd wordt) trekken aan een dood paard.
Het is bezig zijn in de gemeente van de God die een dode Jezus terugbracht in het leven en die eens heel de wereld zal laten volstromen van leven.
Je mag van hem vragen en verwachten dat hij ook zijn gemeente dus ook die waar jij komt laat volstromen van leven.
Daarom mogen we met goede moed aan het werk gaan.
Als nieuw geboren mensen die leven in hoop.

 
AMEN

 
Volgende week gaan wij verder met "Gemeente zijn"