preek week 6

preek v.d. week 6



 

 

Maar Christus is werkelijk uit de dood opgewekt, als de eerste van de gestorvenen.

 

laten wij lezen: 1 Korintiërs 15:20

 

20 Maar zo is het gelukkig niet! Christus is weer levend gemaakt, als eerste van de velen die gestorven zijn.

 
 

 
De apostel Paulus is  van alle apostelen misschien wel de belangrijkste en interessantste figuur.
Hij had niet behoord tot de groep discipelen die Jezus tijdens zijn bediening had meegemaakt en gevolgd.
Hij woonde in Tarsus in Klein Azië en was een jongeman van misschien 19-21 jaar. 
Hij werd geïnteresseerd in de Joodse wetten en theologie,
ging daarom studeren in Jeruzalem en zat in de colleges van de geleerde schriftgeleerden zoals Gamaliël.
In die tijd groeide de christelijke gemeente in Jeruzalem en omstreken heel snel en de leiders van het volk,
gingen haar meer en meer als een bedreiging zien voor het voortbestaan van de Joodse cultuur en religie.
Paulus kon dit niet rustig blijven aanzien en met zijn fanatieke 
en ijverzuchtige aard zette hij zich ertoe christenen op te sporen en in de gevangenis te gooien.
Hij ontzag niemand, mannen, vrouwen en kinderen kwamen in de gevangenis terecht en sommigen kwamen onder erbarmelijke omstandigheden om. Het gevolg van deze vervolging was dat de christenen 
zich over het gehele land en zelfs erbuiten verspreidden. Er ontstond o.a. een gemeente 
in Damascus die blijkbaar grote invloed kreeg en daarom nam Paulus zich voor ook daar de christenen te gaan inrekenen.
Dus ging hij op reis naar Damascus. Op weg naar Damascus werd zijn leven echter totaal veranderd.
De Heer verscheen en overweldigde hem.
Dit leidde tot zijn bekering.

 
Hoewel Paulus niet zelf de opgestane Jezus had meegemaakt, 
had hij direct contact met de eerste getuigen van de opgestane Heer.
Maar Paulus kon zelf ook getuigen van verschijningen van Jezus.
Allereerst verscheen hij hem op de weg naar 
Damascus en daarna verscheen de Heer nog enkele malen aan hem.

 
We lezen in 1 Korintiërs 15:8
 

8-9 En als allerlaatste heb ik Hem ook gezien; ik, een onwaardige.
Ik ben de minste van alle apostelen en zou niet eens apostel mogen worden genoemd, 
omdat ik de Gemeente van God vervolgd heb.

 
Voor Paulus was het zonneklaar dat Jezus, de gekruisigde, was opgestaan.
Het is bekend dat veel heidenen moeite hadden met het geloven in een opstanding uit de dood.
Tevens gingen er ook reeds in de eerste gemeente stemmen van twijfel en kritiek op: "Is Jezus wel echt opgestaan,"
(lees vers 12)
.

12 Als u nu het heerlijke nieuws hebt gehoord dat Christus weer levend is geworden,
hoe kunnen sommigen van u dan zeggen dat er geen enkele dode ooit weer levend wordt?

 
Paulus gaat die twijfelaars en critici aantonen dat de consequenties 
van het niet geloven in de opstanding van Jezus ernstige gevolgen voor hun geloof heeft.
Hij voert een drietal argumenten aan.

 
Als Christus niet is opgestaan:

 
1. Dan zijn wij valse getuigen
2. Dan zijn wij nog gevangenen van de zonde
3. Dan zijn wij beklagenswaardige mensen

 



1. Dan zijn wij valse getuigen

 Het verhaal dat Jezus niet is opgestaan is zo oud als het verhaal over de opstanding zelf.
Toen de Romeinse soldaten, die het graf van Jezus bewaakten bij 
de overpriesters kwamen en vertelden wat er was gebeurd,
een verschijning als de bliksem, die de steen wegrolde en er bovenop ging zitten,
werden zij betaald om rond te vertellen dat de discipelen 
het lichaam hadden gestolen (Matteüs 28:11-15).
 

11 Terwijl de twee vrouwen naar de discipelen onderweg waren, 
gingen enkelen van de mannen die bij het graf de wacht hadden gehouden,
naar de leidende priesters. Zij vertelden wat er was gebeurd.

 12 De Hoge Raad werd onmiddellijk bijeengeroepen. 
Ze besloten de bewakers om te kopen en te laten zeggen dat ze in slaap waren gevallen.

 13 Daardoor hadden de discipelen van Jezus Zijn lichaam kunnen weghalen.
 

14 "En als de gouverneur ervan hoort", zei de Raad, "zullen wij wel een goed woordje voor jullie doen. 
Jullie hoeven echt niet ongerust te zijn."
 

15 De bewakers namen de steekpenningen aan en deden wat hun was opgedragen. 
Zo is dit verhaal onder de Joden ontstaan. En zij geloven het nu nog steeds.

 
 

 
Tot op de dag van vandaag zijn er mensen die beweren dat de opstanding gewoon een mythe, 
een verzinsel, moet zijn, want doden staan immers niet op.
Jezus zou niet echt dood zijn geweest en gewoon in het koele graf weer bij kennis zijn gekomen.
Maar het is wel zeker dat als dit waar zou zijn dan had hij onmiddellijk 
naar de intensive care van het ziekenhuis van Jeruzalem moeten 
zijn vervoerd en zware operaties moet hebben ondergaan,
al was het alleen maar om het gegeven dat hij een speerstoet in zijn zij 
had gehad die tot dicht bij zijn hart moet zijn doorgedrongen.
Het is niet realistisch te veronderstellen dat hij het zonder medische hulp gehaald zou hebben.
Sommigen houden echter vast aan de overtuiging dat er geen doden opstaan.

 
Maar wat moeten we dan met het verhaal over Daniël Ekechukwu, 
die op 2 december 2001 na ongeveer 50 uur dood te zijn geweest, tot het leven terugkwam?
Gewoon weer bij kennis zijn gekomen dus, na 50 uur dood te zijn 
geweest en met het lichaam zo stijf als een gedroogde vis,
plus na nog eens behandeld te zijn met een chemisch middel ter voorbereiding op het balsemen.
De arts die zijn overlijdenscertificaat had uitgeschreven en ondertekend en door de beheerder van het mortuarium,
waar het dode lichaam langer dan een dag had gelegen.
Hij wenste alleen graag meer medische gegevens over deze hoogst ongewone opwekking.
Hij had al duizenden Bijna Dood Ervaringen bestudeerd, maar zo'n verhaal nog nooit gelezen; 
hij wilde het verhaal van deze opwekking echter wel geloven.

 
Christus zou dus niet zijn opgestaan?
Nogmaals, als dat zo zou zijn ben ik ook een valse getuige, dan vertellen er veel op Paaszondag, een leugen.
Dan is het gehele Christendom op een leugen gebaseerd.
Het ontstaan van het christelijk geloof en de grote groei ervan is echter 
alleen te verklaren op grond van één feit: dat Christus wel is opgestaan.

 
2. Dan zijn we nog gevangenen van onze zonden

 
Een besef van schuld, een beschuldigend geweten wekken negatieve 
gevoelens op die de gezondheid van een mens ernstig beschadigen.
Tot deze conclusie zijn psychologen in de vorige eeuw gekomen. 
Hoe zwaarder het schuldgevoel hoe ernstiger de gevolgen voor de psyche en het lichaam kunnen zijn.
Allerlei klachten kunnen uit schuldgevoelens ontstaan, 
van maagklachten tot rugklachten, van hoofdpijn tot ernstige depressiviteit.

 
Dan is er ook het besef van 'ik verdien straf vanwege mijn zonde.'
Straf krijgen is iets waarvan kleine kinderen al slapeloze nachten kunnen krijgen.
En er is een algemeen religieus besef dat de machten boven ons, de goden, 
voor christenen de Allerhoogste God,
boos is op de mens omdat hij een zondaar is en straf verdient.

 
Christus nam in zijn lijden en sterven onze zonde op zich, Hij droeg onze straf.
Hij nam onze schuld op zich en vertelde na zijn opstanding dat wij vrij van schuld waren.
Dit getuigenis was al onder het Oude Verbond vastgelegd - lees o.a. Jesaja 53.
Maar als Jezus niet zou zijn opgestaan zouden wij nooit hebben kunnen 
weten dat zijn dood deze waarde en betekenis voor ons als zondaars had gekregen.
Hij alleen kon ons dit vertellen en dat kon Hij het meest gezaghebbend doen door op te staan uit de dood.
Dit bedoelde Paulus toen hij schreef in Romeinen 4:25
"Hij die werd prijsgegeven om onze zonden en werd opgewekt omwille van onze rechtvaardiging."

 
Dus als je gelooft in Christus, kun je getuigen van vergeving van zonde.
Alle schuld is Hem afgenomen, want Christus nam alle schuld op zich.
Wij kunnen dus zingen: "Al mijn schuld is weggedaan door het dierbaar bloed van Jezus."

 
Maar als Christus niet is opgestaan zijn wij nog in onze zonden en rust de schuld nog op ons.
Dan is het geloof in vergeving van zonde gewoon flauwekul of 
geloof in een fabel die geen grond van realiteit heeft. "Mensen,"
zo betoogt Paulus, "denk alsjeblieft goed na voordat je beweert dat Jezus niet is opgewekt uit de dood."

 



3. Dan zijn we beklagenswaardige mensen

 
Als Christus niet is opgestaan, is er geen opwekking van doden 
en dan is de hoop op een nieuw leven na de dood, waardeloos.
Christenen zetten al hun hoop op het leven na de dood, het leven in het Koninkrijk van God.
Veel Christenen in landen waar verdrukking heerst, 
offeren voor dit geloof in vergeving van zonen en een eeuwig leven soms alles op,
hun familiebanden op en zelfs hun leven.
Maar als geen doden worden opgewekt, dan is het alles zinloos, 
want het geloof in de opwekking heeft geen waarde.
Dan zouden we beter kunnen meedoen met degenen die niet geloven,
genieten van dit leven en de levensfilosofie praktiseren:
laat ons eten en drinken want morgen sterven we.

 
De grote vraag voor veel mensen is wat er na de dood gebeurd. 
In deze moderne tijd zijn velen geneigd te denken dat het met de dood afgelopen is.
Velen redeneren: "Het evangelie verkondigt dan wel dat er 
wel een voortbestaan van de menselijke ziel is na de dood.
Maar dit kan niet wetenschappelijk worden bevestigd, 
het is 'maar' een geloof en een hoop."
Maar luister even: de wetenschap kan alleen antwoorden geven 
op vragen over de fysieke, tastbare, waarneembare werkelijkheid.
De dood voert naar een dimensie waar we met ons verstand niet 
in kunnen kijken en die we niet kunnen bevatten.
Maar als wij het getuigenis van het evangelie over de opgestane Jezus aanvaarden, 
hebben we een tastbaar voorbeeld van een nieuwe en heerlijke werkelijkheid.

 
Straks dus, zo leert Paulus, zal er een onvergankelijk lichaam zijn, 
krachtig, heerlijk en hemels van hoedanigheid.
Christus heeft als eerste mens zo’n lichaam ontvangen.
Als we Hem geloven zal Hij ons opwekken uit de dood en geeft 
Hij op grond van dit geloof ons als cadeau een dergelijk nieuw, onsterfelijk, hemels ichaam.
Paulus geloofde dit, hij wist het.
Dit geloof geeft ons, christenen, een geheel nieuwe glans aan ons huidige leven.

 
De pijlers van het geloof in de opgestane Heer

 
De eerste pijler zijn de verslagen in de evangeliën.
Vier onafhankelijke verhalen, drie van ooggetuigen, Matteüs, 
Marcus en Johannes en één van een bekeerling van Paulus, de arts Lucas.
Hij schreef dat hij van meet aan alles nauwkeurig was nagegaan 
en zijn bevindingen ordelijk te boek had gesteld (Lucas 1:1-4).
Het was volgens de verslagen in de evangeliën de opgestane Heer zelf die 
voor zijn Joodse volgelingen uit de oude geschriften bewees dat de 
Christus wel moest sterven en ook zou opstaan uit de dood.

 
Na zijn opstanding verscheen Jezus gedurende veertig dagen veel keer aan de discipelen.
Hij verscheen in een huis zonder dat er deuren werden geopend.
Hij verscheen aan mensen die alleen waren en eens aan een grote massa 
van vijfhonderd mensen, zo vertelt Paulus ons in 1 Korintiërs 15:6.
Hij verscheen soms in een andere gedaante, zo vertelt Marcus ons, een niet goed uit te leggen constatering.
Het kan zijn dat hij andere kleding droeg of dat zijn haar anders zat.
Het Griekse woord in Marcus 16:12 slaat in elk geval op de uitwendige verschijning.
Tenslotte steeg Hij op van de aarde en verdween achter een wolk.

 
De tweede pijler van ons geloof zijn de argumenten waarmee gezaghebbend 
kan worden betoogd dat Jezus Christus wel moet zijn opgestaan.
Enkele van die argumenten heb ik in deze Paasprediking behandeld. Nogmaals: 
als Christus niet zou zijn opgestaan zou het Christendom nooit zijn ontstaan.
De discipelen hadden absoluut geen boodschap voor de wereld, 
ontgoocheld en teleurgesteld als zij waren na de voor hen 
totaal onverwachte kruisiging en dood van hun Meester.
Zij waren gereed terug naar huis te gaan en hun gewone dagtaak weer te hervatten.
Zij dachten dat zij hun dromen van een Koninkrijk met 
Jezus wel geheel konden vergeten; het was 'over en uit.'

 
De derde pijler zijn de verschijningen van de opgestane Jezus.
De bekering van Paulus was onmogelijk geweest zonder
een verschijning van de opgestane, verheerlijkte Heer.
Paulus heeft daarna meerdere verschijningen van Jezus gehad.
Door de gehele kerkgeschiedenis heen tot op de dag van vandaag 
zijn er verslagen van verschijningen van Jezus.
Niet slechts gelovigen getuigen van verschijningen van Jezus, 
bijvoorbeeld in een crisis in hun leven, maar er zijn ook ongelovigen,
aanhangers van andere religies die kunnen getuigen van een 
verschijning van Jezus die hen tot bekering en geloof leidde.
Al die verschijningen tonen aan dat Hij een levende Heer is die vanuit 
een hemelse werkelijkheid tot mensen op aarde komt,
hun overtuigend zijn bestaan aantoont en zijn reddende kracht doet ervaren.

 
Jezus is waarlijk opgestaan - het moet wel waar zijn. De historische verslagen zijn er.
De argumenten voor een opstanding zijn er. De ervaringen van christenen 
door de eeuwen heen, tot op de dag van vandaag, zijn er.
De Heer is waarlijk opgestaan en heeft een nieuw leven aan het licht gebracht.
 

Oproep en slot

 
Het lijkt me onmogelijk te geloven in de opstanding en een voortzetting van ons bestaan in het hiernamaals,
en dan toch door te gaan te leven zonder jezelf voor te bereiden 
op het voortbestaan na de dood in een andere dimensie van bestaan.
Als je echt gelooft in de opstanding zul je je huidige leven willen inrichten 
volgens de wil van de Heer die je het geschenk van het eeuwige leven heeft gegeven.

 
Kies vandaag, voor het eerst of bij vernieuwing voor het geloof in Jezus Christus, 
de Zoon van God, gekruisigd voor je zonden,
opgewekt voor je eeuwige, zalige toekomst bij God. 
Ja, zeg het: “Jezus Christus, ik geloof in U.
U bent mijn Redder en Heer.” 
Ga leven voor de eeuwige toekomst die de Heer voor je heeft voorbereid.

 
Want nu de Heer is opgestaan,
nu vangt het nieuwe leven aan.
Een leven door zijn dood bereid;
een leven in zijn heerlijkheid!

 

 
Amen!!!!!!!!!!!