Preek week 50

preek v.d. week 50


 

deel 3  van preken uit en over het Oude Testament.
 

Levitucus 19:2 

vandaag Lezen wij uit Leviticus 18:1-5, 19:1-19, 23-28, 32-37

 

DE HEER WIL ZIJN HEILIGHEID TERUGZIEN IN WAT U DOET


 

Middenin het tentenkamp van Israël stond de grote tent van de HEER,
het heiligdom, de tabernakel.
God woonde midden tussen zijn volk.
Maar hij is de heilige God.
Daarom moest er in het heiligdom steeds geofferd worden.
Daar moesten de heilige priesters bezig zijn.
De gewone Israëlieten waren aan het werk met hun vee, 
met de zorg voor de dagelijkse dingen, en ondertussen waren de priesters,
in de tabernakel steeds bezig met de dienst aan de HEER.
 

Wat we tot nu toe gelezen hebben in Leviticus had steeds daarmee te maken.
De offers, de priesterwijding, de Grote Verzoendag.
Allemaal dingen van het heiligdom, de tent in het midden van het volk.
Nu hebben we ook een stuk overgeslagen. Hoofdstuk 11-15
Dat ging over rein en onrein. Onreine dieren, hoe je als mens onrein werd,
bijvoorbeeld door ziekte.Dat gaat over iets wat je overkomt.
Als je onrein geworden bent, mag je niet naar dat heiligdom van de HEER. In veel gevallen moest er,
om weer rein te worden, een offer gebracht worden in het heiligdom.
Zo heeft alles van Leviticus 1 tot 17 direct of indirect te maken met dat heiligdom.
 

Maar met hoofdstuk 18 gaan we het tentenkamp in.
Even weg bij de tabernakel en gewoon tussen de tenten. Of straks als de Israëlieten
in het nieuwe land wonen: gewoon in het dorp. Bij mensen thuis.
Bij wat mensen dóen. Tijdens het werk. In het dagelijkse bezigzijn.
De HEER zegt: daar wil ik mijn heiligheid ook terugzien.
Niet alleen in die schitterende tent waar de priesters bezig zijn.
Niet alleen op zondag in de kerkdiensten.
Maar ook als je de graanoogst binnenhaalt en je ziet dat er nog wat blijft liggen (vs 9).
Of als je op straat aan het spelen bent en er komt een gehandicapte aan (vers 14).
En als je te maken krijgt met allochtonen die zo anders zijn dan jij (vers 33).
 

Ook in de uithoeken van het tentenkamp wil de HEER zijn heiligheid terugvinden.
In wat je doet. In hoe je bezig bent, hoe je reageert, wat je zegt en zwijgt.
De heiligheid mag niet alleen in die tabernakel zitten. Israël mag niet denken:
als er maar genoeg geofferd wordt, dan is het wel goed.
Als we maar trouw naar de kerk gaan en regelmatig bidden, dan zijn we wel Gods volk.
Nee, God wil het terugzien in wat je doet.
 

Hebt u gezien wat het refrein is in hoofdstuk 19: Ik ben de HEER!
Of soms iets langer: ik ben de HEER, jullie God.
Het is net een soort stempel dat de HEER overal op zet.
Een sticker die overal op geplakt wordt. Ook op situaties en momenten waar je zelf misschien niet direct aan God denkt.

Vers 16. Je staat met elkaar te kletsen en je hebt iets gehoord over een ander dus dat vertel je even lekker door.
Stop, God plakt zijn sticker op je mond. Niet roddelen, ik ben de HEER.

Vers 25. Je hebt ontdekt dat je een Turkse munt van 1 Lira (da’s 55 cent) net zo groot 
en zwaar is als een 2-euro-munt - dus daar kun je in een automaat leuk dingen voor kopen.
Zit er opeens een sticker op die automaat: ik ben de HEER.
Zo geeft Leviticus 19 allerlei voorbeelden waar de HEER zijn 
sticker plakt op jouw dingen van elke dag: ik ben de HEER, jullie God.
 

In vers 2 staat wat dat korte zinnetje betekent: wees heilig, want ik, de HEER, jullie God, ben heilig.
God de HEER wil bij zijn mensen terug herkennen hoe hij zelf is.
Hij wil zichzelf terugzien in wat u doet.
Hij heeft in het eerste deel van Leviticus laten zien: kijk, ik ben heilig,
mijn tent is heilig - dat wil ik ook herkennen bij jullie, in jullie tenten.
Wees heilig want ik ben heilig.
 

Weet u wie zo was, echt helemaal? Jezus Christus.
Hij zegt het zelf, Joh.5:19. ‘Waarachtig, ik verzeker u:
de Zoon kan niets uit zichzelf doen, hij kan alleen doen wat hij de Vader ziet doen;
 

en wat de Vader doet, dat doet de Zoon op dezelfde manier.
Hij deed alles zoals zijn Vader.
Alles van God zie je terug in wat Jezus deed.
Zo heeft Jezus Christus ook dit stuk van Leviticus volbracht, werkelijkheid laten worden.
Niet alleen het eerste stuk, over de offers. Jezus werd niet alleen het echte offer, aan het kruis.
Hij deed ook de echte heiliging. Hij was heilig zoals God heilig is.
En die heiligheid wil hij ook zien bij ons.
 

De offers van verzoening, de Grote Verzoendag, al die dingen van het eerste
deel van Leviticus - dat is allemaal in één keer gebeurd op Goede Vrijdag,
aan het kruis. Je komt in het Nieuwe Testament nergens 
tegen dat wij nog offers vanwege de zonde moeten brengen.
Maar dit tweede stuk van Leviticus kom je wel in het Nieuwe Testament tegen.
Letterlijk, in 1 Petr.1:15,16: leid een leven dat in alle opzichten heilig is,
zoals hij die u geroepen heeft heilig is. Er staat immers geschreven: ‘Wees heilig, want ik ben heilig.’
Je kunt het ook goed herkennen in de brief aan de Hebreeën.
Daar wordt uitgebreid de dienst in de tabernakel vergeleken met 
het werk van Jezus Christus. Met heel duidelijk de boodschap:
wat in het Oude Testament steeds moest gebeuren (de offers voor de zonden),
dat is nu ééns en voor altijd gedaan door Christus.
Maar de laatste hoofdstukken van Hebreeën gaan over het heilig leven voor God.

Hebreeën 12:14, Streef ernaar in vrede te leven met allen en
leid een heilig leven; wie dat niet doet zal de Heer niet zien.
Jezus Christus wil zijn heiligheid terug zien bij zijn christenen!
 

In de kerk staat het kruis centraal. Net zoals bij Israëls tentenkamp de tabernakel in het midden stond.
Volgende week vieren we het Avondmaal. Dan staan hier voor in de kerk brood en wijn centraal.
Een week later vieren we Goede Vrijdag en gedenken we de kruisdood van Christus.
Christen-zijn is: daar naar toe komen en geloven dat Christus eens voor altijd voor jouw fouten is gestorven.
 

Maar christen-zijn is ook: in wat je doet, laten zien wie God is.
Christus niet alleen aan het kruis centraal in de kerk, maar Christus ook te zien in wat je thuis doet.
Dat stickertje ‘ik ben de HEER’- niet alleen op je bijbeltje dat je in
je postvakje laat liggen, maar ook op je agenda, je schooltas, je mobiel,
je portemonnee...
 

Christus wil zichzelf kunnen herkennen in wat jij doet.
Wees heilig, want ik ben heilig.
 

2 Leviticus 19 laat zien dat je dat stickertje overal op kunt plakken.
Ik wil er twee onderwerpen uithalen.
 

Eerst vers 19.  Laat je vee niet paren met dieren van een andere soort.
Zaai je akker niet in met verschillende soorten gewassen.
Draag geen kleren die zijn geweven uit twee soorten garen. Waar slaat dit op?
Waarom mag je twee dingen niet met elkaar mengen?
Eigenlijk weten we het niet. Er zijn wel een paar verklaringen waarom
de HEER dit zo gezegd heeft, maar echt duidelijk is het niet.
Elke verklaring roept ook weer vragen op.
 

Wat, denk ik, wel duidelijk is: de HEER stelt grenzen.
Stop, ho. Hier niet overheen. Wol niet vermengen met linnen.
Uit elkaar houden. Er is een grens. Dat zit ook in een aantal andere regels. 
Vers 23 en verder: als je een vruchtboom plant, dan is het: drie jaar afblijven. 
Het vierde is alles voor de HEER en pas in het vijfde jaar is het voor jezelf. Een duidelijk grens.
Of vers 27-28. Je mag je verdriet laten zien als iemand overleden is. 
Maar er zijn dingen die gewoon niet mogen. Waarschijnlijk omdat ze bij andere volken zo deden.
Dat zit ook in hoofdstuk 18: 3,4. Volg niet de levenswijze van de Egyptenaren, bij wie je gewoond hebt,
noch de levenswijze van de Kanaänieten, naar wie ik je breng.
Leef niet volgens hun bepalingen, maar volgens mijn regels,
houd je aan mijn bepalingen en leef ze na. Ik ben de HEER, jullie God.
Er zijn grenzen. Een grens tussen Israël en de andere volken.
Een grens tussen bij God horen en niet bij hem horen.
En daarom ook grenzen tussen wel doen en niet doen.
 

Heilig zijn zoals de HEER heilig is, dat is ook: die grenzen serieus nemen.
Het normaal vinden dat er in je leven grenzen zijn.
Als de heiligheid van God in jouw leven terug te zien is, vind jij het heel 
gewoon dat er dingen zijn die je niet doet. Grenzen waar je niet over gaat.
Zelfs al vind je het zelf niet altijd logisch dat die grens er is.
Misschien wil de HEER je dat wel duidelijk maken met die bijzondere regel van: geen dingen mengen.
 

Ik nodig je uit om daar eens over na te denken.
Accepteer jij dat er grenzen zijn? Absolute grenzen?
Wij houden daar niet zo van. Dat zwart-wit gedoe hoeft van ons niet.
Als ergens een streep getrokken wordt, heb je altijd wel redenen om er overheen te gaan.
‘In mijn geval ligt het anders’. ‘Normaal doe ik het niet, maar in dit geval’.
‘Ik vind het onzin’.
Wij hebben zo vaak een reden om de grens op te rekken.
De HEER wil zijn heiligheid terugzien in wat u doet:
hij wil dat het voor u en jou normaal is om je aan grenzen te houden.
 

Aan ouders van opgroeiende kinderen de vraag: wat betekent dit voor je opvoeding. 
Leer je je kinderen dat er grenzen zijn? Maak je die grenzen duidelijk?
Leer je je kind dat het heel gewoon is dat het één wel kan en het ander niet?
Laat je dat zelf ook zien? Herkennen je kinderen dat er voor jullie zelf grenzen zijn?
De HEER wil zijn heiligheid terugzien in wat je kinderen doen:
leer hen dat het normaal is om je aan grenzen te houden.
 

3 Nog een ander onderwerp uit dit hoofdstuk.
Bij heiligheid kun je heel eenzijdig denken aan ‘dingen die niet mogen’.
‘Heilig zijn, dan mag je dit niet en dat niet. Dan zijn er overal grenzen. Heilig zijn, 
dat is eigenlijk een beetje wereldvreemd zijn. Altijd bezig met je bijbel en de kerk’. NEE.
 

Het is juist zo mooi duidelijk in Leviticus 19 dat heilig
leven is iets voor de gewone dingen van elke dag.
Heilig zijn zoals de HEER heilig is, dat is ook gewoon een goed 
mens zijn voor andere mensen. Aandacht hebben voor mensen.
 

Vers 8-10: als je aan het oogsten bent, laat dan royaal wat liggen voor de arme,
voor de zwakke in de samenleving. Als je boodschappen gedaan hebt,
geef het muntje van je karretje aan de verkoper van de daklozen-krant.
Of als je je vakantiegeld overmaakt naar de spaarrekening, 
stort dan meteen een deel op een rekening van een goed doel.
Niemand ziet dat, maar de HEER herkent zichzelf in jou!
 

Vers 17: als je boos op iemand bent (en dat kan heel terecht zijn), 
spreek hem dan en maak op een rustige manier duidelijk waarom je boos bent.
Geef hem de gelegenheid om zich te verantwoorden. Dat is veel beter dan maar boos blijven.
Als je eerlijk en met liefde de ander aanspreekt, herkent de HEER zichzelf in jou.
 

Vers 34: ga met allochtonen niet anders om dan met autochtonen. 
Praat niet negatief over ‘die buitenlanders’. Maak een praatje,
leef mee als je collega wil vasten in de ramadan. 
Ga niet mee in het negatieve spreken over islamisering van Nederland.
Heb een ruim hart voor alle mensen en laat dat merken in wat je zegt en wat je doet. 
Dan ziet de HEER zijn heiligheid terug in jou.

 
Vul het verder maar aan.
Heilig zijn in gewone dingen.
Wij moeten oppassen dat we ons christen-zijn niet opsluiten in het naar de
kerk gaan en binnen de gemeente met elkaar meeleven.
De HEER wil niet alleen daar zijn heiligheid terugzien maar net 
zo goed in hoe jij als mens in deze samenleving staat.
 

Terug naar het beeld van het begin.
De tabernakel, de plek waar de heilige God woont.
Maar de HEER wil zijn heiligheid terugzien in hoe zijn mensen zijn.
Het kruis, de vergeving, God die door Christus Jezus bij mensen woont.
We vieren het hier in de kerk, volgende week aan het Avondmaal en de week erna op Goede Vrijdag.
En de HEER wil het vandaag en morgen terugzien in jouw huis, 
tijdens jouw werk en op school. Hij wil zichzelf herkennen in wat u en jij doet! 

AMEN