Preek week 5

Preek v.d. week 5



  

deze week weer een preek die ons terugbrengt naar het Oude Testament

 

We gaan naar het bijbelboek:

Leviticus 1:1-9

 

 

OFFER JEZELF MET CHRISTUS TOTAAL AAN GOD

 
Waar denk je aan bij offeren?
Een dier wordt geslacht, in stukken gesneden en op het vuur van het altaar verbrand.

 
Wat is de betekenis van zo’n offer?

 
Het heeft te maken met vergeving van zonden.
Eigenlijk zou je zelf moeten sterven, als straf voor wat je verkeerd deed.
Maar het dier wordt in jouw plaats gedood en jij krijgt vergeving, verzoening.
Wat is de betekenis voor ons vandaag?
Jezus Christus heeft zichzelf geofferd aan het kruis.
Elke keer als we dingen verkeerd gedaan hebben, 
mogen we geloven dat er vergeving is omdat hij dat offer gebracht heeft.

 
Ik denk dat ik zo wel ongeveer heb samengevat wat
de meeste christenen weten en denken over offers.
Maar klopt het ook???
Ik denk het niet.
Beter gezegd: dit is niet alles.
Offers werden niet alleen maar gebracht omdat mensen gezondigd hadden.
Offeren is veel meer dan alleen vergeving krijgen.

 
Het is goed om dat te ontdekken en erover door te denken.
Want ook geloven in Jezus Christus die stierf aan het kruis 
is veel meer dan alleen vergeving krijgen.
 



Vanuit Leviticus deze boodschap:
OFFER JEZELF MET CHRISTUS TOTAAL AAN GOD

1. Betekenis van het totaaloffer
2. Het totaaloffer van Christus
3. Het totaaloffer van jou als christen

 
Als je door het begin van Leviticus bladert, 
zie je meteen dat er verschillende offers zijn.
Brandoffer, graanoffer, vredeoffer,
reinigingsoffer, hersteloffer. Verschillende namen.
Als je hoofdstuk 1 tot en met 5 helemaal doorleest,
zie je bij dat elk offer weer andere regels gelden.
Die regels gelden voor ons niet meer. Wij hoeven ze niet uit ons hoofd 
te leren om te weten hoe we offers moeten brengen.
Belangrijke vraag voor ons is: wat betekenen die verschillende offers?
Wat heeft de God de HEER daarmee duidelijk willen maken aan zijn volk?
Wat leer je in die offerregels over hoe God zelf is, en over hoe je met hem mag omgaan?

 
U hebt bij het lezen al kunnen zien: dat staat er niet met zoveel woorden.
Er staat niet: ‘breng een brandoffer, want daarmee laat u zien..... of daarmee bereikt u dat....’.
Eigenlijk worden alleen maar de handelingen beschreven, maar niet de betekenis.
Toch moeten we proberen die betekenis eruit te halen. Wat betekent het brandoffer?

 
Dan moet je eens letten op een aantal verschillen tussen het brandoffer en andere offers.
Ik zei in het begin al: bij offers denken wij vaak direct aan zonden die vergeven moeten worden.
Je hebt iets verkeerd gedaan. Je weet: de HEER is boos. Dan moet je een offer brengen.
Ja, maar dit is niet het brandoffer.

 

Dat is het reinigingsoffer.
Kijk maar in Leviticus 4: soms zondigt iemand onopzettelijk tegen 
één van de geboden van de HEER en doet hij onbedoeld iets dat niet toegestaan is.
Als zónde de aanleiding is, moet je een reinigingsoffer brengen.
Maar bij het brandoffer staat helemaal geen aanleiding.
Het brandoffer breng je niet omdat je gezondigd hebt.
Dat zie je ook hieraan:  het volk als geheel bracht elke dag twee brandoffers.
Eén ‘s morgens en één ‘s avonds. Elke dag. Dat staat o.a. 
in Exodus 29:41 en in Leviticus 6:6. Brandoffers werden steeds gebracht.
Maar reinigingsoffers, offers voor vergeving, werden alleen gebracht als er aanleiding voor was.
En voor het hele volk werd het één keer per jaar gedaan,
op de Grote Verzoendag (Leviticus 16).

 
Een tweede verschil: een brandoffer is het enige offer dat in zijn geheel verbrand wordt.
Van andere offerdieren is het altijd maar een deel. 
Bij het vredeoffer bijvoorbeeld wordt het vlees er uit gesneden.
De mooiste stukken zijn voor de priesters om op te eten.
Van de rest wordt een lekkere maaltijd gemaakt voor de familie van degene die offert.
Bij het reinigingsoffer worden grote stukken van het dier op de vuilnishoop gegooid.
Een klein deel van het dier wordt echt verbrand op het altaar.
Maar bij het brandoffer wordt het dier in zijn geheel verbrand.
Alleen de huid is voor de priester (Lev.7:8)
maar verder wordt alles op het altaar gelegd.
Daarom kom je in het Oude Testament nog een ander woord voor brandoffer tegen,
een woord dat je kunt vertalen met: totaal-offer.
(Deut.33:10, 1 Sam.7:9, Ps. 51:21)



 
Nog een ander verschil.
In hoofdstuk 1 vers 3 en 4 staat een woord dat je niet 
tegenkomt bij de reinigings- en de hersteloffers.
Het staat hier vertaald met: aanvaarden.
Ik denk dat dat wat mager vertaald is. Het heeft iets van: blij zijn met, 
vriendelijk gezind zijn. In de vorige vertaling stond: welgevallig zijn.
Een positieve reactie van God naar degene die offert.
Dat is wat anders dan vergeving.
Vergeving, dat is van boos naar niet meer boos.
Dít gaat verder. Dit is van ‘neutraal’ naar blij.
Een brandoffer, een totaaloffer, is een offer dat de HERE graag aanneemt, 
waar hij blij mee is.

 
Ik moet wel zeggen: ook bij het brandoffer staat het woord ‘verzoening’, in vers 4.
Het offer zal door de HEER met liefde aangenomen worden als verzoening.
De goede relatie met de HEER, daarvoor moet blijkbaar niet alleen 
de zonde worden weggehaald (door het reinigingsoffer);
daarvoor is het ook nodig om jezelf helemaal aan God te geven.
Het totaaloffer, het helemaal aan de HEER geven, 
om zo de band met hem te bevestigen en te versterken.

 

Wat zou nu de betekenis zijn van het brandoffer, het totaaloffer?
Het is niet omdat je gezondigd hebt, maar het is het steeds opnieuw 
(voor het hele volk: elke dag) je helemaal geven aan de HEER.
De offeraar legde zijn hand op de kop van het beest.
Hij ging als het ware zelf in dat dier.
Dat dier ging helemaal op het altaar. Helemaal voor de HEER.
Het ging in de rook omhoog. Het Hebreeuwse woord 
voor brandoffer heeft te maken met ‘omhoog gaan’.
HEER, hier ben ik, hier zijn wij.
Totaal voor u.

 
Dat is de betekenis van het brandoffer, het totaaloffer.
Je helemaal geven aan de HEER.
Niet om iets goed te maken. Niet om vergeving te krijgen.
Maar om je liefde en toewijding aan hem te laten zien.

 
Ik vind het opvallend dat dit offer als eerste beschreven wordt in Leviticus.
Het begint hier niet met offers voor vergeving.
De eerste vraag is niet: ik heb veel verkeerd gedaan, 
hoe kan ik van mijn zonde afkomen, 
hoe kan ik maken dat ik geen straf van God krijg?
Het eerste is: hoe laat ik aan de HEER zien dat ik hem met heel mijn leven wil dienen?

 
Daarom is het totaaloffer ook echt zo’n offer voor ‘s morgens.
Zo’n gebed om de dag mee te beginnen.
HEER, een nieuwe dag. Ik geef mijn leven vandaag aan u!
Neem mijn leven, laat het Heer toegewijd zijn aan uw eer!
Totaal voor u.

 
Zo’n brandoffer, zo’n stier in stukken op een brandhout en dan heel veel rook - dat doen wij niet meer.
Heel dat offeren is gestopt doordat Jezus Christus is gekomen.
Zo moeten wij nu deze wetten lezen.
Wat de HEER toen tegen Israël zei, heeft Jezus Christus waargemaakt. 
Hij heeft het gedaan. Hij heeft zichzelf geofferd.
Heeft Jezus ook dat totaaloffer gebracht? Ja.
Maar denk dan niet meteen aan het kruis, aan het sterven op Goede Vrijdag.
Dat was ook een offer, maar dat was het reinigingsoffer.
Dat was het offer omdat er gezondigd was.
In de brief aan de Hebreeën wordt het offer van Jezus aan het kruis 
vergeleken met het verzoeningsoffer op de Grote Verzoendag

(daar lezen we verderop in Leviticus over).

 
Maar dit totaaloffer van Leviticus 1 bracht Jezus in heel zijn leven.
Heel zijn leven was één grote toewijding aan God.
Hij zei dat zelf, bijvoorbeeld in Johannes 6:38
ik ben niet uit de hemel neergedaald om te doen wat ik wil,
maar om te doen wat hij wil die mij gezonden heeft.
HEER, mijn God, mijn Vader, ik geef me helemaal aan u.
Het leven van Jezus was zijn brandoffer. Hij gaf zich helemaal.
Helemaal gehoorzaam. Met volle inzet. Helemaal vol van de liefde van Vader.
Dag en nacht bezig.

 
Hij heeft echt gedaan wat de Israëlieten symbolisch deden door hun hand
op de kop van het beest te leggen: HEER, ik ben helemaal van u!

 

Even een klein uitstapje.
Het gaat over zijn voldoening, gerechtigheid en heiligheid.
De voldoening - dat heeft te maken met de straf op de zonde. 
Dat is zijn reiningsoffer, het offer van verzoening, zijn dood aan het kruis.
Maar zijn gerechtigheid en heiligheid - dat is zijn totaal op God gericht zijn.
Hij deed alles zoals het hoort tegenover God (gerechtigheid) 
en hij was helemaal aan God toegewijd (heiligheid).
De gerechtigheid en heiligheid van Jezus, dat was het totaaloffer van zijn leven.

 

Hij deed dat voor ons.
Wij hadden het moeten doen. Hij heeft het gedaan.
En God rekent nu alsof wij dat gedaan hebben.
Alsof wij ons hele leven totaal in dienst van God gezet hebben.
Ook het totaaloffer van Jezus heeft hij voor ons gebracht, 
zodat wij het niet hoeven te doen. Of toch wel....?

 
Er zit nog een verschil tussen het totaaloffer en het reinigingsoffer voor de zonden.
Dat verschil zie je niet hier in Leviticus. 
Dat is een verschil dat gekomen is door Jezus Christus.
Zijn reinigingsoffer, zijn offer voor de zonde, 
bracht hij één keer - en wij hoeven zo’n offer helemaal niet te brengen.
Wij hoeven niets te doen om de fouten van het verleden weg te werken. 
Het reinigingsoffer van Jezus was ééns en voor altijd,
alleen door hem.

 
Maar het totaaloffer van Jezus vraagt wel om een vervolg.
Het totaaloffer van Jezus vraagt ook om een totaaloffer van wie in hem gelooft.

 
Niet om daarmee iets goed te maken bij God.
Ook niet om te maken dat God ons liefheeft.
Maar gewoon omdat God graag wil dat mensen zich helemaal toewijden aan hem.
Daar is hij blij mee.
Daar geniet hij van.

 

Paulus schrijft in Romeinen 12: ik vraag u om uzelf als een levend, 
heilig en God welgevallig offer in zijn dienst te stellen,
want dat is de ware eredienst voor u.

 

Een God welgevallig offer.
1 Petrus 2:5, Vorm een heilige priesterschap om geestelijke offers te brengen die God, 
dankzij Jezus Christus, welgevallig zijn.
Die uitdrukking: welgevallig voor God, aangenaam voor God, 
iets waar hij van geniet - het komt vaker voor in het Nieuwe Testament.
Dan gaat het nooit over vergeving van zonden, over het kruis van Christus.
Het gaat dan over het leven van een christen die zich totaal geeft aan zijn Heer.

(o.a. Rom 14:18; 15:16; 2 Kor.5:9; 1 Joh.3:22)
Zoals de Israëliet zijn totaaloffer bracht aan de HEER en alleen bij 
dat offer staat dat je dan welgevallig bent voor de HEER.
 

Dat offer mag u en jij brengen.
Met Christus mee. Door zijn Geest.
Je kunt je best doen om welgevallig te zijn voor God.
Je kunt je helemaal toewijden aan God zodat hij van je geniet.
 
 

In het begin van de preek zei ik: geloven in Christus 
is meer dan vergeving van je zonden krijgen.

Leviticus 1, doorgetrokken naar het Nieuwe Testament, 
laat zien: christen zijn is ook jezelf elke dag toewijden aan de Heer,

de God en Vader van Jezus Christus.

Zoals Israël elke dag moest beginnen en eindigen met een brandoffer, 
zo is het goed om elke dag te beginnen en te eindigen met toewijding.

Offer jezelf als totaaloffer aan God.

Neem mijn leven, Heer.

Neem de energie die ik vandaag heb. Neem mijn dagelijks werk. 
Neem mijn huishouden. Neem mijn gedachten.

Neem mijn woorden. Neem mijn handen. Neem mijn verlangens. 
Neem alles en laat het toegewijd zijn aan uw eer!

 

 

Amen !!!!!!!!!!!!