Preek week 44

preek v.d. week 44


 

in de serie preken over "Trouw" deze week deel 5
 
Trouw aan elkaar in de gemeente.
 
laten wij lezen Hebreeën 10:19-25
 
laten wij het hebben over het avondmaal,

 
Het Avondmaal laat zien: je bent persoonlijk verbonden met Christus.
Maar tegelijk: je bent in de gemeente verbonden met elkaar.
Het Avondmaal laat zien dat Christus trouw is, voor u, voor jou.
Het vraagt er ook om dat je zelf trouw bent aan de anderen in de gemeente.
 

Daarover gaat het in deze preek.
het gaat vooral over dat laatste stuk, vers 24 en 25.
wij kijken naar de grote lijn van vers 19 tot 25.

WEES TROUW AAN ELKAAR IN DE GEMEENTE
1.
Christus roept
2. Zie elkaar
3. Roep elkaar er bij
 

eerste deel: Christus roept.
De schrijver van de brief aan de Hebreeën heeft in tien hoofdstukken heel veel uitgelegd.
Het is een lange preek in de vorm van een brief. 
Nu vat hij het samen, in vers 19-21.
Dankzij het bloed van Jezus, dus dankzij het kruis van Golgotha, 
mogen wij bij God komen. Als het ware binnenlopen in de hemel.
Want Jezus Christus heeft door zijn lijden en sterven de weg voor ons open gelegd.
 

Wat de schrijver hier kort zegt, is vergelijkbaar met wat we bij het 
Avondmaalvaak zeggen; gedenk wat Jezus Christus heeft gedaan.
Hij is door de Vader in deze wereld gezonden.
Hij heeft ons vlees en bloed aangenomen, hij is een mens geworden zoals wij.
Hij heeft zijn leven lang Gods toorn, zijn vreselijke boosheid, 
over zich heen gekregen. Wat heeft hij daar onder geleden.
In de tuin van Getsemane nam Jezus alle zonden van ons op zijn eigen rug.
Hij kreeg het er helemaal benauwd van.
Hij voelde zo sterk Gods boosheid over al die zonden, 
dat hij er helemaal van begon te zweten en zijn zweet werd zelfs bloed.
Maar hij ging door. Hij liet zich gevangen nemen, 
omdat hij jou en mij vrijheid wilde geven. Hij liet zich onschuldig ter dood veroordelen, 
omdat hij voor jou en mij vrijspraak bij God wilde krijgen.
Hij liet het toe dat zijn lichaam aan het kruis getimmerd werd en zo nam 
hij de vloek op zich, omdat hij jou en mij zijn zegen wilde geven.
Hij is uiteindelijk aan het kruis door God verlaten. Hij was helemaal alleen,
om er voor te zorgen dat God ons nooit zou verlaten.
Zo legde hij door zijn sterven de basis voor een nieuw verbond.
Wij kunnen op een nieuwe manier met God verbonden zijn. Niet door wat we zelf bereikt hebben, 
maar omdat Christus alles verdiend heeft. Hij riep het uit: het is volbracht!
 

Zo legde hij de weg naar God de Vader voor ons open.
Je mag komen. Ook al heb je nog zonde in je leven. Ook al weet je hoe zwak je bent.
 
Als je dat eerlijk belijdt, mag je komen.
De weg naar God de Vader ligt open, door Jezus Christus.
 

De vraag is nu: wat doe je?
De schrijver van de Hebreeënbrief doet drie oproepen.

Vers 22: laten we God naderen met echt geloof
Vers 23: Laten we blijven belijden waarop we hopen
Vers 24: laten we elkaar blijven aansporen om lief te hebben
Drie oproepen waarin je Jezus Christus zelf mag horen.
Hij laat aan het Avondmaal weer zien wat hij voor u en jou 
gedaan heeft en hij roept: kom, met geloof, hoop en liefde.
 

A. Kom met persoonlijk geloof.
Laten we God naderen met een oprecht hart en een vast geloof.
In het Avondmaal mag je vieren dat je persoonlijk verbonden bent met Christus.
Aan ieder wordt een stukje brood gegeven, 
je krijgt zelf de beker in je handen. Daarmee zegt Christus: 
ik heb voor jou mijn lichaam laten kruisigen; voor jou liep mijn bloed langs die houten paal.
Voor jou is mijn liefde en trouw. Ik wil te eten geven;
ik kom zelf in je om je weer nieuwe levenskracht te geven.
 

Kom dus met echt geloof.
De schrijver zegt: met een oprecht hart.
Je kunt ook komen en net doen alsof je gelooft. Of komen, 
terwijl je helemaal geen berouw hebt over je zonden.
Of er zijn dingen in je leven die verkeerd zijn maar je wilt ze echt niet veranderen.
Dan moet je niet komen. Anders maak je het alleen maar erger.
 

Christus roept je en hij wil dat je komt met oprecht geloof.
 

B. De tweede oproep is: leef vanuit de hoop.
Laten we zonder te wankelen datgene blijven belijden waarop we hopen.
Christen-zijn is niet alleen maar eventjes bij het Avondmaal verbonden
zijn met Christus. Het is niet maar af en toe naderen tot God.
Het is een nieuwe manier van leven. Blijven belijden waarop we hopen. 

Leven vanuit de hoop.
 

In het Nieuwe Testament gaat het dan altijd over de toekomstverwachting. 
De belofte van de Heer dat hij terug zal komen en alles nieuw zal maken.
Want hij heeft ons de opdracht gegeven het Avondmaal te vieren totdat hij komt.
Het avondmaal is een voorproefje van het blijde feest dat hij beloofd heeft.
Elke viering helpt ons om vooruit te kijken. Jezus Christus komt terug als de stralende Heer.
De bijbel noemt dat feest de Bruiloft van het Lam. Jezus is de Bruidegom,
wij zijn z’n bruid. Dat wordt een schitterend feest.
Christus zei het zelf: hij zal opnieuw met ons wijn drinken in het koninkrijk van zijn Vader.
Die hoop, die verwachting - laat die doorwerken in je leven.
Vandaag een blijde viering. En in alle dingen: eer aan God.
Dat vooruitzicht mag heel je leven in een ander licht zetten.
Je hoeft niet alles uit dit leven te halen, want je leeft maar één keer en dan ook nog maar kort.
Nee, dit leven is stage lopen voor de eeuwigheid. Dán mag je voluit leven.
De Hebreeënschrijver zegt: blijf dat belijden.
En laat die belijdenis doorwerken in hoe je leeft, hoe je met mensen omgaat, 
hoe je bezig bent met geld en bezit; waar je je geluk in zoekt.
 

Leef vanuit de hoop.
 

C. De derde oproep is: help elkaar in de liefde
Het gaat bij het Avondmaal om persoonlijk geloof; het moet ook doorwerken in heel je leven:
leven vanuit de hoop. Maar dan kun je niet zeggen: 
dat kan ik wel op mezelf, ik heb anderen niet nodig.
Christus roept je en hij wil een drievoudige reactie: hij wil je gelovige hart, 
hij wil dat je leven verandert en hij wil dat je om je heen kijkt.
In de gemeente. Op elkaar blijven letten. Met liefde en zorg elkaar vasthouden.
Elkaar aansporen en helpen om de liefde in praktijk te brengen en het goede te doen.
 

Daarvoor geeft Jezus Christus ons zijn Geest, die levend maakt. 
De Heilige Geest verbindt ons aan hem en alles wat hij verdiend heeft.
Maar dat kun je niet losmaken van dat andere: de Heilige Geest verbindt 
ons tegelijk aan elkaar. Om elkaar lief te hebben als broers en zussen.
Omdat we samen één lichaam zijn.
Dat is zo mooi te zien aan het Avondmaal: het was één brood en we krijgen
er allemaal een stukje van; samen zijn we één lichaam.
De Hebreeënschrijver zegt: laat dat aan elkaar merken.
Zie elkaar. Stimuleer elkaar. Help elkaar om lief te hebben en goed te doen.
Laten dat niet maar mooie woorden zijn, maar breng het in praktijk.
 

Wees daar trouw in.
 

Ik wil daar iets meer over zeggen.
Ik hoop dat al duidelijk is, vanuit dit hele gedeelte: 
Christus roept. Hij laat zien wat hij voor je gedaan heeft.
Hij deelt uit: brood en wijn, zijn lichaam en bloed.
Dan kun je niet zeggen ‘als ik het maar persoonlijk geloof; dat is genoeg’.
Je kunt ook niet zeggen ‘ik geloof en het werkt in mijn leven,
maar ik heb daar anderen niet bij nodig’. Nee, Christus roept en hij wil dat je 
persoonlijk gelooft, dat de hoop doorwerkt in je leven èn dat je trouw bent in het samen gemeente zijn.
Vier dus vandaag het Avondmaal als een nieuwe trouwbelofte aan elkaar.
Kijk naar de anderen die naar voren lopen. En met dat je opstaat,
zeg je ook: ik beloof trouw te zijn aan deze mensen.
Ik beloof trouw te zijn in deze gemeente.
 

Christus roept.
Mag ik u en jou in zijn naam vragen: wilt u die belofte van trouw vandaag doen?

Amen


 
WEES TROUW AAN ELKAAR IN DE GEMEENTE
1.
Christus roept
2. Zie elkaar
3. Roep elkaar er bij
 

2 we lazen net keken naar het geheel van vers 19 tot 25.
Christus heeft de weg naar God geopend en hij vraagt van u en mij drie dingen:
gelovig naar God gaan, leven vanuit de hoop en elkaar helpen in liefde.
Vanmiddag kijken we beter naar vers 24 en 25.
 

Vers 25 wordt vaak gebruikt om tegen gemeenteleden te zeggen:
kom naar de kerkdienst. Je mag daar niet wegblijven.
En dan hoefde er niet uitgelegd te worden waarom je naar de kerkdienst moet komen.
Want het stond er toch duidelijk...
Dat kwam ook wel omdat in de vorige vertaling 
(en ook in de Statenvertaling) vers 25 een losse zin was.
Alsof het de vierde oproep was: laten we tot God naderen, laten we blijven bij de hoop,
laten we op elkaar letten en laten we niet wegblijven bij onze samenkomsten.
Maar zo staat het er niet. De Nieuwe Bijbelvertaling heeft het terecht als één zin vertaald.
Het niet-wegblijven bij de samenkomsten valt onder het opmerkzaam blijven, het goed naar elkaar kijken.
Kijk goed naar elkaar om en blijf daarom niet weg van de samenkomsten.
 

Ik zal er meteen bij zeggen: dit is natuurlijk niet de enige reden om trouw naar de kerk te komen.
Je gaat niet alleen om de andere gemeenteleden te zien.
Meer dan eens heb ik al mensen horen zeggen: ik ga niet naar de kerk voor de mensen.
Inderdaad, een kerkdienst is vooral de omgang met God. Het is ontvangen van hem en geven aan hem.
Je komt in de kerk voor de ontmoeting met je Heer. 
 

Maar hier staat iets anders.
Je gaat niet alleen naar de kerk voor God.
Je moet in vers 24 beginnen: laten we opmerkzaam blijven. Op elkaar.
Elkaar blijven zien. Niet alleen maar gewoon zien, 
maar nauwkeurig, met aandacht, goed naar elkaar kijken.
Dat is wat Christus van u en mij vraagt. Op een positieve manier 
op elkaar blijven letten, elkaar in de gaten houden.
 

Dat heeft een duidelijk doel, dat komt straks in het laatste punt.
Maar het begint met zien. Elkaar zien.
En elkaar zien begint met er zijn.
Want als je niet komt, dan zie je ook niemand.
 

Dáárvandaan komt de vermaning in vers 25: niet wegblijven!
Er geen gewoonte van maken om zonder goede reden afwezig te zijn.
Trouw zijn in het komen naar de kerk. Naar je eigen kerk. De eigen gemeente.
Trouw, er zijn om elkaar te zien.
 

Dat wil Christus. Dat is die derde oproep in dit gedeelte. Zie elkaar en kom dus trouw.
En als je er bent, zie elkaar dan ook echt.
Bij het binnenkomen, bij de ontmoeting in de hal, bij het weggaan,
bij het blijven hangen op het plein. Zie elkaar staan. Laat dat aan elkaar merken.
Wees trouw aan elkaar.
 

Dit geldt niet alleen voor kerkdiensten.
Het staat hier in het algemeen: samenkomsten. Als de gemeente van Christus
bij elkaar komt. In z’n geheel. Of het stukje waar de Heer jou in gezet heeft.
Een gemeentevergadering. Een wijkavond. De gemeentegroep.
Als je daarover meteen roept ‘mij niet gezien’, heb je niet begrepen wat Christus hier zegt.
Hij wil dat je daar wel gezien wordt. En vooral, dat jij anderen ziet.
Wees opmerkzaam op elkaar. In deze grote zaal gaat dat wat moeilijk.
Daarom kunnen kleinere samenkomsten juist daar bij helpen, 
om deze opdracht van de Heer waar te maken: dat we elkaar zien.
 

En kijk dan ook verder dan je neus lang is. Zie ook wie er niet is.
Mensen die niet kunnen komen. Door ziekte. Door hoe ze zijn. 
Er zijn mensen die niet in een groep kunnen functioneren.
Mensen die niet willen komen. Teleurgesteld, boos.
Ook wie er nooit is, moet gezien worden.
 

Wees trouw aan elkaar in de gemeente, door er te zijn en door elkaar te zien.
 

3 Roep elkaar erbij.
Elkaar zien heeft als doel: elkaar aansporen om lief te hebben en goed te doen.
Zien en aanspreken. Belangstellend vragen, doorvragen, ergens op aanspreken.
Er staat in vers 25 een woord dat het mooi samenvat.
Het staat hier vertaald als ‘bemoedigen’. In andere teksten wordt het vertaald met ‘vermanen’ of ‘troosten’.
Dat is allemaal goed vertaald, want het is een woord waar dat allemaal in zit.
Het betekent namelijk: erbij roepen. Waarbij? 
Bij Christus, bij de vergeving, bij de troost, bij de liefde, bij de hoop.
Maar ook: erbij roepen, bij de heiliging van het leven, bij gehoorzaamheid. Terugroepen als iemand weg dwaalt.
Het staat bijvoorbeeld ook in 3:13, Zie er dus op toe 
(weer dat zelfde ‘zie elkaar’), dat niemand van u door een kwaadwillig,
ongelovig hart afvallig wordt van de levende God, 
maar wijs elkaar terecht. Daar staat hetzelfde woord: roep elkaar erbij.
 

Dáárvoor is het belangrijk dat je elkaar ziet.
Dat je aandacht hebt voor elkaar. Om te zien wat je voor de ander kunt betekenen.
Als iemand verdriet heeft. Als iemand eenzaam is. Als er spanningen zijn in een huwelijk.
Als een kind thuis misbruikt wordt. Als iemand vastloopt in twijfel.
Zie het van elkaar. Vraag elkaar ernaar.
En roep elkaar terug naar Christus. 

Dat is de trouw die onze Heer van ons allemaal vraagt.
Wees trouw aan elkaar. Zie elkaar staan en spreek elkaar aan.
 

Ja, er zijn ook ouderlingen en diakenen. Zij hebben een extra
verantwoordelijkheid om mensen te zien en erbij te roepen.
Ze hebben de verantwoordelijkheid om u daarin te stimuleren en te helpen.
Maar u kunt het niet aan hen overlaten.
Wat de Heer hier zegt, geldt voor u en jou.
Het naderen tot God laat u toch ook niet over aan uw ouderling
En de zekere hoop van eeuwige heerlijkheid na het sterven, 
daarvan zegt u toch ook niet ‘dat hoef ik niet, dat laat ik aan m’n diaken over’.
Kun je dat wel het derde, het omzien naar elkaar en het 
elkaar aanspreken overlaten aan de ambtsdragers?
 

Christus vraagt trouw van u en jou en mij.
Wees trouw aan elkaar. Wees gemeente van Christus.
Kom dus, kom trouw. Zie elkaar en neem elkaar mee.
 

AMEN