Preek week 39

Preek v.d. week 39

 

deze week al weer het laatste deel uit de serie preken over "Lijden"
 

TUSSEN ALLE WAAROMS IS ER HOUVAST BIJ GOD
 

Afgelopen week:
Lazen wij weer veel ellende in de kranten en zagen evenveel ellende op tv.
Er gaat zoveel kapot. Er is zoveel pijn, verdriet, langdurig lijden.
Zolang het op een afstand blijft, kun je er nog aan voorbij lopen.
Maar als het dwars door je leven heengaat, kun je grote vraagtekens krijgen.
Waarom? Wordt dit geleid? Heb ik dit verdiend? Is dit ergens goed voor?
En heb ik nog iets om me aan vast te houden, nu alles wegvalt?
 

Ik heb me voorgenomen om daar iets over te zeggen, vanuit de bijbel,
vanuit geloof in Jezus Christus.
Ik weet dat er belangrijke dingen te zeggen zijn.
Maar ik merkte bij het voorbereiden ook: er is niet één simpel antwoord.
De bijbel geeft niet één pasklare oplossing.
Een heleboel vraagtekens verdwijnen niet.
Het christelijk geloof is geen systeem dat overal een sluitend antwoord op heeft.
Maar tussen de vraagtekens staan er wel een paar uitroeptekens.
Stevige uitroeptekens.
Sterk genoeg om je er aan vast te houden. 

TUSSEN ALLE WAAROMS IS ER HOUVAST BIJ GOD
 
Het eerste uitroepteken is dit:
Maak het lijden niet los van God.
We lezen eerst het begin van het boek Job 1:1-5
 

Hier wordt Job dus getekend als een heel gelovige man.
Ook heel rijk, met heel veel voorspoed. Maar vooral: heel gelovig.
 

Maar dan...
Nu krijgen we (heel bijzonder!) een kijkje in de hemel.
Een gesprek tussen God de HEER en Satan, de vijandige engel.
 

laten wij lezen Job 1:6-12
 
Een soort weddenschap lijkt het wel.
 

Satan daagt God uit: die Job gelooft alleen maar omdat u hem zoveel geeft.
Christen zijn is mooi voor als het goed met je gaat,
maar als je alles kwijt bent, piep je wel anders.
Maar God zegt: nee, je zult zien dat Job echt van mij houdt.
 

Hoe gaat dat aflopen? 

laten wij lezen Job 1:13-22
 
Durf je het je in te denken: je kinderen in één klap kwijt; je huis met al je spullen afgebrand, 
de maatschappij waarbij je verzekerd dacht te zijn failliet,
je bankrekening leeggeplunderd, je baan kwijt en er is iets mis in 
de administratie zodat de sociale dienst je geen uitkering kan geven.
Je kunt aankloppen bij het Leger des Heils, want je hebt helemaal niets meer.
 

En het gaat nog even door.
 

laten wij lezen Job 2: 1-10
 
Als je zoveel over je heen krijgt, zou het dan raar zijn
als je niets meer met God te maken wilt hebben?
Als het leven zo’n pijn doet, kun je dan nog wat met God?
Zoveel lijden èn geloven dat God de dingen regeert in je leven, past dat bij elkaar?
Wat die vrouw van Job zegt, is toch niet zo raar?
Vervloek God toch, zet God toch aan de kant.
Hoe kun je nou geloven dat God dit allemaal over je heen laat komen.
Maak het lijden maar los van God...
 

Het ligt inderdaad voor de hand.
Maar vanaf het begin zegt Job: nee, God staat niet los van dit lijden.
God is er niet alleen voor de mooie dingen in dit leven.
God geeft, maar hij neemt ook.
God geeft schitterende dingen - Job zal vaak gedankt hebben voor zijn kinderen, 
voor zijn rijkdom, voor alles wat goed ging, ‘Heer, dank u wel’ -
maar ook de moeiten, de tegenslagen komen bij hem vandaan.
Het goede aanvaarden we van God, zou we dan het kwade niet aanvaarden?
 

Vanaf het begin is dat de houding van Job.
En hoe moeilijk hij het verder ook krijgt (hij gaat er heel diep onderdoor), dit houdt hij vast.
Ook in z’n grootste ellende neemt hij geen afstand van God.
Hij maakt zijn lijden niet los van God.
 

Dat is een lijn die je in heel de bijbel tegenkomt.
Maar ook in verhalen van mensen.
Op de achterkant van de uitnodiging voor deze
dienst staat het verhaal van Liesbeth Alderliesten.
Een verhaal over de kracht die God gaf in haar ziekbed, op haar sterfbed.
Op de achtergrond staat de overtuiging: ook in dit lijden was God met haar bezig.
Het overkwam haar niet. Het was in Gods hand.
 

Dat is het eerste uitroepteken tussen alle vraagtekens: maak het lijden niet los van God.
 

Het tweede uitroepteken:
Leg niet een direct verband tussen lijden en schuld.
Dat zal voor de één heel vanzelfsprekend zijn, maar voor de ander niet.
Deze week hoorde ik nog van iemand die het ongeveer zo zei: 
ik heb al vaak in m’n gebed aan God gevraagd of hij het van me weg wil nemen,
maar mijn probleem blijft - blijkbaar doe ik iets verkeerd;
 misschien is m’n geloof niet sterk genoeg...
Wij leggen soms heel makkelijk dat verband: overkomt je iets...
dat zul je dan wel ergens aan verdiend hebben.
 

Dit thema krijgt veel aandacht in het boek Job.
Het is de manier waarop de vrienden van Job redeneren.
 

laten wij lezen Job 2:11-13.
 
Zeven dagen zitten ze stil bij Job.
Waarschijnlijk bedoelen ze met dat zwijgen: Job, vertel het maar;
 je hebt vast iets op te biechten.
Want als er zo’n ramp in je leven gebeurt, moet je wel heel veel verkeerd gedaan hebben.
Na hoofdstuk 3 komen er een aantal toespraken
van deze vrienden en daarin komt dit steeds terug.
 

lees maar Job 4:7,8

7  Ken jij onschuldigen die hij te gronde richtte?
Werden rechtschapenen ooit in het ongeluk gestort?

8  Ik heb gezien: wie onrecht ploegt,
wie rampspoed zaait, zal het ook oogsten.
 

Lees Job 4:1-11
 
Job ontkent het. ‘Ik heb geen dingen gedaan waarvoor God me nu straft’.
Maar de vrienden houden vol. 

Lees Job 22:4,5 
4  Zou hij je voor je vroomheid willen straffen
en je daarom in een rechtsgeding betrekken?

5  Je weet toch dat je levenswandel slecht is,
dat je zonden ontelbaar zijn?
 

Lees Job 22:1-14 

Dat is hun grote overtuiging: het lijden komt door eigen schuld.
 

Eén van de duidelijke lijnen in het boek Job is dat dát niet waar is.
Wat Job overkomt, is niet zijn eigen schuld.
Wat we gelezen hebben in hoofdstuk 1, blijft staan: Job was rechtschapen en onberispelijk, 
hij had ontzag voor God en meed het kwaad. Dit lijden was niet zijn eigen schuld.
De drie vrienden die dat wel steeds beweren, worden aan het einde van het
boek terechtgewezen door God: dit hadden ze niet mogen zeggen.
 

Overigens schiet Job zelf door naar de andere kant.
Hij verdedigt zich tegen zijn vrienden. Hij zegt keer op keer
dat hij niets verkeerd heeft gedaan.
En hij gaat zo ver dat hij tegen God durft te zeggen: ik heb niets verkeerd gedaan, 
dus het is niet eerlijk dat u dit allemaal over mij heen laat komen.
 

LeesJob 31:4-6
 
Ziet hij niet de wegen die ik ga,
telt hij niet al mijn stappen?

5  Heb ik het pad van het bedrog bewandeld,
vluchtte ik ooit in de leugen?

6  Laat hij mij op een eerlijke weegschaal wegen,
dan zal hij zien dat ik onschuldig ben.
 

en verderop nog sterker
 

Lees Job 31:35.
35
 O, wilde er maar iemand luisteren!
Ik sta in voor wat ik heb gezegd.
Laat nu de Ontzagwekkende antwoord geven,
laat mijn tegenstander zijn klacht boekstaven!
 

Lees Job 31 in het geheel
 
Job zegt: God heeft geen recht om mij dit aan te doen. Ik heb het niet verdiend,
dus het is niet eerlijk. Herkenbaar?
 

Maar als je dat zegt, leg je net zo goed het verband tussen lijden en schuld.
Dan zeg je: ik heb geen bijzondere schuld, dus verdien ik dit lijden niet.
Maar dat moet je juist losmaken!
Gód en het lijden moet je niet van elkaar losmaken,
maar wel lijden en schuld.
Het boek Job is daar duidelijk over.
Leg geen direct verband tussen lijden en schuld.
 

Dat betekent wel dat hier een groot vraagteken blijft staan.
Als je bij allerlei dingen niet mag zeggen ‘
dat is door eigen schuld’ - waarom overkomt het je dan??
In het hele boek Job komt daar geen antwoord op.
Er wordt niet iets gezegd over ‘het heeft een dieper doel’. Of:
‘God wil je hier iets mee leren’. Dat kan, maar zeker niet altijd.
Op de vraag naar het waarom komt geen antwoord.
Daar blijft een groot vraagteken staan.
 

Een derde uitroepteken: vanuit je lijden mag je klagen bij God.
‘Niet klagen maar dragen en bidden om kracht.’ Dat is een bekend gezegde.
Het klinkt heel christelijk, maar het is het niet.
Je mag wèl klagen.
 

Het boek Job staat vol klachten.
Het begint met een heel aangrijpende klaaglied van Job.
 

Lees Job 3:1-4
 

Lees Job 3:11–16
 

Lees Job 3:20-22

 
Aan het einde van het boek herroept hij zijn woorden.
Toch staan al die klachten in de bijbel.
Job heeft ze wel herroepen, maar God heeft ze niet laten schrappen.
En niet alleen in het boek Job, ook in de Psalmen staan heel zware klachten.
Een gelovige mag klagen.
 

De weddenschap in de hemel was niet dat Job altijd een blije, 
dankbare gelovige zou blijven.
Want dan kun je niet altijd zijn. Als er zoveel dwars door je leven heengaat,
kun je niet altijd opgewekt zijn. Dat vraagt God niet van mensen.
Je mag klagen.
 

Maar dan wel: met je klagen en je vragen naar Gód toe.
Je hoort wel van mensen die zeggen ‘als ik geen antwoord op mijn vragen krijg,
hoeft het geloof van mij ook niet meer’.
Ze willen eerst antwoord en daarna naar God.
Maar Job laat zien dat het andersom mag.
Hij had vreselijk veel vragen, maar hij gaat er mee naar God.
Hij klaagt bij God. Hij wordt boos op God. Hij maakt zich ook weer klein bij God, 
omdat hij weet dat God veel groter is dan hij.
 

het blijft zoeken, maar er is een weg.
Die weg is de weg naar God. Zoeken is:
in gebed het zoeken bij God. Ga ermee naar God
Lijden, verdriet, ziekte - je hoeft je er niet door
 bij God vandaan te laten duwen.
Ga er juist mee naar hem toe.
 

Een vierde uitroepteken: God is groot, je kunt hem niet narekenen.
Ik zou heel graag nu met u de laatste hoofdstukken van het boek Job helemaal lezen.
Dat zijn heel mooie hoofdstukken. Job krijgt daarin antwoord van God zelf.
God heeft het allemaal aangehoord, de klachten van Job,
de beschuldigingen door de vrienden, de reacties van Job.
Nu gaat hij zelf spreken.
 

We lezen Job 38:1-8
 

Job 38:16-20

 
Lees Gods volledige antwoord: Job 38:1 – 40:2
Lees Gods vervolg-antwoord: Job 40:6 - 41:26

Zo gaat dat nog een hele tijd door.
Dat is het antwoord dat Job van God krijgt: Job,
wie ben jij eigenlijk? En weet jij wel wie ik ben?
Jij bent een mens. Wat kun je eigenlijk?
Kun jij mij narekenen? Durf jij te zeggen dat ik het niet goed doe?
Ik ben God. Ik overzie alles. Mijn wijsheid is veel te groot voor jou.
Maar het mooie is dat God dat helemaal niet op een boze manier zegt.
 

Hij valt niet uit tegen Job: ‘hou nu je mond eens even.’
Hij laat het Job ontdekken. In een paar hoofdstukken geeft hij hem 
de tijd om zo ver te komen dat hij stil wordt tegenover God. 

Job 40:3-5
 

Iedereen die dit leest heeft  eens tegen de vragen van het 
‘waarom’ aanloopt, wil ik uitnodigen om die hoofdstukken te lezen.
Hoor daarin dan God die als een vader z’n kleine kind aan de
hand neemt en hem laat zien waar hij allemaal mee bezig is.
Laat je aan de hand nemen als kind en ontdek dan: 
God is zo groot, wie ben ik om kritische vragen te stellen?
 

Het vijfde uitroepteken: Gods liefde in Christus tilt je boven het lijden uit
Het boek Job is een stukje Oude Testament.
Dat is het oudste deel van de bijbel. Uit de tijd vóór Jezus Christus.
Jezus de Christus heeft veel meer dan ooit daarvoor de liefde van God laten zien.
Hij heeft duidelijk gemaakt dat de liefde van God sterker is dan de dood.
De liefde van God blijft, ook door het sterven heen.
Dat is wat Jezus ons verteld heeft. Hij heeft het ook laten zien, 
doordat hij zelf na zijn kruisdood weer levend werd: de dood heeft niet het laatste woord.
Dus ook het lijden heeft niet het laatste woord.
 

Job kende dat zo nog niet.
Job kon nog niet goed over de dood heenkijken.
Toch kijkt hij ook al een paar keer boven het lijden uit.
Bijvoorbeeld in Job 19:25, Ik weet: mijn redder leeft,
en hij zal ten slotte hier op aarde ingrijpen.
Hoe, wie, wat, waar - Job weet het niet.
Maar hij vertrouwt er op dat God zal ingrijpen.
God laat zijn leven niet doodlopen.
 

Wat Job toen al mocht zeggen, dat kun je nu, dankzij Jezus Christus, veel sterker zeggen.
Er gaat hier op aarde heel veel kapot. Maar dit is het einde niet.
Voor wie gelooft in Jezus Christus, ligt er een toekomst klaar,
 aan de andere kant van het sterven.
De liefde van God, die er nu al is midden in het lijden, haalt je door dat lijden
en door het sterven heen naar die toekomst, naar een wereld zonder lijden, zonder dood. 

Daarover kun je lezen in het Nieuwe Testament, bijvoorbeeld in Romeinen 8:18
 

Waardoor weet je dat zo zeker? Omdat de liefde van God sterker is dan de dood.

Romeinen 8:38,39 

Lees Romeinen 8:31-39

 
Die liefde van God blijft.
 

Die liefde mag je nu al ervaren, ook als het leven heel moeilijk is.
Je moet dat niet afmeten aan ‘hoe goed heb ik het’.
God bewijst zijn liefde voor jou niet door je een gezond en gelukkig leven te geven.
Hij bewijst zijn liefde door zijn Zoon voor jou te laten sterven aan het kruis.
Gods liefde kun je zien in Jezus Christus.
 

De enige manier om het lijden van dit leven aan te kunnen,
is geloven in die liefde van God door Jezus Christus.
Gods genade en kracht is elke dag bij ons. Hij draagt ons, anders zouden we niet verder kunnen. 

Ik hoop voor u en jou dat je die liefde van God kent.
Dat je Jezus Christus kent. Dan heb je dwars door alle ‘waaroms’ toch houvast bij God.
 

AMEN 

Lees nog hoe het met Job weer goed komt: Job 42:7-17