Preek week 38

preek v.d. week 38

 

 
na een vakantie onderbreking van 2 weken gaan wij verder met de serie preken over "Lijden"
 

Deze week vervolgen wij met:
 

" De hoofdprijs ligt klaar voor wie trouw volhoudt "

 
laten wij eerst lezen uit; 2 Timotheus 4:7,8 en 2 Timotheus 2:1-13
 
CHRISTUS BELOOFT: DE GROTE PRIJS LIGT KLAAR VOOR 
WIE TROUW DOORGAAT IN ZIJN DIENST

1. Want het leven is een opdracht
2. Die belofte betekent rust voor wie aan het einde is
3. Het is een aansporing voor wie nog volop bezig is
 

Je zou kunnen zeggen dat de tekst komt uit een afscheidsbrief van Paulus.
Paulus weet dat hij zal sterven. Hij weet dat het niet lang zal duren. Bij hem niet door ziekte, 
maar hij verwacht binnenkort gedood te worden.
Hij zit gevangen omdat hij christen is en hij wordt ter dood veroordeeld.
Hij weet dat hij binnenkort zal sterven.
‘ Het moment waarop ik heenga nadert’.
En wat is Paulus daar rustig onder!
 

Dat heeft niet iedereen. Mensen die weten dat ze snel zullen sterven, 
kunnen heel veel onrust krijgen. Misschien heb je er zelf ook wel eens over gedacht: 
hoe zou het zijn als ik wist dat ik nog maar een week te leven had.
Dan kan de schrik je om het hart slaan.
Paulus niet. Hij heeft heel veel rust.
En God heeft het goed gevonden dat de brief waarin hij dat schrijft, in de bijbel kwam. 
Dan kunnen wij het ook lezen en er van leren.
Hoe kun je zoveel rust hebben, als het sterven dichtbij is.
 

Dat heeft te maken met wat hij van Christus geleerd heeft over het leven.
Met rust kunnen nadenken over het sterven (je eigen sterven, 
of dat van een ander) kan als je weet wat het leven betekent.
In zijn leven met Jezus Christus heeft Paulus geleerd wat de betekenis van het leven is.
Hij geeft dat door aan de jongere Timoteus – en aan ons.
Paulus kijkt terug en zegt: Ik heb de goede strijd gestreden 
- dat kan het gevecht betekenen, strijden als soldaat; 
Paulus kan ook de sportwedstrijd bedoelen, het is alle twee mogelijk.
Ik heb de wedloop volbracht – dat is wel heel duidelijk iets uit de sport. 
Ik heb de marathon uitgelopen tot aan de finish.
Ik heb het geloof behouden – het Griekse woord voor ‘geloof’ betekent ook ‘trouw’ 
en er is veel voor te zeggen om het hier zo te vertalen:
ik heb trouw volgehouden.
 

Zo typeert Paulus het leven: je inzetten in de strijd, de hardloopwedstrijd uitlopen, trouw volhouden.
 

Het leven is dus iets dat je opgedragen krijgt.
Je wordt in het leven neergezet met een opdracht.
Het leven is er niet voor jou – doe ermee wat je wilt.
Maar jij bent er voor het leven dat je gegeven wordt.
Er is een strijd – je moet meevechten.
Paulus heeft het niet over zijn persoonlijke strijd. Maar ‘de goede strijd’.  
In diezelfde strijd moet ook Timoteus z’n mannetje staan.

1 Tim.1:18 en 6:12, daar is het een opdracht aan Timoteus: strijd de goede strijd.
Er is een strijd, daar heb je een plek in.
Er is een atletiek baan, daar wordt een marathon gehouden en je moet mee rennen.
Het leven vraagt om trouw – trouw aan degene die jou daar neergezet heeft.
 

Even een andere vergelijking.
Het is vakantietijd. Ik kan me voorstellen dat je dan ’s morgens in je tent of 
de caravan wakker wordt met het heerlijke idee: er ligt een dag voor me – wat zal ik gaan doen?
Je mag het helemaal zelf weten. Niemand verplicht je tot iets. Kies maar wat je wilt.
Zo is het leven dus niet. Je mag best zo vakantie houden.
Maar het leven als geheel is niet iets van ‘ kies maar wat je wilt, 
je mag alles zelf weten’. Het leven is een opdracht. Met een doel. 
Er zijn al keuzes voor je gemaakt. De richting is al voor je uitgezet. Leef het leven dat God je geeft.
Strijd de goede strijd voor Hem, loop de wedstrijd in de richting die Hij wijst, wees trouw aan je Heer.
 

Het leven is een opdracht van God.

We lezen in 2:4 de vergelijking met een soldaat in het leger: 
een soldaat moet alleen maar doen wat hem opgedragen wordt door degene bij wie hij in dienst is.
Paulus zegt het ook in Romeinen 14. Daar gaat het over iets heel anders, 
maar de basis is het zelfde: niemand leeft voor zichzelf en niemand sterft voor zichzelf;
als wij leven, het is voor de Here en als wij sterven, het is voor de Here.
 

Nadenken over het sterven begint dus met nadenken over het leven.
Hoe zie je het leven? Je eigen leven, het leven van iemand 
die je lief was en die nu overleden is.
Het leven is niet iets wat jij krijgt, voor jezelf, om er voor jezelf iets moois van te maken. 
Het is: leven in dienst van je Heer. Leven voor degenen van wie je het leven kreeg: 
God, je Heer in de hemel. En dan dus ook het leven ontvangen zoals je het van hem krijgt:
jouw plek in de strijd. Jouw traject van de wedstrijd.
 

Strijd voor mij, loop voor mij, wees mij trouw.


 
2 Maakt dat het leven niet heel erg zwaar?
Altijd die opdracht op je schouder? Altijd leven voor een ander, voor God?
Juist niet. Je ziet hier: wat een rust heeft Paulus over zich.
Aan het einde van zijn leven hoeft hij niet te vragen 'wat heb ik bereikt'. 'Heeft mijn leven zin gehad'.
'Heb ik iets betekend voor mensen om me heen, heb ik wat bijgedragen aan deze wereld?'
Er is maar één vraag van belang: heb ik gedaan wat God me te doen gaf?
Heb ik het leven geleefd dat Hij het voor me neer gelegd had?
Ben ik daarin trouw geweest? Daarvan kan Paulus eerlijk zeggen:ja, 
ik ben trouw geweest. Ik heb gedaan wat ik kon.
 

Dat zegt hij echt niet zelfverzekerd en trots.

In 2 Kor.3:5 schrijft hij: Niet dat wij vanuit onszelf zo bekwaam zijn dat 
we dit als ons eigen werk kunnen beschouwen; onze bekwaamheid danken we aan God..
Ik kan het omdat Hij dat aan mij gaf.
Paulus weet: dat is genade van God. Kracht van de Geest in zijn leven.
1 Kor.15:10, door Gods genade ben ik wat ik ben.
Paulus is niet zelfverzekerd, maar hij kan wel zeggen: ik ben trouw geweest.
Zoals die heer in dat verhaal van Jezus, die tegen z'n slaaf zegt: 
Voortreffelijk, je bent een goede en betrouwbare dienaar.
Omdat je betrouwbaar was in het beheer van een klein bedrag, zal ik je over veel meer aanstellen.
Wees welkom bij het feestmaal van je heer. (Matt.25:23).
 

Daardoor heeft Paulus rust nu hij weet dat hij gaat sterven.
Zijn opdracht zit er op. Hij heeft gedaan wat de Heer hem te doen gaf.
 

De strijd is nu voorbij, de wedloop is gelopen.
Hij mag weten: nu ligt de medaille voor me klaar.
 

De erekrans.
Toen hadden ze nog geen gouden, zilveren en bronzen medailles bij de Olympische Spelen, 
maar een erekrans als je gewonnen had.
Paulus weet zeker: als ik straks sterf, krijg ik die erekrans. Die gouden plak.
Het eeuwige leven. Leven met God.
Straks mag ik genieten van de rust na de wedstrijd.
 

Paulus weet dat zeker.
De Geest van Christus geeft hem die zekerheid.
Er klinkt een heleboel rust in wat hij hier schrijft:
- ik heb tot het einde volgehouden, ik heb de finish bereikt 
- en wie de finish bereikt, mag stoppen met lopen; dat mag je stoppen met vechten. Rust.
- de krans ligt voor mij klaar - dat is voor Paulus geen kwestie van afwachten of je hem krijgt, 
maar zekerheid. De medaille ligt op hem te wachten.
- want het is de krans van de gerechtigheid - dat betekent hier: 
de krans die je eerlijk krijgt als je de wedstijd uitgelopen hebt.
- want de Heer is de rechtvaardige, de eerlijke scheidsrechter.
De Heer laat je niet voor niets rennen. Hij laat je niet voor niets vechten.
Als je trouw bent in je leven aan de opdracht die Hij je gaf, krijg je de prijs.
Bij de Here kom je niet voor de onaangename verrassing te staan dat Hij aan het einde zegt:
je hebt leuk je best gedaan, maar je krijgt het toch niet...
De Heer is rechtvaardig. Hij belooft: als je trouw doorgaat in de dienst aan Hem, 
krijg je gegarandeerd de grote prijs.
 

Wat een rust geeft dat.
Dat merk je hier bij Paulus.
En Paulus schrijft er meteen bij: dat is niet alleen voor mij.
Het is voor allen die naar zijn komst hebben uitgezien.
Ik pak liever de vorige vertaling erbij: die zijn verschijning hebben liefgehad.
Dan zie je meteen dat het geen kwestie is van presteren. 
Paulus zegt niet 'ik heb er genoeg voor gedaan, m'n leven lang'.
Nee, het gaat ten diepste om liefhebben.
Christus zegt, ook tegen u en mij: heb je Mij lief, leef je je leven voor Mij, 
ben je Mij trouw op het plekje dat Ik je geef 
- reken dan op de hoofdprijs als je de wedstrijd hebt uitgelopen.
 

Die rust, die zekerheid wil Christus geven.
 

God is een rechtvaardige scheidsrechter. Hij geeft de erekrans die hij beloofd heeft.
 

Dat mag ook rust geven als je nadenkt over je eigen sterven.
Ik denk aan ouderen. Voor u is het sterven, menselijk gesproken, dichterbij.
Maar ook jonge mensen kunnen sterven.
Maar u en jij hoeft daar niet onrustig van te worden.
Als u Jezus Christus liefhebt, als u tegen Hem kunt zeggen 'Heer,
ik heb de strijd voor u gestreden, ik heb gelopen in uw renbaan - met vallen en opstaan -,
ik heb geprobeerd trouw te zijn op de plek die u me gaf - vind dan rust in deze belofte: 
de krans van de gerechtigheid ligt voor u klaar.
Geen beloning voor uw goede prestaties - het is geen kwestie van verdienen.
Maar wel de prijs die u krijgt vanuit Gods genade, 
de prijs voor  trouw aan uw opdracht, trouw aan uw God.
Vind uw rust in die belofte van Christus: binnen een paar jaar, 
misschien wel over een paar maanden of weken, misschien deze week nog wel krijgt u die erekrans.
Krijgt u het leven in heerlijkheid. Om uit te rusten, op adem te komen.
Dat mag nu al rust geven.
Zoals Paulus ook, nog vóór het definitef zover was, kon zeggen: 
ik heb het achter de rug. Ik ben er - door Gods genade.
 

3 En als je nog helemaal niet aan sterven denkt?
Dan zeg ik niet dat je dat nu maar wel moet gaan doen.
Paulus zegt ook niet tegen Timoteus: denk eraan dat je eens zult sterven...
 

Hij zegt wel tegen Timoteus: wees trouw, doe wat de Heer je te doen geeft.
Hij geeft deze belofte van Christus door als aansporing.
Voor Timoteus, voor iedereen die midden in het leven staat - of nog aan het begin.
Een aansporing, tegelijk een vraag: "leef je zo?"
Wil je zo tegen je leven aankijken en er zo in bezig zijn:
Strijd je de strijd van God, voor zijn zaak, voor zijn koninkrijk?
Loop je met al je energie in de wedstrijd om te blijven geloven?
Ben je trouw op de plek die de Heer je daarin geeft?
 

Meer vraagt de Heer niet van je.
Meer hoef je niet van jezelf te vragen.
Maar laat dit wel het belangrijkste in je leven zijn.
Heb Christus lief en leef je leven voor Hem!
Wees trouw in zijn dienst op de plek die Hij je geeft.
Of je jong bent of midden in het leven of je hebt het leven al zo'n beetje gehad: 
wees trouw en doe wat Hij je te doen geeft.
Heer, wat wilt u dat ik doe?
Heer, wat is de richting van mijn leven.
 

Dan mag je nu al weten: de krans, de gouden plak, ligt voor je klaar.
Je doet het voor je Heer en Hij zal je de grote prijs zeker geven.

 
AMEN