Preek week 34

preek v.d. week 34
 

 

in deze week starten wij met een nieuwe serie preken
 

preken over "Lijden"

laten wij eerst lezen: 2 Tessalonicenzen 2:13 - 3:5

 
Broeders en Zusters,
Er gebeurt veel, de laatste tijd.
Christenen die worden vermoord om wat ze geloven, wreed.
Daardoor gebeuren er ook mooie dingen. Mensen troosten elkaar. 
Je mag elkaar laten ervaren wat het is om Christen te zijn.
Om elkaar heen staan, elkaar vasthouden.
En wat veel gebeurt: mensen bidden voor elkaar. En ook wel met elkaar. 
Samen God om kracht en troost vragen.
Dat doet Paulus hier ook in deze brief.
Zo leert de Heilige Geest ons te bidden voor elkaar.
 

BID VOOR ELKAAR OM TROOST VAN GOD
1.
Persoonlijke troost
2. Troost door Gód
 

Iemand troosten, hoe doe je dat?
Bij verdriet of grote zorgen. Je wilt helpen, maar hoe?
Misschien heb je zelf de ervaring of je kent het uit verhalen van anderen: 
je hebt soms mensen die met goed bedoelde woorden komen.
Woorden uit de bijbel. Maar die woorden komen helemaal niet aan. 
De ouderling of de dominee komt, pakt zijn bijbel, leest een gedeelte, zegt er bemoedigende dingen over,
bidt met de ander; maar het landt helemaal niet.
Als hij weg is, blijft de ander achter met een schuldgevoel ‘ik zou me nu getroost moeten voelen’; maar het was geen troost.
Het was allemaal wel waar wat gezegd werd, maar het kwam niet aan.
Iemand troosten, hoe doe je dat? Wat is echte troost?
 

Paulus, Silvanus en Timoteüs schrijven een brief.
Aan de gemeente in Tessalonica. Daar hadden ze het niet makkelijk.

1:4, wij spreken bij anderen vol trots over uw standvastigheid en trouw 
onder de vervolgingen en verdrukking die u moet doorstaan.
1:5, zijn lijden voor het koninkrijk.
Het is een groep christenen die nog niet zo lang geleden tot geloof zijn gekomen 
en het al snel moeilijk kregen door weerstand van anderen.
Paulus wil hen bemoedigen. Hij wil hen helpen om vol te houden.
Hij heeft gehoord dat ze standvastig en trouw zijn en hij roept hen op om dat te blijven.

2:15, Wees standvastig. Dat is zoiets als: kom op, volhouden. 
Laat je hoofd niet hangen. Laat je niet onderuit blazen. Sta sterk, recht overeind.
 

Dat mag in de christelijke gemeente ook tegen elkaar gezegd worden.
Je mag elkaar oproepen om sterk te zijn. Kom op, ga niet bij de pakken neerzitten. 
Houd vol. Wees sterk. Dat is goed. Als het maar niet het enige is.
Want als je daar alle nadruk op legt, dan kan het iets worden wat je zelf moet doen. Zelf volhouden, zelf sterk zijn.
Dat kan nooit het enige zijn. Dan zou je allemaal geestelijke krachtpatser moeten zijn. En dat zijn we niet.
Dat hoeft ook niet. Je mag kracht krijgen. Je mag troost krijgen.

Na vers 15 (wees standvastig) komt direct vers 16: moge God u steun en hoop geven en u sterk maken.
Naast de oproep ‘wees sterk’ is er vooral de verwijzing naar God: moge hij je sterk maken.
 

Hoe schrijft Paulus dat dan?
Onze Heer Jezus Christus, en God onze Vader - hij heeft ons zijn liefde getoond; 
hij heeft ons blijvende steun gegeven en goede hoop. Denk er eens over na wat daar staat.
In een paar woorden vast Paulus zo ongeveer heel de bijbelse boodschap samen.
 

God heeft ons zijn liefde getoond.
God is begonnen met ons lief te hebben. Zo lief had God de wereld, dat hij zijn enige Zoon gaf.
God zag de wereld, de mensen die er zo’n puinhoop van hebben gemaakt.
God de Vader zei tegen zijn Zoon: ga naar die wereld, 
word een mens zoals die mensen zijn en red hen van de ondergang.
Heel de christelijke leer begint bij de liefde van God.
Die liefde heeft hij getoond door zijn Zoon te geven. 
Die liefde zie je in het kruis van Christus.
 

Hij heeft ons goede hoop gegeven (ik sla het tweede even over).
De hoop, dat is in de bijbel altijd: de zekerheid van het leven dat komt. 
We zijn op weg naar eeuwig leven. Vader en Zoon beloven ons een nieuwe wereld. 
Hij is de God die nieuwe dingen maakt. We zijn op weg naar een veel mooier leven.
Zo lief had God de wereld, dat hij zijn enige Zoon gaf (daar begon het mee, 
de liefde van God) opdat wie in hem gelooft, eeuwig leven heeft (daar gaat het naar toe).
 

En op weg daar naar toe (dat is het tweede) geven Jezus Christus en zijn Vader blijvende steun.
In de vorige vertaling: eeuwige troost. De steun dat je er niet alleen voor staat. 
De troost door de Geest van Vader en Zoon.
De Heilige Geest wordt niet voor niet de Trooster genoemd.
Christus heeft beloofd: ik laat mijn kerk niet alleen, 
ik geef steun en troost door mijn Geest.
 

In drie woorden vat Paulus heel de boodschap van het christelijk geloof samen: 
redding door Gods liefde, vooruitzicht van eeuwig leven en op weg daar naar toe de hulp van God.
Dat is het evangelie dat Paulus daar gepreekt heeft.
Dat is (vers 15) de traditie waarin hij hen onderwezen heeft.
Dat is het christelijke geloof waarvan jullie, allen, hoop ik getuigen.
Dit is de waarheid die we als gelovigen van Christus belijden: de liefde van God, te zien in het kruis van Christus;
Gods hulp voor vandaag en de belofte van een heerlijke toekomst.
 

Maar is die waarheid nu ook meteen troost?
Dat was de vraag. Wat is echt troosten?
Ik noemde net het voorbeeld van een dominee of ouderling die 
een heleboel waarheid vertelt, maar het komt niet binnen als troost.
 

Doet Paulus dat nu ook? Geeft hij een heleboel waarheid en zegt hij dan : 
dit is je troost? Nee, kijk goed hoe het er staat.
Paulus zegt: moge die God (Jezus Christus en God de Vader) 
over wie we zo’n mooie waarheid mogen belijden (liefde, steun en hoop) -
moge die God jullie nu ook metterdaad aanmoedigen.
 

Even wat vertaal-dingen. ‘Aanmoedigen’ - daar staat eenzelfde woord als ‘steun’ in vers 16.
In de vorige vertaling werd het alle twee vertaald met troost.
God die ons troost geeft - moge hij u troosten.
Eigenlijk staat er: hij trooste uw harten.
Dat het dus echt bij je binnen komt.
En let op dat Paulus nu het woordje ‘u’ gebruikt en niet meer ons.
 

Je mag het zo lezen:
God geeft ons, als christenen, de waarheid dat hij liefde, hoop en troost geeft 
- God geve dat jullie nu ook persoonlijk, in je eigen leven,
dat als troost zult ervaren. Dat de waarheid die je belijdt, 
ook de werkelijkheid van je eigen hart is.
Dat het grote verhaal van Gods liefde in Christus binnenkomt in 
jouw persoonlijke verhaal van zorg, verdriet en tegenslag.
Dat is echte troost. Persoonlijke troost.
De verbinding ervaren tussen de waarheid van het christelijk geloof en de ellende van je eigen leven.
Dat het grote verhaal binnenkomt in jouw kleine leven.
Zo lief heeft God de wereld gehad - dat dat in je hart landt als de zekerheid: 
God heeft mij lief; zijn hart is vol liefde voor mij.
Om het even heel gek te zeggen: mijn foto staat bij God op z’n bureau en bij alles wat hij doet, 
denkt hij ook aan mij, want hij heeft mij lief. En Jezus Christus heeft gezegd:
ik laat mijn kerk niet alleen, ik geef bijstand 
- dat dat in je hart land als de zekerheid: ik zit hier wel alleen,
in mijn kamer, maar ik ben niet alleen. Ik lig wel alleen te woelen in m’n bed,
maar naast mijn bed staat God. Hij is bij me. Niet een vaag ‘God is overal’, 
maar een persoonlijk ‘wat ben ik blij, Heer, dat u bij me bent.’
En God heeft gezegd: ik maak alle dingen nieuw - dat dat in je hart landt als de zekerheid:
straks loop ik daar te springen en te juichen in die nieuwe wereld.
Pijn en verdriet die ik nu voel, zijn tijdelijk. Straks ben ik alles vergeten en is alles alleen maar mooi.
 

Dat is echte troost.
Dat de waarheid die er voor iedereen is, werkelijkheid wordt in jouw leven.
 

Dat is trouwens niet alleen wat je nodig hebt als troost. 
Dat is leven als christen, ook als dingen goed gaan in je leven.
Ik denk weer aan die lieve kinderen hier vooraan. Jullie beloven straks 
dat je aan je kind de waarheid van het evangelie zult vertellen.
Maar laat dan ook aan je kinderen zien dat die waarheid in je eigen leven is. 
En leer je kinderen om dat met elkaar te verbinden: het grote verhaal van Gods liefde en hulp 
en toekomst en het verhaal van hun eigen leven. 
Maar gauw terug naar de tekst, anders lijkt het alsof we dat zelf moeten doen, 
zelf die verbinding leggen. Terwijl Paulus juist schrijft: moge God dat doen.
 

2 Dat is het tweede punt: troost door Gód!
 

Daar ligt meer nadruk op dan je in deze vertaling herkent.
In de vorige vertaling was het wat houterig vertaald: en hij, 
onze Heer Jezus en God onze Vader, trooste u. Maar zo staat er wel.
Paulus zegt het inderdaad met nadruk: en hij geve u troost.
Je kunt zelf proberen standvastig te zijn. Dat is goed. Vers 15: wees standvastig.
Maar echte troost kan God je alleen geven.
Die verbinding van het grote verhaal van Gods liefde en zorg, 
met jou leven, dat moet je van God vragen.
 

Daar mag je om bidden voor anderen.
Dat doet Paulus hier. Hij weet ook: ik kan hun dat niet geven. 
Ik kan veel tegen hen zeggen.
Maar uiteindelijk is het God zelf die die persoonlijke troost moet geven.
Vraag dat in gebed voor elkaar. ‘Heer, ik weet dat u een helpende God bent; 
ik weet dat uw liefde oneindig is. Wilt u dat nu laten merken aan die en die.
 

Zoek die troost zelf bij God.
Je krijgt geen troost als je blijft steken bij dat wat je geleerd hebt; bij de belijdenis van de christelijke kerk.
Je krijgt geen echte troost als je nooit verder komt dan algemene waarheden.
Echte steun mag je verwachten in de ontmoeting met God. Ga zelf in gebed.
Dat hoeft dan helemaal geen mooi lopend gebed te zijn.
Het mag ook schreeuwen zijn. Maar schreeuw het uit naar God en vraag hem om zijn hulp.
 

Daar kun je ook elkaar bij helpen.
Samen die troost zoeken, door naast een ander te gaan staan.
Luisteren naar zijn verhaal en vanuit dat verhaal 
met de ander samen God vragen om hulp.
(Waarschijnlijk was dat ook het probleem van die dominee of die ouderling 
die geen echte troost gaf; hij had niet genoeg geluisterd,
hij was niet eerst zelf in het verhaal van de ander gekropen om met de ander samen naar God toe te gaan.)
 

Zo mag je elkaar in de gemeente helpen om echte troost te vinden.
Zo mag je elkaar helpen om in tegenspoed maar ook in voorspoed echt christen te zijn:
dat de liefde en de troost en de hoop die de Heer ons in zijn genade geeft,
ook echt je eigen hart vult met liefde en rust en vooruitzicht.

Het lijkt me goed om deze preek nu af te sluiten en met elkaar te bidden voor elkaar. 

Amen.