Preek week 33

preek v.d. week 33

 

 
in de serie preken Jezus zegt :"Ik ben......."
 

deze week zegt Jezus:" Ik ben de Opstanding"
 

laten wij lezen: Johannes 11:1-44

 
 

Jezus zegt: ik ben de Opstanding - geloof in mij en leef!
1. zijn plan
2. zijn betrokkenheid
3. zijn belofte
4. zijn bewijs
 

1-Hoe vaak zullen ze het tegen elkaar gezegd hebben: was de Heer nou maar hier, 
dan zou hij Lazarus wel beter maken. Het is het eerste wat Marta tegen Jezus zegt als hij er eindelijk is: 
als u hier geweest was, Heer, zou mijn broer niet gestorven zijn. En Maria zegt precies hetzelfde.
De Heer had dit kunnen voorkomen. Ze hebben hem niet voor niets dat bericht gestuurd: 
Heer, uw vriend is ziek. Ze hadden verwacht dat hij meteen naar hen toe zou komen.
Waarom heeft hij dat niet gedaan? Sommigen nemen het hem zelfs kwalijk: 
hij had het toch kunnen voorkomen? Hij kan toch alles; dan had dit toch niet hoeven gebeuren?
 

Ik vind het pijnlijk herkenbaar. Het zijn de moeilijke vragen bij een ziekte, 
bij een overlijden, bij grote problemen. Je bidt. Je roept de Heer erbij, 
zoals die twee zussen een bericht naar Jezus stuurden. Je gelooft dat de Heer kan helpen.
Waarom doet hij het dan niet? God kan toch alles?
Waarom sterven er nog mensen ook al ze Christen zijn???
Waarom lopen er nog steed Christenhuwelijken stuk?
Waarom kwam er die ziekte, waarom die blijvende pijn, die depressie? 
Waarom gingen die psychische klachten niet over?
Bij allerlei dingen  kun je met die vraag blijven zitten: God had het toch kunnen voorkomen?
 

De Heer laat hier zien dat hij zijn eigen plan heeft.
Hij heeft bewust niet gereageerd op dat eerste bericht. Hij heeft bewust gewacht tot Lazarus overleden was. 
Hij legt dat zelf ook uit. Hij noemt twee dingen.

1. Vers 4: deze zieke loopt uit op de eer van God, zodat de Zoon van God geëerd zal worden.
In vers 40 komt dat terug: ik heb je toch gezegd dat je Gods grootheid zult zien als je gelooft. 
Daar staat hetzelfde woord: Gods eer.

2. Vers 15: om jullie ben ik blij dat ik er niet bij was: nu kunnen jullie tot geloof komen.
Twee dingen die bepalend zijn voor het plan van de Heer: zijn eer en het geloof van mensen.
Dat is het belang waar Jezus hier mee rekent.
Terwijl Maria en Marta maar één belang hadden: Lazarus moet beter worden. 
Het leven moet goed gaan. Geen zorgen, geen verdriet.
 

Gods plan is anders dan onze plannen.
Hij overziet meer en houdt met meer dingen rekening dan wij.
Dat hoeven we onszelf niet kwalijk te nemen. Wij zijn beperkte mensen.
Wij overzien een afgelopen jaar en dan mogen we vragen ‘Heer, had het niet anders gekund?’.
Maar de Heer wil ons leren om te vertrouwen op zijn goede plan.
Het kwam goed met Lazarus, met Maria en Marta. Volgens het plan van de Heer.
Geloof: uw leven, in 2007 en in 2008, werd en wordt geregeerd volgens het plan van diezelfde Heer Jezus Christus.
Leer te vertrouwen op zijn goede plan.
 

2-En weet dat hij daarbij heel sterk betrokken is op wat er in uw leven gebeurt.
Het is een bijzonder detail in wat Johannes hier vertelt:
Jezus huilde ook. Dat is opvallend. Hij wist wat hij zou gaan doen. 
Hij had zijn plan klaar en wist dat zijn Vader in de hemel hem zou geven wat hij vroeg.
Hij zou Lazarus uit het graf halen. En toch huilt hij mee.
Daar zie je dat Jezus echt helemaal mens is.
Een mens die aanloopt tegen de dood. En de dood is hard.
Verdriet doet pijn. Jezus huilt.
 

In Hebreeën 4 wordt uitgelegd wat dat voor ons betekent.
De hogepriester die wij hebben is er een die met onze zwakheden kan meevoelen, 
juist omdat hij, net als wij, in elk opzicht op de proef is gesteld.
De Heer, Christus die nu in de hemel is, kan met onze zwakheden meevoelen, 
want hij weet wat het is om zwak te zijn. Hij weet wat het is om mens te zijn.
Hij weet wat verdriet betekent. Hij weet wat het betekent om teleurgesteld te zijn. 
Hij kent de pijn van iemand missen en toch verder moeten.
 

Hij kent het gevoel dat u en jij misschien hebt, vanavond.
Het gevoel dat je aan een ander zo moeilijk kunt uitleggen.
Veel mensen zitten gezellig oudejaarsavond te vieren en misschien doe je ook nog wel mee, 
maar er zit ook een stil verdriet. Geloof dat hij voelt wat je voelt.
 

Als je vanavond hardop of van binnen huilt - ook je Heer heeft gehuild.
Als je klein en zwak voelt op de drempel van het nieuwe jaar -
de Heer weet wat het is om zwak te zijn.
 

3-Dan dat bijzondere gesprek met Marta.
‘Als u hier was geweest, Heer, zou mijn broer niet gestorven zijn. 
Maar zelfs nu weet ik dat God u alles zal geven wat u vraagt.’
Zo mag dat: je vraag bij de Heer neerleggen: Heer, waarom was u er niet, 
waarom greep u niet in? En tegelijk je vol vertrouwen aan hem geven.
Jezus zegt: je broer zal uit de dood opstaan. Dat weet ik, zegt Marta meteen.
Ze weet, ze gelooft: er komt een dag dat de graven open gaan.
Opstanding, dat is dat moment ver weg, aan het eind van de tijd.
Ooit zal het graf opengaan. Ze weet, maar het is nog ver weg.
 

Maar luister dan wat Jezus zegt. Dat ‘weten van ver weg’ draait hij bij naar een ‘kennen hier en nu’.
De opstanding, dat is niet die gebeurtenis ergens aan het eind van de tijd.
De opstanding - dat ben ik. Het leven dat niet stuk te krijgen is - dat ben ik.
 

Het is hetzelfde als bij die andere ik-ben-uitspraken. Jezus trekt alles naar hemzelf toe, 
naar zijn persoon. De opstanding is niet iets voor achter de horizon.
Zo kun je het wel ervaren. Zo wordt het ook gezegd: ja, ik geloof wel dat er een keer een opstanding komt, 
maar nu voel ik alleen maar verdriet en een lege plek. De opstanding is dan eigenlijk
iets van buiten je werkelijkheid. En de werkelijkheid is alleen maar verdriet, pijn, teleurstelling.
Maar Jezus trekt het in de werkelijkheid. Zo echt als hij daar zelf voor Marta staat.
De opstanding, dat ben ik.
 

Hier en nu ben ik voor jou het leven.
Hier en nu ben ik voor jou de troost, de blijdschap van 
het weer opstaan van je broer.Ik ben het voor jou.
Dat leven, die blijdschap van de opstanding, is voor jou als je in mij gelooft.
 

Het leven dat Jezus Christus geeft, is geen kwestie van ademhalen en eten en drinken, 
maar van geloven in hem. In de Nederlandse Geloofsbelijdenis staat: 
het is Jezus Christus omhelzen (art.22).
Je armen om zijn nek slaan en hem vasthouden om hem nooit weer los te laten.
Zoals Marta hier doet: ja Heer, ik geloof dat u de messias bent, de Zoon van God. 

Dat is leven.
Je armen om de nek van Christus slaan, hem vasthouden; als het nodig is: bij hem uithuilen. 
En weten: als je hem hebt, heb je alles.
 

Zo heeft Aly Ekkel dit jaar hem omhelsd. Zich aan hem vastgehouden, 
toen ze wist dat ze verder alles los moest laten.
Zo heeft Aafke Voerman altijd gezegd: als hij me roept, is het goed.
Zo hebben Herman en Margreet hun Jonathan kunnen loslaten.
 

De Heer heeft beloofd: wie in mij gelooft zal leven, ook al is hij gestorven.
Aly, Aafke, Jonathan: ze leven met Jezus Christus.
En de Heer heeft beloofd: wie leeft en in mij gelooft, zal nooit sterven.
De dood kan wel komen, maar zelfs de dood trekt je niet bij het Leven vandaan.
Want Jezus Christus, het Leven zelf, houdt je vast dwars door de dood heen.
 

Dat is het leven dat voor je ligt in
Niemand weet wat het zal brengen.
Er zijn er die zich afvragen: zal ik weer een jaar te leven krijgen. 
Houdt mijn lichaam het nog een jaar vol?
Sla je armen om Jezus Christus. Geloof in hem en weet het zeker: je zult leven, 
zelfs al wordt dit het jaar waarin je sterft.
Als je Christus omhelst heb je het leven, dwars door de dood heen.
 

Als je dat over het stérven kunt zeggen, mag je het ook zeggen over zoveel 
anderen dingen waarover je je zorgen kunt maken.
Of waarover je zorgen in het afgelopen jaar.
Zal ik gezond blijven? Je gezondheid - dat ben ik, zegt Christus.
Zullen we het financieel redden? Je rijkdom - dat ben ik, zegt Christus.
Zal het in ons huwelijk weer goed komen? Je huwelijksgeluk - dat ben ik, zegt Christus.
En vul maar in. Al die dingen die zo belangrijk voor je kunnen zijn.
Jezus zegt: het echte, dat ben ik. Hij is je leven.
Laat hem in altijd je leven zijn. Sla je geloofsarmen om hem heen.
 

4-Terug naar Marta in gesprek met Jezus.
Ze zegt: Heer, ik geloof in u.
Op dat moment ligt Lazarus nog in het graf.
En Marta rekent er helemaal niet op dat de Heer hem er uit zal halen.
Maar ze gelooft wel.
 

Voor háár geloof was de opstanding van Lazarus niet nodig geweest.
Maar voor anderen wel. Zo had Jezus het al gezegd. Zijn plan was dat 
op deze manier de leerlingen tot geloof zouden komen.
Wat hij zei tegen Marta onderstreept hij daarom door Lazarus uit het graf te laten komen.
De opstanding van Lazarus is natuurlijk heerlijk geweest voor Maria en Marta.
Maar het is vooral het bewijs geweest bij wat hij zei.
Het bewijs dat hij sterker is dan de dood.
Hij is het leven waar de dood niet tegen op kan. Kijk maar, hij daar komt Lazarus weer terug in het leven.
 

Een nog sterker bewijs leverde Jezus toen hij zelf uit het graf kwam.
Deze opstanding van Lazarus verwijst daar al naar.
Jezus Christus kwam zelf uit het graf.
Hij hoefde niet eens geroepen te worden, zoals Lazarus.
Bij hem hoefden niet anderen de doeken van zijn voeten en hoofd te halen. 
Hij verbrak zelf de banden van de dood. De opstanding van Jezus is voor altijd het bewijs:
hij is het leven dat sterker is dan de dood.
 

Vanuit die opstanding mag je vandaag terugkijken op het afgelopen jaar.
Het kan lijken alsof de dood een heleboel gewonnen heeft. 
Sterven, ziekte, teleurstellingen, kapotte huwelijken...
Maar de opstanding van Jezus Christus bewijst: nee, 
de dood heeft het niet gewonnen. Christus was sterker, ook nu.
Ik zie dat ook niet in alles. Ik heb ook m’n vraagtekens, net als toen Maria en Marta: 
Heer, als u ingegrepen had, zou het toch beter gegaan zijn!
Ik begrijp Gods plan niet. Maar de opstanding van Christus bewijst meer dan mijn gevoel, 
mijn ervaring. Christus was sterker dan de dood.
 

En  de opstanding van Jezus Christus is het bewijs van zijn belofte.
 

AMEN