Preek week 32

Preek v.d. week 32

  
wij gaan deze week verder met de serie preken over "Jezus zegt"
 

deze week zegt Jezus:"Ik ben......de wijnstok".
 

Laten wij lezen : Johannes 15: 1-17
 

 
De ware wijnstok, dat ben ik.
Misschien wijst Jezus op dat moment wel een wijnstok aan, ergens onderweg in Jeruzalem, of net erbuiten.
Na de gesprekken aan tafel zijn ze opgestaan (Johannes 14:31, Kom, laten we hier weggaan).
Ze lopen buiten (Johannes 17:1, Jezus sloeg zijn ogen op naar de hemel).
Jezus kan het aangewezen hebben: kijk, een wijnstok.
De echte wijnstok ben ik.
 

Hoe gaat het bij een wijnstok, zo’n druivenplant.
Je hebt een korte, knoestige stam. Elk jaar komen daar allemaal uitlopers aan, de ranken.
Die ranken, daar gaat het om. Daar komen de druiven 
aan waar je wijn van kunt maken. Niet aan elke rank.
Een goede wijnboer herkent dat. Er zijn ranken waar alleen maar bladeren aan groeien.
Die worden weggeknipt, weggegooid. Andere uitlopers snoeit hij bij.
Misschien wordt daar wel mee bedoeld: kleine druiventrosjes wegplukken, 
zodat de grotere druiventrossen goed uit kunnen groeien.
Zo krijgt de wijnstok de meeste druiven. Daar gaat het om.
 

Jezus zegt: zo is het bij mij. Ik ben de wijnstok. 
Jullie zijn de uitlopers, de ranken. God is de wijnboer.
Wat heeft de wijnboer al gedaan? Hij heeft al een rank weggeknipt. Judas is weggegaan.
Hij zal straks Jezus verraden. Hij hoort er niet meer bij.
God heeft de andere ranken bijgesnoeid. Ingekort. Waardeloze stukken weggehaald.
De leerlingen hebben al veel geleerd van Jezus.
Nu kunnen ze vrucht gaan dragen. Nu kunnen er druiven gaan groeien.
 

Wat zijn die vruchten?
Het zijn in ieder geval vruchten voor God. De Vader is de wijnbouwer. De oogst is voor hem.
Niet voor de wijnranken zelf. Leerling van Christus ben je niet om er zelf beter van te worden.
Kijk ook in vers 8: het gaat om de grootheid van Vader die zichtbaar wordt als er veel vruchten zijn.
Je zou kunnen denken aan wat verderop in de bijbel genoemd wordt de vruchten van de Geest: 
liefde, blijdschap, vrede, geduld enzovoort. 
Wat er in je verandert als je in Christus gelooft.
Maar hier bedoelt Jezus waarschijnlijk vooral als vrucht: 
meer mensen die Jezus Christus kennen en in hem geloven.
De uitbreiding van het koninkrijk. Meer christenen.
Kijk maar in vers 16: ik heb jullie opgedragen op weg te gaan en vrucht te dragen.
De opdracht van Jezus om op weg te gaan is altijd: 
op weg gaan om het evangelie van het koninkrijk door te geven.
Nieuwe leerlingen maken. De wijnstok moet een plant worden die echt naar 
alle kanten groeit en naar alle kanten mensen bereikt.
Vrucht dragen is: het evangelie doorgeven zodat mensen 
tot geloof komen en tot eer van God gaan leven.
 

Wat is daarvoor nodig?
Vast blijven zitten aan Jezus Christus.
Misschien heeft Jezus op dat moment het wel laten zien aan zijn leerlingen: 
kijk, zo’n rank zit vast in de wijnstok.
Alleen als die verbinding er is, kunnen er druiven groeien.
En kijk - krak - als je zo doet, zal er nooit een mooie tros druiven groeien.
Want de kracht voor het groeien komt uit de wijnstok.
De kracht voor het verder gaan van het koninkrijk komt uit Jezus Christus.
De kracht om te leven voor God zodat je anderen daarin meekrijgt, komt uit Christus.
 

Dat zei Jezus terwijl hij met z’n leerlingen op weg was naar Getsemane.
Daar zou hij gevangen genomen worden. Daar zouden hun wegen uit elkaar gaan.
Hij zou zijn eigen weg moeten gaan, van lijden en sterven.
Toch zegt Jezus: blijf in mij. Dat betekent:
blijf door geloof aan mij vastzitten.
Ook als je niet meer bij me kunt zijn. 
Als jullie hier op aarde verder moeten groeien.
Blijf in mij, door in mij te geloven. Blijf in mijn liefde.
Blijf daarom luisteren naar wat ik heb gezegd.
 

Jezus zegt dit juist voor de tijd dat hij niet bij zijn leerlingen zal zijn.
Dus ook voor ons. Voor mensen die leven in advent: 
de tijd totdat Jezus Christus terugkomt.
Dit is de tijd dat de vruchten mogen groeien. Steeds meer vruchten.
Steeds meer mensen die willen leven tot eer van God, door de Geest van Jezus.
Steeds meer leven tot eer van God, bij u, bij jou, zodat je anderen daarin mee kunt nemen.
 

Wat heb je daarvoor nodig? Blijf in Jezus Christus.
Laat er een sterke geloofsverbinding zijn.
Zonder hem kun je niets. Maar verbonden met hem kun je leven voor God.
 

Die verbinding mag je laten versterken voor het vieren van het Avondmaal.
Wat is Avondmaal vieren?
Dat is opnieuw belijden en laten zien door hier naar voren te komen:
ik kan het niet op eigen kracht. Ik heb de levenssappen van 
de wijnstok nodig, de verbinding met Christus.
 

Ik nodig u uit om straks zo naar voren te komen.
Als ranken die uit zichzelf verdorren en de energie van Christus nodig hebben.
Hier komen niet alleen de ranken die kunnen laten zien ‘kijk eens hoe vruchtbaar ik ben’.
Ook de ranken met weinig druiven, met slappe bladeren.
De zwakke, die met moeite zelf bij Christus blijft en er helemaal 
niet aan kan denken om anderen bij Christus te brengen.
Kom naar het Avondmaal. Laat je snoeien door de Vader.
Erken wat er verkeerd zit. Laat het van je afknippen, 
laat het liggen onder je stoel, al blijft er voor je gevoel misschien weinig van je over.
Kom gesnoeid naar Christus. Versterk de verbinding met hem.
Ontvang de kracht van hem. Hij wil zijn levenskracht in jou geven.
 

Zodat jij toch meer vrucht kunt geven.
Vrucht voor God, zolang Christus nog niet teruggekomen is.
Je hoeft het niet op eigen kracht te doen.
Het is niet een opdracht: draag veel vrucht.
Het is zeker niet een voorwaarde: eerst veel vrucht, dan kun je bij me horen.
Het is een belofte.
Als je in mij blijft en ik in jou, draag je veel vrucht.
Want de kracht daarvoor krijg je van Christus.
Hij is wijnstok, jij hoeft alleen maar als rank aan hem vast te blijven zitten.
 

AMEN