Preek week 29

preek v.d. week 29
  

 

deze week gaan wij verder met de serie 

Jezus zegt:"Ik ben......." 

Deze week "IK ben van boven"
 

Laten wij lezen: Johannes 8:12-32


 

Kent u Lou de palingboer uit Muiden?
In de jaren vijftig preekte hij van achter een viskraam.
Hij vertelde de mensen dat hij God was en dat hij niet zou kunnen sterven.
Er waren er heel wat (en ze zijn er nog) die in hem geloofden.
Maar de meeste mensen zeiden: die man is niet goed wijs.
Logisch.
 

Kent u Jezus de timmerman uit Nazaret?
In de jaren dertig preekte hij, onder andere vanaf een vissersbootje.
Hij vertelde dat God zijn Vader was en dat hij uit de hemel was neergedaald.
Er zijn er heel wat (en ze zijn er nog) die in hem geloofden.
Maar de meeste mensen zeiden: die man is niet goed wijs.
Logisch toch?
 

Is het raar als mensen zeggen: dat hele verhaal over Jezus is onzin?
Nee. Ik kan me dat goed voorstellen.
En ik snap ook heel goed dat jongelui  met zulke vragen zitten en zich afvragen: 
hoe weet je nou zeker dat het christelijke geloof echt waar is?
Het staat allemaal wel mooi in de bijbel,
 maar dat boek is toch ook maar door mensen geschreven.
En je hebt toch ook bijvoorbeeld de Koran. Waarom zou de bijbel wel waar zijn en de Koran niet? 
Waarom zou het wel waar zijn wat Jezus zei en niet wat Mohammed zei?
 

Zulke vragen hebben niet alleen de jongelui.
Daar kun je ook als volwassen christen mee zitten.
En als u het christelijke geloof niet van binnenuit kent, (misschien bent u voor het eerst in een kerk vandaag) 
hebt u misschien ook wel zulke vragen. Hoe kun je nou zeker weten dat het waar is?
Jezus zal best een bijzonder mens geweest zijn, maar wie bewijst dat hij meer was dan dat?
 

Zo’n bewijs heb ik ook niet. Ik ga ook niet proberen u te overtuigen.
Ik wil alleen samen met u luisteren naar een gesprek van Jezus zelf hierover.
Ik hoop dat daarmee iets meer duidelijk wordt wat geloven eigenlijk is.
 

We hebben gelezen dat Jezus zei: ik ben het licht voor de wereld. 
Ik ben het zonlicht.(Lees de preek van vorige week nog maar)
Zoals je elke dag kunt leven doordat de zon schijnt, zo heb je elke dag mij nodig.
Ik geef het licht waardoor je echt leven kunt.
Het is nogal wat als je dat van jezelf zegt.
 

De Farizeeën reageren daarop.
Het zijn mensen die heel kritisch naar Jezus kijken.
Toen was het net als nu: je hebt heel veel mensen die niet in Jezus geloven,
maar het prima vinden dat een ander het wel doet.
Maar je hebt een kleine groep mensen die steeds weer fel tegen dat geloof in gaan.
Dat deden toen de Farizeeën. Ze vallen Jezus aan: uw getuigenis is niet betrouwbaar,
want u getuigt over uzelf.
 

Daar hebben ze wel een punt. Iedereen kan wel iets over zichzelf roepen.
Maar dat hoef je dan toch niet te geloven?
Jezus kan over zichzelf wel zeggen dat hij iets heel bijzonders is,
 maar wie zegt er dat dat waar is?
 

Jezus wijst die bezwaren af.
Mijn getuigenis is wel betrouwbaar, want (vers 16) ik ben niet alleen, 
maar samen met de Vader die mij gezonden heeft. Er zijn er dus twee die getuigen:
ik getuig over mezelf èn mijn Vader getuigt over mij.
Je kunt er rustig vanuit gaan dat het waar is wat ik zeg, want mijn Vader zegt hetzelfde.
 

Maar is dat nou overtuigend?
Natuurlijk niet. Want: waar is uw Vader dan?
Logisch dat ze dat vragen. Jezus staat daar wel mooi alleen.
Dan kun je wel heel hard roepen ‘mijn Vader zegt hetzelfde als ik’,
maar waar is die Vader dan?
 

Dan geeft Jezus een antwoord waarmee hij het niet echt makkelijker maakt.
Hij zegt: u kent mij niet en mijn Vader niet.
Als u mij zou kennen, zou u mijn Vader kennen.
 

Maar dat is toch een cirkel-gedachte? Dan draai je toch in een kringetje rond?
Jezus zegt eigenlijk: om mij te kennen, moet je naar mijn Vader luisteren.
Maar dat doen jullie niet, want jullie kennen mijn Vader niet, omdat jullie mij niet kennen.
Je kunt Jezus niet geloven zonder zijn Vader. Je kunt de Vader niet kennen zonder Jezus.
Waar moeten ze nu beginnen?

 
Ze moeten beginnen met niet meer zulke kritische vragen te stellen.
Niet meer bewijzen willen hebben, of voldoende getuigen.
Geloven is geen kwestie van constateren, logisch redeneren en bewijzen verzamelen.
Geloven is niet 1 + 1 = 2, het is dus zo.
Geloven begint met aanvaarden dat er een boven is, 
een werkelijkheid die je niet in je logische verstand kunt krijgen.
Geloven is aanvaarden wat je met je verstand niet beredeneren kunt.
Geloven is zeker weten dat het waar is, ook al is het niet bewezen volgens de normale regels.
Geloven is je overgeven aan de werkelijkheid die van boven komt, van God; 
een werkelijkheid die zich niet laat controleren door onze regels van beneden.
 

Voor de Farizeeën was er één duidelijke regel: je hebt twee getuigen
nodig om zeker te weten dat iets waar is.
Jezus zegt in vers 14:bij mij ligt dat anders; ik sta daar boven. 
Ik ben van een andere categorie dan de aardse getuigen.
Ik ben betrouwbaar, want ik ben van boven.
Onderwerp mij dus niet aan jullie regels van beneden, 
de regels van logisch denken of de eis van twee getuigen.
 

Jezus zegt dat tegenover de Farizeeën op een pittige manier.
Omdat zij hem zo hard afwijzen, is hij nu ook hard tegen hen.
Als je niet gelooft dat ik van boven ben, zul je sterven in je zonde.
Dat is een waarschuwing voor mensen die het al vaak gehoord hebben.
Het is niet de eerste keer dat ze met zulke bezwaren bij Jezus komen. 
Hij heeft het hun al veel vaker gezegd. Maar ze blijven hem afwijzen.
Ze willen nog maar steeds boven hem blijven staan, met hun verstand, hun wetenschap.
Dan wordt de Heer fel: als je mij zo afwijst, kan ik ook niets voor je doen.
 

Daar zit tegelijk een uitnodiging in.
Jezus zegt: als u niet gelooft dat ik van boven ben, zult u in uw zonden sterven.
Dat betekent ook: als u wel gelooft dat ik van boven ben, zal ik u bevrijden; 
dan is de dood het einde niet. Dan geef ik leven dat niet kapot te krijgen is. 

De pittige afwijzing richting de Farizeeën is een uitnodiging voor anderen.
Jezus zegt dat zelf ook. Vers 26: ik heb veel over u te zeggen en veel in uw nadeel, 
maar ik zeg tegen de wereld wat ik gehoord heb van hem die mij gezonden heeft.
Jezus wil vooral aan anderen, die hem niet keihard afwijzen, 
vertellen wie hij is, vertellen over de liefde van God.
Dat is ook wat wij als kerk vandaag willen doen. We gaan niemand veroordelen.
Als u Jezus Christus niet kent, krijgt u van mij geen donderpreek; 
ik ga niet tegen u zeggen dat u verloren gaat. Ik wil u alleen maar uitnodigen.
Ik wil u uitnodigen om te geloven. Geloof dat er een boven is. Er is meer dan wij kunnen zien.
Geloof dat Jezus van boven is. Geloof dat hij van een andere orde is.
Geloof dat God betrouwbaar is. Dat Jezus echt de Zoon van God is.
Dat de bijbel echt het boek is van God over God. Geloof dat,
 niet omdat je het bewijs ervan gezien hebt of omdat het allemaal zo logisch klinkt,
maar sta er voor open dat Jezus van boven is.
 

Dat vonden de mensen toen moeilijk om te accepteren.
En het lijkt of Jezus dat begrijpt.
Hij zegt (vs28): wanneer u de Mensenzoon hoog verheven hebt,
zult u weten dat ik het ben. Daarmee bedoelt Jezus wat er komen gaat: 
ze zullen hem kruisigen. Hij zal letterlijk hoog verheven worden, aan een kruis getimmerd.
Maar ook wat direct daarna komt: na zijn sterven zal hij opstaan.
Hij gaat terug naar zijn Vader in de hemel (de hemelvaart) 
en vanaf Pinksteren is de kracht van de Geest van Jezus Christus te zien.
Dan zullen ze het zien. Dan zijn er feiten.
Dan gebeurt er een heleboel waar ze niet omheen kunnen.
Zo is het inderdaad gegaan. Veel Joden zijn later toch gaan 
geloven dat die Jezus inderdaad van boven was.
 

Jezus zei het al: de feiten zullen je helpen om te geloven.
Zo is het nu ook. Er zijn zoveel feiten die het verhaal van Jezus ondersteunen. 
Er is zoveel bewijs dat het verhaal van de bijbel waar is.
Er zijn heel wat boeken geschreven die laten zien hoeveel er logisch gezien 
voor pleit om te zeggen: ja, het moet wel waar zijn.
Het christelijke geloof wordt wel degelijk gesteund door een heleboel feiten.
 

Maar dan nog, geloven blijft vooral: aanvaarden dat er een werkelijkheid boven is.
Aanvaarden wat je niet kunt zien, niet kunt bewijzen; geloven zonder alles te begrijpen.
Geloven dat Jezus van boven is.
 

Broeders en Zusters
u gelooft in Jezus Christus de Zoon van God.
Daarmee doet u iets dat voor veel mensen onzin is.
Want het is niet te bewijzen, niet te beredeneren.
Inderdaad. Geef dat gerust toe als mensen dat tegen u zeggen of als je eigen 
twijfel daarover zeurt. Het is niet te bewijzen. Het is wel te geloven.
Hou vast aan wat Jezus zelf zei: ik ben van boven.
Christen-zijn is verbonden zijn met de werkelijkheid van boven.
 

Dat was geen kwestie van logisch redeneren.
Maar je hebt in de loop van jaren gemerkt dat er een kracht van boven 
is die steeds weer aan je trok. Hij was sterker dan jij.
Je hebt leren geloven: Jezus Christus is werkelijkheid.
Hij is vanaf boven ook aan het werk in jou.
Je hebt gemerkt hoe hij jou en anderen aan het veranderen is.
Niet volgens de logica van beneden, maar met kracht van boven.
 

Bent u nog niet bekeerd, mag ik u nog een keer uitnodigen.
Sta er voor open dat er meer werkelijkheid is dan wat je hier
kunt zien of beredeneren. Jezus Christus is van boven.
En hij is beneden gekomen. Hij wil ook u van beneden verbinden met boven.
Namens hem: van harte uitgenodigd.

 

AMEN