Preek week 26

preek v.d. week 26

 

 

Jezus zegt ik ben..........
 

daar zullen de komende weken de preek overgaan
 

Jezus zegt ik ben....deze week het Levende brood (1)
 

lezen: Johannes 6:1-51

 
Het levende brood - dat ben ik!

1. Doe geen moeite voor je dagelijks brood
2. Blijf niet steken in je ‘kerkelijk brood’
3. Krijg het levende brood.

 

Lieve mensen
stel je voor, het is vrijdagavond. Je zit op MSN. Eén van je vrienden vertelt: 
ik was vandaag in de stad. Daar was op het plein bij een man die mobieltjes uitdeelde. Zomaar gratis mobieltjes.
En mooie ook, met camera en MP3 en bluetooth en een flink bel-tegoed.
 Die kon je zomaar krijgen. Of je zin hebt om morgen mee  te gaan,
kijken of hij er weer is. Er gaan er een heleboel.
 

Dat lijkt je wel wat. Dus zaterdagmorgen met een heel stel er naar toe.
Ja hoor, daar komt hij weer. Jullie zijn niet de enige,
er lopen heel wat mensen naar hem toe. Hij blijft staan.
‘Jullie komen zeker voor die mobieltjes?
Doe daar geen moeite voor.
Je kunt beter moeite doen voor het echte mobieltje,
dat nooit kapotgaat en waarvan het bel-tegoed nooit op raakt.
Ik ben het echte mobieltje. Als je mij hebt, heb je altijd verbinding en heb je altijd bel-tegoed. ‘
 

Hoe zou jij je dan voelen?
Ben je daarvoor op zaterdagmorgen vroeg uit bed gekomen?
Wat is dat voor onzin: ik ben het echte mobieltje...?
 

Zoiets kunnen die mensen toen bij Jezus ook gevoeld hebben.
Toen ging het zelfs over brood.
Als je geen nieuw mobieltje krijgt, is dat jammer.
Maar als je geen brood krijgt, heb je honger. Eten heb je nodig.
Vergis je niet, ik denk dat in die tijd voor veel mensen het veel meer de 
vraag was of ze de volgende dag nog wel te eten hadden.
Voor ons is dat meestal geen vraag. Het brood zit al in de vriezer, of je gaat naar de winkel.
Er staat geld op de rekening. Daar hoef je je niet zo’n zorgen om te maken.
Toen was dat wel anders.
Nu hadden ze zomaar gratis brood en vis gegeten. Royaal,
iedereen had genoeg kunnen eten, want er bleef nog een heleboel over.
Daar wilden ze wel meer van!
Daar willen ze ook best een eind voor lopen of varen.
Gratis eten, daarvoor ga je ‘s morgens wel op tijd je bed uit.
 

Dan krijg je van Jezus te horen: doe geen moeite voor het gewone brood.
Doe geen moeite voor je gewone eten.
 

Laten we eens even eerlijk zijn: hoeveel doe jij om te zorgen dat je elke dag te eten hebt?
Hoeveel mensen staan er ‘s morgens vroeg op,
door de file heen, lange dagen maken, om geld te verdienen?
Tot voorbij je zestigste neemt dat een groot deel van je tijd: werken om te verdienen, 
om te kunnen eten en wonen.
Toch zegt Jezus: doe geen moeite voor je gewone eten.
Doe geen moeite voor elke maand een salaris.
Doe geen moeite voor een eigen huis of voor de huur.
Doe geen moeite voor je schoolexamen.
Doe geen moeite voor een nieuw mobieltje of een MP4.
 

Wat Jezus zegt, staat dwars op wat voor ons heel normaal is.
Maar hij meent het wel. Ook voor u, voor jou.
Waar ben je het meest druk voor?
Het belangrijkste is niet je eten en drinken, je huis, je computer en je vriendenkring.
Het belangrijkste is de verbinding met God.
Online zijn met hem. Dat je zijn liefde krijgt. Dat je hem eerbied en tijd geeft.
Dat je in je hart een grote plek aan hem geeft.
 

Dáár moet je moeite voor doen. Daar moet je vroeg voor uit bed willen komen.
Als het nodig is, moet je daarvoor in de file staan. Dat moet het ritme van je week bepalen.
Niet je werk om geld te kunnen verdienen, maar je leven met God.
Werken aan de geloofsverbinding met Vader in de hemel.
Dat moet bovenaan staan in je agenda.
 

Voor mensen die in de kerk komen, is dit niets nieuws. Maar doe je het ook?
We beginnen een nieuw seizoen. We vragen aan elkaar:
 is de vakantie weer voorbij? Ben jij al weer aan het werk?
Wat doe je ook al weer voor werk? Krijg jij het nog druk, de komende maanden?
Maar stel jezelf en elkaar eerst de vraag: hoe druk ga je je de komende maanden maken om verbonden te zijn met God, 
je Vader in de hemel? Heb je dat al in je agenda staan? Staat dat in je prioriteiten-lijstje?
Hoe serieus neem je dit woord van Jezus Christus: doe geen moeite voor je gewone brood, 
maar voor dat waar het echt om gaat: je verbondenheid met God.
 

Dit is iets wat veel genoemd wordt in de bijbel.
Jezus zelf heeft het laten zien.
Hij was zo’n dertig jaar, toen hij werd gedoopt door Johannes.
De Geest van God kwam op hem.
Hij is toen niet teruggegaan naar de werkplaats van zijn vader, om te werken als timmerman.
Hij is de woestijn ingegaan, om te luisteren naar God.
 Meer dan een maand, zonder eten. Hij kreeg razende honger.
De duivel wreef het er nog even flink in.
Joh, zorg toch voor jezelf. Maak brood van deze stenen.
Nee, zei Jezus. En hij verwees naar wat in de bijbel staat: de mens leeft niet van brood alleen, 
maar van ieder woord dat klinkt uit de mond van God.
 

Wat gaat u doen, dit seizoen?
Werken om te leven van brood alleen, of er aan werken dat u leeft bij het woord van God?
 

Ik zou nog heel wat meer teksten uit de bijbel kunnen noemen.
Ik heb er een aantal op een rijtje gezet op de achterkant van de preeksamenvatting.
Als een bijbelleesrooster voor deze week.
Elk van die teksten zet je voor de vraag: waar doe je moeite voor?
Voor het gewone brood of allereerst voor waar het echt om gaat?
 

Voor de duidelijkheid: dit is voor iedereen, niet alleen voor de mensen van 
deze gemeente die vandaag een nieuw seizoen beginnen.
Ik zou het als uitnodiging willen meegeven,
ook als je helemaal niet kerkelijk bent, als je geen christen bent.
Denk eens na, wat zijn de dingen die veel tijd en aandacht vragen? Zijn dat de echt belangrijke dingen van het leven?
Kun je prioriteiten stellen, bij alles wat om aandacht schreeuwt?
Ik nodig je uit om te ontdekken waar het echt om gaat.
Ik zou je graag de ervaring willen geven die al heel wat mensen gehad hebben: als je er voor kiest om Jezus Christus bovenaan te zetten,
vallen allerlei andere dingen vanzelf op hun plek en worden minder belangrijk. Dat kan een heleboel rust geven.
 

Het tweede stuk van de preek is vooral voor kerkmensen.
Want kijk eens hoe de mensen bij Jezus reageerden. Dat waren ook ‘kerkmensen’, gelovigen.
Ze wisten: wij zijn het volk van God.
God is met onze voorouders aan het werk gegaan, lang geleden, door Mozes.
Mozes kreeg de opdracht van God om het volk Israël te bevrijden uit Egypte.
Hij moest ze door de woestijn heen naar het nieuwe land brengen.
 Mozes was de grote leider geweest.
De wetten die Mozes, namens God, aan Israël had gegeven,
waren nog steeds belangrijk voor hun geloof.
Die mensen wisten: wij zijn gelovigen, want wij leven volgens de wet van Mozes.
Mozes, die was het helemaal.
 

Maar nu zegt deze Jezus: ik ben het. God heeft mij gestuurd.
Je moet in mij geloven. Dat geeft vraagtekens.
Het lijkt wel of deze Jezus zichzelf op de plek van Mozes zet.
En denkend aan het brood-wonder, zeggen ze:
 geef ons eerst maar eens een teken dat God u stuurde.
Want dat brood van gisteren was wel bijzonder veel,
het was toch gewoon gerstebrood. Maar Mozes gaf hemelbrood.
(Manna, dat was korrelig spul. Toen Israël onder leiding van Mozes door de woestijn trok, 
lag dat spul elke morgen rond de tenten;
ze verzamelden dat en daar konden ze brood van bakken. 
Geen gewoon brood, maar wonder-brood, hemelbrood)
 

Zo reageren de kerkmensen rond Jezus: wij horen bij Mozes, dus wat moeten we met u?
Jezus zet het dan naast elkaar. En dat is leerzaam voor kerkmensen vandaag.

Drie dingen:
a. Hij zegt: het manna is verleden tijd. In vers 32 staat nadrukkelijk ‘heeft 
het brood uit de hemel gegeven’. Dat is in de Griekse taal een afgesloten gebeurtenis.
Daartegenover staat de tegenwoordige tijd:
mijn Vader geeft nu, op dit moment, het ware brood uit de hemel.
Je moet niet zó in het verleden vastzitten, dat je het heden niet ziet.
Dat kan zomaar. Je kunt zo vastzitten in wat je vanuit het verleden hebt als kerk,
dat je niet ziet hoe Jezus Christus nu bezig is.
Dat deden de Joodse leiders toen. Jezus waarschuwt in Johannes 5:39: 
jullie zitten diep in je bijbel-van-toen te lezen, maar mij-vandaag wil je niet geloven.
Dat is typisch een gevaar voor kerkmensen. Met heel veel dingen goed bezig willen zijn,
maar niet eens meer echt Jezus Christus zien.
 

b. Dat zit ook in het tweede wat Jezus vergelijkt. Hij zegt: Mozes gaf u niet het brood uit de hemel, 
dat deed mijn Vader. Mozes was alleen maar tussenpersoon. Een middel van God.
Maar ik, Jezus, ben geen tussenpersoon. Ik ben zelf het echte brood.
Mozes moest verwijzen naar God. Jezus mag wijzen op zichzelf: ik ben het.
Ik trek dat door naar de kerk. De kerk is heel belangrijk.
De kerkelijke activiteiten zijn goed. Laat er veel mogen gebeuren in het nieuwe seizoen.
Maar tegelijk: de kerk is maar een middel. Het gaat niet om de activiteiten zelf.
Het gaat om Jezus Christus. Boven de kerk met al zijn bezigheden uit 
gaat het erom dat mensen hem leren kennen en met hem leven.
 

c. Een derde vergelijking maakt Jezus verderop, in vers 49: uw voorouders hebben manna 
gegeten en zijn toch gestorven. Wie dit brood eet, het echte hemelbrood, sterft niet.
Het manna gaf geen blijvend leven. En van het manna eten gaf geen garantie 
voor eeuwig leven na het sterven. Die garantie is er wel als je in Jezus Christus gelooft.

Geloven in Jezus Christus betekent: altijd mogen leven, dwars door het sterven heen. 
Leven in de heerlijkheid bij God. Dat kreeg je niet door alleen maar het manna te eten.
Dat eeuwige leven krijg je niet door alleen maar kerklid te zijn.
Je krijgt het ook niet door regelmatig aan het avondmaal te gaan en ook 
niet door dit seizoen actief mee te doen met allerlei dingen in de kerk.
Je krijgt het alleen door geloof in Jezus Christus.

 Daarom zeg ik tegen kerkleden: blijf niet steken in
je kerkelijk brood, maar krijg het levende brood. 

volgende week wil ik hier verder op doorgaan
Dan lezen we de rest van Johannes 6. Over de vraag:
wat betekent dat dan: het levende brood eten?
Ik wil dan ook terugkomen op het voorbeeld van het begin. 
Mag je Jezus ook ‘het levende Mobieltje’ noemen? 
Denk daar alvast maar over na, deze week.
 

Nu nog even terug naar vers 27-29.
U moet geen moeite doen voor voedsel dat vergaat.
Geen moeite voor je dagelijks brood, maar voor het
blijvende eten, het eten om eeuwig te leven.
God geeft dat eten, door de Mensenzoon, door Jezus.
De mensen vragen: wat moeten we dan doen?
En ze gebruiken dan hetzelfde woord als Jezus gebruikte:
welke moeite moeten we dan doen voor God? Welk werk?
Zeg het maar, we zijn er klaar voor om ons in te zetten.
Het antwoord van Jezus: dit is de moeite die u moet doen:
 geloven in hem die hij gezonden heeft.
 

Dat is alles.
Meer niet. Geloven in Jezus Christus.
Het is goed om dat vandaag nog weer eens te horen.
 

We vragen elkaar: wil jij ook moeite doen voor het kerkelijk leven,
voor je gemeente, voor God?
Ja, maar het belangrijkste is: ontvangen.
Genadebrood krijgen. Jezus Christus krijgen.
 

 
Volgende week gaan wij verder

 
AMEN