Preek week 24

Preek v.d. week 24

 

 

Laten wij lezen:

 

Matteüs 1:1-17 en Genesis 38



 

Worden zoals Jezus Christus

 
Uitleg van dit thema
Je bent een zegen voor mensen om je heen (‘zoon van Abraham’)

 
Als je met iemand kennismaakt, kun je vragen naar zijn situatie nu:
waar woon je, wat voor werk doe je?
Je kunt ook vragen naar iemands verleden: waar ben je geboren,
uit wat voor gezin kom je, wat deed je vader voor werk?
Of: wat is er gebeurd in je jeugd waardoor je geworden bent zoals je bent?

 
Dat kun je soms ook over een ander vertellen.
‘Ik ken hem nog van vroeger. Zal ik over hem eens een boekje open doen?’
Dat is bij ons een wat negatieve uitdrukking.
Maar het kan ook positief. Dat is wat Matteüs doet over Jezus Christus.
Hij doet een boek open over hoe Jezus Christus zo geworden is zoals wij hem nu kennen.

 
De eerste woorden Matteüs 1 kun je namelijk heel houterig vertalen met: 
boek van de wording van Jezus Christus. Daar staat een Grieks woord wat we goed kennen.
Boek van de genesis van Jezus Christus.
Genesis, zo heet bij ons ook het eerste boek van de bijbel. 
Daar wordt de wordingsgeschiedenis verteld van hemel en aarde (de schepping).
Daar lees je de wordingsgeschiedenis van het volk Israël:
de verhalen over Abraham, Isaak, Jakob.
Hoe is het volk Israël geworden wat het is? Lees het boek Genesis.
Zo schrijft Matteüs zijn evangelie.
Hoe is Jezus Christus geworden wie hij is? Lees dit evangelieboek.

 
Meteen maar de vraag: wat betekent dat voor u, voor jou?
Heb jij er belang bij om die geschiedenis te kennen?
Ja. Want het volgende ‘boek’ is het boek van uw en jouw eigen leven. 
Of beter gezegd: het boek van Jezus Christus in uw en jouw leven.
Het Matteüs-evangelie is het Genesis-boek van Jezus Christus.
Maar dat vraagt om een vervolg. Kijk maar naar het slot van Matteüs, 28:19,20.
Ga dus op weg en maak alle volken tot mijn leerlingen, 
door hen te dopen in de naam van de Vader en de Zoon en de heilige Geest,
en hun te leren dat ze zich moeten houden aan alles wat ik jullie opgedragen heb.
En houd dit voor ogen: ik ben met jullie, alle dagen, tot aan de voltooiing van deze wereld.
Het genesis-boek van Jezus Christus vraagt om vervolg in uw en jouw leven.
Doordat je leerlingen van hem bent. Doordat je hem volgt. 
Of met een uitdrukking van apostel Paulus: doordat deze Christus in je leeft.

 
Deze Christus. Wie is hij dan? Hoe maak je met hem kennis?
Door de wordingsgeschiedenis die Matteüs in zijn boek beschrijft.
Hier leer wie Jezus Christus is, en wie hij in jou wil zijn.
Lees dat hele evangelie: het vertelt je over Jezus Christus.
Zoals je hem hier tegenkomt, zo is hij in jou.
Zo wil hij steeds meer zichtbaar zijn in hoe jij bent.
De wordingsgeschiedenis van Jezus Christus vertelt je wie jij mag worden, 
omdat hij in jou leeft en werkt, zodat jij steeds meer wordt zoals hij.

 
Matteüs begint zijn boek met een lange rij namen.
Er zit een duidelijke opbouw is: drie keer veertien generaties.
Er zitten in de rij namen ook bijzonderheden. Eén van de meest opvallende dingen: 
er worden vrouwen in genoemd. Dat was men toen niet gewend.
En wat voor vrouwen!

 
Dat is niet eens een makkelijke vraag: wat voor vrouwen zijn dit?
Wat is de overeenkomst tussen Tamar, Rachab, Ruth en Batseba?
Zijn het vrouwen waar een luchtje aan zit? Vrouwen met extra zonde?
Ik vraag het me af. De bijbel is heel positief over Ruth,
die trouw blijft aan haar schoonmoeder en keihard werkt.
En Batseba? Was het haar fout dat de koning haar wilde hebben. Dat staat nergens.
En bij Tamar: de fout lag toch vooral bij Juda!
Is ‘zonde’ het gemeenschappelijke van deze vier vrouwen?
Kun je zeggen: de wordingsgeschiedenis van Jezus Christus is er één dwars door zonden heen, 
kijk maar naar Tamar, Rachab, Ruth en Batseba.

 

Ik denk het niet. Ik geloof dat we het in een andere richting moeten zoeken.
Kijk dan eerst eens naar het opschrift.
Boek van de genesis van Jezus Christus, zoon van David, zoon van Abraham.
Jezus wordt de zoon van David genoemd.
Als je het Oude Testament kent, is dat meteen duidelijk:
hij is de beloofde zoon van koning David.
Dat betekent ook: door hem zal het koningschap en het rijk van David hersteld worden.
Dat is ook wat de engel tegen Maria zei bij de aankondiging van de geboorte van Jezus:
God, de Heer, zal hem de troon van vader David geven. (Luc.1:32).
Het grootse rijk van David, dat door de fouten van zijn nakomelingen kapot gegaan is, 
zal door deze Zoon van David weer hersteld worden.

 
Maar hij heet ook: zoon van Abraham. Wijst dat ook op herstel van iets?
Was er iets bij Abraham dat later kapot gegaan is en dat door Jezus weer terug komt?
Nee. Abraham had nog niets.
Hij had alleen beloften waar hij in geloof aan vast kon houden.
Die beloften zijn vervuld in dat rijk van David:
- de belofte van een groot nageslacht: het volk Israël.
- de belofte van een eigen land: David heeft heel dat gebied veroverd.

 

Maar er is één belofte aan Abraham die ook bij David nog niet uitgekomen is.
Genesis 12:3, door jou zullen alle volken op aarde gezegend worden.
Abraham krijgt een eigen volk in een eigen land,
maar de zegen van Abraham gaat uitstralen naar alle volken.
Daarom wordt zijn naam Abram ook veranderd in Abraham:
vader van vele volken (Genesis 17:5).

 
Die naam noemt Matteüs meteen aan het begin van zijn genesis-boek van Jezus Christus.
Daarmee laat hij zien: Jezus draagt in zich, vanuit zijn geschiedenis, 
die belofte aan Abraham: je zult een zegen zijn voor alle volken.
Niet alleen voor Israël. Niet alleen herstel van het David-rijk.
Wel eerst Israël. Zoals ook Paulus later schrijft: eerst de Jood.
Maar dan ook de Griek, de niet-Jood, alle volken.
Het bijzondere volk Israël is niet Gods einddoel.
Het is vooral het middel geweest om te werken naar
Jezus Christus die voluit de zoon van Abraham is,
omdat in hem die belofte aan Abraham waar wordt: zegen voor alle volken.

 
Denk weer aan het slot van het Matteüs-evangelie:
ga op weg, maak alle volken tot mijn leerlingen.
Laat de zegen van kruis en opstanding van Jezus Christus naar alle volken gaan.
Want dat zit al in het begin: Jezus Christus, de zoon van Abraham: 
door u zullen alle volken op aarde gezegend worden.

 
Nu terug naar de lange lijst namen en de vier vrouwen daarin.
Wat is de overeenkomst tussen die vrouwen? Het zijn vrouwen van buiten Israël.
Tamar, die in het leven van Juda kwam toen Juda weg was gegaan bij zijn familie.
Rachab, de vrouw uit de eerste Kanaänitische stad over de Jordaan, Jericho.
Ruth uit Moab, die als allochtoon in Bethlehem aankwam.
Batseba - was zij buitenlands? Waarschijnlijk niet.
Maar ze was getrouwd met een niet-Israëliet.
 Uria, haar man, was een Hethiet. Volgens het recht zij daardoor ook.
Ze heet hier bij Matteüs dan ook niet Batseba, maar ‘die van Uria’.

 
Vier vrouwen met als overeenkomst: niet van Israël.
Toch opgenomen door de Heer in zijn lijn naar Jezus Christus.
De grote zoon van Abraham kreeg in zijn voorgeslacht al de eerste uitwerking 
mee van de belofte aan Abraham: de zegen is er ook voor buiten Israël.
Het zit al in zijn wordingsgeschiedenis.
Hijzelf is het helemaal. Zoon van Abraham,
nakomeling van Tamar, Rachab, Ruth en die van Uria.
Om tot een zegen te zijn voor de volken van Tamar, Rachab, Ruth en Uria.

 
Zijn wordingsgeschiedenis, zijn geslachtsregister
met die buitenlandse vrouwen, is ook voor jou en mij van belang.
Sowieso al dat wij er ook bij mogen horen. Wij, mensen van buiten Israël.
Het kerstfeest mag  gevierd worden overal op de wereld,
niet alleen in Israël, niet alleen door Joden.
Hij is de redder voor alle volken, voor mensen uit alle culturen.
De zoon van Abraham is de redder voor Hollanders en Marokkanen, Chinezen en Turken.
Ook voor ons is de zegen van de genade van Christus.
Al horen we niet bij Israël, net als die vrouwen toen, 
toch wil de zoon van David, Jezus Christus, in je leven zijn.

 
Die wordingsgeschiedenis laat ook zien wie dan die Christus is die in jou leeft.
Het laat dus ook zien wie jij mag zijn omdat hij in je leeft.
De zoon van Abraham wil ook in jou tot een zegen zijn voor alle volken op aarde.
Als u een leerling bent van deze Jezus Christus,
mag u in Gods naam een zegen zijn voor de mensen om u heen.
De zegen van God doorgeven, uitstralen.
Dat is meer dan: het evangelie van Christus doorgeven.
Het is: licht voor de wereld zijn. Door hoe je bent,
hoe je mensen helpt, aandacht geeft, niet veroordeelt;
hoe je uit bent op vrede, dat je zuinig bent op wat kwetsbaar is, enzovoort.
Een zegen zijn voor mensen om je heen.
Doordat je steeds meer verandert en gaat lijken op Jezus Christus, de zoon van Abraham.

Amen