Preek week 22

Preek v.d. week 22

 

Kies vóór de Koning aan het kruis
Hij neemt je met zich mee naar Huis.

 
Wanneer of waar je voor Hem kiest doet er niet toe, als je maar voor Hem kiest.
 

Laten wij lezen: 
Lucas 23:32-43

 

 32 Twee misdadigers werden samen met Hem naar de plaats van terechtstelling gebracht.
 

33 'Schedel' of 'Golgotha' heette die plaats. Daar werden ze alle drie gekruisigd.
Jezus in het midden en de twee misdadigers aan weerszijden van Hem. 

34 "Vader", zei Jezus, "vergeef het deze mensen. Zij weten niet wat ze doen."
De soldaten verdeelden Zijn kleren onder elkaar door erom te loten. 

35 De mensen stonden toe te kijken. En de Joodse leiders deden niets dan Hem bespotten en uitlachen. 
"Hij heeft anderen gered", hoonden ze. "Laten we nu eens kijken of 
Hij Zichzelf kan redden; of Hij werkelijk de Christus is."
 

36 De soldaten lachten Hem ook uit en gaven Hem zure wijn te drinken.
 

37 Ze zeiden: "Zeg, koning van de Joden! Red Uzelf!" 

38 Boven zijn hoofd hing een bordje met de woorden: "Dit is de Koning van de Joden". 

39 Eén van de misdadigers die naast Hem hing, zei spottend: 
"Zo, U bent dus de Christus? Bewijs dat eens. Red Uzelf en ons." 

40 Maar de ander snoerde hem de mond. "Heb je nu nog geen ontzag voor God, zo vlak voor de dood? 

41 Wij krijgen ons verdiende loon, maar deze Man heeft niets verkeerds gedaan." 

42 Hij zei tegen Jezus: "Jezus, denk aan mij als U in Uw koninkrijk komt." 

43 Jezus antwoordde: "Vandaag zult u met Mij in het paradijs zijn. Daar kunt u zeker van zijn."
 

‘Going down, going down’.
Kunt u zich dat herinneren?
Het waren de laatste woorden van de piloot van de El-Al Boeing.
Dat vliegtuig stortte neer in oktober 1992.

De Bijlmer-ramp. Going down, going down.
Er is niets aan te doen, we storten neer.
Ik heb daar altijd de machteloosheid van die man in gehoord.
Gezagvoerder op zo’n groot vliegtuig. Jaren opleiding achter de rug. Veel ervaring.
Maar hij kon niets meer doen.
Er bleef een machteloos mens over. Going down. 


Vandaag lezen we de laatste woorden van Jezus.
Hij was ook ‘going down’.
Hij hing aan het kruis. Alles was hem afgenomen. 
Naakt, kapot geslagen, vast getimmerd. Wat kon hij nog?
Een aantal uren vreselijke marteling zou het worden. En dan zou hij dood zijn.
Daar was niets meer aan te doen.
De mensen om het kruis wrijven het er nog eens in: red jezelf nu, als je kunt!
Je beweerde toch dat je de Messias was? Je hebt toch zoveel gezag? 
Kom op, gezagvoerder, laat zien wat je kunt. Je kunt jezelf niet redden!
 

Jezus kan niets meer.
Hij hangt daar machteloos. Er blijft niets van hem over. 
Straks is hij dood. Going down.

 
Dat zou je denken.
Maar luister dan naar zíjn laatste woorden.
Naar wat we vandaag lezen: ik verzeker je, 
nog vandaag zul je met mij in het paradijs zijn.
 

Ik verzeker je.
Dat is dat sterke: voorwaar, ik zeg je. In het Grieks: amen, ik zeg je.
Dat is de manier waarop Jezus preekte.
Dat is het gezag waarmee hij sprak.
 

Mensen waren daarvan onder de indruk geweest. 
Ze voelden aan: deze man preekt niet zoals anderen.
Hij spreekt met gezag. (Matt.7:29).
Hij heeft echt iets te zeggen. Zijn woorden dóen iets.
Als hij het zegt, dan is het zo. Dan gebeuren er dingen.
Dat hadden ze meegemaakt. 


Nu aan het kruis spreekt hij nog steeds met dat gezag.
Het bordje boven zijn hoofd: koning van de Joden - je kunt het niet aan hem zien. 
Maar je hoort het in wat hij zegt: Amen, ik zeg je.
Hij hangt dood te gaan aan het kruis, maar hij spreekt nog met koninklijk gezag.

 

Zou jij hem geloven?
Zou u het serieus nemen?

Nog even de vergelijking met zo’n neerstortend vliegtuig.
Stel dat je in zo’n vliegtuig zit. Je voelt dat het naar beneden stort.
En de piloot spreekt de passagiers aan: hier spreekt uw gezagvoerder. 
Het vliegtuig stort neer, maar als gezagvoerder verzeker ik  u....
Beste man, je kunt het nog zo mooi willen zeggen, maar jij kunt nu ook niets meer.
Beste Jezus aan het kruis, het klinkt heel mooi wat u hier zegt. 
Maar wat heb ik aan de woorden van iemand die zelf ook machteloos sterft.
Zou je hem geloven?

 
Kijk eens hoe het ging daar bij dat kruis.
Eerst was het nog stil.
De soldaten hadden het druk met hun eigen spelletje: de buit verdelen.
De mensen rond het kruis kijken stil toe.
De leiders vinden dat maar niets. Er moet vooral geen medelijden komen.
Het publiek moet niet alsnog de kant van Jezus kiezen.
Ze gaan spotten. Eerst roept er één wat. Een ander doet mee.
Dat werkt aanstekelijk. Ze gaan tegen elkaar opbieden.
De soldaten zien de lol er ook wel van. Ze gaan ook meedoen.
En zelfs de misdadiger die met hem mee gekruisigd is.
Allemaal kiezen ze tegen hem.
Ze spotten allemaal rond één thema: 
jij beweert een redder te zijn, maar nu ben je uitgepraat.
Je woorden klonken heel mooi, maar zie je wel dat er niets van overblijft.

 
Zet eens even dat beeld stil.
Aan de ene kant al die mensen. Ze kiezen allemaal tegen Jezus.
Aan de andere kant Jezus, gebroken, kapot geslagen, going down.
Hij spreekt nog met gezag, maar wat is het gezag van een stervende,
een bespotte man waar iedereen zich tegen keert?
Zet dat beeld even stil. Nu loopt u, nu loop jij naar die plek toe.
Bij wie ga je staan? Bij wie wil je horen? 

Geloof je dat je echt gered wordt door die verachte, bespotte man aan het kruis.
Ga je bij hem staan? Reken maar dat ze vanaf de andere kant jou zielig vinden.
Geloof jij echt nog in wat hij zegt?
Het klinkt wel mooi. Maar wat stelt het voor?
Geloof jij echt nog in die bijbel? Zo’n boek van lang geleden.
Het is toch al lang duidelijk dat daar een heleboel dingen instaan die nergens op slaan.
Zie je dat niet hoeveel ellende een heleboel eeuwen christendom gebracht heeft?
Denk jij dat de wereld beter wordt door een mislukte volksprofeet aan een kruis?
Geloof jij nog steeds in een hemel en een hel?
Denk toch eens na!
 

Bij wie ga je staan?
Of kies je voorlopig maar niet?
Jezus spreekt nog met koninklijk gezag, 
maar iedereen keert zich tegen hem. Wat doe jij?  

Erken hem toch als koning.
Zoals die ene misdadiger doet.
Jezus, denk aan mij wanneer u in uw koninkrijk komt.
Alsof je tegen de piloot van een neerstortend vliegtuig zegt: 
ik wil u straks nog wat vragen als we veilig op de landingsbaan staan. ‘In uw koninkrijk’.
Ja, daar preekte Jezus altijd over. Het koninkrijk van de hemel.
Misschien heeft deze man die preken wel gehoord.
Of hij heeft het geleerd van het opschrift boven het kruis en van het spotten van de mensen: 
deze Jezus zegt dat hij de grote Koning is, de verwachte Messias. 

Maar daar is niets van te zien. Hij koning?
Kapotgeslagen, vast getimmerd?
Half dood aan een kruis - heeft hij een koninkrijk?
 

Toch erkent deze misdadiger hem als koning.
Hij ziet er niets van. Alles pleit er tegen.
Iedereen rond het kruis protesteert ertegen en lacht erom.
Maar hij gelooft wat niet te zien is.
Hij geloof, dwars tegen dat wat hij ziet in. 

Dat is geloven.
Dat is de keus die de Heer Jezus Christus van je vraagt. Vandaag net zo goed.
Je ziet niet dat de Heer nu in zijn koninkrijk is, in de hemel.
Je ziet niet dat hem alle macht gegeven is, in de hemel en op de aarde. 

Dat staat wel in die bijbel. Maar voor veel mensen vandaag is dat belachelijk.
Onzinnig. Wie gelooft dat nou? 

Dat is één van de vragen: wie gelooft dat?
Gelooft u het? Geloof jij het?
Geloven, dat is dwars tegen wat je ziet in, toch hem erkennen.
Oversteken naar zijn kant. De kant kiezen van de bespotte, 
de voor het oog mislukte, de looser aan het kruis.
Geloven, niet wat je ziet, maar wat hij zegt.
Erken hem toch als koning.
 

Hij geeft meer dan je verwacht.
Krijg die misdadiger het antwoord waar hij op rekende?
Hij vroeg: denk aan mij wanneer u in uw koninkrijk komt.
Hij heeft heel goed door: deze Jezus hangt hier onschuldig.
Jezus zal, op één of andere manier, straks door God weggehaald worden en in zijn koninkrijk komen.
Maar hij zelf, die misdadiger, natuurlijk niet. Hij krijgt zijn verdiende straf.
Jezus naar zijn koninkrijk, hij naar zijn verdiende straf.
Het enige dat hij kan vragen is: als u straks in uw koninkrijk bent, 
wilt u dan ooit nog eens aan mij terugdenken?
 

Moet je horen wat het antwoord is.
Ik verzeker je: vandaag ga jij met mij mee.
Onze wegen gaan niet uit elkaar.

Je hoeft niet te wachten tot ik ooit weer eens aan je 
denk en wat ik dan misschien voor je kan doen.
Ik neem je mee. Meteen vandaag.
Vanaf nu, nu jij voor mij gekozen hebt, laat ik je niet meer los.
Je gaat met mij mee naar het paradijs. Vandaag nog. Kom mee.
Kies voor de Koning aan het kruis - hij neemt je met zich mee naar Huis!
 

Tussen haakjes: dit roept de vraag op waar Jezus was tussen zijn sterven en zijn opstanding.
Daar is wel wat over te zeggen, maar dat past niet in deze preek.
Het is nu genoeg dat je ziet: Jezus geeft veel meer dan deze man verwacht.
Het is hetzelfde als in het verhaal van de weggelopen zoon. 
Hij gaat terug en wil vragen: mag ik voortaan uw knecht zijn.
Maar de vader roept meteen: groot feest, 
mijn zoon was dood en leeft weer. Ik heb mijn zoon terug.
 

Ik merk nogal eens dat mensen moeite hebben om te geloven 
hoe royaal de genade van God voor hen is.
Ze durven maar weinig van God te verwachten.
Het is goed als je heel bescheiden iets van hem vraagt.
Maar geloof dat je veel meer krijgt dan je verwacht.
Geloof dat Gods genade heel royaal is.
De Heer denkt niet vanaf een afstandje aan je.
Hij neemt je bij zich. Hij houdt je vast. Hij verbindt jouw leven aan dat van hem. 

Vandaag nog jij met mij! 

Voor de misdadiger betekende dat toen: met Jezus mee sterven en doorleven in het paradijs.
Voor u en jou bekent dat: met Jezus léven. Geloven dat hij in liefde zijn arm om je heen legt.
Wat je ook verkeerd gedaan hebt. Hoe dwars je ook bent.
Erken hem, vraag hem om vergeving en geloof dat hij je meer geeft dan je verwacht.
 

Zo makkelijk is het.
Zo makkelijk, dat het ook wel weerstand oproept.
O ja, gaat het zo simpel?
Stel je even voor dat jij daar bij die kruisen stond en je hoorde dat gesprek.
En stel je voor, je was de vader of de moeder van een meisje dat door die misdadiger vermoord was.
Je was expres gekomen om zijn doodstraf te zien. 
Zijn verdiende loon om wat hij je dochter en jou had aangedaan.
En je hoort dan ‘vandaag nog met mij in het paradijs’.
Pardon, is het zo makkelijk?
Eén keer roepen ‘Heer, denk aan mij’ en dan overal vergeving voor krijgen?
Eén keer zeggen ‘ik heb er spijt van’ en we praten nergens meer over?
Da’s lekker makkelijk.
 

Dat is genade!
Zo royaal is echt de liefde van de Heer.
Als je kiest voor hem, als je hem erkent, als je oprecht schuld erkent, krijg je veel meer dan je verwacht.
En een ander die hem erkent, oprecht schuld erkent, krijg veel meer dan jij 
misschien die ander zou geven. Maar jij bent Christus ook niet.
Hij geeft veel meer dan jij verwacht. Zo makkelijk is het. 

En zo moeilijk.
Jezus echt erkennen, echt voor hem kiezen, dat is moeilijk.
Kijk maar: die ene misdadiger is de enige.
Z’n collega aan de andere kant doet het niet.
Ook de mensen rond het kruis niet. De leiders, de soldaten.
De spot werkte aanstekelijk. De schuldbelijdenis niet.
En zelfs het royale antwoord van Jezus lokt de anderen niet naar hem toe.

 Ze blijven op afstand. Ze reageren niet.
Zo moeilijk is het om Jezus te erkennen als koning.
Zo moeilijk is het om echt te zeggen: Heer, ik heb helemaal niets meer. 
Ik hang hier met mijn schuld. Ik ben alles kwijt. Mag ik bij u horen?
 

Ik nodig je uit om dat wel te zeggen.
Ik nodig je uit om bij dat kruis te staan.
Zie het nog eens voor je: aan de ene kant al die mensen 
die samen sterk staan in het bespotten van Jezus. 
Aan de andere kant hangt hij, alleen. Een kapotgeslagen Koning.
Geloof dat hij je echt kan redden? Durf je alles los te laten?
Durf je het risico te nemen dat ook jij belachelijk gemaakt wordt?
Durf je tegen de kritiek van je eigen verstand in te gaan?
 

Kies voor de Koning aan het kruis. Helemaal.
Hij neemt je met zich mee naar huis.

 
AMEN