Preek week 20

preek v.d.week 20

 
Soms zie je het even niet meer zitten, ook als Christen heb je van dat soort dagen,
het liefst kruipje dan weg in je schulp, op je kamer of een wandeling, om even de sores te vergeten, of juist
om over na te denken.

 
Vandaag zullen wij het hier zo een beetje over hebben,

 
Laten wij lezen Johannes 7:37-39
Daar staat wat!
 

37 Op de laatste dag, het hoogtepunt van het feest, stond Jezus op en sprak de mensen toe:

 
38 "Als u dorst hebt, kom dan bij Mij om te drinken.
Er staat geschreven dat stromen van levend water uit uw binnenste zullen komen als u in Mij gelooft."
 

39 Hij sprak hier over de Geest Die gegeven zou worden aan de mensen die in Hem geloofden.
Want de Geest was nog niet gekomen, omdat Jezus nog niet naar Zijn Vader was teruggegaan.
 

Dat is wat hé,
Een fontein van Geest-kracht mag je verwachten. Stromen van levend water.
Niet een paar druppeltjes Heilige Geest, af en toe. Maar bakken vol!
 

De Here had dat al veel eerder gezegd via de profeet Joël. De profetie die Petrus aanhaalt met Pinksteren. 

en ondanks dat, hebben wij nog van die dagen waarin en waarme wij het niet zien zitten.
  

Daar gaat deze week de preek over:
 

VAN DE GEEST VAN GOD MAG JE HEEL VEEL VERWACHTEN.
 

Nu lezen we in het begin van het Oude Testament, Numeri 11:1,10 

1 Het volk begon al snel te klagen over allerlei tegenslagen en de HERE hoorde dat.
Hij werd toornig en stuurde vuur naar beneden dat rond het volk brandde. 

2 Daarop schreeuwden de Israëlieten naar Mozes om 
hulp en toen hij voor hen bad, doofde het vuur. 

3 Vanaf dat moment heette die plaats Tabeëra (Brand), 
omdat het vuur van de HERE daar onder de Israëlieten was opgelaaid. 

4-5 Toen begonnen de vreemdelingen die waren meegekomen met de uittocht,
terug te verlangen naar het goede leven in Egypte.

Zij staken daarmee de Israëlieten aan en die begonnen te jammeren: 
"Och, als we maar wat vlees te eten hadden!

Denk eens aan die heerlijke vis die we in Egypte konden eten, 
aan die komkommers en meloenen, aan dat look, die uien en dat heerlijke knoflook.

 

6 We verzwakken helemaal en dan elke dag dat manna, bah!"
 

7 Het manna was ongeveer even groot als korianderzaad en zag 
er uit als druppels balsemhars die uit de bast van een boom sijpelen.
 

8 De mensen raapten het van de grond en vermaalden 
het dan in een handmolen of stampten het fijn met een vijzel.
Daarna kookten zij het en bakten er koeken van, 
die net zo smaakten als in olie gebakken koeken. 

9 Samen met de dauw bedekte het manna 's nachts het kamp.
 

10 Mozes hoorde hoe elk gezin bij de ingang van zijn tent stond te klagen. 
De HERE werd steeds toorniger en toen werd het Mozes te veel.
 

Mozes ziet het allemaal niet meer zitten.
Er staat in deze vertaling ‘Mozes maakte zich kwaad, roonig dus’, 
maar je kunt je afvragen of dat wel zo’n goede vertaling is.
Het is meer moedeloosheid dan boosheid.
Hij ziet het niet meer zitten.
Vind je gek? 
 

Broeders en zusters, jullie kennen de geschiedenis wel.
Waar is het volk nu? In de woestijn.
Waar komen ze vandaan? Uit Egypte.
Wie heeft ze daaruit gehaald? De HERE.
Zouden ze daar blij mee mogen zijn? Ja, want in Egypte was het vreselijk.
Maar zijn ze blij? Nee, ze mopperen. Elke keer weer.
‘We hadden beter gewoon in Egypte kunnen blijven; daar hadden we tenminste lekker eten. 
Hier hebben we maar dat saaie manna’.
Het is de zoveelste keer dat ze mopperen.
En Mozes ziet het niet meer zitten. Want hij weet nog heel goed hoe het de vorige keer ging:
toen werd de HERE heel boos en kwam er brand.
Vreselijk was dat.
Nu gaan ze weer zo mopperen - wat zal er nu gebeuren?

 
Mozes ziet het niet meer zitten en nu begint hij zelf te mopperen.
Lees maar mee, .

[lezen Numeri 11:11-15]

Dat is niet niks.
Here, IK kan het niet meer hoor! Ik kap ermee!
Mozes is zwaar gefrustreerd. Hij heeft echt het gevoel dat hij in z’n eentje dat hele volk moet sjouwen. 
Hij zegt dat hele tijd ik-ik-ik (in het Hebreeuws kun je dat nog veel duidelijker zien dan in het Nederlands).
Here, ik word er doodmoe van... letterlijk dood-moe: ik ga net zo lief dood.
 
 
 

11 Hij zei tegen de HERE: "Waarom straft U mij door dit volk als een zware last op mijn schouders te leggen?
 

12 Zijn het mijn kinderen soms? Ben !k hun vader?
Hebt U mij daarom als leider met hen meegestuurd om hen de hele reis naar dat land, 
dat U aan hun nageslacht hebt beloofd,
zoet te houden alsof het kleine kinderen zijn?

 13 Waar moet ik vlees voor al deze mensen vandaan halen? 
Want zij jammeren tegen mij: 'Geef ons vlees.'

 14 Ik kan niet alleen voor dit hele volk zorgen! Die last is veel te zwaar!
 

15 Als U mij dat wilt aandoen, laat mij dan maar liever sterven; 
dan ben ik tenminste van alle ellende af."

 
Kun je je er wat bij voorstellen?
Ik was eens een keer bij een voorganger op bezoek en die was het ook spuug-zat. 
Hij liep tegen de ene na de andere teleurstelling aan.
Hij had echt het gevoel ‘ik kan van alles proberen, maar die gemeente wil gewoon niet’.
Ouderlingen kunnen soms ook zo’n gevoel hebben.
Ik ken mensen die hetzelfde gevoel hebben. Over anderen in de gemeente.
Maar bijvoorbeeld ook over je eigen kinderen.
Als je alles doet om ze een beetje fatsoenlijk op te voeden, en het lukt helemaal niet.
Of gefrustreerd over jezelf: je wilt jezelf veranderen, maar het lukt gewoon niet.

 
Here, ik kan het niet hoor. U bekijkt het maar, ik stop ermee.
Dit is echt teveel gevraagd.

 
Hoe gaat de HERE nu reageren?
Dat gaan we zo lezen.
Maar wat we in ieder geval niet lezen.... de HERE wordt niet boos.
Dat is mooi!
Want dat zou je toch best kunnen verwachten.
‘Mozes, wat zeg je nu?! Je hebt veel te weinig vertrouwen in Mij! 
Ik heb toch gezegd dat Ik je altijd help - doe dan nu niet zo ongelovig!’
Zo reageren wij soms op elkaar. Als iemand het niet meer ziet zitten. 
Als iemand voorzichtig zegt dat hij of zij de HERE helemaal kwijt is.
Dan heb je soms mensen die reageren met ‘hoe kun je dat nou zeggen - 
de HERE is toch altijd bij je - je moet gewoon vertrouwen’.
Dat is goed bedoeld.
Maar het komt zo gauw over van ‘o foei, wat erg dat jij twijfelt - zoiets mag je niet zeggen’.
Zo reageert de HERE dus helemaal niet!
Zelfs niet als Mozes zo brutaal loopt te mopperen. Want het is echt brutaal.
Maar de HERE heeft heel veel geduld met mensen die twijfelen.

 
Hoe reageert de HERE dan wel?

[lezen Numeri 11:16-17]
 
16 Toen zei de HERE tegen Mozes: "Ontbied zeventig leiders van Israël voor Mij;
breng hen naar de tabernakel en laten ze bij u gaan staan.

 
17 Ik zal naar beneden komen en met u praten en een deel van de Geest, Die op u rust,
op hen overbrengen zodat zij u kunnen helpen de last van dit volk te dragen.
Dan staat u er niet langer alleen voor.

 
Wat gaat er nu gebeuren?
Zeventig mannen krijgen een stukje van de Geest van Mozes.
Maar dat betekent toch dat Mozes nog minder overhoudt?
Hij was al helemaal uitgeblust. Hij had al helemaal geen geestkracht meer.
Nu gaat de HERE ook nog een deel van hem afnemen. Dan blijft er helemaal niets over. 

We lezen verder bij vers 24,25
 

24 Mozes verliet de tabernakel en gaf de boodschap van de HERE door aan het volk.
Hij riep de zeventig leiders bijeen en posteerde hen rond de tabernakel.
 

25 De HERE kwam in de wolk naar beneden en sprak met Mozes en nam een deel van de Geest,
Die op hem rustte en legde Die op de zeventig leiders. 
Toen de Geest op hen rustte, profeteerden zij een korte tijd.

 
De HERE doet precies wat Hij zei: Hij neemt een deel van de Geest van Mozes,
draagt die over op zeventig mannen,
en kijk eens wat er gebeurt.
Ze profeteren.
Het is een soort extase.
Net zoiets als later met Pinksteren. 
Dat ze in allerlei talen gaan praten en God loven en prijzen. Zoiets.
Een explosie van Geest-kracht.
Dat gebeurt als de HERE een deel van de Geest van Mozes wegneemt en verdeelt over zeventig mannen.
Dan is dat per persoon nog genoeg om zo’n effect te geven.

 
Oftewel, Mozes, jij dacht dat je er alleen voor stond?
Jij had het gevoel dat je het allemaal op eigen kracht moest doen, ik dit, ik dat, ik zus, ik zo...?
Maar dan vergeet je helemaal dat Ik mijn Geest aan jou beloofd heb.
En kijk nou eens wat een energie die Geest heeft. Wat een leven, wat een kracht.
Dingen die jij niet had verwacht, gebeuren door mijn Geest. 
Mijn Geest die op jou is. Die ik jou beloofd heb.
 

De HERE laat eventjes heel duidelijk zien dat je van zijn Geest heel veel mag verwachten.
Mozes mag weer leren: hij hoeft het niet zelf te doen, op eigen kracht. 
Hij mag zwak zijn. Maar de HERE is sterk.
Mozes mag weer leren het van de HERE te verwachten.
Eeuwen later schrijft Paulus: ik kan alles door Hem die mij kracht geeft.
Ik kan alles. Nou ja, niet ik, maar de HERE. En ik verwacht dat Hij mij kracht
geeft om te kunnen wat Hij mij te doen geeft.
Door zijn Heilige Geest.

 
Van de Heilige Geest mag je heel veel verwachten.
Niet een paar druppeltjes. Maar stromen van levend water.
Gemeente, Christus heeft het ons beloofd.
Denk niet te klein van Hem. Maar verwacht van Hem heel veel. 
Geloof dat Hij het zal doen!
Voor jezelf. In je eigen leven.
Voor onze gemeente.
Je kunt soms moedeloos worden. Sommige mensen worden cynisch.
Reageren negatief, bijvoorbeeld op het verhaal van visie-vorming: 
dat wordt toch niets. Je krijgt de mensen toch niet mee.

 
Maar dan mogen we vandaag weer leren dat we het niet zelf hoeven te doen.
Je mag het verwachten van de Geest van Christus. Je mag verwachten dat Hij aan het werk is .
(en vaak zie je dat ook, gelukkig).
Verwachten wij dat onze buren en collega’s en vrienden tot geloof komen?
Denk je dat het zin heeft om tegen hen te zeggen dat je in Christus gelooft?
Verwacht je dat je hen ermee zou kunnen bereiken, dat je ze ook warm kunt maken voor Christus?
Van de Geest van Christus mag je heel veel verwachten.

  

Kijk maar: Mozes was uitgeblust.
En toch, een stukje van zijn Geest uitgedeeld over zeventig mannen 
en ze staan allemaal te zingen en te juichen voor God!
Denk niet te klein van wat de Geest van Christus allemaal kan.

 

En dan zit er een vreemd vervolg aan het verhaal.
[lezenNumeri 11: 26-30]


 
26 Maar twee van de zeventig, Eldad en Medad, waren niet naar de tabernakel
gegaan en profeteerden in het kamp toen de Geest op hen kwam.

 27 Een jongeman rende daarop naar Mozes en vertelde hem wat in het kamp gebeurde.

 28 Jozua, de zoon van Nun, één van Mozes' zelfgekozen helpers, protesteerde: "Mozes, laten zij toch ophouden!"

 29 Maar Mozes antwoordde: "Wil jij het voor mij opnemen?
Ik zou willen dat heel het volk van de HERE profeet was en dat de HERE Zijn Geest op hen allen legde!"

 30 Toen ging Mozes met de leiders terug naar het kamp.

 
Snapt u de reactie van Jozua. Hij neemt het op voor Mozes.
Mijn heer, als zij zomaar daar in de legerplaats staan te profeteren, 
dan heeft daar niemand door dat het eigenlijk uw Geest is waardoor ze dat doen.
Dan lijkt het alsof ze uit zichzelf hebben. Dat gaat ten koste van uw gezag. 
Zal ik zeggen dat ze moeten ophouden?
En dan zie je dat Mozes opeens heel erg veranderd is.
Toen hij aan het klagen was, was het nog ‘ik dit, ik dat’.
Nu zegt hij: het gaat niet om mij. Je hoeft mij niet te verdedigen.
Mooi is dat: als je weer ontdekt dat je van de Geest van Christus heel veel mag verwachten,
kijk je niet meer zo erg naar jezelf.

 
En Mozes weet: die Geest van God is ook helemaal niet tegen te houden.
Jozua kan dat wel roepen ‘mijn heer, verbiedt het hun’. Maar de Geest doet wat Hij wil.
Je kunt Hem niet tegenhouden. Je kunt Hem ook niet verbieden om ergens anders te werken dan jij graag zou willen.
Je moet dus ook niet jaloers zijn als hij ergens anders werkt dan jij verwacht had.

 
Ik weet niet of u dat kent?
Ik herken het bij mezelf wel eens. Als er bijvoorbeeld buiten de kerk dingen 
gebeuren waarvan ik weet ‘dat moet wel het werk van de Heilige Geest zijn’.
Dan heb ik wel eens zoiets van ‘hè, waarom daar wel, 
waarom niet hier - eigenlijk zou God zoiets toch bij ons moeten doen’.
Maar dan weet ik dat ik verkeerd aan het denken ben. Dan wil
- net als Jozua - de Geest binden aan onszelf, aan de kerk.
Dat merk je ook als mensen maar heel moeilijk kunnen erkennen 
dat er ook buiten onze kerken heel goede dingen gebeuren.
Wij kunnen de Heilige Geest niet binden.
Hij is vrij om te werken waar en wanneer Hij het wil.
Laten we van Mozes maar leren, dat we blij mogen zijn met alles wat de Geest doet.
Ook als het buiten onze kaders gebeurt.

 
De Geest is vrij.
Voor de duidelijkheid: andersom niet. Wij kunnen de Geest niet binden,
maar de Geest bindt ons wel.
Die Eldad en Medad waren fout bezig, 
ze hadden moeten komen, toen Mozes hen riep.
En die zeventig-min-twee die wel waren gekomen, moeten nu niet zeggen
‘o, dan hadden wij ook net zo goed thuis kunnen blijven’.
Wij moeten gehoorzamen. Bijvoorbeeld als het gaat om de kerk van Christus.
Wij zijn eraan gebonden dat we Christus dienen in de kerk waar zijn evangelie zuiver wordt gebracht.

 
Maar de Geest is vrij.
Hij kan heerlijke dingen doen op een plek waar wij niet horen.
Eldad en Medad zaten helemaal verkeerd, maar de Geest werkte daar wel.
En dan niet mopperen, zoals Jozua, maar danken, zoals Mozes.

 
Nog even dat laatste van Mozes.
Och, was het hele volk van de HERE maar profeten, doordat de HERE zijn Geest op hen gaf.
Mozes zal het zelf niet geweten hebben, maar dit is natuurlijk 
een regelrechte aankondiging van wat nu onze situatie is.
Joël heeft het eeuwen later weer gezegd.
Jezus zelf zei het: wie in Hem gelooft, stromen van levend water zullen uit zijn binnenste komen.
Christus belooft dat zijn Geest in je komt en in je werkt, als je in Hem gelooft.
Sinds Pinksteren is dat niet maar voor sommigen, alleen voor dominees 
(want die zijn zo heilig) en misschien voor de ouderlingen.
Nee, voor jullie, jongens en meisjes.
Voor jullie, jongelui.
Voor jullie allemaal .en niemand uitgezonderd
Voor u is de belofte.

 
Zo zei Petrus het op de Pinksterdag.
Voor u is de belofte, dat is de belofte van de Heilige Geest.
Christus belooft dat zijn Geest u vol maakt.
En van die Geest van Christus mag je heel veel verwachten.

 
Denk niet te klein van Hem, zoals Mozes.
Christus heeft het beloofd: stromen van levend water uit uw binnenste. 
Ook van u, van jou.
Zou je niet denken, hè.
Sta er maar voor open.
De Geest kan meer dan je denkt!

 
AMEN