Preek week 13

preek v.d. week 13


Deze week de laatste preek uit de serie van de brieven van Petrus

 


1 Petrus 5:12b

Sta stevig in de genade van Christus vanwege de bedreigingen van buiten en binnnen.
De gemeente wordt bedreigd, door vervolgingen 
en door kleinmenselijk gedrag in de onderlinge omgang.
Zo brengt God z'n gemeente in het oordeel. Tegelijk valt de duivel aan.
Zoek daarom de kracht in de genade.

 

 

Bedreigde gemeente, sta stevig in de genade van Christus..


wij lezen:


1 Petrus 4:12 - 5:14


Bedreigde gemeente, sta stevig in de genade van Christus


1.         dreiging
a.        buiten en binnen
b.        oordeel en aanval
2.        stevigheid


Dit is de laatste preek in een serie over het gemeente-zijn.
We hebben over de gemeente mooie dingen gelezen in deze brief van Petrus.
Een gemeente van Christus mag veel verwachten, mag hoopvol zijn.
De gemeente mag ook heilig zijn, heilig zoals God.
En in de gemeente mag de liefde wonen.
Zo mogen we samen bouwen aan een tempel: God zelf wil in de gemeente wonen.
Dat mag uitstralen naar buiten. We mogen vertellen over de grote daden van God.


Wat is het goed om bij zo’n gemeente te horen. 
Het is de moeite waard om je daar samen voor in te zetten.
Maar laten we eerlijk zijn, het is niet allemaal jubel en glorie.
Ook al niet in deze brief van Petrus.
We hebben net gelezen over ‘de vuurproef die u ondergaat’
(4:12)
, ‘de tijd van het oordeel is aangebroken’ (4:17)
‘de vijand zwerft rond als een brullende leeuw’ (5:8).
De gemeente wordt bedreigd.
De gemeente waar je zulke mooie dingen over kunt zeggen, 
is tegelijk een gemeente die in gevaar is.
Ook jouw gemeente  is een bedreigde gemeente.
Maar in de dreiging is er stevigheid om overeind te blijven.

 

Wat is die bedreiging?
a
          Dat kan van buitenaf komen.
            In heel deze brief van Petrus merk je dat de christenen aan wie hij schrijft,
            het moeilijk hadden door geloofsvervolging.
            4:14, ze worden gehoond omdat ze de naam van Christus dragen.
            Ze werden er om uitgescholden. ‘Hé, stomme christenen’.
            Ze staan er daardoor vaak buiten.


            Je kunt je voorstellen dat er gemeenteleden zijn die daardoor gaan twijfelen.
            Petrus had in 3:14 al gewaarschuwd: wees niet bang voor 
            de mensen en laat u door niets in verwarring brengen.
            Christenen toen konden gaan twijfelen: wil ik Christus wel volgen,
            als ik daardoor het risico loop om gevangen gezet te  worden,
            of als m’n collega’s me wegpesten op het werk.
            Zoals je nu kunt gaan twijfelen: wil ik wel christen blijven, 
            als dat betekent dat ik niet mag gaan samenwonen,
            terwijl al m’n collega’s me voor gek verklaren dat 
            ik niet met m’n vriendin naar bed ga.


            Dreiging van buitenaf. Door vervolging of door hoe 
            er over christelijke standpunten gesproken wordt.
            Een gemeente die echt gemeente van Christus wil zijn, 
            wordt van buitenaf af bedreigd.


            Maar misschien nog wel meer van binnenuit.
            In hoofdstuk 5 spreekt Petrus de oudsten 
            van de gemeente aan, en ook de jongeren.
            Het is opvallend dat hij dat daar doet, en niet al eerder.
            In hoofdstuk 2 en 3 had hij al verschillende 
            groepen mensen aangesproken: slaven, vrouwen, mannen.
            Je zou zeggen dat dit stuk van hoofdstuk 5 daar beter bij past.
            Maar het staat hier.
            Ik weet het niet zeker, maar misschien is dat 
            wel omdat Petrus ziet dat ook daar veel bedreiging zit.
            Niet alleen van buitenaf wordt de gemeente aangevallen.
            Ook van binnenuit kan het misgaan. Als er oudsten zijn 
            (mensen zijn die leiding geven in de gemeente)
            die dat doen om er zelf beter van te worden. 
            Als mensen zich heerszuchtig opstellen tegenover de kudde.
            En aan de andere kant, als er jongeren zijn 
            die het gezag van de oudsten niet erkennen.
            Als mensen in de onderlinge omgang niet de minste willen zijn,
            maar een hoogmoedige houding hebben.
            De gemeente wordt van binnenuit bedreigd als mensen
            zich niet nederig opstellen tegenover elkaar.


            Wat zijn het vaak de typisch menselijke dingen waardoor  
            er spanningen in een gemeente komen.
            Hoe mensen over elkaar denken. Hoe mensen elkaar veroordelen. 
            Teleurstellingen door verwachtingen die niet uitkomen.
            Botsingen over onderwerpen die vreselijk op de spits gedreven worden.


            Een gemeente van Christus wordt van binnenuit bedreigd, 
            omdat een gemeente altijd mensenwerk blijft.
            En mensen zijn zo vreselijk menselijk, zo klein-menselijk.
            Heb dat in de gaten. Ontwikkel daar een antenne voor, 
            dat je het snel doorhebt:
            ho, nu gaan er allerlei menselijke dingen meespelen 
            die de eenheid in Christus bedreigen.


            Kijk hoe Petrus zijn brief afsluit: 
            groet elkaar met een kus van de onderlinge liefde,
            vrede zij met u allen, die één bent in Christus.
            Merk het op tijd, als die eenheid bedreigd wordt.
            Als je elkaar die kus van liefde niet meer wilt geven 
            omdat er allerlei menselijke dingen tussen zitten.
            Laat dat niet zo blijven, want het bedreigt de vrede in de gemeente.

 

b         Petrus laat ons ook dieper kijken.
            Wat zit er achter die bedreigingen van buitenaf of van binnenuit?
            Daar zit een geestelijke werkelijkheid achter.
            Iets wat je niet kunt zien, maar Petrus,  
            geleid door de Heilige Geest, maakt het duidelijk.
            Hij noemt dan twee dingen.


            Het eerste is: de tijd van het oordeel is aangebroken. 
            Dat oordeel begint bij Gods eigen mensen. Het begint bij de gemeente.
            In de bedreigingen van buitenaf en van binnenuit is God bezig.
            Hij is op weg naar het oordeel. 
            Op de grote dag van het oordeel, als Christus terugkomt,
            zal hij alles uit de wereld wegdoen wat niet past bij zijn koninkrijk.
            Iedereen die niet van harte buigt voor 
            koning Jezus wordt van de aarde verwijderd.
            Dát oordeel begint in de gemeente.


            God zet zijn gemeente soms onder druk, zodat blijkt wie echt 
            een volgeling van Christus is en wie niet.
            Zo was dat toen, in die vervolging, dat verzet tegen christenen.
            Als christen-zijn je de kop kan kosten, 
            dan wordt wel duidelijk wie echt Christus wil volgen en wie niet.
            Als christen-zijn echt offers vraagt (en dat kunnen 
            vandaag heel andere offers zijn: financieel,
            of niet mee kunnen doen met anderen, vul maar in) 
            - dan wordt duidelijk wie alles van Christus verwacht.


           Ook de bedreiging van binnenuit kan dat duidelijk maken.
            Paulus schrijft in 1 Kor. 11: 19
            Het is onvermijdelijk dat er partijvorming onder u is,
            zodat duidelijk wordt wie van u betrouwbaar is.
            Soms waren kerkscheuringen nodig omdat zo
            duidelijk werd wie echt Christus wilde volgen.
            Ook een conflict binnen de gemeente kan God gebruiken om 
            naar boven te laten komen wat er echt in iemands hart leeft.


            Zo kan God de bedreigingen van buitenaf en van 
            binnenuit gebruiken om scheiding te brengen in de gemeente.
            Dat kan nodig zijn.
            Ik heb eens iemand horen zeggen: als in een gemeente Jezus Christus 
            steeds nadrukkelijker centraal komt te staan,
            zul je zien dat er meer onttrekkingen komen; 
            dat mensen bij de kerk weggaan. Omdat het hen te dicht op de huid komt.
            Want het evangelie van Jezus Christus roept altijd weerstand op,
            ook binnen de gemeente.
            Dat kan het oordeel van God zijn, dat door de gemeente gaat.


            Wij willen dat natuurlijk niet, wij willen iedereen vasthouden in de gemeente.
            Maar we zullen er mee moeten rekenen dat het gebeurt.
            Dat God zo in zijn gemeente aan het werk is. 
            Hij zet mensen voor de keus, als het evangelie heel dicht bij hen komt.
            Ik denk aan wat Johannes schrijft, 1 Joh.2:19
            Ze zijn uit ons midden voortgekomen maar ze hoorden niet bij ons,
            want als ze werkelijk bij ons hadden gehoord, zouden ze bij ons gebleven zijn.
            Maar het moest aan het licht komen dat niemand van hen bij ons hoorde.
            Maar het moeilijke voor ons is, dat er tegelijk een andere werkelijkheid is.
            Want de duivel is ook bezig. In de bedreigingen, 
            van buitenaf en van binnenuit, is hij ook aan het werk.
            Hij zwerft rond als een brullende leeuw, op zoek naar prooi.
            Hij wil mensen van de gemeente af trekken. 
            Hij wil mensen bij Christus vandaan trekken.
            Daarom kwam hij toen met die vervolgingen. 
            Daarom geeft hij je nu op allerlei manieren het gevoel,
            dat je belachelijk ouderwets bent als je gelooft in een God die de hele wereld schiep.
            En de duivel stookt ook graag in de gemeente. Ruzies over liturgische vormen,
            of hete hoofden rond het onderwerp ‘kind in de kerk’, hij vindt het schitterend.
            Als mensen elkaar teleurstellen, als mensen het gevoel 
            krijgen buiten gesloten te worden - hij wil er graag mee stoken:
            zie je wel, die kerk valt tegen, dat geloof valt tegen, 
            die God waar ze het altijd over hebben, valt tegen.


            De duivel wil mensen bij God vandaan trekken.
            Zelfs iets goeds als een project gemeente-zijn zou hij 
            kunnen gebruiken om mensen tegen elkaar op te zetten,  
            ruzie te laten krijgen, zodat ze de komende jaren er niet over piekeren
            om elkaar de kus als teken van onderlinge liefde te geven.


            Dat is de dubbele achtergrond achter wat er kan spelen in een gemeente.
            God brengt het oordeel, de scheiding, 
            zodat uit de gemeente weggaat wie niet van Christus is.
            De duivel trekt en stookt, om mensen bij Christus vandaan te halen.


            Daarover heeft Petrus geschreven.
            Dan sluit hij af met een terugblik: 
            ik heb u deze korte brief geschreven om u moet in te spreken,
            en om u er nadrukkelijk van te verzekeren dat 
            het werkelijk de genade van God is die u staande houdt.
            In de bedreiging is er stevigheid.


            Petrus heeft al veel geschreven. 
            Over de houding tegenover mensen die hen belachelijk maken.
            Over het onderling met elkaar omgaan.
            Maar het belangrijkste is: 
            sta stevig in de genade van God door Jezus Christus.
            Sta stevig in het geloof dat God je liefheeft en kracht geeft.
            Dat geeft de meeste stevigheid.
            Dan ga je niet onderuit.


            Een christen, een christelijke gemeente, 
            moet zijn kracht zoeken bij Jezus Christus.
            Zo had Petrus het ook al gezegd in dat stukje over de duivel die rondgaat.
            Vers 10: God zal u sterk en krachtig maken, 
            zodat u staande zult blijven en niet meer zult wankelen.
            Dat kun je uit jezelf niet.
            Maar je kunt stevigheid vinden in Jezus Christus.


            Ik denk dat de vertaling van vers 12 iets beter zou kunnen.
            Petrus schrijft niet dat het werkelijk de genade van God is..., 
            maar dat de genade van God werkelijkheid is.
            Petrus kan er zelf uit ervaring over spreken.
            De genade van God door Jezus Christus is geen mooie theorie.
            Het is geen mooi verhaal waar je in de praktijk niet zoveel mee kunt.
            Het is werkelijkheid.


            Ik weet dat heel wat mensen in deze 
            gemeente dat ook uit ervaring kunnen onderstrepen.
            De genade van Christus is werkelijkheid.
            Het is de kracht die je overeind houdt. 
            We hebben dat in onze gemeente wel gezien bij mensen die ziek werden,
            als er mensen overleden. Wat een kracht van God om overeind te blijven.


            Naar die kracht van Gods genade moeten we allemaal steeds terug.
            Ook voor het gemeente-zijn. Want het wordt bedreigd.
            Ook in je eigen gemeente kan er zomaar een conflict ontstaan.
            Als er dingen anders georganiseerd worden, 
            kunnen er zomaar allerlei klein-menselijke reacties komen.
            Laat het niet gebeuren.
            Sta stevig in de genade van Christus.
            Laat de liefde van God, de genade van God een 
            werkelijkheid zijn die merkbaar is in hoe je met elkaar omgaat,
            hoe je over elkaar praat.
            Blijf elkaar (misschien niet letterlijk, maar dan figuurlijk)
            die kus geven als teken van uw onderlinge liefde.
            Liefde die het volhoudt vanuit de genade van Christus.

 

AMEN!!!!!!!!


dit was de laatste preek uit de serie van 
de brieven van Petrus aan de Gemeentes
mocht je vragen hebben hier over stuur dan een email