Preek week 12

preek v.d. week 12

 
Wij gaan met de preek verder waar wij vorige week waren gebleven.

 

 Laten wij lezen:
1 Petrus 2:9

 
Wees gemeente zoals God het bedoelt: om Gods grote daden te verkondigen.

 
God geeft zijn gemeente schitterende titels: 'koninkrijk van priesters', 'heilig volk'.
Wees dan wel gemeente zoals hij bedoelt: om zijn grote daden te verkondigen, hem te eren en anderen over hem te vertellen.

 

 
Laten wij lezen:
lezen: 1 Petrus 2:9-17

 

 
Wees gemeente zoals God het bedoelt: om zijn grote daden te verkondigen

1. Besef wie je bent
2. Verkondig wat God doet

 
Jongelui, moeten voor school regelmatig werkstukken en presentaties maken.
Kan het dan gebeuren dat je flink je best doet en dat je toch een laag cijfer krijgt?
Ja. Als je je niet aan de opdracht gehouden hebt.
Dan kun je er misschien wel veel tijd in gestoken hebben.
Maar je leraar zegt: je had beter moeten luisteren of je instructieblad beter moeten lezen.
Je hebt wel je best gedaan, maar je hebt het niet gedaan zoals de bedoeling was.

 
Weet je een voorbeeld uit de bijbel dat God ook zo reageert?

 
Ik denk aan koning Saul.

 
Hij kreeg de opdracht: alles van de Amalekieten moet je doden, het hele volk en ook al het vee.
Saul doet dat met zijn leger, maar hij laat een heleboel dieren leven. Daarmee willen ze een offer brengen aan God.
Maar God zegt: je hebt het niet gedaan zoals ik het gezegd heb.
En Saul mag daarom zelfs geen koning blijven. Ook al zegt hij: ja maar, ik heb toch wel m’n best gedaan. Dat zal wel, maar niet zoals God het bedoeld had.
Ook bij God is het belangrijk dat je de dingen doet zoals hij bedoeld heeft, zoals hij gezegd heeft.

 
De laatste weken gaan de preken over het nadenken over gemeente-zijn.
Wij doen ons best om samen gemeente van Christus te zijn.
Maar zou het ook kunnen dat God ons een dikke onvoldoende geeft?
Niet omdat we niet ons best doen, maar omdat we het niet doen zoals hij bedoeld heeft?
Dat kan.
Het kan dat God zegt: jullie doen wel je best om kerk te zijn, maar je doet het op een manier die helemaal niet de bedoeling is.
Moet je eens voorstellen. Dan doe je het allemaal voor niets!

 
Het is dus wel heel belangrijk om je af te vragen: wat bedoelt God met zijn kerk?
Is jouw kerk of gemeente, de gemeente op de manier die God bedoelt?
Wat is de opdracht die hij geeft voor het gemeente-zijn?
Daar schrijft Petrus over.
Vorige week hebben we er al iets van gezien.
Toen ging het over het bouwen van de gemeente. Allemaal steentjes om samen de gemeente te bouwen.
En wat moet het worden: een tempel.
U moet een tempel zijn. Of met een ander beeld: u moet priesters zijn.
Zo staat het in vers 5: vorm een heilige priesterschap.

 
Dat thema komt weer terug in vers 9.
Maar er is wel een verschil. In vers 5 was het een opdracht: u moet priesters zijn.

In vers 9 staat: u bent het. U bent een uitverkoren geslacht, een koninkrijk van priesters.
Gemeente-zijn is niet alleen een opdracht, het is ook iets wat je krijgt.

Vers 9 is eigenlijk een rijtje titels.
Zo mag je jezelf noemen.
Zo mochten die mensen zichzelf toen noemen.
Dat is bijzonder, want ze stelden helemaal niet zoveel voor.
Kijk maar in het begin van de brief: ze waren als vreemdelingen verspreid in een heel gebied.
Ze werden uitgemaakt voor misdadigers. De samenleving wilde hen niet.
Maar Petrus zegt: vergis u niet. U bent ‘uitverkoren geslacht’, ‘koninkrijk van priesters’.
Misschien zit je maar met een kleine groep mensen bij elkaar in een huis, bang dat de politie binnenkomt.
Maar besef wie je bent: een heilige natie.
Al word je uitgelachen, tel je niet mee in deze wereld: je bent een volk dat Gods bijzondere eigendom is.
Besef wie je bent.
 

 
Besef wie je bent voor God!

 
Weet u tegen wie God dit eerder gezegd heeft?

 
Tegen het oude volk Israël.

 
Al deze titels komen uit het eerste stuk van de bijbel, het Oude Testament.
Een uitverkoren geslacht, een koninkrijk van priesters, een heilige natie - dat komt uit Exodus 19.
Daar zegt God het tegen zijn volk Israël. Hij heeft hen dan net bevrijd uit Egypte.
Dat is het begin van Israël als volk. Ze stellen dan nog niet veel voor.
Ze hebben geen eigen land, ze zijn op weg door de woestijn als gevluchte slaven.
Maar God zegt: er zijn heel veel volken in deze wereld; ze zijn allemaal van mij. Maar jullie alleen zijn mijn bijzondere volk,
een volk van koningen en priesters.
Hij geeft hun de hoogste erenaam.
En ‘een volk dat God zich verworven heeft’- dat komt uit Jesaja 43. Dat is eeuwen later.
Dan is de bloeiperiode van het koninkrijk Israël al weer voorbij.
De vijanden zijn gekomen. Jeruzalem is verwoest, mensen zijn meegenomen. Het einde van Israël.
Maar God belooft: ik haal de mensen terug en maak er weer mijn volk van.

 
Heel vers 9 en 10 zit vol woorden uit het Oude Testament.
Het is allemaal gezegd tegen Israël. En Petrus, geleid door de heilige Geest, laat zien: dat mag je nu over de kerk zeggen.
De gemeente van Jezus Christus is nu dat bijzondere volk van God, Gods bijzondere eigendom.

 
Dat betekent ook iets voor ons bijbellezen.
We lezen in het Nieuwe Testament. De verhalen over Jezus Christus, onze Redder.
We lezen de brieven aan de eerste christelijke kerken, en we mogen die ook lezen als brieven aan ons.
Maar we lezen ook in het Oude Testament. Verhalen over Gods volk toen. Wat God toen zei tegen Israël.
De beloften die hij toen aan mensen gaf.
En ook dat mogen we lezen als beloften voor ons. Wat God toen tegen dat volk zei, mat je doorvertalen naar de gemeente vandaag.
Dan is er nog heel veel te lezen en te ontdekken in de bijbel.
Ontdekken wie wij zijn: het volk van God, waar hij mee bezig is zoals ooit met het volk Israël.

 
Besef wie je bent, ook als je nadenkt over het gemeente-zijn. We zijn niet bezig met het organiseren van onze club.
Besef welke titels Gód ons geeft: een koninkrijk van priesters, een heilig volk.

Maar waarvoor wil God zo’n volk hebben?

 
De verhalen van het Oude Testament zijn één lange geschiedenis van mensen die God steeds weer teleurstellen.
God gaf mooie titels aan zijn volk, maar ze maakten het niet waar.
Een koninkrijk van priesters, om God te dienen? Ze dienden vooral zichzelf, ze dienden andere goden.
Een heilig volk? Vergeet het maar.
Waarom wil God dan toch weer een volk?
Waarom zet hij er met de ballingschap niet definitief een punt achter?
Waarom stuurde God zelfs zijn eigen Zoon, Jezus Christus, en vormde Jezus uit allerlei mensen weer een volk voor God, de kerk?
Wat is toch Gods bedoeling, dat hij steeds weer een volk, een kerk wil hebben?

 
Het antwoord dat Petrus hier schrijft, komt uit Jesaja 43.
U bent een volk dat God zich verworven heeft om de grote daden van God te verkondigen.
Dat is Gods bedoeling met de gemeente.
Daarvoor wil hij een volk. Hij wil een volk dat over hem vertelt.
Een volk dat tegen hem zegt: o God, want bent u toch een geweldige God!
God wil toegezongen worden. God wil geëerd worden.
Zoals het vertaald is in Jesaja 43:21, dit is het volk dat ik mij gevormd heb: het zal mijn lof verkondigen.

 
Ik heb eens iemand horen zeggen: ‘ik vind God egoïstisch - alles draait om hem’.
Dat laatste is waar: alles draait om hem.
Maar mag hij? Hij is God. Hij is het waard dat hij eer krijgt.
Alles bestaat voor hem.
De bedoeling van het gemeente-zijn is dat hij aandacht en eer krijgt.

 
Maar hij wil ook dat het tegen anderen gezegd wordt.
Gods grote daden verkondigen, dat is ook: het aan anderen vertellen.
God wil dat anderen hem leren kennen.
Zijn grote daden, dat zijn vooral zijn daden van redding.
Het staat er meteen bij: de grote daden, namelijk dat hij mensen redt die vastgelopen zijn in het donker.
God brengt redding, God brengt licht.
Wat dat betreft is God helemaal niet egoïstisch, maar hij is juist vol liefde.
Hij wil mensen redden. Hij wil licht geven in mensenlevens.

 
Zijn bedoeling is dat de gemeente van Christus dat vertelt aan anderen.
Dat is wat God bedoelt met gemeente-zijn.
Niet maar ‘wij, gemeente, lekker bij elkaar met de deur dicht’.
God geeft ons schitterende titels, wij mogen ons heel wat voelen, maar wel met deze bedoeling:
vertel het door, vertel over Gods grote redding, vertel wie God is.

 
Als wij nadenken over gemeente-zijn is dat dus één van de belangrijke vragen: zijn we gemeente zoals God bedoeld heeft?
Zijn we een gemeente die naar God en naar anderen toe de grote daden van God verkondigt? Zijn we daar op gericht? Is dat uw verlangen?
Is dat de drijfveer bij het organiseren van dingen?
Is dat merkbaar in de structuur van de gemeente? Werken we daar met elkaar aan?

 
Want je moet er toch niet aan denken dat we flink ons best doen met van alles in de gemeente, maar dat God ondertussen zegt:
gemeente van de Lichtbron, je krijgt een dikke onvoldoende want je hebt niet geluisterd naar wat de bedoeling is.
Ik wil dat je gemeente bent om ook aan anderen mijn grote daden te verkondigen.

 
Maar nog één ding. Wat is dat dan: de grote daden van God verkondigen?
Waar gaat dat over?
Ik zei al, het staat in vers 9: de grote daden van God, dat is dat hij mensen uit de duisternis geroepen heeft naar zijn wonderbaarlijke licht.
Het is het evangelie van Jezus Christus.
Het goede nieuws van redding, leven!
Niet meer het donker van zonde, dood, mislukking, teleurstelling, maar het licht van redding, hoop, toekomst!
Het zijn de grote daden van kerst, Goede Vrijdag, Pasen, Pinksteren.

 
Maar kijk goed hoe er staat.
Er staat niet: de grote daden van hem die mensen uit de duisternis roept naar zijn licht.
Nee, die ú geroepen heeft.
Het gaat niet om de tijdloze waarheid van ‘God zoekt mensen’.
Het gaat in het persoonlijke verhaal: God heeft mij gezocht, geroepen, gered.
Het gaat om de verbinding tussen kerst, goede vrijdag, pasen - en uw en jouw eigen levensverhaal.

 
Kijk ook maar in 1:3, daar doet Petrus het zelf: geprezen zij de God en Vader van onze Heer Jezus Christus:
in zijn grote barmhartigheid hij ons opnieuw geboren doen worden door de opstanding van Jezus Christus uit de dood.
Gods grote daad in Pasen, maar direct verbonden met het effect ervan in het leven van Petrus zelf. Dat is reden om God te prijzen.
Dat is een verhaal om door te vertellen.

 
Dat is Gods bedoeling: gemeente, ieder persoonlijk, vertel de grote daden die God in uw leven doet.
Geef God eer om zijn bevrijding door Christus in uw leven.
En vertel aan mensen over Gods kracht in jouw leven.
Vertel wie Jezus Christus is, en wie hij is voor jou.
Vertel over zijn belofte, en hoe die belofte werkt, ondanks jouw zwakke geloof.
Vertel over het eeuwige leven, en hoe God jou vastgehouden heeft toen je onderuit ging in je verdriet.
Vertel over de heilige Geest, en hoe je met zijn hulp aan het vechten bent tegen een zonde.
Of over de motivatie die je krijgt om je in te zetten voor mensen.
Vertel aan mensen over Gods grote daden die je leest in de bijbel en over Gods grote daden in jouw leven.

 
Je mag overal je verhaal vertellen over wat Jezus Christus met je doet.
Zo mogen we leren steeds meer de gemeente te zijn die God bedoeld heeft: een gemeente met uitstraling.
Een gemeente die naar buiten toe getuigt van Gods grote daden!
Broeders en zustes, zal ik het voor jullie nog even duidelijk maken.
Vorige week hebben we een stukje muur gebouwd. Zo zijn we samen gemeente.
Maar eigenlijk is die muur veel te dicht.
De gemeente moet niet dicht zitten. Er moeten een heleboel ramen en deuren in zitten.
Want God wil dat we aan andere mensen vertellen wie hij is.
En dan vertellen dat je zo blij bent met God.
God wil dat we een kerk zijn voor mensen om ons heen.
Want andere mensen moeten ook weten dat het heel fijn is om bij God te horen!
 

 
Toch?

 
AMEN