Preek week 1 Preek week 1

preek v.d. week 1  1

 

 

 

 

weet u het nog?

 

wat bedoelde wij ook alweer als God rust??

 

wat bedoelde wij ook al weer met Rusten in God???

 

was Hij moe van alles?

 

Nee Hij ruste omdat er niets meer te doen was na de schepping........

 

Deze week het 5e en laatste deel uit deze serie.

 

 

 

Onder het nieuwe verbond. Nu, voor dat we overgaan naar het nieuwe verbond,
en Hebreeën hoofdstuk 4 uitleggen,
laat ik ook de Sabbat behandelen.
Want de Sabbat was ingesteld, om de mensen deze rust,
die God nam, na de schepping, te laten gedenken.

 

En het echte doel van de Sabbat, zie je,
dit is weer zo’n punt dat heel vaak verkeerd wordt begrepen.
De meesten van ons denken, dat er een of andere dag is,
waarop God ons verboden heeft om te werken.
Onder het oude verbond was er inderdaad een verbieden van werk op de Sabbatdag.
En daar werd strikt de hand aan gehouden. Maar het was slechts een afbeelding.
Het was slechts een type van deze relatie, die werd geprofeteerd en vervuld in Hebreeën hoofdstuk 4.

 

De Sabbat, het gehoorzamen aan het niet werken, en deze dag apart zetten voor God.
De handeling van het houden van de Sabbat, was niet het werkelijke ding waar het om ging, maar het was een afbeelding,
een schaduw van iets dat nog moest komen.

 

Laten we hier eens kijken in Kolossenzen hoofdstuk 2 en lezen over de Sabbat. 16
Laat niemand u iets voorschrijven op het gebied van eten en drinken of het vieren van feestdagen, nieuwe maan en sabbat.

17 Dit alles is slechts een schaduw van wat komt. De werkelijkheid is Christus. !!!!!!!

 Vers 17 stelt heel nadrukkelijk dat deze vijf dingen,
waarvan de sabbat dag er één is, dat deze een schaduw zijn van de dingen die komen,
maar dat de werkelijkheid Christus is.
Nu, de schaduw van dat wat komt, met andere woorden,
de schaduw is het bewijs ervan, dat er daarbuiten iets is.
Maar de schaduw is niet dat ding zelf, het is alleen de vertegenwoordiging van iets anders.

 

Zeg bijvoorbeeld dat hier de hoek van een gebouw zou zijn. En als Larry om de hoek van dat gebouw zou zijn, en hij kon mij niet zien, omdat dit gebouw er tussen staat. Daarom kon hij mij niet zien. Maar als er een licht achter mij zou zijn, en ik stond dicht bij de hoek en mijn schaduw scheen voor mij uit, om de hoek van dat gebouw heen, zou Larry mijn schaduw kunnen zien. En ook al kan hij mijzelf nog steeds niet zien,

hij zou weten dat ik eraan kwam, omdat hij die schaduw kan zien.

Kan iedereen dat volgen?

 

Nu, vóórdat Jezus werd geopenbaard, vóórdat Hij zich kon manifesteren,
gaf God types en schaduwen in het Oude Testament,
die afbeeldingen waren van Jezus.

 

Beelden, van wat het Nieuwe Verbond en de nieuwe relaties met God zouden zijn.
En dát was ook wat de Sabbat was.
De Sabbat was een scháduw.

 

Nou, vóórdat de echter persoon is gearriveerd, is de schaduw belangrijk,
omdat het voor jou een bewijs is, dat die persoon eraan komt.
Hij is onderweg, maar als die persoon eenmaal om
de hoek van het gebouw is komen wandelen,
en jij blijft naar beneden kijken naar de schaduw en begint te zeggen,
oh, ik ben zo blij dat jij er bent,
en je wordt helemaal enthousiast over die schaduw, dan is er iets verkeerd met je.
Die schaduw is niet de persoon, maar alleen de afbeelding, of het product ván die persoon.
 

En zie je, er zijn sommige mensen, die zó opgaan in
het houden van de Sabbat, dat zij de Jezus gemist hebben,
waarover de Sabbat heeft geprofeteerd.
En zij zitten nog steeds gevangen in het houden van de Sabbatdag.
Er zijn zelfs denominaties gevormd rond de Sabbatdag. Rond het houden van de Sabbatdag.
Wist je, dat als jij de Sabbat dag zou willen houden, dat de Sabbat níet op zondag is?
De Sabbat is op zaterdag. Als jij de Sabbatdag wilt houden, moet je 7e-dagsadventist worden.
Maar wist je dat 7e-dagsadventisten de Sabbat niet houden?
Zij eren een dag, maar zij onteren God,
zij onteren datgene waar Hebreeën 6 vers 4 over spreekt.

 

De sabbat is slechts een afbeelding, van een relatie die wij zo meteen gaan uitleggen.
Laten we even terugkeren naar vers 16 hier in Kolossenzen hoofdstuk 2.
16 Laat niemand u iets voorschrijven op het gebied van eten en drinken of het vieren van feestdagen, nieuwe maan en sabbat.

 
Er staat, laat niemand u oordelen over eten. Laten we deze vijf dingen even bestuderen.
Het eerste wat er staat is, laat niemand u oordelen over eten. (eten van onreinvlees)

 

Dit is een verwijzing naar het Oude Testament, naar de spijswetten.
Er waren bepaalde soorten vlees die je niet kon eten, reine en onreine dieren.
Het meest populair of het meest bekend is het zwijn, oftewel de varkens.
Joden mochten geen enkel soort varkensvlees eten.
En je kunt lezen in Handelingen 10 en 11 over. Petrus.
Je weet wel over al deze soorten dieren die neergelaten werden in een laken etc. er zijn hier een heleboel schriftgedeelten over.
Je kon bepaalde soorten vlees niet eten. Wist je dat dit alleen maar een type en een schaduw was, van iets dat pas zou komen onder het Nieuwe Verbond?

 

Nu zullen veel mensen je tegenwoordig onderwijzen, nee mijnheer, dat waren niet alleen maar types en schaduwen,
deze spijswetten onder het Oude Testament waren veel meer dan dat.
Er waren redenen, waarom God ze gaf. Als je varkensvlees at, kon je doodgaan.
En zij zullen je zeggen, dat als je nu bepaalde soorten vlees eet, je zal sterven.
Ze waren ons gegeven, omdat het gezondheidsvoedsel was.
God toonde ons gezondheid door die wetten. Nu kan er best wel wat voordeel in hebben gezeten om je daaraan te houden.
Neem bijvoorbeeld varkensvlees. Als dat niet grondig wordt gekookt of gebraden, er zit een soort virus of bacterie in, tricanosis of zo,
waardoor je deze ziekte kan oplopen. Dus er zou best wel met sommige van deze dingen een dubbele betekenis of bedoeling zijn. Ok?
Maar dat zijn afgeleide zaken.
De Bijbel maakt heel duidelijk dat deze spijswetten vooral een afschaduwing waren van iets dat nog moest komen.

 

De Nieuwtestamentische tegenhanger hiervan wordt gevonden hier in 1 Korinthiers, ik zal niet de tijd nemen om het op te slaan,
maar daar staat 1 Cor. 10:31 Of gij dus eet of drinkt,
of wat ook doet, doet het alles ter ere Gods.
De echte reden voor deze spijswetten was niet, dat God varkens verafschuwde.
Hij schiep varkens net zo goed als alle andere dingen.
En God heeft helemaal niets tegen varkens, of kamelen,
of wat dan ook, dat je niet zou moeten eten.
Weet je dat je ook geen konijnen zou moeten eten, volgens dit allemaal.
God had helemaal niets tegen deze dingen.
Het echte doel van deze spijs wetten was, om mensen te vertellen, jullie horen apart gezet te zijn voor Mij, 
in íeder aspect van je leven, zélfs in dat wat je eet.
Zelfs in het fysieke gebied.

 

Je zou God moeten verheerlijken, zelfs in wat je eet. 
Om dat aan te tonen waren er bepaalde dingen waarvan God zei, dat je ze niet mocht eten.
Niet omdat er iets niet goed aan zou zijn, maar om te symboliseren, om aan te tonen, 
dat zij geheiligd waren voor God, op élk terrein van hun leven.

 

Weet je dat Christenen dat ook vandaag de dag nog steeds nodig hebben.
Er zijn heel wat Christenen die dik zijn, te zwaar.
En ik veroordeel niemand hierover, ok? Ik ben zelf te zwaar, 
en een beetje zonde is geen haar beter dan een heleboel zonde.

 

Ik ben niet veel te zwaar, maar ik ben te zwaar. Ik veroordeel jou niet, en ik wordt zelf ook niet veroordeeld, 
maar wij zouden God moeten verheerlijken met onze lichamen.
Niemand wordt per ongeluk te dik. Als jij te zwaar bent, heb je nooit per toeval iets te veel gegeten, 
je hebt álles gekozen om te eten, wat je ooit maar gegeten hebt,
en jij hebt God niet verheerlijkt met je lichaam.

 

God heeft je gezegd om Hem te verheerlijken met je lichaam en met je ziel,
en ze behoren beiden God toe.

 

Er is dus een Nieuwtestamentische tegenhanger, dat was een Oudtestamentische symboliek, van iets dat wij vandaag de dag nog steeds zouden moeten hebben,
maar nu in de ware zin en betekenis ervan. Ok? En iedereen die zegt, nee geachte broeder,
wij moeten ons nog steeds houden aan deze Oudtestamentische spijs wetten,
heeft de kern van waarom het eigenlijk gaat niet begrepen.

 

Er is een Nieuwtestamentisch schriftgedeelte,  1 Timotheüs hoofdstuk 4 :1  zegt, Maar de Geest zegt nadrukkelijk, 
dat in latere tijden sommigen zullen afvallen van het geloof,
doordat zij dwaalgeesten en leringen van boze geesten volgen.

 

Prijs de Heer, ik ben blij dat de Heer dit gezegd heeft, en ik het niet hoef te zeggen. 
Prijs God. Het zou zeker tegen mij gebruikt worden.
Maar de Geest zegt nadrukkelijk, dat in latere tijden sommigen zullen afvallen van het geloof, 
doordat zij dwaalgeesten en leringen van boze geesten volgen,
En hij legt hier verder uit, wat allemaal leringen van boze geesten zijn. 
(vers2) Ze worden hiertoe aangezet door huichelachtige leugenaars,
die hun eigen geweten hebben dichtgeschroeid,
3 die het huwelijk verbieden. Dat is dus een lering van de duivel! Ken jij een groep die celibaat voorschrijft, en bij hen kan je geen bedienaar of een priester zijn, als je trouwt?
Dat is een lering van de duivel. O, wat ben ik blij dat God dat zei, en niet ik. Dank God.

 

3 die het huwelijk verbieden en hen dwingen tot onthouding van voedsel (lees vlees).
Ken jij groepen die jou verbieden om vlees te eten?

Dat is een lering van de duivel. Weet je dat er geestvervulde christenen zijn, die je zeggen dat je niet alles maar mag eten.

 

De Nieuwtestamentische realiteit is, dat je gekocht bent voor een prijs, 
verheerlijk daarom God met je lichaam en je ziel, die de Here toebehoren. Amen?
God, want er staat geschreven: Alles wat God geschapen heeft is goed. (vers4)
Niets hoeft te worden verworpen als het onder dank wordt aangenomen,
want het is geheiligd door het woord van God en door het gebed.
Dat zou toch een eind moeten maken aan al die onenigheid over wat je wel of niet mag eten. Amen?

 

Ok, daarom terug naar Kolossenzen hoofdstuk 2 vers 16 
Laat dan niemand u blijven oordelen inzake eten en drinken

 

Op dezelfde manier dat er spijswetten waren over wat je kon eten, 
waren er ook spijswetten over wat je kon drinken.
Je mocht alleen bepaalde dingen drinken.

 

Wij moeten niet beheerst worden door ons lichaam en onze begeerten, maar wij moet díe beheersen.

 

En er staat, of op het stuk van een feestdag Hoe komt
het dat je dát niet hebt gehouden? Ik héb het Pesach onderhouden.
Het Pesach was een beeld van Jezus. Jezus was het Pesachlam,
gestorven voor mij, en ik hou het Pesachfeest iedere dag van mijn leven,
door Jezus lief te hebben, door een deel van Hem te zijn.
Ik leef in de letterlijke vervulling van het Pesach. Amen?
En ik hoef dat feest niet te onderhouden, want het was slechts een type,
een schaduw, van hetgene dat nog moest komen.
 

Er staat verder nog, laat dan niemand u blijven oordelen in zake de nieuwe maan.
Laat dan niemand u blijven oordelen inzake eten
en drinken of op het stuk van een feestdag, nieuwe maan of sabbat,)
Wist je, dat je elke nieuwe maan offers, bloed offers moest brengen, elke nieuwe maan?
Hoeveel van jullie hebben de vorige nieuwe maan bloed offers gebracht?
Hoeveel van jullie wisten eigenlijk wanneer de vorige nieuwe maan was?
Maar zie je, dat was alleen maar een schaduw, van dat wat er zou komen.
Het was een geheugensteun, elke maand van het jaar, elke dag van het jaar, 
je de dekking van het bloed van Jezus nodig hebt.

 

Maar wíj leven in de vervulling daarvan. Elke dag van mijn leven heb ik dat bloed van Jezus, 
dat iedere nieuwe maan die er ooit maar zal zijn dekt.
Het dekt de ochtendschemer en de avondschemer. De verzoendag, het verzoen jaar, 
ál deze feestdagen zijn vervuld en gehouden in Jezus, en ik eer deze nieuwemaanoffers,
door de manier waarop ik Jezus eer.

 

Dus hier zijn vijf dingen op een rij gezet. Van vier daarvan hebben we ondubbelzinnig aangetoond, 
vier daarvan worden niet meer in de letterlijke betekenis van de wet onderhouden,
omdat het slechts types, schaduwen waren én ze wezen vooruit naar een relatie, 
die nú realiteit is in Jezus Christus.

 

Vier daarvan zijn vervuld vandaag de dag, maar de Sabbat? 
Weet je dat de meeste Christenen daar nog steeds mee in hun maag zitten?

 

Sommige van jullie zijn misschien niet heel erg religieus geweest, 
maar als je religieus bent geweest, nou dan is het er echt bij je ingeramd,
dat je maar beter niet iets kan doen op een Sabbat dag. Dat is de dag van God.

 

Tegenwoordig is het iets, dat niet alleen in de Verenigde Staten wordt gedaan, maar ook op andere plaatsen in de wereld, 
en het is meestal een gezondheidszaak of zo,
om een pauze te nemen, een vakantie dag of wat dan ook.
Maar voor de Joden was het uitsluitend een religieuze verplichting,
en de wereld had geen flauw idee wat zij aan het doen waren.
Hier waren ze, hard aan het werk, in het zweet huns aanschijns, 
alles aan het doen wat zij maar konden, om een bestaan uit de grond te stampen,
en daar komt een compleet volk, dat één dag in de week gewoon vrij neemt, en die produceren meer en hebben meer oogst,
en zijn meer gezegend, dan al die andere volken, die zich te pletter werken.

 

Weet je waar dat een beeld van was? Dat was een beeld ervan, dat zij niet vertrouwden op hun eigen arbeid.
Ze verrichtten arbeid, maar ze vertrouwden niet óp hun arbeid. In feite vertrouwden zij op God.
Voor het natuurlijke verstand konden ze daar zijn. En als je goed kon produceren in 6 dagen, dan moest je het nog beter kunnen doen in 7 dagen.
Dat is wat het natuurlijk verstand denkt.

 

Maar zij dachten geestelijk door te zeggen: God het zijn niet míjn inspanningen, 
die deze rijkdom voortbrengen, maar mijn geloof in Ú.
En om dat geloof in U te bewijzen, haal ik er één dag af, en ik vertrouw op U, om het verschil goed te maken. En God deed dat.
Het was een getuigenis, dat zij rustten in God, dat zij op God vertrouwden voor hun welvaart, en níet op hun eigen inspanningen.

 

En dan was er ook nog een sabbatjáár. Wist je, dat ze niet alleen één van de 7 dagen vrij namen, 
maar élke zeven jaar, namen ze een jaar lang vrij.
God gebood ze, dat ze elke 7 jaar een heel jaar vrij moesten nemen. Wist je dat in het Oude Testament, dít gebod nóóit is nageleefd?
Wist je dat de Joden nóóit het Sabbatsjaar hebben gehouden?
Wat een schande was, en de Bijbel zegt, dat toen het oordeel over hen kwam, dit één van de redenen was,
dat God een oordeel over de natie Israël bracht,
en hen in ballingschap voerde, omdat Hij zei: nú zal mijn land haar sabbat krijgen en rusten, en haar opbrengst opleveren.
2Kr 36:21 Zo ging in vervulling wat de HEER bij monde van Jeremia had voorzegd.
Zeventig jaar bleef het land braak liggen en had het rust, totdat alle niet in acht genomen sabbatsjaren vergoed waren.

 

God bracht een oordeel over hen, omdat ze dit niet in acht hadden genomen.
Maar Hij gaf hun een gebod, om élke zeven jaar een sabbat te houden.
En ik ben vergeten waar het precies staat, vroeger wist ik het nog, in het Oude Testament staan alle details hiervan beschreven.

 

En elk zevende jaar, moesten ze het hele jaar vrij nemen, waarin ze geen oogst konden inzaaien, en ze mochten ook niets oogsten,
dat uit zichzelf groeide. Ze moesten de velden volkomen onbewerkt laten liggen, 
zodat de wilde dieren zich er aan te goed konden doen.
En zij mochten helemaal níets doen. Nu kan je het erover hebben, 
hoe één dag uit zeven dagen mensen al steil achterover doet slaan.
Hier heb je al de volkeren van de wereld, die zich uit de naad werken om een oogst voort te brengen, weet je, werken en ploeteren,
en hier komen die Joden, en die nemen één op de zeven dagen vrij, en dan één op de zeven járen!

 

En in dat zevende jaar, zegt de Bijbel, of eigenlijk in het zesde jaar, wat dan zou gebeuren, God beloofde hen,
dat als ze het zevende jaar vrij zouden nemen, in het zesde jaar, zou Hij een drie keer grotere oogst geven dan normaal.
Genoeg om in het zesde jaar van te leven, het zevende jaar van te leven, en in het achtste jaar, óók, terwijl je nog moet wachten op de oogst die nog moet groeien,
die je in het achtste jaar hebt ingezaaid.

 

Dat is niets anders dan bovennatuurlijk. Ze werkten even hard als normaal in het vijfde jaar, 
maar in het zesde jaar, bracht dat drie keer zoveel voedsel voort.
Dat was boven natuurlijk. Het was niet hún inspanning die het verschil uitmaakte, 
maar de zegen van God maakte al het verschil.

 

En de Sabbat was daar een beeld van. Het herinnerde hen eraan, en het bracht onder de 
aandacht van de volkeren van de hele aarde dat, kijk, je bent misschien wel hard aan het werk,
maar het is niet jouw werk, dat de opbrengst genereert, maar het is God, het jouw verbond met God, dat jou voorspoedig maakt.
En het was een herinnering voor hen, dat dit een vooraf schaduwing was, van iets dat nog moest komen.

 

Nu, dit wees allemaal op hetgeen onder het Nieuwe Verbond valt en gekomen is, 
waar wij allemaal in kunnen binnengaan, die speciale relatie met God is,
dat God een nieuwe schepping gemaakt heeft.
Het enige dat God ooit nog geschapen heeft sinds de tijd dat Hij de aarde en de mensen en de bomen en dit alles schiep,
de enige ánder schepping die God ooit nog heeft gemaakt,
is een nieuwe schepping.  2 Corinthiërs 5:17
Zo is dan wie in Christus is een nieuwe schepping; het oude is voorbijgegaan, zie, het nieuwe is gekomen.

 

De wedergeboorte is de enige andere schepping die God ooit nog heeft gemaakt.
En als iemand tot Jezus komt, en Hem belijdt als Heer,
wordt hij opnieuw geboren, en volkomen veranderd.
En wist jij dat als jij veranderd wordt, jij volkomen compleet (volmaakt) veranderd wordt?
Kolossenzen 2:10
zegt: En gij zijt in Hem volmaakt,
Die het Hoofd is van alle overheid en macht;
Ook staat er geschreven: Immers uit zijn volheid hebben wij allen ontvangen.

Johannes 1:16 etc etc.
 

Toen jíj wederom geboren werd, maakte God die nieuwe schepping in jou volmaakt, compleet.
Op precies dezelfde manier als Hij de eerste schepping compleet maakte, zodat Hij niets meer hoefde te doen, 
om er voor te zorgen dat het verder zou functioneren,
op de 8e, de 9e , de 10e en de 11e dag.
Hij maakte het volmaakt af, zodat er niets meer hoefde te worden gedaan. 
Wist je, dat je in je geestelijke mens volmaakt (compleet, voltooid) bent? Ok?

 

Het is niet mijn bedoeling om problemen te veroorzaken.
Eh, niemand is het altijd 100% met alles eens.
Ik ben het zelfs met mijzelf niet altijd volkomen eens, prijs de Heer.
Dus als dit je niet bevalt, kauw er dan een poosje op,
of parkeer het opzij om het te overdenken.
Maar ik geloof dat als wij geschapen worden, dat wij dan compleet geschapen worden, 
net als een baby, alle vijf vingertjes, ik bedoel 10 vingertjes en tien tenen,
maar ze zijn in babyformaat en moeten alleen nog groeien.

 

Maar ik geloof dat je geest compleet voltooid is, en dat betekent,
volledig uitgegroeid en volwassen, op elk gebied.
Ik geloof dat je geest niet hoeft op te groeien, verzorgd en opgevoed hoeft te worden.
Je onderwijst je geest geen nieuwe dingen, je vernieuwt je geest niet. Je geest is compleet.
Het deel van jou dat vernieuwd moet worden is je verstand, je denken.

 

Nu ís er sprake van een groeiproces. De Bijbel spreekt erover dat je als 
pasgeboren baby’s moet verlangen naar de redelijke melk, opdat je daardoor mag opwassen.
1Pet. 2:2 en verlangt als pasgeboren kinderen naar de redelijke, onvervalste melk, 
opdat gij daardoor moogt opwassen tot zaligheid,
Maar wat op moet groeien is je ziel. Je ziel groeit in
haar vermogen om te bevatten wíe je bent in Jezus Christus.
Je groeit in je vermogen om vrij te zetten, toe te passen wat je al hebt ontvangen.

 

Maar in je geest heb je al de volheid van de Godheid lichamelijk ontvangen.
In je geest heb je al ontvangen ál het geloof dat je
ooit maar zal hebben. Je zult nooit méér geloof krijgen.
Je krijgt het vermogen om meer geloof te gebrúiken,
naarmate je jouw denken vernieuwt en daarin gaat wandelen.
Je zult niet meer vrede krijgen. Je zult meer in vrede werkzaam krijgen, 
naarmate je jouw denken vernieuwt, volgens deze schriftgedeelten waar we
 mee begonnen zijn, in 2 Petrus1:2
2 genade en vrede worden u vermenigvuldigd
door de kennis van God en van Jezus onze Here.

 

Maar het punt waar het mij om gaat is dat jouw geest compleet is.
Álles ís reeds aan je gegeven.
Efeziërs 1:3 zegt: Gezegend zij de God en Vader van onze Here Jezus Christus, 
die ons met allerlei geestelijke zegen in de hemelse gewesten gezegend heeft in Christus.

 

Hij zegt hier dat het reeds een voldongen feit is. Je hoeft niet te bidden voor Gods zegen.
Gods zegen is reeds aan je gegeven, alles wat je nog hoeft te doen is vrij te zetten wat God al ín je heeft gedaan.

 

En dat voert terug, naar( de Schepping) een volmaakte
overeenkomst met Adam en Eva, zie je?

Adam en Eva hoefden helemaal níets te doen om ervoor te zorgen dat in hun behoeften werd voorzien, 
en alles wat ze hoefden te doen,
was zich uitstrekken en in ontvangst te nemen, wat daar al wás.
Man, dit is even een krachtige waarheid.
Dit is een ongelooflijk sterke waarheid. Heel weinig Christenen zijn in deze rust binnengegaan, 
in een relatie, waarin zij de nieuwe schepping begrijpen.
De meesten dénken, dat zij genezing doen kómen, door middel van hun geloof.

 

Zij denken, dat als zij geloof inzetten, dat God dán genezing geeft.
Nee, genezing ís er reeds, nét zoals die bomen er al waren voor Adam en Eva.
De bomen en de vruchten waren er al, ze hoefden alleen maar te gaan en ze op te zoeken, ze te nemen en ze te eten.
Genezing ís reeds voorzien. God geneest geen mensen meer vandaag. Amen?
De Bijbel zegt in 2 Petrus 2:24 dat door Zijn striemen ons genezing gewórden is. 
Met andere woorden, het is al gedaan.

 

Toen Jezus stierf, was álles wat je ooit maar zult ontvangen, als gevolg van de verzoening, al gedaan.
Net als bij de eerste schepping. Het is alreeds volbracht en gedaan. God is nu in de rust.
Hij is daarboven niet bezig met vandaag mensen te redden, Hij heeft de verzoening allang volbracht, álles is al gedaan.
Wat er nu gebeurt is dat mensen die redding ontvángen.
Als jij je geloof in de Heer belijdt, dan gaat de Heer niet op dat moment nog eens voor jou sterven, dat is allang voor jou gedaan,
en alles wat je doet, is je uitstrekken en je redding aanvaarden.

 

En met genezing is dat precies hetzelfde. Je hoeft helemaal
niet te bidden en te roepen, oh God, genees mij.
En door te zeggen, oh God, genees mij, ga je er automatisch van uit,
wat gebeurt er als God mij níet geneest.
Dat heeft dus een element van twijfel in zich. Daar zit een vraagteken achter.
God wilt U mij genezen?
Maar degene die werkelijk rust in God, zegt eenvoudigweg: ‘Vader, ik dank u dat door Jezus,
door Zijn striemen mij al genezing geworden ís’.
Het ís reeds een realiteit. Genezing is reeds binnen in mij aanwezig, en ik hoef mij niet af te vragen, God zúlt U mij genezen?

 

Adam en Eva stonden nooit ‘s ochtends op en vroegen zich af: ‘God, zal er een boom voor mij zijn om vruchten van te krijgen?
God, zult u vandaag voor mij zorgen?’ Zie je,
zij waren vol vertrouwen dat God dat reeds geschapen had.
Een van de dingen van Gods schepping is, dat het blijvend is. Het blijft en het blijft.
God heeft het zo gemaakt dat het door blijft gaan en door blijft gaan.

 

Zij waren vol vertrouwen in wat God had gedaan. Zij rustten in Gods rust.
De Nieuwtestamentische gelovige hoort in een relatie binnen te gaan,
waarin je niet hoeft te roepen: ‘Oh God, genees mij’.
Het hangt er natuurlijk van af, wat je er precies mee bedoelt.
Er is niets verkeerds aan, om te vragen om genezing.

 

Als je het eenvoudigweg vraagt, als een soort eis, zoals bijvoorbeeld de Bijbel zegt in Mattheüs 6
‘Geef ons vandaag ons dagelijks brood’,
daar staat geen vraagteken achter zo in de trant van ‘wilt u ons alstublieft vandaag ons dagelijks brood geven?’ Dat is een eis.
‘Geef ons heden ons dagelijks brood’. Kom met vrijmoedigheid voor de Heer, en vraag en ontvang dat wat jou rechtens toebehoort!

 

Dus als je om je genezing vraagt in de zin van: ‘Vader, ik weet dat het mij reeds toebehoort, dus ik neem het in ontvangst,
geeft mij mijn genezing’, dat is in orde. Maar als je gaat vragen: ‘God, genees me’ met een vraagteken er achter,
dan is dat twijfel en ongeloof!
Je rust dan niet in het feit, dat God je al genezen heeft, dat het al volbracht is.
Jíj moet erkennen, dat God allang iedereen genezen hééft die ooit maar zal genezen!

 

De sleutel om te wandelen met God, is gewoon dáárin te rusten, en niet te denken, oh God, ik moet vasten, oh God, ik moet bidden, oh, God, ik moet weer naar de kerk gaan,
God, ik ga op de goede manier leven, God, ik ga alles doen wat ik zou moeten doen, zodat U mij kunt genezen.
Je rust dan niet in datgene, wat God allang heeft voorzien. Je gaat proberen de dingen van God met verdienen te verkrijgen.
Je bent deze rust van God niet binnengegaan.
 

Als jij probeert vrede met God te verkrijgen,
door uit te stappen en te beloven, God, ik ga al deze dingen doen,
en als je dáárin gaat vertrouwen, zal vrede nooit van z’n leven komen,
want je bent niet bezig met rusten in de Heer.
Een persoon die in deze Sabbat vertrouwde op zijn eigen inspanning, en níet stopte met zijn eigen werken in dat zevende jaar, als hij níet rustte en vertrouwde op wat God gezegd had,
weet je dat die hele deal dan niet zou werken, je zou dan níet het zesde jaar drie keer zoveel oogst hebben gekregen, om je door het zesde, zevende en achtste jaar te onderhouden,
ténzij je stopte met je eigen werk, en vertrouwde op God.

 

Weet je, tenzij je stópt met vertrouwen in jóuw inspanningen,
tenzij jij stópt met vertrouwen in je eigen goedheid,
en begint te vertrouwen in God, en in wat Hij allang heeft volbracht, weet je, dat je dan NIET de dingen van God zult verkrijgen die je zo hard nastreeft.
Dit is zó moeilijk onder woorden te brengen en zó te formuleren,
dat mensen dít te pakken krijgen.

 

Maar wij zijn bezig geweest met de juiste dingen te doen, om de verkeerde reden.
We zijn naar de kerk gegaan. Ga naar de kerk. Het is juist om naar de kerk te gaan. Amen?
En ik geloof nog steeds in de zondag. Ik geloof nog steeds in de zondag, als een aparte dag, 
en een dag om niet op te gaan werken. Waarom?
Omdat we de Oudtestamentische sabbat zouden houden? Nee!
Ik hou de Oudtestamentische sabbat, door te vertrouwen in Jezus, door te rusten in Hem, 
en te vertrouwen, dat álles wat Hij gezegd heeft,
reeds een volbracht gegeven is, en door te rusten in Hem.
Ik hou de sabbat, íeder dag van mijn hele leven.

 

De sabbat is een relatie met God, niet een dag. De dag was alleen maar een type, een voorbeeld van iets dat nog moest komen.
De sabbat is een relatie, een ervaring met God. En ik leef in een vóórtdurende sabbat.
Ik bewijs God méér eer door te vertrouwen in Jezus, dan mensen die een dág houden en een dág eren en die schaduw aanbidden,
in plaats van degene, waar die schaduw voor stond.
 

Maar ik hou nog steeds de zondag, en ik hou haar apart voor God,
omdat het volkomen dwaas zou zijn om in een land,
dat één dag apart heeft gezet voor God,
en waar de meeste mensen vrij nemen en de gelegenheid nemen,
om samen te komen met de gelovigen, ben je wel knettergek,
als je van die gelegenheid geen gebruik maakt,
en ik dánk God daarvoor. Prijs de Heer, dat we een dag vrij nemen voor de Heer, prijs God, 
je lichaam kan die rust prima gebruiken.
Er zijn een heleboel voordelen aan, je bent hartstikke
geschift als je niet samenkomt met de andere heiligen.
God heeft je geboden om de samenkomsten te bezoeken, en de samenkomsten niet te verzuimen.

 

Ik gebrúik de zondag, en ik ga naar de kerk, en ik gebruik die gelegenheid om God te verheerlijken, 
maar ik gebruik haar níet,
om de Oudtestamentische sabbat te vervullen.
Díe vervul ik door te vertrouwen en te rusten in de Heer. Amen?

 

Dus het is zó lastig om mensen te laten zien, já we moeten de juiste dingen doen, já we moeten naar de kerk gaan,
já bestudeer het Woord, já, gá bidden, já dóe voorbede en dóe al deze dingen.
Maar als jij ze doet als een poging om deze dingen van God te verdienen, te verkríjgen,
in plaats van te vertrouwen in het feit dat
God deze dingen allang vrijelijk aan je geschonken heeft,
en dat Gods nieuwe schepping compleet áf is, dat jouw genezing allang tot stand gebracht is, door wat Jezus gedaan heeft.
Vader, ik doe deze dingen alleen, omdat U het fijn vindt, omdat het goed is om te doen, en om de satan van mijn lijf te houden.

 

Maar wat in de goedheid van God verkregen is,
wat tot mijn zegen is, is Jezus en wat Hij deed.
Als jij ook maar naar íets anders kijkt dan dát, ben je deze rust níet binnen gegaan.

 

Zoals geschreven is in Hebreeën hoofdstuk 4: 10 Want wie tot zijn rust is ingegaan,
is ook zelf tot rust gekomen van zijn werken, evenals God van de Zijne.
Wat dóet God nog aan Zijn schepping? Niets! Álles is reeds gedaan, en Hij rust daarin.

 

God zit niet daarboven in wanhoop zijn handen te wringen, omdat, zoals mensen zeggen, 
de aarde over een tweehonderd miljoen jaar of zo,
haar draaisnelheid verliest en uit haar baan schiet,
en dat we misschien wel ergens tegen aan botsen en zo.
God weet wel beter dan al die onzin.
Hij sprak het hele universum in het bestaan, en er staat geschreven dat Zijn Woord het allemaal in stand houdt, 
en het allemaal bewaart tot de dag des oordeels.
Er gaat helemaal niets gebeuren, omdat God al
bevolen heeft wat er gaat gebeuren met dit alles.

 

De wereld zal niet vernietigd worden door een atoombom,
omdat God niet heeft gezegd dat het zó zal gebeuren. Amen?
God heeft álles onder controle, en ik garandeer je dat God niet in wanhoop zijn handen staat te wringen, 
Hij maakt zich niet bezorgd, en Hij is niet van streek.

 

En prijs de Heer, wíj moeten in een positie komen, waarin wíj rusten in God.

 

Bestudeer het Woord, omdat je weet dat het al verkregen hebt,
 en je het gewoon nóg een keer wilt horen. Amen?
Omdat je je denken wilt vernieuwen. Omdat je zeker wilt stellen dat je blíjft geloven wat God zei,
in plaats van wat de duivel zei.
Dus ga en blijf luisteren naar God. Amen?
Dát is de reden waarom ik het Woord bestudeer.

 

De reden waarom ik God prijs, is, dat het gewoon geweldig is om bij God te zijn.
Ik geníet van God. Ik raak gezegend door Hem, en ik zegen óók God.
Ik bid niet om God op andere gedachten te brengen.
Als God niet al positief tegenover mij staat, om wat Jezus heeft gedaan, dan zal er niets zijn wat ik kan doen, 
om Hem voor mij in te winnen.
Niet zielig doen, niet janken en huilen en snotteren, dat zal God niet in beweging krijgen.
Als Jezus hem niet in beweging heeft gekregen, dan is er níets wat wat een mens kan doen om dat wél voor elkaar te krijgen.

 

Ik bid dus, omdat ik ervan geniet om met God te praten. Amen?
Niet omdat ik iets van God moet lospeuteren. Prijs de Heer! Ik kom graag naar de kerk.

 

Je hoort deze dingen niet met naar de kijkbuis staren. Je moet komen waar Gods mensen bij elkaar komen, 
en beginnen de woorden te spreken die God spreekt.
De reden waarom ik naar de kerk kom, is dat ik het fijn vind om naar de kerk te komen, want het is mijn familie, 
het zijn mensen van wie ik hou, en wij gaan samen God aanbidden,
en er is een gezamenlijke zalving, die wordt vrij gezet als mensen in gebed samen komen.

 

Maar ik ga níet naar de kerk, omdat God bij zou houden hoe vaak 
ik kom opdagen en als ik maar genoeg spaarpunten heb verzameld,
dat ik dán mijn genezing zal verkrijgen. Amen?

 

En toch zijn er sommigen onder jullie die precies op die manier denken. Prijs de Heer, dát is níet rusten in de Heer.
Laten wij rusten in de Heer, dát is de relatie waar Hebreeën hoofdstuk 4 over spreekt . Het is precies hetzelfde.
Een relatie, waarin je wél dingen doet, maar je doet ze níet om iets lós te krijgen.
Je doet het, omdat je het al verkregen hébt. Je hándelt gewoon op basis van wat God al heeft gedaan. Amen?


 

Heeft u vragen over deze preek stuur mij een email en ik zal u altijd antwoorden.