Kids week 50

 

De moedige koningin

Ester 1-10
 


 
Ester was Joods. Dat betekent dat ze bij het volk
van Israël hoorde. Maar ze woonde ver weg in het
land Perzië met haar oudere neef, Mordechai.
 


 
De koning van Perzië was op zoek naar een
nieuwe koningin. ‘Breng me de mooiste
vrouw van het land!’ zei hij. Ester was één
van de mooie vrouwen die naar het paleis
gestuurd werd. Toen de koning Ester zag,
koos hij haar uit als koningin.
 


 
Haman was een belangrijke helper van de
koning. Hij haatte de Joden, de mensen van
Gods volk. Haman wilde dat iedereen voor
hem zou knielen. Maar Mordechai deed dat
niet. ‘Ik buig alleen voor God’, zei hij.
 


 
Haman ging naar de koning. Hij zei: ‘De
Joden zijn slechte mensen. U moet een wet
maken die mij zal helpen om van hen af te
komen.’ De koning ondertekende de nieuwe
wet. Dat was heel gevaarlijk voor Gods volk!
 


 
Mordechai hoorde over de nieuwe wet. Hij
ging gauw naar Ester en zei: ‘Jij moet jezelf
en de anderen mensen van Gods volk redden!
Misschien heeft God jou daarom wel
koningin gemaakt!’ Ester bedacht een plan.
Het zou gevaarlijk voor haar zijn, maar ze
deed het toch.
 


 
Ze nodigde de koning en zijn helper
Haman uit voor een feestmaal. Toen vroeg
ze aan de koning: ‘Waarom wil Haman mij
dood hebben?’ De koning schrok. Ester zei:
‘Ik ben ook Joods. Haman heeft u een
nieuwe wet laten ondertekenen die gevaalijk
is voor alle Joden’.


 
De koning zei tegen zijn soldaten: ‘Grijp
Haman!’ Toen mocht Mordechai zijn
nieuwe helper zijn. Tegen Ester zei de koning:
‘Ik zal een nieuwe wet maken die jou
en je volk zal beschermen.’ Zo werd Ester
door God gebruikt om zijn volk te redden!