Lezen 2 Koningen : 1-5 en Lucas 9:57-62

Vandaag in vogelvlucht een stukje uit het leven van Elisa en Gehazi. We gaan proberen deze twee figuren indien mogelijk met elkaar te vergelijken.
In deze hoofdstukken vinden we het mooie verhaal terug van Elisa en zijn hulp Gehazi.
Of Gehazi wel of niet door God geroepen is weten we niet, de Bijbel zegt daar niets over. Maar dat Elisa door God geroepen is, wordt ons duidelijk verteld. En hier hebben we al onmiddellijk een groot verschil tussen deze twee personen.
De roeping van Elisa vinden we terug in 1 Koningen 19. Als een rijke boerenzoen is hij op een dag aan het ploegen. Toen Elia hem voorbij ging, wierp hij hem zijn mantel toe, een teken dat Elisa, Elia zou volgen. Onmiddellijk overziet Elisa de consequenties, het bedrijf, het personeel, zijn ouders en verlaat de runderen waarmede hij aan het ploegen is en loopt Elia achterna en vraagt ; Laat mij toch mijn vader en mijn moeder kussen, dan wil ik u volgen. Elia geeft een antwoord waaruit eigenlijk blijkt dat hij dit niet wil toestaan. Hij zegt : Ga heen, keer terug, want wat heb ik u gedaan ? Het is precies zo een antwoord van, sorry ik heb de verkeerde aangewezen, indien hij nog niet bereid is om mij onmiddellijk te volgen, wat kan ik met zo iemand doen. Maar Elisa laat zich niet van de kaart brengen en keert terug en slacht de runderen, 24 stuks, en kookte ze op het ploeghout en gaf het vlees aan het volk om te eten. Daarna maakte hij zich gereed en volgde Elia.
Dit is wat men zou noemen een radicale roeping. Nergens lees men dat Elisa ook maar in vraag stel, wat hij allemaal moet achter laten. Neen het lijkt zo van zelfsprekend, Elia wandelt voorbij gooit zijn mantel en Elisa volgt hem.

Net hetzelfde gebeurd wanneer Elia afscheid moet nemen van Elisa. Beiden weten dat de tijd gekomen is om afscheid te nemen. Elia probeert nog enkele keren om zich af te zonderen van Elisa, maar deze laat niet af, hij zal bij zijn meester blijven zolang hij maar kan. En dan komt de dag, en Elisa mag nog een wens doen van Elia voordat hij weggenomen zal worden. Elisa twijfelt niet en vraagt : "Zo moge dan een dubbel deel van uw Geest op mij zijn". Elisa weet meteen wat hij moet vragen, want hij heeft jaren met Elia opgetrokken, hij heeft Elia leren kennen in zijn omgang met God, hij heeft zijn innerlijke kracht gezien, zijn Geest en dat is wat hij wil erven, de Geest die in Elia is en dan nog in grotere mate.
Elisa zijn verlangen, was om nog meer te kunnen betekenen voor God. Te mogen leven als een man Gods, meer nog, hij wou leven als een Heilige man en dat was ook wat sommige mensen in hem zagen.
Heb je het gelezen hoe hij eerst samen met Elia door de Jordaan gaat. Elia die met zijn mantel op het water slaat, waardoor het water rechts en links gaat en zij beiden droog naar de overkant kunnen stappen. Wanneer Elia meegenomen wordt op de vurige wagen laat hij zijn mantel vallen. Elisa raapte hem op en stapte terug naar de Jordaan. Opnieuw die zelfde radicaliteit, geen twijfel in het geloof en net zoals Elia op het water geslagen had, slaat ook hijzelf op het water met hetzelfde resultaat. Elisa zeker een meer dan waardige opvolger van Elia.
Weet je dat Elisa de profeet is buiten Mozes die de meeste wonderen verricht heeft.
Als ik zo'n verhaal aan het lezen ben, dan kan ik er niet aan doen, maar dan stel ik toch voor mijzelf de vraag, waarom hebben wij vandaag niet zo'n profeet. Waarom is er nu niet zo een man die gaat praten met Arrafat en Sharon. Die instructies geeft en duidelijk maakt wat wij moeten doen.

Maar weet je, deze vraag is nu juist het bewijs van mijn klein geloof. Heeft Jezus niet zelf gezegd dat wij meer zijn dan deze profeten, dat wij zelfs hoger zijn dan de engelen. Zijn wij niet de broer of de zus van onze Here, Heeft Jezus niet gezegd dat we meer kunnen doen dan wat Hij gedaan heeft ? Wat ben ik toch klein gelovig en leert de geschiedenis mij niet dat ook deze Gods man bedreigd werd net zoals ze Jezus bedreigd hebben.
Het zou fantastisch zijn indien we opnieuw zo een voorbeeld onder ons zouden kunnen hebben, maar kunnen we niet veel meer leren hoe deze Gods man een relatie had met zijn God, die God die nog steeds dezelfde is en ook onze God is.

Er was een rijke vrouw in Sunem. We weten niet waar en hoe zij Elisa heeft leren kennen, maar we weten wel dat zij onder de indruk was van hem. Misschien heeft Elisa wel samenkomsten gehouden in het grote huis van deze vrouw. We weten het niet, we weten wel dat deze vrouw er op aandrong dat Elisa zou blijven eten, wat hij ook deed. Dit werd een goede gewoonte. Telken male wanneer Elisa door Sunem moest, gaat hij bij deze vrouw eten. Maar deze vrouw wilde meer doen voor hem en daarom vraagt ze haar man ofdat ze niet een een gemetselde bovenkamer kunnen maken omdat wanneer Elisa nog eens zou langs komen daar zijn intrek zou kunnen nemen. Deze vrouw moet een enorm ontzag gehad hebben voor Elisa. Tevens moet zij de nood gezien en of begrepen hebben van deze man. Toen hij reisde door de steden en dorpen had hij eigenlijk geen plaats waar hij zich kon terugtrekken, geen plaats om tot rust te komen en kontakt kon zoeken met zijn God.
Door dit kamertje kreeg Elisa de mogelijkheid om in stilte te bidden tot zijn Heer en Meester, kon hij kontakt hebben met zijn werkgever, kon hij instrukties ontvangen, kon hij open communiceren.
Zou deze vrouw het geweten hebben hoe kostbaar zo een plaats is, waar je God kunt zoeken en ontmoeten?
Hebben wij zo een plek, waar we God ontmoeten. Ik weet wel, we kunnen God overal ontmoeten. Ik zeg dat ook dikwijls, ik praat met God in de auto, op het werk, wanneer ik aan het wandelen ben en ga zo maar verder. Het meest praat ik met God wanneer ik in de problemen zit.
Ik kan me perfect voorstellen dat deze periode voor veel jonge mensen, een periode is waar ze dichter bij God staan dan anders. Het is immers de examen periode, de moeilijkheden, de stress, O God help me…
Ik zeg niet dat dit echt fout is, maar hebben wij een plaats waar we in alle rust kunnen communiceren met God, waar niemand ons kan hinderen of afleiden, waar we tijd hebben om te luisteren, waar wij Zijn instructies kunnen ontvangen.

Voor Elisa betekende dit in ieder geval heel wat en apprecieert dan ook enorm wat deze vrouw gedaan had. Met veel plezier wou hij dan ook iets terug doen. Maar de vrouw wil niets in ontvangst nemen, ze heeft alles wat ze begeert, zegt ze.

En dan komen we voor de eerste maal Elsia's dienaar tegen, Gehazi. Zoals je ziet dit is al een groot verschil met hoe Elisa geroepen was. We hebben gezien hoe radicaal Elisa gekozen had voor Elia. Gehazi echter sluipt hier het verhaal, bijna onzichtbaar binnen. Net zoals Elisa het voorrecht heeft gehad om Elia te mogen volgen, zo mag nu ook Gehazi van heel dichtbij het leven delen met Elisa, de heilige man Gods.
Wanneer de Sunemmitse vrouw weg is, vraagt Elia, wat kunnen we haar toch geven. Het is Gehazi die het antwoord weet. "Zij heeft helaas geen zoon en haar man is oud" zegt hij. "Roept haar" zegt Elisa en net zoals God tot Sara sprak, zegt Elisa : " Op dezelfde tijd over een jaar zult gij een zoon omhelzen ". De reaktie, het ongeloof van de vrouw is bijna dezelfde als bij Sara, maar ook hier na een jaar wordt er een zoon geboren.
Op deze wijze mag Gehazi getuigen zijn van de wonderen die zijn meester doet. Maar ook van de nederlagen, als we hier van een nederlaag mogen spreken. Wanneer de zoon groot geworden is, krijgt hij pijn aan zijn hoofd en sterft.
Opnieuw lezen we dan van het geloof en de verwachting van de vrouw. Zij legt haar zoon in het bed van de Godsman en gaat naar hem op zoek. In ontreddering en groot verdriet komt ze bij Elisa en zegt : "Heb ik soms mijn heer om een zoon gevraagd? Heb ik niet gezegd : Gij moet mij niet misleiden?". Elia hoort haar verdriet en begrijpt wat er gebeurd is. Meteen geeft hij Gehazi instrukties en stuur hem opweg naar de overleden zoon.
Dan ziet men opnieuw het grote verschil tussen Elisa en Gehazi.
Eerst omdat de vrouw niet mee wil gaan met Gehazi, zij ziet iets in Elisa wat zij niet ziet in Gehazi. Zij wil niet wijken van Elisa' nabijheid.
Elisa's geloof en vertrouwen in zijn God straalde hij uit en kon men niet negeren, het domineerde zijn leven. Mensen zagen en voelde dit. Het vertrouwen en de zekerheid in zijn geloof was als een rots en aan deze rots wilde deze vrouw zich vast klampen en niet meer lossen totdat zij tot haar doel was gekomen.
Was het dit dat Gehazi miste, zou deze vrouw voor Gehazi ook een kamer laten metselen hebben, of miste hij die zekerheid in de dingen die men geloofd ?
In ieder geval, deze vrouw was een wijze vrouw en haar gevoel liet haar niet in de steek, want onverricht ter zake kwam Gehazi terug. Hij had gedaan wat Elisa hem gezegd had, maar het had niets uitgewerkt. Met de staf van Elisa was hij over het gelaat gegaan van de jongeman. Maar er gebeurde niets. Was zijn geloof te klein? Het enige wat hij te zeggen heeft is : " De jongen is niet ontwaakt". Had hij het reeds opgegeven, misschien had hij er zelf nooit in geloof. Wat is dit toch een enorm verschil met Elisa die door het geloof leeft en bewogen is voor een ander. Hij had een perfecte leermeester maar had ook Gehazi niet op zijn minst eenzelfde leermeester.
Ik heb er om gebeden maar…Ik heb gedaan wat je me gevraagd hebt maar…
Elisa had opgelet toen hij de dienaar was van Elia, hij had het geloof gezien in Elia en heeft gestreefd naar een zelfde geloof. In 1 Koningen 17 lezen we van een soortgelijke gebeurtenis met Elia. Elisa is dit helemaal niet vergeten en gaat naar het gemetselde kamertje waar de jongen op het bed ligt. Hij sluit de deur en bidt tot God. Bovendien gaat hij net als Elia op het dode lichaam liggen, met zijn mond op de jongen zijn mond, zijn ogen op de jongen zijn ogen, zijn handen op de jongen zijn handen. Hij vereenzelvigd zich met de jongen en in gebed vereenzelvigt hij zich met God. Het is zoiets als, God dit kan niet, dit kan U niet goedvinden en in die doodstrijd geeft God het leven terug. Niemand zal het mysterie hiervan kunnen uitleggen, dat bljft verborgen in God. Maar het geeft weer, het geloof, de relatie die Elisa mocht hebben met onze God.
De relatie die Gehazi had met God was duidelijk niet dezelfde, de bewogenheid en de radicaliteit onbraken bij deze dienstknecht. Zoals we het al eerder vernoemt hebben, Elisa zijn geloof was radicaal. Radikaal betekent : een persoon die de uiterste consequenties van een denkwijze aanvaardt. Dit is heel wat anders dan fanatiek zijn. Fanatiek staat meer voor : door een blinde ijver gedreven, niet helemaal consequent.
Elisa nam de consequenties van zijn geloof en dit maakte hem tot die grote Godsman.
Wat zal Gehazi gedacht hebben ? Zal er in zijn hart een gebed gekomen zijn, dat hij ook zo zou willen worden als Elisa. Zou hij ook verlangde geweest zijn om een dubbel deel van Elisa's geest te mogen ontvangen. Zou hij ook bereid geweest zijn om alles achter te laten en enkel nog te werken voor zijn meester. Was Gehazi bereid om het materiële achter te laten?
Het materiële bleef voor Gehazi een grote rol spelen en dit werd ook zijn ondergang.
Na deze gebeurtenis krijgt Elisa hoog bezoek. Naäman, de legeroverste van Aram komt op bezoek, omdat hij ongeneeslijk ziek is. Hij is melaats geworden en heeft in zijn eigen land over deze heilige Gods man gehoord die hem zou kunnen genezen. En Elisa geneest ook Naäman. Ik zijn blijdschap wil hij Elisa belonen. Hij heeft karre vol geschenken bij, maar Elisa weigert en zelfs als deze legeroverste blijft aandringen, blijft Elisa weigeren. Gehazi begrijpt dit niet. De man is zo rijk dat de geschenken die hij wil geven, hun voor altijd uit de problemen zouden helpen. Is het eigenlijk niet onbeleefd om geschenken te weigeren. Die man is zo gelukkig met wat Elisa gedaan heeft voor hem.
Zo denkt Gehazi en dit wordt hem fataal.
Wanneer hij Naäman met al zijn schatten ziet wegrijden, bedenkt hij een smoes en rijdt Naäman achterna. Naäman ziet dit en stopt en geeft de geschenken die Gehazi hem vraagt, meer dan hij gevraagt heeft krijgt hij. Wanneer hij terug bij Elisa komt moet hij verantwoording afleggen en wordt Gehazi gestraft, de melaatsheid die van Naäman weggenomen is, komt op Gehazi.
Wat is dit een enorm contrast met Elisa. Elisa die alles achter gelaten heeft en verlangde naar het dubbel deel van de geest van Elia en Gehazi die vast geankerd bleef in het materiele. De werken spraken dan ook voor zich.

Jezus leert ons in Lucas 9:57-62 dat Hem volgen meer betekend dan een dagtaak. Hem te volgen betekend een volledige overgave. Al wat we hebben, ons huis, ons bed, onze auto, onze familie, onze tijd het behoord Hem toe. Wij hebben een nieuw doel voor ogen en daar moeten wij naar werken. Net als het voorbeeld dat Jezus hier aanhaald, als je aan het ploegen bent moet je recht voor je uitkijken en niet achterom zien anders ben je niet geschikt voor het koninkrijk van God.
Wij krijgen niet de belofte dat alles vlekkeloos zal gaan, dat alles vanzelf zal gaan.
Zo denk Ik soms wanneer ik aan het rijden ben met de auto en op zoek ben naar een parking. Je kent dat wel, hoe langer het duurd en hoe minder parkings er zijn hoe meer je nerveus wordt. En dan zie je vlak voor je neus iemand parkeren, enkele seconden vroeger en ik had daar kunnen staan. En dan denk ik, ik ben toch een Christen, waarom krijg ik die parking dan niet ?
Soms denken we echt dat wanneer we in Jezus geloven alles zou moeten gaan zoals wij denken dat het het beste is. Maar ik geloof dat wij allemaal wel beseffen dat dit geen realiteit is.
Zo ook met de Sunammitsche vrouw. Het was niet omdat zij een plaats had gegeven aan de Godsman dat haar leven over rozen zou gaan. Een beetje verder lezen we dat er hongersnood zou uitbreken en dat ook zij haar plaatsje zal moeten verlaten. Welliswaar niet op eigen initiatief, het is Elisa die haar dit aanraad. En wanneer zij na zeven jaar terug komt en terug aanspraak wil maken op haar huis, stapt zij naar de koning. En wie vinden we daar terug. Het is Gehazi. Sommigen zeggen dat hij nog altijd niet verbeterd is en uit is naar materieele zaken en zich daarom bij de koning bevindt. Ik denk echter dat dit niet zo is. Vooreerst denk ik dat Gehazi door genade moet genezen geweest zijn van zijn melaatsheid, anders had hij toch niet bij de koning mogen vertoeven. We vinden het niet terug in de Bijbel hoe dit precies moet gebeurd zijn, wat we wel lezen in 2 Koningen 8 is dat Gehazi graag getuigd van zijn wedervaren met Elisa en de wonderen die gebeurd waren met de Sunammitsche vrouw.
En is het nu toeval of is het opnieuw de weg van de Here, maar terwijl Gehazi vol lof over deze periode verteld tegen de koning, komt de vrouw aankloppen om de hulp van de koning te vragen.


Broeders en zusters, het volgen van Jezus is niet éénvoudig. Laat ons eerlijk zijn, wij zijn niet allemaal Elisa's. En wanneer we de woorden lezen in Lucas, hoe kijken we daar dan naar. Hoe kunnen we deze invullen in ons eigen leven. Zien wij dit als mogelijk ?
Geen thuis meer, geen tijd om onze eigen familie te begraven ?
In Openbaring 13:17 staat er "dat niemand kan kopen of verkopen, dan wie het merkteken, de naam van het beest, of het getal van zijn naam heeft."
Ik ga hier verder geen technische uitleg geven hoe dit zou kunnen gebeuren, het is voldoende dat wij weten dat dit heden en zeker in de toekomst mogelijk zal zijn.

De woorden die wij lezen in Lucas, zullen dan meer dan nu van een ongeloofelijke waarde zijn. Zullen wij bereid zijn om onze Here te volgen zoals Hij dit van ons vraagt hier in deze verzen, zullen wij klaar zijn om tegen de wereld in te gaan en Hem te volgen.
Nu hebben wij de mogelijkheid om van Hem te leren, we mogen leren van de levens van andere zoals we vandaag van Elisa mochten leren.
Gebruiken wij onze tijd zoals Hij het van ons verlangt ?
Indien de dag zal komen zal er geen tijd zijn om afscheid te nemen.

Elisa had een keuze gemaakt en dit werd duidelijk door heel zijn leven. Zien andere ook aan ons dat wij een keuze gemaakt hebben !



Amen.



Heb je vragen mail ze.