Lezen Richteren 6:1-40, 7:1-25, 8:22-35


De titel die ik aan deze preek gegeven heb is : “Gideon de held”.

Laat ons deze prachtige geschiedenis eens wat dieper bekijken. Men kan de gebeurtenis die we net gelezen hebben ‘Midiansdag’ noemen. Zelf vind ik dit een prachtige naam om een mijlpaal uit de geschiedenis te indentificiëren.

Het was opnieuw zo’n periode waar Israël God verlaten had. En zoals we meer lezen in een tijd van verdrukking, roepen zij op God. Een profeet werd naar het volk gestuurd om ze te berispen.

Het verhaal van de ‘Midiansdag’ speelde zich af rond 1100 v.Chr. De jonge Gideon, zoon van Joas, werd door God geselecteerd om zijn volk een bevrijding te bezorgen uit de macht van de omliggende stammen.


Zij maakten het leven van de Israëlieten zuur. Niets was meer veilig, de oogsten werden geroofd, het veldgewas vernietigt, er werd geen voedsel overgelaten. Schapen, runderen en ezels werden gestolen. De Israëlieten verarmden zienderogen, de economie ging ten gronde en er viel gewoon niet meer normaal te leven -wat een toestand (Richteren 6:1-6).

Men nam allerlei voorzorgsmaatregelen om toch maar een beetje eten veilig te stellen. Zo werd soms koren in de wijnpers gedorst of geklopt en niet in het veld of op het erf.

Gideon was zo aan het werk toen er de Engel aan hem verscheen. Let op hoofdletter 'E' want het was de HEER. (We noemen zo'n verschijning een 'theofanie', God in menselijke gedaante.)

De Heer zei hem dat hij was uitgekozen om Israël een overwinning te geven en de Midianieten een gevoelige les, een nederlaag, te bezorgen. (Richteren 6:11-16)
En Gideon had daar dan een nuchtere opmerking over in vers 13 : “Och mijn heer, indien de Here met ons is, waarom is dit alles ons dan overkomen?” Herkennen we hier niet een stuk in van ons, wanneer God met ons is, waarom moet dit dan gebeuren ?

Wanneer we de geschiedenis lezen van Israël, hebben wij zo een oordeel, dat het maar normaal is dat zij in zulke toestanden leven, want wat doen zij uit dank aan God die hen reeds op zoveel verschillende manieren gered heeft. Zij eren een ander God en richten altaars en beelden voor hem op. En dan toch nog die ontgoocheling omdat de enige echte God, die zij de rug toekeren, hen niet helpt.
Gemakkelijk voor ons om dit zo van verre te beoordelen, maar hoe zit het dichterbij, hoe is het in ons leven, eren wij andere goden?

Maar Gideon krijgt van de Engel de bemoedigende en veelzeggende woorden (vers 16): "En de Here zeide tot hem: IK ben met u, daarom zult gij Midian verslaan als was het één man!"

Na allerlei perikelen - want eerst had Gideon het afgodsbeeld in zijn dorp kapot gemaakt wat hem niet in dank werd afgenomen - kwam dan de dag, dat de Midianieten moesten worden aangepakt. Zij waren weer gekomen, nu in grote getale, want ook de Amalekieten waren erbij in een soort van bondgenootschap.

Gideon kreeg snel de Israëlieten gemobiliseerd. Zijn oproep was indrukwekkend en wekte vertrouwen. Hij kreeg een aanzienlijk aantal strijdlustige mannen om zich heen.

Maar, er vond op Gods instructies een strenge selectie plaats. Bange en niet parate soldaten mochten naar huis terugkeren en Gideon bleef met slechts driehonderd man over -terwijl het leger van de Midianieten zo groot als een zwerm sprinkhanen was- dus niet te tellen!

Als God met je strijd wilt hij dit ook duidelijk maken, wanneer Israël met evenveel volk zijn vijand tegemoet was getreden, hadden zij en wij hier niet direct de hand van God in gezien. Dan had alles zo menselijk te verklaren geweest. Dat is net hetzelfde wanneer wij willen werken in de naam van God en dan met al onze plannetjes, met onze menselijke plannetjes naar boven komen. God werkt niet met menselijke plannetjes!

De Heer bemoedigde echter zijn dienstknecht en liet hem als bevestiging, een avontuurtje beleven dat hem de zekerheid gaf dat hij de overwinning zou behalen. Zij gingen 's nachts spioneren in het leger van Midian. Het was ongetwijfeld het holst van de nacht en overal in de tenten lagen de snurkende Midianieten en Amalekieten.

Gideon en zijn adjudant Pura slopen om het snurkende kampement. Toen hoorden ze een conversatie in één van de tenten. Een slaperige stem sprak: "He, word wakker - ik heb gedroomd. Een gerstekoek rolde de legerplaats van Midian binnen, kwam tot aan de tent, stootte die om, zodat ze neerviel, en keerde ze ondersteboven, en daar lag de tent... Wat moet dat nou betekenen?" De andere verklaarde de droom aan zijn makker: "Dit is niet anders dan het zwaard van Gideon, de zoon van Joas, de Israëliet; God heeft Midian den gehele legerplaats in zijn macht gegeven.."

In de Bijbel staat wanneer Gideon dit hoorde hij in aanbidding neerknielde voor de Here.
Horen wij de bemoedigingen van God, knielen wij in aanbiding neer. God geeft ons de overwinning dat mogen wij weten.

Midiansdag!

Er moest nu snel worden gehandeld: Gideon gaf zijn bevelen aan de driehonderd mannen: Drie groepen werden gevormd, iedereen kreeg een horen om op te blazen en een lege kruik met een fakkel erin. De afspraak was: We sluipen van drie kanten naar het kamp. Op een teken blazen we tegelijk op de horen, slaan de kruiken kapot, steken de fakkels aan en stormen op het kamp af! We roepen: "Voor de HEER en voor Gideon!"
Een geniale verrassingsaanval - en die bracht dan ook de vijand in grote paniek. Het werd een grote overwinning!

Dit was de Midiansdag.

Ik heb Gideon om een interview gevraagd want ik wilde wel eens weten wat zijn geheim was. "Gideon, dit was ongeloofelijk - zo'n strategie -subliem- maar hoe is dit mogelijk geweest? Hoe kwam je aan dat sterke leiderschap en hoe kwam je op dat geniale idee en hoe kwam je aan de mannen, die je gehoorzaamden tot diep in de nacht?

Hier volgt Gideon's reactie; luister goed, want het is echt bijzonder.

"Mijn geheim? Ja, ik ben eigenlijk van nature een bange jongen, geen bijzondere talenten en ik had een minderwaardigheidscomplex, ik voelde mij de kleinste van de gehele familie. Maar, weet je, nadat die Engel bij me was gekomen en de Heer mij zo bemoedigend had toegesproken, veranderde er iets in mij.
Toen kwam dat moment - het was toen we in de krant lazen- op het nieuwsjournaal hoorden dat de Midianieten en Amelekieten weer een veldtocht tegen ons beraamden - dat ik een bijzondere ervaring kreeg. Het was alsof de Geest van God om- of over mij heen kwam alsof er een mantel over me heen werd gegooid (Richt. 6:34). Een enorme kracht in mij kwam naar boven.
Het geheim is dus eigenlijk: De Geest van de Heer, die op mij kwam!”

Het zou het antwoord van een nederig man kunnen zijn.

Wat zegt de Bijbel over Gideon.

Inderdaad Gideon was een nederig man. Toen de Here hem vroeg om Israël te verlossen was zijn antwoord : “Och, Here, waarmee zal ik Israel verlossen? Zie, mijn geslacht is het geringste in Manasse en ik ben de jongste van mijn familie”. (6:15)

Hij was voorzichtig. Toen de Here zegt dat hij met Gideon is, vraagt Gideon: “Indien ik genade in uw ogen gevonden heb, geef mij dan een teken, dat Gij het zijt, die met mij spreekt”. (6:17)

Hij was Godsdienstig en diende dus zijn God. “Toen bouwde Gideon daar een altaar voor de Here en noemde dat: De Here is vrede”.(6:24)

Hij was gehoorzaam. “Toen nam Gideon tien mannen van zijn knechten en deed zoals de Here hem gezegd had” (6:27).

Hij had een Goddelijke inspiratie. “Toen vervulde de Geest des Heren Gideon” (6:34)

Hij was een vriend van God. Men kan zeggen dat hij een kameraadschappelijke omgang had met God. “Toen zeide Gideon tot God: Indien Gij door mijn hand Israel wilt verlossen, zoals Gij gezegd hebt, zie, ik leg een vlies wol op de dorsvloer enz.” (6:36) Of hoe we gelezen hebben hoe zij samen, God en Gideon, de mannen schiften, het lijken wel collega’s van elkaar. (7:4,7,9)

Hij was een strateeg. Hoe hij de driehonderd man verdeelt en het scenario maakt met de kruiken en de fakkels. (7:16-18)

Hij was tactvol. Wij hebben dit stukje niet gelezen 8:1-3. Maar hierin zien we hoe hij zich op een diplomatische manier kan behelpen wanneer andere belangrijke mannen van het volk hem verwijten dat hij hen niet om hulp had gevraagd. Misschien ook iets herkenbaar, wanneer alles terug onder kontrole is krijg je de hulp die je ervoor nodig had?

Trouw aan God. Toen de mannen van Israël naar hem kwamen met de vraag, heers over ons, was Gideon zijn antwoord : “Ik zal over u niet heersen en ook mijn zoon zal over u niet heersen, de Here zal over u heersen”. (8:23)
Wanneer we nu terug even stil willen staan bij de “een gideons bende’ dan spreken we hier van een groepje mensen die samen aan de deze capaciteiten kunnen voldoen om te vechten tegen het onrecht dat hen aangedaan wordt.
Gideon had zich bereid getoont samen met een aantal andere mensen om niet enkel te weerstaan aan de verdrukking die hen opgelegt werd maar ook om tegen die ongerechtigheid te vechten. Je zou Gideon bijna een Robin Hood kunnen noemen.

Zijn wij de nederige mensen die bereid zijn om samen een groep te vormen die voorzichtig te werk kan gaan. De here dienende, gehoorzaam aan God.
Dat we God zijn stem kunnen horen, zodat wij op een vriendschappelijke manier een plan kunnen uitwerken.
Tactvol met onze mede mensen kunnen omgaan en bovenal dat wij steeds trouw aan God blijven.

Broeders en zusters, er is één groot verschil. “wij hebben niet te worstelen tegen bloed en vlees, maar tegen de overheden, tegen de machten, tegen de wereldbeheersers dezer duisternis, tegen de boze geesten in de hemelse gewesten.”
Efeze 6:12.

Wij kunnen niet te strijden gaan zoals een Gideon, met kruiken en fakkels.Zelfs niet met geweren en tanks. Ons strijden gebeurd in de hemelse gewesten, ons strijden gebeurd op onze knieën.

Het is mijn bede, dat we tesamen een biddende “Gideons bendeke” mogen vormen in strijd om onze gemeente zijn volle waardigheid terug te geven aan onze God.

Laat ons bidden dat de Midiansdag van onze gemeente snel mag komen.

Amen.


Gideon hij was :

Hij was een nederig man.
Richteren 6:15

Hij was voorzichtig.
Richteren 6:17

Hij was Godsdienstig.
Richteren 6:24

Hij was gehoorzaam.
Richteren 6:27

Hij had een Goddelijke inspiratie.
Richteren 6:34

Hij was een vriend van God.
Richteren 6:36 ; Richteren 7:4,7,9

Hij was een strateeg.
Richteren 7:16-18

Hij was tactvol.
Richteren 8:1-3

Hij was trouw aan God.
Richteren 8:23.