Kijkt God naar onrecht en hoe dan

Deze preek gaat onder andere over Psalm35

Ik kan me voorstellen, dat je op een dag lekker buiten zat, bakje koffie, een biertje en je genoot van de zon, een fladderende vlinder,  blauwe libellen en misschien dacht je wel: wat paradijselijk. En dan kom je in de kerk of leest op internet een preek die gaat het over onrecht.
Bovendien leven wij in een vrij land: politiek, godsdienstig. Nederland is een van de meest vrije landen ter wereld. Hoe onrecht: dat hoort bij andere streken en landen. Eén van de doelen van deze preek is om jullie te laten zien, dat onrecht veel dichterbij is: het ligt om de hoek, in jouw flat of portiek, soms in je eigen huis.

Laten we aan de hand van Psalm 35 eens kijken wat we in onze situatie kunnen met onrecht en vijandschap. Vragen die aan bod komen zijn:

  • Wat is onrecht, hoe ziet dat er uit?
  • Mag je boos worden en hoe dan?
  • Welke oplossing biedt wraak?
  • Wat is je beeld van God?

De dichter van het lied vertelt hoe erg het onrecht in zijn leven is: ze achtervolgen hem. Ze willen hem doden. Wie die ‘ze’ zijn zegt ie niet. Ze spreken valse beschuldigingen uit aan zijn adres. Het plaatje wat hij schetst is heel duidelijk: zijn leven zit in het nauw. Vol leedvermaak en met een vette grijns op hun gezicht proberen ze hem onderuit te halen en misschien zelfs wel te doden.
Ze haten hem. En in hun haat deinzen ze nergens voor terug.

En dat alles zonder reden. Er was helemaal geen aanleiding voor deze tegenstanders om zo tegen hem te keer te gaan. (vs. 7) Integendeel: vs.12 laat zien dat ze goed met kwaad vergelden. De dichter vertelt hoe hij omging met z’n huidige vijanden: als zij ziek waren ging hij vasten en bidden. Iedereen kon aan hem zien hoe betrokken en verdrietig hij dan was.

Maar zíj, ze lachen van plezier bij het idee dat ze hem ten val kunnen brengen.

Deze psalm laat ons zien wat onrecht is. Niet elke tegenslag is onrecht. Er is veel wat ons in dit leven kan overkomen: ziekte staat daarbij denk ik aan de top. En daar valt veel onder. Maar ook verlies van je baan door economische recessie, of jong sterven of geen kinderen krijgen, en noem maar op aan tegenslagen met meer of minder impact. En soms zeggen we dan wel, dat het niet eerlijk is of onrechtvaardig. Vanuit ons verdriet of andere emoties. Maar strikt genomen is dat niet zo.

Onrecht word je aangedaan door iemand anders. Het overkomt je niet zozeer, maar wordt jou gericht aangedaan. Het had helemaal niet hoeven te gebeuren, maar het gebeurt wel. De verschrikkelijke brand in een huis in Kampen, een paar jaar geleden, is een drama waar je  stil van wordt en niets weet te zeggen.
Een tegenslag waarvan je denkt: hoe moeten deze mensen verder? Hoe kan dat? Maar voor zover ik nu weet is het geen onrecht. Maar als in India in een dorp door Hindoestanen de huizen van de christenen op een nacht allemaal in brand worden gestoken is dat onrecht: kwaad dat hen bewust wordt aangedaan.

Deze wereld is vol onrecht, maar het is de vraag of we het willen weten. In het boek ‘haar naam was Sarah’ gaat het over een razzia die in 1942 in Parijs gehouden is. Bij deze razzia werden door de Parijse politie Joodse mannen en vrouwen en kinderen uit hun huizen gesleurd en meegenomen op transport. Zestig jaar later (2002 wordt er een herdenking gehouden, maar het boek laat zien, dat heel veel Fransen niet weten wat er toen is gebeurd en het ook niet willen weten.

Die vraag wil ik jullie over laten nadenken: willen wij wel weten welk onrecht er allemaal gebeurt? Willen we weten hoeveel kinderen als kind soldaat worden ingezet? Willen we weten welke martel praktijken er door duistere regimes en andere mensen met een bepaalde macht worden toegepast? Willen we de verhalen over incest en seksueel misbruik wel horen? Willen we weten hoeveel kinderen dat wordt aangedaan?
Willen we het weten als mensen ons proberen te vertellen, dat ze door vrienden bedrogen zijn. Of als mensen vertellen hoe ze zich vernederd voelen, in de steek gelaten. Willen we weten dat er ook in Nederland satanisch ritueel misbruik plaatsvindt. Dat kleine kinderen worden misbruikt, dat tieners zwanger worden en hun kindje wordt geofferd?

Willen we het weten?
Of draaien we liever ons hoofd om, zappen we naar een andere zender als het te wordt, gooien we het op ‘overdrijving’ of nemen we mensen soms niet serieus omdat ze toch zo gek zijn als een deur.

 

David is boos. Heel boos. Maar het is geen drift. Geen impulsieve boosheid. Zijn boosheid is er niet een van wraak. In elk geval niet bloedwraak of eerwraak, waarbij mensen zelf besluiten om terug te slaan en het onrecht betaald te zetten. En in zijn boosheid roept hij tot God.

Mensen worden om allerlei dingen boos. Waar word u, jij boos om? Maar hoe vaak is dat om niks of een kleinigheid? Hoe vaak gaat dat om ons eigen belang? Hoe vaak is onze boosheid zelf een vorm van onrecht? Onterechte boosheid. En deze boosheid richt zich meestal op andere mensen, of op deuren, maar niet op God.

David roept in zijn boosheid en nood de hulp van God in:
Bestrijd, Heer, wie mij bestrijden,
Werp uw speer en strijdbijl naar mijn achtervolgers.
Geef dat ze vallen in de kuil die ze zelf gegraven hebben, verstrikt in hun eigen netten

Heeft dat zin? Is dat de oplossing als je onrecht ervaart?
In de bijbel lezen we, dat God zelf heel boos wordt over onrecht dat mensen elkaar aandoen. In de bijbel horen we heel veel over de wonderbaarlijk grote liefde van God. God is liefde, laat de bijbel ons zien. Maar als Gods liefde stuk gemaakt wordt, als er onrecht plaatsvindt, dan heb je God niet aan je zijde. De bijbel is heel open over Gods heilige verontwaardiging en boosheid over sociaal onrecht (profeten). Eén van de weinige keren dat we horen over de boosheid van Jezus is dat als volwassen mensen de kleintjes proberen tegen te houden. Hoe groot zou Gods boosheid dan wel niet zijn over incest en andere vormen van geweld en misbruik naar kinderen toe.
Wij mogen in Gods naam wel eens wat bozer worden over onrecht en wat minder snel boos over allerlei andere dingen, waarbij die boosheid meer zegt over ons karakter dan de zaak waar het over gaat.

Daar komt nog iets bij: de dichter van deze psalm weet dat God niet doet wat mensen vaak doen: wegkijken. ‘U hebt het gezien, Heer’. De bijbel vertelt ons dat God altijd bij ons is. En hoe: als degene die onze schepper is en daarom alleen al heel betrokken: hoe gaan ze met zijn schepsel om? Wat zeggen ze tegen de mens die hij geschapen heeft? Welke gebaren maken ze? Wat doen ze hem/haar aan? God ziet het.

En dat is het kijken van God niet op een afstandje als toeschouwer, maar van dichtbij.
Ik besef heel goed als ik dit zeg, dat mensen zich meer dan eens afvragen: waar was God toen? Waarom heeft hij dat misbruik niet tegengehouden? Waarom voorkwam hij dat afschuwelijke onrecht niet?
En zomaar kan die gedachte binnensluipen: God is er niet. Niet voor mij. Niet toen ik hem zo nodig had.

 

Deze en andere vragen, vragen om persoonlijk pastoraat. Toch wil ik wel proberen om er nu iets over te zeggen.
Wat bij deze goed voor te stellen en ingewikkelde vragen nog wel eens vergeten wordt, is dat God de mens gemaakt heeft als mens met eigen verantwoordelijkheid. En heel de bijbel staat er vol van dat God de mensen ook ter verantwoording roept. Hij is niet de God waarvan sommigen zeggen, dat hij er niet is, want anders zou het allemaal niet gebeuren. Hij is evenmin de God die, zoals sommige anderen wel beweren, alles stuurt en bepaalt op een actieve manier.

Beide beweringen gaan dus uit van een Godsbeeld waarbij die God alles bepaalt en vanaf zijn zetel uitstippelt. Maar dat beeld van God vraagt om een drastische aanpassing.

De dichter van Psalm 35 laat zien hoe het wel zit. En daarmee zit ie helemaal op de lijn die we heel de bijbel tegenkomen: God is er wel degelijk. Hij is altijd bij je. Hij ziet alles. Maar hij is niet verantwoordelijk voor wat mensen elkaar aandoen. Als je verkracht bent door je vader of door een oom, als je verraden bent door vrienden, als een ander er met jouw vrouw vandoor ging, is dat niet omdat God dat wilde en uitgestippeld heeft.

Maar dan mag je met David zeggen: Here, Vader, u hebt het gezien. Zwijg dan niet. Verdedig mij, vecht voor mijn zaak.

Wat een emotionele uitroep, maar ook een vol van geloof: niet zelf het recht toepassen en wraak nemen. Wraak van mensen lokt nieuwe wraak uit. Oog om oog, tand om tand. Het is taal die ons als mensen aanspreekt en we soms in het klein ook toepassen. Subtiel, maar vanuit dezelfde bron en wortel. Waarmee ik niet beweer dat je met jouw onrecht niet naar de politie mag gaan, of naar justitie. Ook dat is een weg waarop je niet zelf het recht ter hand neemt met behulp van bloedwraak of eerwraak, maar het uit handen geeft aan de instanties die daarvoor ook indirect door God zijn gegeven.

Maar belangrijker dan dat is: God is rechtvaardig. De God die zich heilig opwindt over onrecht en geweld, die God is zelf zonder enig onrecht, zonder misbruik en manipulatie.
Hij is rechtvaardig. En daar beroept de dichter zich op: God heeft alles gezien en is er heel boos om en is rechtvaardig.

Drie redenen om je op God te beroepen. Hij staat niet werkeloos aan de zijlijn. En in dat vertrouwen kan de dichter al bij voorbaat juichen. Deze psalm kent geen happy end omdat de rollen worden omgedraaid, of omdat de vijanden gestraft worden. Deze psalm kent een blij slot, omdat de dichter bij God is uitgekomen en zijn boosheid en verontwaardiging, zijn pijn en verdriet bij hem heeft neergelegd: Here God sta op!

En dat heeft hij gedaan. Jezus Christus is het levende bewijs dat God alles heeft gezien, daar heel boos over is en zelf volkomen rechtvaardig. Het grootste onrecht in deze wereld is zijn dood aan het kruis. Als er iets niet klopte was het dat wel. Maar hij koos er voor en hij droeg die duisternis aan het kruis. Mijn God, mijn God, riep hij uit, waarom hebt u mij verlaten?
Daar stierf hij voor onze zonden. En onze verwondingen. Onze eigen missers en onze striemen. Bij hem mag je schuilen met het onrecht in jouw leven. En dan vragen mensen me soms: ‘wat is schuilen? Hoe doe je dat dan?’ Het is mooi als je daar in een persoonlijk gesprek op in kunt gaan. In een preek gaat het al gauw te snel. Vanmiddag wil ik het zo tegen jullie zeggen: schuilen is, dat je jouw pijn en boosheid over onrecht aan God mag vertellen. Dat je hem er bij betrekt. En dat je biddend en luisterend, al of niet samen met iemand anders, mag zeggen en horen: U hebt het gezien, Here.
En schuilen is ook, dat je probeert (dat is vaak een proces) de wraak uit handen te geven, omdat God gezegd heeft, de God die alles heeft gezien: mij komt de wraak toe. Ik zal het vergelden. (Rom. 12,19)

Wie als dader van onrecht geen schuld belijdt komt vroeg of laat God tegen. Wat God dan zal zeggen, weet ik niet precies, maar het zou iets kunnen zijn in de lijn van Psalm 35: ik heb gezien wat je hem/haar hebt aangedaan. Ik heb jouw geweld, jouw onderdrukking van die nader, jouw misbruik van macht, jouw martelpraktijken, de vernederende manier waarop je je kinderen opvoedde gezien. En tot overmaat van ramp heb ik je niet bij Jezus gezien met die duisternis van onrecht. Daarom zal er voor jou nooit meer vrede zijn.

De dag van Gods recht komt en velen vallen dan in de kuil die ze voor anderen gegraven hebben. Op die dag doet God recht aan allen die hun hoop op hem hadden gevestigd. Ondanks wonden en littekens die soms je leven lang blijven. Maar wat een verschil als dat niet samengaat met gevoelens van wrok en wraak, bitterheid en rancune. Tot die dag van God is het goed om met een lied als psalm 35 elkaar te steunen en God te herinneren aan zijn belofte om op te staan en in te grijpen.

 

Amen