Exodus 8:13-31

Wat is vakantie?

Vakantie is eigenlijk zoiets als vluchten voor de dagelijks sleur, de dagelijkse druk, de stress die ons elke dag omringt. Ik denk dat het gelijk blijft met welke bezigheid we allemaal wel bezig zijn, gaan we werken of blijven we nu thuis, iedereen kent de sleur van elke dag en de stress die daar mee gepaard gaat. Het is dan fijn om daar even te kunnen aan ontsnappen en dat is wat we proberen te doen op vakantie. Maar wij westerse mensen kunnen dit blijkbaar niet zo goed want dan willen we ons organiseren om zoveel mogelijk te zien en te doen. Dat is alles sinds zo in ons gezinnetje. Gewoonlijk 's morgens voordat ik uit mijn bed ben, en… wat gaan we vandaag doen?
Toch had ik een ontsnappingsweg. We hadden een huisje gehuurd boven op een berg dicht tegen het oude stadje Volterra in Toscanië. Zelfs in deze late periode mochten wij daar genieten van warme, heerlijke zonnestralen. Een beetje voor het huisje was een oprijlaan die verder ging dan het huisje. Wanneer je deze verder bewandelde dan kwam je als het ware boven op de rand te staan van de berg waarop we ons bevonden. Omgeven van een uniek uitzicht, prachtige dalen met juist voor mij een olijfgaard. Een foto kan dit niet in beeld brengen, laat staan dat ik jullie kan schetsen waar ik me bevond. Op zo een plaats voel je je klein en heb je eindelijk de mogelijkheid om eens stil te staan en eens niet te denken aan de normaal dagelijks routine. Het is de juiste plaats en de juiste tijd om een dialoog op te bouwen met Hem die dit alles gemaakt heeft. Je hart scheurt bij de wetenschap dat je zoweinig opportuniteiten hebt om zo'n moment te beleven. Of schuwen we zo'n moment omdat het ons ook aanraakt en duidelijk maakt waar onze plaats is. Laat ons toch eerlijk zijn, het is niet enkel omdat wij zo'n druk leven leiden. Scheurt ons hart niet omdat we op zo'n moment beseffen wie we zijn en wat we eigenlijk wensen te zijn.

Durven we onze tekort komingen onder ogen zien. Belangrijker misschien, durven we een dialoog aangaan met God en kracht en energie putten. Durven we God aanschouwen en Hem beloven dat we Hem niet teleur zullen stellen. Voel je de spanning en toch zijn deze momenten de momenten waarop je kan bijtanken, die dichte gemeenschap met God vult je met innerlijke vrede.

Dit gegeven is niet nieuw, ook onze Here Jezus zonderde zich af om met zijn Vader te praten. Het klinkt eigenaardig maar ook Jezus had de behoefte om in een close contact te staan met zijn Heilige Vader. Jezus moest ook kunnen communiceren over de zaken die zich tijdens de dag afspeelde en wilde een antwoord van God. Het is net alsof je zou stellen dat wij hier maar een zeer klein gedeelte kunnen waarnemen en dat God dit in zijn volledige context kan plaatsen omdat hij het volledig beeld heeft.
We lezen ook van andere Gods mannen dat zij zich afzonderde om het contact met de Vader te zoeken.

Mozes was zo'n Gods man.  Misschien kan je zeggen, dat hij een beetje verplicht was om de eenzaamheid van de woestijn te zoeken. Maar zoals we allemaal weten die veertig jaren in de woestijn hebben hem misschien wel tot te grootste Godsman gemaakt waarvan we kunnen lezen in de Bijbel. Laat ons eens een stuk bekijken uit het leven van Mozes waaruit we mogen leren hoe belangrijk het is om je op de berg te begeven.

Mozes was tachtig jaar en Aäron drie en tachtig, het was ongeveer veertig jaar geleden dat zij elkaar nog gezien hadden. Een wonderlijk verhaal op zich hoe we mogen lezen hoe deze beide broers elkaar tegen komen. De Here roept hen om naar Egypte te gaan. Eigenlijk roept Hij enkel Mozes, maar deze voelt zichzelf te onbekwaam, hij spreekt niet goed zegt hij zelf. Maar hier had de Here al een antwoord op. Mozes broer was al onderweg, hij was wel een vlotte spreker. Zij hadden de zelfde opdracht van God : Ga, ik zend u tot Farao, om mijn volk de Israëlieten uit Egypte te leiden. Met deze boodschap gaan zij naar de oudsten en vertellen hen over hun Goddelijke opdracht en om dit te bevestigen doen zij tekenen van God. De Israëlieten geloofden dat de Here acht had geslagen op hun ellende en knielden en bogen zich neder. Bemoedigd door deze samenkomst trekken Mozes en Aäron op naar Farao. Wanneer zij bij de Farao aankomen zeiden ze : "Zo zegt de Here, de God van Israël : laat mijn volk gaan".
Maar inplaats dat de Farao de Israëlieten liet gaan, legde hij hun nog een zwaardere last op en moesten zij nog harder werken. Begrijpelijk dat het volk woest was op Mozes en zijn broer Aäron.

En dan lezen we het verschil tussen Mozes en Aäron. Exodus 5 : 22 : Toen keerde Mozes terug tot de Here. We lezen hier niet dat Mozes en Aäron terugkeerde, nee toen keerde Mozes terug naar de Here. Zij hadden een nederlaag geleden bij de Farao. Zij waren beide teleurgesteld. Waren ze teleurgesteld in de Farao, in hen zelf of waren ze teleurgesteld in de Here. Mozes wist waar hij het antwoord moest gaan zoeken. Mozes keerde terug tot de Here, om er met Hem over te praten : "Here, waarom behandeld Gij dit volk zo hard? Waarom hebt Gij mij gezonden? Mozes heeft een relatie met de Heer en kan met Hem communiceren, hij kan zijn nood klagen.
Aäron gaat niet mee met Mozes, hij kent dat niet. Natuurlijk geloofd hij ook in God maar hij heeft niet die vertrouwelijke omgang met de Here zoals Mozes. Ondanks dat hij hoogepriester was, kende hij de Here nauwelijks.
Mozes, kent God wel zeer goed en weet hoe hij in gebed zijn nood kan spreken tegen God. Beter nog, hij kan communiceren met God. Zijn gebed is niet één richting, maar hij mag ervaren dat God antwoord en bemoedigd. Dit is iets wat opvalt in de bijbel wanneer we van Mozes lezen, zijn 'persoonlijke' omgang met God.
Zou dit niet het resultaat zijn van veertig jaar in de woestijn, waar hij in de stilte heeft mogen leven. Nog niet zolang geleden heb ik met verschillende mensen gesproken die met de tent door Egypte trokken. Dus ook door de woestijn. Om het met hun woorden te zeggen, de woestijn is de plaats om te mediteren. Het is er zo stil…
Daar in die stilte heeft Mozes leren luisteren naar God. Hij heeft daar leren spreken met God, daar in die stilte heeft God Mozes aan Zichzelf gebonden. Daarom is het logisch dat Mozes na deze nederlaag automatisch terug naar God gaat en Hem zijn nood klaagt. Het is net als bij een kind dat bescherming en raad gaat zoeken bij zijn vader. Hij weet zich geborgen bij de Vader.
Hebben wij ook zo'n relatie met God, hebben wij ook zo'n plek waar we in de stilte kunnen gaan en met God kunnen communiceren? Ondanks onze nederlagen, dat wij ons beschermt mogen voelen door onze Hemelse Vader.

Het leven van Mozes was een leven in gemeenschap met God. Hij sprak met God en God sprak met hem. God zei wat hij moest doen en Mozes deed het. En Mozes vroeg soms iets aan God en God deed het. Mozes deed wat God zei en God deed wat Mozes zei. (Ex. 8:13-31)
God sprak wel honderden keren tegen Mozes en slechts enkele keren tegen Aäron. De relatie die Aäron met God had was zo verschillend met zijn broer. Hij had blijkbaar het geheim van die stilte nog niet ontdekt, dat plaatsje in de woestijn, boven op die berg, weg van de dagelijkse beslommeringen. De tijd nemen om jezelf en al wat rond je is even opzij te zetten en te luistern wat God, je te zeggen heeft. God heeft een boodschap, een boodschap niet van deze wereld!
Hoe kunnen wij dan denken dat wij Zijn stem zullen horen wanneer we bezig zijn in deze wereld. Zoals reeds gezegd Aäron was hogepriester en mocht dus één maal per jaar het heilige der heilige binnengaan, daar waar God woond. Maar dat was niet de relatie die zijn broer had.
Mozes was gevormd in de woestijn. Men zou kunnen stellen dat hij het normale dagelijkse leven met al zijn routines niet meer nodig had. In de woestijn had hij geleerd elke dag te leven met God, die stille plaats had hem verbonden met de Here. Het is ook daarom dat God meerder malen to Mozes spreekt en zelfs wat Hij tot Aäron te zeggen heeft door Mozes doet. Aäron mocht slechts éénmaal in het huis van God komen, maar van Mozes lezen we in Numerie 12 : 7 : "Niet aldus met mijn knecht Mozes, vertrouwd als hij is in geheel mijn huis. Van mond tot mond spreek Ik met hem, duidelijk en niet in raadselen, maar hij aanschouwt de gestalte des Heren."

Is dit dan zo belangrijk dat wij zo een dichte relatie met God hebben. Is het niet genoeg zoals Aäron dat wij God kennen en hem dienen. Aäron een hogepriester. Wij mogen de wereld niet onderschatten, deze loert en wacht op zijn kans. Mozes wordt op een goede dag gevraagd door God om op de berg Sinai te klimmen en God te ontmoeten. God had gezegd :"klim op tot Mij, en blijf daar". Maar niemand had gedacht dat hij daar zolang zo verblijven, veertig dagen en veertig nachten. En het volk wachte aan de voet van de berg totdat hij zou terug komen. Maar het duurde toch zolang en zij werden ongeduldig. Misschien dachten zelfs enkele dat hij al gestorven was. Zelfs al was Mozes met een schoofzak opgetrokken, voor veertig dagen is dit wel vrij lang. Het volk gaat zich verzamelen rondom Aäron en maken het hem zeer lastig. Zij vragen hem goden te maken die voor hen zullen uitgaan. Zij zijn het wachten moe, zij willen iets voor hun ogen zien, iets tastbaars, iets wat zeer veel geld kost. Zij hadden nog niet ontdekt dat in die stilte van het wachten iets heel duurzaams zou kunnen wonen.
Aäron stemde toe en laat al het goud verzamelen en liet daar het goude kalf uit maken. Was hij akkoord omdat hij schrik had van het volk? Of vond hij het allemaal niet zo erg, misschien onschuldig? Had hij de gedachte dat dit allemaal moet kunnen? Dat hij het volk hierin moest tegemoet komen ? We weten het niet. Wat we hier wel uit kunnen leren is dat zijn relatie met God zeker niet dezelfde was als van zijn broer, het volk (de wereld) had een zeer grote invloed op zijn handelswijze. Hij had die 'ontsnappings route' nog niet ontdekt, waar hij in de stilte God zou kunnen aanroepen en zijn raad kon vragen. Blijkbaar was zijn relatie met God niet zo diep, dat hij beseft moest hebben dat hij God hiermee ging pijn doen. Zijn ogen beginnen open te gaan wanneer het volk zegt : "dit is uw God, die u uit het land Egypte gevoerd heeft". Daarom dat hij probeert het kalf wat meer in het verband te brengen met de God van Israël. Hij plaats een altaar voor de afgod en roept : Morgen is er een feest voor de HERE! En de volgende morgen vroeg offeren zij brandoffers en brengen vredeoffers. Aäron moet gedacht hebben, dit heb ik mooi opgelost. We hebben nu een feest voor de Here kunnen maken, het volk is gelukkig en God zal dat dan ook wel zijn.

Maar de realiteit is helemaal anders, God is enorm kwaad en zegt tot Mozes, die nog op de berg Sinai is : "ga daal af, want uw volk heeft het verdorven… Ze hebben zich een gouden kalf gemaakt… Nu dan, laat Mij begaan, dat mijn toorn tegen hen ontbrande en ik hen vernietige."
Laat ons dit stukje eens lezen uit de bijbel. Dit stuk geeft zo prachtig weer de relatie die Mozes had met God, de liefde en zachtmoedigheid die eigen was aan Mozes. Exodus 32 : 7-14.
En de Here sprak tot Mozes: Ga, daal af, want uw volk, dat gij uit het land Egypte hebt gevoerd, heeft het verdorven. Zij hebben zich gehaast om af te wijken van de weg die Ik hun geboden had; zij hebben zich een gegoten kalf gemaakt, waarvoor zij zich hebben nedergebogen en waaraan zij geofferd hebben, terwijl zij zeiden: dit is uw god, Israel, die u uit het land Egypte heeft gevoerd. Vervolgens zei de Here tot Mozes: Ik heb dit volk gezien en zie, het is een hardnekkig volk. Nu dan, laat Mij begaan, dat mijn toorn tegen hen ontbrande en Ik hen vernietigen, maar u zal Ik tot een groot volk maken.
Toen zocht Mozes de gunst van de Here, zijn God, en hij zeide: Waarom, Here zou uw toorn ontbranden tegen uw volk, dat Gij uit het land Egypte hebt geleid met grote kracht en met een sterke hand? Waarom zouden de Egyptenaren zeggen: Tot hun onheil heeft Hij hen uitgeleid om hen te doden in de bergen en hen van de aardbodem te vernietigen? Laat uw brandende toorn varen en heb berouw over het onheil, waarmede Gij uw volk bedreigt. Denk aan Abraham, Isaak en Israel, uw dienaren, aan wie Gij gezworen hebt bij Uzelf en tot wie Gij gesproken hebt: Ik zal uw nakomelingschap vermenigvuldigen als de sterren des hemels en dit gehele land, waarover Ik gesproken heb, zal Ik aan uw nakomelingschap geven, om het voor altoos te bezitten. En de Here kreeg berouw over het kwaad, dat Hij gezegd had zijn volk te zullen aandoen.
Mozes was dan misschien wel de zachtmoedigste man op aarde, maar hij kon niet aanvaarde dat zijn God zo beledigd werd. Het verscheurt hem wanneer hij het gouden kalf ziet en werp de twee stenen tafelen die hij van God ontvangen heeft stuk. Dat is dit volk niet waard. In tegenstelling met zijn broer durft hij wel tegen het volk ingaan en stuurt de levieten, om in de legerplaats te gaan daar waar het volk oproer kraaide om de orde te herstellen. Dat koste drieduizend mensen levens.
Maar Mozes is ook diegene die zijn leven wil geven voor het volk. De dag daarna gaat hij terug de berg op de Here tegemoet om hem vergeving te vragen voor zijn volk. Hij wilde zijn leven geven om het volk te redden. Zo groot is zijn liefde voor dit volk. Dat alles is het gevolg van de relatie die er is tussen hem en zijn God. Het hart van God woont in hem, Gods heilige Geest is aanwezig, de Geest van Jezus Christus, die leeft voor Gods eer en zelfs daarvoor wil sterven. Zo'n hart woont alleen in diegene die veel bij God is.
Hebben we een plaatsje om God te ontmoeten, hebben wij een berg waar we kunnen opgaan, hebben we een woestijn waar we naar de stilte kunnen luisteren. Even vluchten van de wereld omdat het hart van God in ons zou kunnen nestellen. God is er nog steeds en wil niet liever dan dat jij uw hart opensteld omdat Hij erin zou kunnen wonen. Niet dat je één maal per jaar eens langs gaat, zelfs niet één maal per week, maar dag aan dag bij je mag zijn. Durven we?

Aäron reageerde heel anders dan Mozes. Zijn reaktie is, wat had je anders kunnen verwachten van dit volk. Dit is helemaal niet de Geest van Christus die spreekt, maar een geest van iemand tussen het volk. Hij observeert en relativeert, en zegt : zo is het nu éénmaal, daar kan je niet veel aandoen. Het lijkt wel dat hij niet begrijpt wat hij God heeft aangedaan, hij begrijpt niet welke gevolgen dit voor het volk heeft. Hij had niet datzelfde kontakt met God als zijn broer en kon hierdoor niet onderscheiden wat werkelijk plaats had gevonden. Hij dacht dat een altaar met brandoffers en vredeoffers voor de Here en een feest voor de Here de zaak wel zou rechtvaardigen.
Herkennen we dit ook niet in de wereld rondom ons, dat Christelijke laagje. Moeten we in de wereld om ons heen zien of moeten we ook eens in ons eigen hart kijken.
Vele zullen in de val lopen, behalve zij die weten wat een leven met God betekend. De schapen volgen Hem, omdat zij Zijn stem herkennen, maar een vreemde zullen zij voorzeker niet volgen, doch zij zullen weglopen (Joh. 10:4). Voor Mozes was er geen twijfel mogelijk, God zelf had hem gezegd dat het volk aan afgoderij deed. Wanneer je dicht bij God leeft zal je ook de dingen zien zoals God ze ziet. We zullen door dat Christelijke laagje kunnen doorkijken. Maar opnieuw, we moeten dan wel de tijd maken om ons af te zonderen met God, om de stilte op te zoeken.
Voordat Johannes het boek openbaring mocht schrijven heeft hij eerst anderhalf jaar in stilte doorgebracht op Patmos. Dit was nodig om de zaken te kunnen zien zoals God ze ziet. Als het goed is ziet je het stof niet in je kamer als het schemrig donker is, maar als de zon binnen schijnt wordt het zichtbaar, dan lijkt het zelfs dat er overal stof rond vliegt. Zo zien ook wij de afgoderij in onszelf en in onze gemeente niet, totdat God ons brengt in zijn licht. Bij Mozes was dit zo, hij zag de dingen zoals God ze zag, omdat hij bij God was. Ook had hij diezelfde liefde als God om de mensen naar God toe te brengen. Hij verlangde om de mensen dichter bij God te brengen om hen God te leren kennen.

Het zou niet eerlijk zijn om niet even een goed woordje te zeggen over Aäron. Hij komt hier vrij negatief uit omdat hij vergeleken wordt met zijn broer die zulk een grote Gods man is. Maar Aäron was ook een dienstknecht van God. Hoe trouw is hij niet opgetrokken met zijn broer. Hoeveel moeite heeft hij niet moeten verdragen van het volk. Hij was zelf hogepriester, God had hem er zelf voor uitgekozen.
Maar Mozes was een speciale, de man Gods.Over hem staat geschreven : Zoals Mozes, die de Here gekend heeft van aangezicht tot aangezicht. En de Here sprak met Mozes van aangezicht tot aangezicht, zoals iemand spreekt met zijn vriend. God zelf zegt van hem : Mozes is vertrouwd in geheel mijn huis. Van mond tot mond spreek Ik met hem, duidelijk niet in raadselen.

En als Mozes sterft, laat God de begrafenis niet aan mensen over. Dat vertrouwd Hij niemand toe. Dat doet Hij zelf.

Mozes was een groot man toen hij in Egypte woonde, hij leefde aan het hof totdat hij een egyptenaar doodsloeg en moest vluchte naar de woestijn. In die veertig jaren heeft hij geluisterd wat de stilte tot hem te zeggen had. Hij heeft niet alleen Gods stem gehoord maar ook de aanwezigheid van God mogen ervaren. De grootheid in hem verdween, zodat hij aan het eind van die periode alleen maar van zichzelf kan zeggen : Oh God, wie ben ik. Zend toch iemand anders. De afbraak van zij eigen grootheid was ook de voorwaarde om vervuld te kunnen worden met Gods grootheid. Hij werd de zachtmoedigste man op aarde.
De afwezigheid van de wereld hebben van een groot man een Gods man gemaakt.

Broeders en zusters, zien wij op naar zo een Gods man, hebben wij ook niet het verlangen om een Mozes te zijn?

Ik weet, in Toscanie, op dat weggetje waar ik deze boodschap mee begonnen ben was het fantastisch om die stilte en rust te ervaren, te mogen zien die prachtige natuur. Het gevoel te mogen ervaren dat God heel dicht bij me stond.
Maar het was maar kort en voordat je het weet ben je terug bezig met heel andere dingen. En als men dan terug blikt, lijkt het dat al deze andere zaken belangrijker voor mij waren dan dat vredig moment. Het lijkt dat al het andere een grotere prioriteit in mijn leven krijgen, dan die korte tijd.
Ik ben ervan overtuigd dat ik hier niet alleen mee worstel, maar als we alle een Mozes willen worden, zullen wij tijd moeten maken om een dichte relatie te hebben met onze God.

Amen