God is ook trouw als Hij berouw heeft

Wij lezen:1 Samuel 15

Hoe kan God van mensen verwachten dat ze trouw zijn, als hij het zelf niet is?
Je leest in de bijbel dat God iets doet en dat hij achteraf zegt: ik had het niet moeten doen; ik maak het ongedaan en ik doe het voortaan anders.
In 1 Samuel 15: ik had Saul nooit koning moeten maken.
Ook in Genesis 6:6: De HEER kreeg er spijt van dat hij mensen had gemaakt.
Zie je wel, de HEER doet ook dingen waar hij later op terug komt.
Hoe kan God dan van mensen verwachten dat ze wel trouw zijn?

Ik wil proberen daar wat duidelijkheid in te geven.
LOOF DE HEER, WANT HIJ IS GOED, EEUWIG DUURT ZIJN TROUW
HIJ IS TROUW, OOK ALS HIJ BEROUW HEEFT
1. de feiten
2. zijn onveranderlijke woord
3. zijn veranderende houding


De geschiedenis van 1 Samuel 15 begint met een mooi bewijs van Gods trouw.
Het gaat over Amalek. Dat woestijnvolk had de Israëlieten op een laffe manier aangevallen na hun uittocht uit Egypte (Exodus 17:8-16).
De mannen van Israël verslaan het leger van Amalek en de HEER zegt na afloop: ik zal zorgen dat niets op aarde nog aan het volk van Amalek herinnert. (Ex.17:14).
Veertig jaar later wordt die vloek over Amalek herhaald door Bileam.
Hij zegt, geleid door de Geest van God: Amalek, vooraanstaand onder de volken, zal ten slotte volledig te gronde gaan. (Numeri 24:20)

Maar dat is inmiddels zo’n 350 jaar geleden. Het volk Amalek bestaat nog steeds.
Wie zou er aan zo’n oude uitspraak nog denken?
God de HEER!
Hij heeft het gezegd en hij vergeet dat niet.
Hij is trouw, hij houdt zich aan wat hij zei over Amalek.
En koning Saul moet dat nu gaan uitvoeren.

En dan het contrast, de tegenstelling.
De HEER doet wat hij lang geleden zei.
Saul doet niet wat de HEER zojuist tegen hem zei.
De opdracht was duidelijk: alles vernietigen. Dood alles en iedereen.
Maar Saul en zijn mannen laten heel wat dieren in leven. En de koning van Amalek.

Dat lijkt heel redelijk.
Ze hadden er een goede verklaring voor: we willen offeren aan de HEER, uw God.
Maar de HEER wijst het af.
Het is eigenzinnigheid. Eigenwijsheid. Beeldendienst.
Het is zelf bedenken hoe de HEER het wel zal willen - en dat is dan zoals het jou zelf het beste uitkomt.
Verzin geen smoesjes om onder de wil van God uit te komen.
Gehoorzaamheid is beter dan offers.
Samuël moet er kort over zijn: u hebt de opdracht van de HEER verworpen; daarom verwerpt hij u als koning.

Dat had de HEER de dag ervoor al tegen Samuel gezegd.
Vers 11: ik betreur het dat ik Saul koning heb gemaakt.
In de vorige vertaling: Het berouwt Mij, dat Ik Saul tot koning heb aangesteld.
Wat is dat? Heeft God berouw?

Als ik zeg ‘ik heb berouw’, dan zeg ik: ik heb iets verkeerd gedaan.
Ik ben een kant opgegaan die ik niet op had moeten gaan. Ik heb een richting gekozen die verkeerd is. Maar ik heb dat nu ontdekt, dus ik keer mij om en ik kom er op terug.
Ik heb berouw.
Is dat bij de HEER ook zo?

Het gaat in vers 11 wel over ‘omkeren’.
Maar het is niet de HEER die omkeert. Het is Saul.
Hij heeft mij de rug toegekeerd en doet niet wat ik hem heb opgedragen.
Hij heeft zich omgedraaid.
De HEER ‘draait’ niet, de ene keer zus, de andere keer zo.
Het enige wat de HEER doet, is reageren op die draai van Saul.
Hij heeft veel geduld gehad. Hij heeft, via Samuel, al eerder een stevige waarschuwing aan Saul gegeven. Maar Saul blijft volhouden en keert zich van de HEER af.
Daar reageert de HEER op.
Hij laat Saul als koning los. Hij zegt dat met een heel menselijke uitdrukking: ik heb berouw dat ik hem koning gemaakt heb. Ik kom er op terug.
Dat is zijn ‘berouw’.
De HEER reageert op wat mensen doen.
Hij verandert zijn houding tegenover Saul.

Dat zegt de HEER via Samuel tegen Saul.
Dan zie je Saul heel gauw weer terugdraaien. ‘Alstublieft, vergeef me’.
Maar daar gaat de HEER niet op in. Hij heeft lang geduld gehad, dat is nu voorbij.
Blijkbaar ziet de HEER dat die ‘bekering’ van Saul niet uit zijn hart komt.
Daarom wordt het oordeel niet herroepen.
Want Saul moet goed weten: de HEER is niet zo dat hij het ene moment iets zegt en dat hij het volgende moment roept ‘laat maar zitten’.
Ook daarin mag Saul niet te menselijk denken van de HEER.
Hij breekt zijn woord niet. Het is bij hem niet ‘A zeggen en B doen’.
Daarom zegt Samuel: de Glorie van Israël, de HEER, breekt nooit zijn woord en komt nimmer van zijn besluiten terug’.
Dat laatste is hetzelfde woord als in vers 11: hij heeft geen berouw.

Zo staan ze naast elkaar.
Vers 11: De HEER heeft berouw... dat gaat over zijn houding tegenover Saul.
Vers 29: De HEER heeft geen berouw... dat gaat over zijn woord, over wat hij zegt.
Laten we daar maar eens over doordenken.
De HEER onze God verandert wel zijn houding ten opzichte van mensen, maar hij verandert niet zijn woord.

Eerst dat laatste. Zijn onveranderlijke woord.
Wat de HEER gezegd heeft, verandert hij niet meer.
Dat geldt hier allereerst voor wat Samuel namens de HEER moet zeggen tegen Saul.
Het oordeel over Saul, de verwerping door de HEER, is nu definitief.

Maar Samuel zegt het breder.
Net als lang daarover Bileam al deed, Numeri 23:19.
God is geen mens, dat hij zijn woord zou breken of terug zou komen op zijn besluit.
Zou hij beloven en niet vervullen, zijn woord geven en het niet gestand doen?
Ook daar weer hetzelfde woord dat je kunt vertalen met berouw.
God is geen mens, hij heeft geen berouw, hij verandert niet wat hij heeft gezegd.
Zo ís hij.
Dat is zijn trouw, zijn waarheid.
Ik zei het al eerder in deze prekenserie: God heeft zijn eigen bestaan er aan verbonden.
Als hij zijn woord verandert, is hij geen God meer.
Hij is God en geen mens, zijn woord is onveranderlijk.

Maar hoe zit het dan met bijvoorbeeld Exodus 32:14 (NBG’51):
En de HERE kreeg berouw over het kwaad, dat Hij gezegd had zijn volk te zullen aandoen.
Of Jeremia 26:13 (NBG’51), Nu dan, betert uw handel en wandel, en hoort naar de stem van de HERE, uw God; dan zal de HERE berouw hebben over het kwaad dat Hij tegen u gesproken heeft.
Daar komt de HEER toch wel terug op wat hij gezegd heeft?
Is zijn woord dus wel te veranderen?

Twee dingen.
1. Het is een oordeelswoord waar de HEER op terugkomt. Hij zegt dat hij gaat straffen, maar hij laat de straf niet doorgaan of hij stelt hem uit.
Nooit andersom. Het is niet zo dat de HEER zegen belooft en dat hij zomaar daarop terugkomt en opeens met straf komt.
2. Maar belangrijker is dit.
Elke uitspraak van God is altijd een aanspreken van de mens. Het is een belofte of een dreiging. Het is altijd een woord dat om antwoord vraagt.
Woorden van God moet je niet lezen als toekomstvoorspellingen.
Het is geen boodschap over een onontkoombaar lot: ‘zo zal het gebeuren!’.
Het woord van God is altijd een woord dat om antwoord vraagt.

Ook als het er niet nadrukkelijk bij staat.
Een mooi voorbeeld is wat Jona moet preken in Nineve.
‘Nog veertig dagen, dan wordt Nineve weggevaagd’.  (Jona 3:4)
Dat is duidelijk. Daar is niets aan te veranderen, zou je zeggen.
Maar het is geen voorspelling. Het is geen onafwendbaar lot.
Want de mensen in Nineve luisteren en reageren. Ze geven antwoord op Gods woord: ze begonnen anders te leven, ze vroegen God om genade.
En dan staat er (Jona 3:10 NBG’51): Toen God zag wat zij deden, hoe zij zich bekeerden van hun boze weg, berouwde het God over het kwaad dat Hij gedreigd had hun te zullen aandoen, en Hij deed het niet.
Jona zei het er niet bij, maar het was wel zo: Gods oordeel over Nineve was geen uitspraak over, maar het aanspreken van de mensen van Nineve. Aanspraak die om antwoord vroeg. En de HEER reageert daarop.

Is hij daarmee onbetrouwbaar? Doet hij niet wat hij zegt?
De HEER houdt zich altijd aan zijn onveranderlijke woord, dat is het woord dat achter alle woorden ligt: wie naar mij luistert, ontvangt vrijspraak; wie mijn woorden afwijst, zal ik straffen.
Dat is het onveranderlijke woord van Gods verbond.
Je zou kunnen zeggen: het is het basis-woord dat achter alle woorden van God ligt.
Ook als het er niet nadrukkelijk bij staat.

Die waarheid van God is onveranderlijk.
Die is zo onveranderlijk, dat God er zelfs zijn eigen Zoon voor over had.
Want toen God mensen genadig wilde zijn, kon hij niet zeggen ‘laat die zonde maar zitten, ik straf wel niet’. Zijn waarheid, zijn betrouwbaarheid vroeg van hem dat hij trouw was aan dat basiswoord van het verbond: ‘wie gehoorzaam luistert, ontvangt vrijspraak; wie ongehoorzaam mij afwijst, krijgt straf’.
Er moest gestraft worden.
God heeft zich aan zijn onveranderlijke woord gehouden.
Hij heeft zijn eigen Zoon gestraft.
In het kruis van Jezus Christus zie je dat God trouw is aan wat hij zegt.

3 En daarom verandert hij vaak zijn houding.
Het onveranderlijke woord van God en zijn veranderende houding, dat is geen tegenstelling. Zijn houding verandert juist omdat hij zijn woord niet verandert.

Kijk maar naar Nineve. De stad komt tot bekering. En het onveranderlijke woord van God is: wie schuld belijdt en zich bekeert tot God, krijgt vergeving.
Daarom verandert de HEER zijn houding tegenover Nineve.

Maar bij Saul andersom. Saul is ongehoorzaam. Vanuit zijn onveranderlijke woord verandert de HEER daarom zijn houding tegenover Saul: hij verwerpt hem als koning.

Dat betekent voor ons onder andere dit: geloof dat God de Onveranderlijke is; hij is trouw en houdt zich aan zijn woord.
Maar denk dan nooit dat hij een starre God is, onbeweeglijk, niet-reagerend.
Hij reageert juist wel.
Hij beweegt met ons mee. Zijn houding tegenover u en jou staat niet op één of andere standaard-waarde ingesteld.
Het is niet zo dat God de kraan van liefde en genade en Heilige Geest op een bepaalde stand open heeft gezet en dat het voortaan een constante stroom is.
Het kan wisselen.
Omdat je zelf nogal wisselt.
Voor de duidelijkheid: ik denk nu niet aan mensen die door psychische problemen (zoals een depressie) een tijdlang heel zwak zijn in hun geloofshouding.
Maar ik bedoel jou of u, als je een tijdlang het allemaal niet zo serieus neemt. Alleen bidden voor de vorm. ‘s Morgens nog wel naar de kerk, maar je zit je tijd uit. En ‘s middags heb je wel wat beters te doen.
Denk je nou echt dat de kraan van Gods genade en de Heilige Geest op dezelfde stand open blijft staan. Denk dat je God niet reageert op jouw houding?
Wat voor beeld heb je dan van hem?

De HEER onze God, de Vader van Jezus Christus, is juist heel betrokken.
Hij reageert op hoe jij doet.
Als je dicht bij hem leeft, bij een open bijbel, met een oprecht gebed, met echte overgave aan de Heer, dan mag je - op grond van Gods onveranderlijke woord - verwachten dat de Heer je zijn genade royaal geeft. Dat je vervuld wordt van de Heilige Geest.

De HEER is trouw.
Hij reageert wel op hoe mensen doen. Dat kan een hele verandering zijn, zo sterk dat de bijbel zegt ‘de Heer heeft berouw’.
Maar het is wel: reageren op het veranderen van mensen.
De HEER zelf verandert niet. Hij is trouw aan zijn onveranderlijke woord.

AMEN