Deel 3 prekenserie

Laten wij lezen: Jeremia 2:1-3, 14-25, 3;1-5

Blijf trouw aan de HEER

Vorige week ging de preek over de trouw van de HEER.
De trouw van God is dat hij zichzelf vastmaakt aan mensen.
Hij heeft zichzelf vastgelegd in zijn woord, in zijn belofte van trouw.
Ik heb toen ook al even iets gezegd over de trouw van mensen. Trouw zijn betekent voor óns ook: jezelf, of iets van jezelf, vastmaken aan een ander. Aan de ander geven. Zodat de ander er op kan rekenen.
Zo doet God dat richting ons. Zo mogen wij het doen naar andere mensen.
Maar (daar gaat het vandaag over) doe het ook richting God de HEER.
Leg jezelf vast aan hem.
Daar gaat het deze week over.
Met als vraag: hoe sterk is de trouw aan God? Bij u, bij jou.


BLIJF TROUW AAN DE HEER, BEANTWOORD ZIJN LIEFDE
1. het beeld van het huwelijk
2. Gods trouwe liefde vraagt om uw trouw

De relatie van God met mensen, hoe wordt die in de bijbel getekend?
Daar wordt allerlei beelden, allerlei uitdrukkingen voor gebruikt.
Als ik begin bij Genesis, het eerste boek van de bijbel, bij Abraham: daar begint een refrein dat heel de bijbel door klinkt: Jullie zijn mijn volk en ik ben jullie God.
(Genesis 17:8, versterkt vanaf Exodus 6:7v).
Dat is niet eens beeldspraak, dat is hoe het echt is: een volk met zijn God.

Bij Mozes, in het tweede bijbel boek Exodus, komt er een beeldspraak bij. God als Vader en het volk als zoon van God. Mozes moet tegen Farao, de koning van Egypte, zeggen: Dit zegt de HEER: Israël is mijn zoon, mijn eerstgeboren zoon. Ik heb je bevolen mijn zoon te laten gaan om mij te vereren, maar dat heb je geweigerd. Daarom zal ik je eerstgeboren zoon doden.”
God als Vader met Israël als zoon. Vanaf Exodus kom je dat beeld tegen in de bijbel, tot in het Nieuwe Testament, maar dan persoonlijk: elke gelovige als kind van God.

In de Psalmen, in de tijd van koning David, kom je een nieuwe beeldspraak tegen: God als herder en zijn volk als een kudde schapen. Bijvoorbeeld Psalm 80:1, Hoor ons, herder van Israël, die Jozef leidt als een kudde.
Die vergelijking blijft terugkomen, ook tot en met het nieuwe testament: God als herder, Jezus Christus als de goede herder, zijn volk als kudde.

Zo heb je ook het beeld van het Israël als wijngaard en God als wijnbouwer. (Jesaja 5)
In al die vergelijkingen zit iets van hoger en lager.
God staat boven zijn volk. Een vader staat boven zijn kind. De wijnbouwer mag beslissen over de wijngaard.
In al die vergelijkingen past het ook heel goed als de HEER heel boos wordt op zijn volk. Als Mozes zingt over God als Vader, dan zingt hij ook: toen de HEER bemerkte hoe zijn kinderen hem krenkten, ontstak hij in hevige toorn. (Deut.32:19).
Vader wordt boos op zijn kinderen. De Herder moet optreden tegenover de kudde (Ez.34:17e.v.).
De wijnbouwer kan zijn wijngaard laten verwoesten door de wilde dieren (Psalm 80:13v).
Boosheid van bovenaf.

Maar nu komt er bij de profeten een nieuw beeld, een andere vergelijking.
God de HEER als man en zijn volk Israël als zijn vrouw.
Dat is niet hoger-lager.
Dat is naast elkaar.
Dat is niet vooral: gezag waarnaar geluisterd moet worden. En anders straf.
Het is: liefde die om een liefdes antwoord vraagt.
En anders? Boosheid, ja maar vooral teleurstelling, pijn, gekwetstheid.

‘Ik weet nog hoe je me liefhad in je jeugd, van me hield als mijn bruid’.
Dat is de pijn van een man die zijn vrouw liefheeft maar ze is zo ontrouw!
Dat is geen boosheid van bovenaf.
Dat is diepe teleurstelling.

De HEER als de bedrogen echtgenoot. De teleurgestelde man die achterbleef toen zijn vrouw er met een ander vandoor ging.
Tegelijk: de HEER die zelfs dan nog trouw blijft en zijn volk blijft liefhebben.
De HEER die dwars door ontrouw heen zijn vrouw weer naar zich toe wil halen.

Dat is een nieuw beeld dat je voor het eerst tegenkomt bij Hosea.
Ik zal je voorgoed tot mijn vrouw maken, ik zal je hecht aan mij verbinden, door liefde en ontferming. Mijn vrouw zul je zijn, want ik beloof je trouw, en jij zult de HEER toegewijd zijn. (Hosea 2:21v)
Dat zegt de HEER tegen zijn volk, zijn vrouw die met een heleboel andere mannen naar bed geweest is. Toch heb ik je lief en maak ik dat je weer mijn vrouw bent.

Dat beeld zie je daarna terugkomen bij andere profeten.
Hier bij Jeremia. Ook heel duidelijk bij Ezechiël (16, 23). Ook in het tweede deel van Jesaja (50:1; 54:5; 62:4v).
Je ziet het terugkomen in het Nieuwe Testament. Het is zelfs één van de centrale beeldspraken aan het eind van het boek Openbaring: het nieuwe Jeruzalem als de bruid van Christus. Christus de man en zijn volk als zijn bruid, zijn vrouw.
Vanaf de profeten Hosea en Jeremia loopt die lijn de bijbel door.
Zo laat de HEER zich vanaf dat moment kennen: ik ben uw Man, ik heb u lief als mijn vrouw.
Twee gedachten daarbij.
a. Die vergelijking is best heel kwetsbaar.
De HEER vergelijkt zichzelf en zijn volk met man en vrouw in een huwelijk.
Laten we eerlijk zijn: er zijn heel wat huwelijken waarvan God nooit zal zeggen: kijk, zoals in dat huwelijk, zo ben ik de man voor mijn volk, mijn vrouw.
Er zijn heel veel huwelijken, , waarin het helemaal niet lijkt op hoe de HEER het in die beeldspraak bedoelt.
Dat maakt die beeldspraak heel kwetsbaar. Je kunt er zo maar het verkeerde bij denken. Of je kunt je er helemaal niets moois bij voorstellen.
Misschien heeft God daarom wel het boek Hooglied in de bijbel opgenomen: één groot liefdesgedicht, een feest van liefde van man en vrouw. Daarmee zegt de HEER: kijk maar niet vooral naar mensenhuwelijken, maar kijk hoe ik het daar beschrijf. Zó bedoel ik het als ik zeg dat ik als man houdt van mijn volk, mijn vrouw.
(En dan kun je het zelfs omdraaien: wees in je huwelijk net zoals de HEER tegenover zijn volk; in een latere preek zal het daar nog over gaan.)

b. Met dat beeld van het huwelijk komt God heel dichtbij.
Hij komt als het ware naast ons. Niet meer boosheid van bovenaf, maar naast de mens. Met teleurstelling. Met haast menselijke pijn: ‘ik weet nog hoe je me liefhad in je jeugd, van me hield als mijn bruid’.
En dat is juist als het vólk bij de HEER weggaat.
Israël gaat weg en dan komt de HEER juist zo dicht bij.
Dan spreekt hij niet meer allereerst de taal van de straf, maar hij begint met de taal van de liefde. Hij begint met een beeldspraak waarmee hij heel dicht bij zijn volk komt.
Dat is hier in Jeremia. Een paar stappen verder, een paar honderd jaar later, komt hij nog dichterbij. Niet in dichtbije beeldspraak, maar echt dichtbij.
Niet door menselijk klinkende woorden, maar doordat het Woord echt mens wordt.

Ik geloof dat je kunt zeggen: het heel menselijke beeld van God die als man van zijn volk houdt.God die zoveel van mensen houdt dat hij echt naast hen komt staan, in Jezus Christus.
In de liefdestaal van Jeremia 2 (en van Hosea en Ezechiël) hoor je de liefde die God heeft laten zien in Jezus Christus.

Wat wil de HEER nu vooral zeggen met dit beeld van het huwelijk?
Gods trouwe liefde vraagt om onze trouw

De HEER komt met deze vergelijking op het moment dat Israël ontrouw is.
Jeremia moet zijn boek beginnen met deze beeldspraak.
En de rest van het boek Jeremia zit vol oordeel en straf.
Jeremia was profeet vanaf de regering van koning Josia van Juda. Tegen die koning Josia had de HEER gezegd via profetes Chulda: Ik zal onheil brengen over deze stad en haar bewoners (...). Dat doe ik omdat zij zich van mij hebben afgekeerd, offers hebben ontstoken voor andere goden en mij hebben getergd met de beelden die ze gemaakt hebben. Mijn toorn tegen deze stad is hoog opgelaaid en zal niet meer doven.
(2 Koningen 22:16v).
Die toorn van God kom je steeds tegen in het boek Jeremia.
Jeremia moest steeds het oordeel van de HEER aankondigen, vanwege de ontrouw van Israël.

Dát oordeelsboek begint met deze liefdesuiting.
De beeldspraak van het huwelijk, daarmee zegt de HEER hoeveel liefde hij gegeven heeft, en dat hij liefde als antwoord had verwacht. Hoeveel trouw hij heeft laten zien en dat hij trouw wil terugkrijgen van zijn volk.

Maar wat deed Israël?
Israël was ontrouw, het pleegde overspel, het gedroeg zich als een hoer.
Niet meteen.
Het begin was mooi.
Ik weet nog hoe je me liefhad in je jeugd, van me hield als mijn bruid, hoe je me volgde door de woestijn, dat land waar niet wordt gezaaid.
Dat waren de mooie wittebroodsweken. Na de uittocht uit Egypte. De HEER had zich met hart en ziel aan Israël verbonden. Hij zei tegen hen: jullie zijn een kostbaar bezit voor mij: mijn schat!  En Israël had geantwoord als uit één mond: wij zullen alles doen wat de HEER heeft gezegd. (Ex.19:5,8)
Israël hield van de HEER zoals een bruid van haar man. Het begon zo mooi.
Ze hadden zich aan de HEER vastgemaakt.

Maar Israël bleef niet trouw.
Ze bleven niet vastzitten aan de HEER.
Ze gingen een andere kant op draaien. Ze maakten zich vast aan andere goden.
Vrouw Israël ging met de buurman naar bed. Sterker nog, ze ging voor het raam zitten met rode lampjes aan en elke man die langskwam mocht bij haar komen liggen.
Ze ging voor de web cam zitten en kleedde zich uit..
En de HEER zit met de trouwfoto’s voor zich.
Ik weet nog hoe je me liefhad in je jeugd, van me hield als mijn bruid.
Is hij boos? Ja. Maar vooral diep, diep geraakt door de ontrouw van zijn volk.
Probeer het je maar eens in te denken dat je als man zo veel liefde hebt gegeven aan je vrouw en ze gaat zich zo gedragen. Of andersom, dat je als vrouw alle liefde geeft aan je man en hij rent van de ene hoer naar de ander.

Dát betekent het voor de HEER als u, jij of ik ontrouw zijn.
Durf je in die spiegel te kijken?
Wat ziet de HEER bij u, bij jou?
Ziet hij zijn bruid, vol liefde. Met maar één verlangen: aan de HEER verbonden blijven? Hem volgen, al is het dwars door de woestijn?
Beantwoord jij Gods trouw met een echt trouwe houding? Trouwe liefde?

Of heeft de HEER pijn als hij naar je kijkt?
Zou hij bij u, bij jou ook zeggen: ik weet nog hoe je me liefhad in je jeugd; toen je belijdenis deed; toen je meedeed aan het evangelisatiewerk. Ik weet nog hoe je als ambtsdrager trouw je inzette. Ik weet nog dat je elke avond op je knieën ging en dat je geen kerkdienst oversloeg. Maar het is voorbij. Waar is je liefde van het begin?
Heeft de HEER pijn als hij naar je kijkt, omdat hij je ziet liggen in de armen van een ander? Omhelsd door de god van het egoïsme. Ziet hij je in de armen van het gevoel ‘ik mag toch ook wel eens aan mezelf denken’? Word je vastgehouden door gemakzucht, luiheid, onverschilligheid, drang om carrière te maken...
Er zijn zoveel ‘verkeerde mannen’ met wie je mee kunt gaan.
Hoe trouw ben je aan de HEER?

Als je verder leest bij Jeremia en ook bij Hosea, dan zie je dat die trouw aan de HEER betekent: gewoon dóen wat hij van je mag verwachten.
Naar hem toe. Je erop vastleggen (want dat is trouw zijn: jezelf vastmaken!) dat je alleen aan hem offert (toen). Nu: je erop vastleggen dat je... vul maar in.
Je vastleggen op naar de kerk gaan. Als je lichamelijk en psychisch gezond bent, moet het geen vráág zijn elke week: zal ik morgen wel of niet. Ga ik vanmiddag nog een keer? Daar leg je je op vast. Dat is trouw aan de HEER.
Je vastleggen op regelmaat in je bidden. Je bijbel lezen.

Maar het is ook: doen wat de HEER van je verwacht richting mensen.
Bij de profeten kom je ook steeds tegen dat er zoveel onrecht was in Israël. Mensen maakten zich los van hun zorgplicht en zorgden vooral voor zichzelf.
Maar leg je er op vast dat je er voor anderen bent. Ouders, leer dat je kinderen, door het zelf zo te doen: trouw zijn aan mensen, ook als het je slecht uitkomt.
Trouw binnen de gemeente. Als je toegezegd hebt mee te doen in bijbelstudie. Dan heb je je daaraan vastgemaakt. Dan gaat het niet om de vraag of je zin hebt.
En zo kun je het op veel meer dingen toepassen.

God de HEER zegt: ik heb je mijn liefde en trouw gegeven.
Ik ben zo dicht bij je gekomen, zoals een man bij zijn vrouw die hij liefheeft.
God is zo dichtbij gekomen door Jezus Christus.
Hoe trouw bent u, ben jij aan hem?

Ik wil graag afsluiten met een stukje lezen uit Jeremia 3.
In vers 6 tot 11 klaagt de HEER opnieuw over de ontrouw van zijn volk.
Maar luister wat Jeremia dan mag preken: Roep tegen het noorden:

Kom terug, ontrouw Israël–spreekt de HEER –,
dan zal ik mijn woede laten varen,
want ik ben vol genade,
niet eeuwig duurt mijn toorn
–  spreekt de HEER.
Erken alleen dat je schuldig bent,
tegen de HEER, je God, in opstand bent gekomen,
dat je overal op zoek ging naar andere goden,
onder elke bladerrijke boom,
dat je niet naar mij geluisterd hebt
– spreekt de HEER.

AMEN