Deel 2 prekenserie

Laten wij lezen: Psalm 89

God is trouw in waarheid

1. Hij is net zo trouw als sterk
2. Hij maakt zichzelf vast aan mensen
3. Houd je vast aan de waarheid van zijn woord!

Het is een lange psalm.
Is de grote lijn duidelijk?
Etan bidt omdat het zo slecht gaat met de koning van Israël.
Die koning is een achter, achter, achter kleinzoon van koning David.
Koning David was een machtige koning geweest. Met een groot rijk.
Maar daar is nu weinig van over.

De koning die er nu is, deze verre nakomeling van David, leed een zware nederlaag in de oorlog. Vers 44: u hield hem niet staande in de strijd.

De vijand heeft Jeruzalem ingenomen en leeggeroofd. Vers 41: u hebt al zijn vestingen afgebroken, voorbijgangers beroofden hem.
Er blijft haast niets over van het vroegere grote rijk van koning David.

Dichter Etan schrijft dan een lied met vooral een gebed tot de HEER: HEER, hoe kan dit? U hebt David toch trouw beloofd. U hebt toch gezegd dat er altijd een zoon van David op de troon zal zitten? Wat blijft daar van over, nu het zo gaat?
HEER, waar is uw trouw?

Dat is de grote lijn van deze psalm.
Er zit een duidelijke opbouw in.
Vanaf vers 20: Ooit hebt u in een visioen gesproken... en dan volgt die belofte van de HEER, tot en met vers 38.
Vanaf vers 39: Toch hebt u hem verstoten en verworpen...
En dan het gebed vanaf vers 47: Hoe lang nog HEER? Vers 50: waar is uw liefde van vroeger?
Een duidelijke opbouw.

Maar het stuk vóór vers 20?
Vers 6 tot 19?
Daar gaat het niet over David.
Het gaat zelfs haast niet over Israël.
Het begint in de hemel. In de hemel moet God geprezen worden, want niemand in de hemel is zo groot als de HEER!

Dat is natuurlijk mooi. Maar waarom begint Etan zó?
Een gebed waarin hij de HEER wil herinneren aan zijn trouw aan David, waarom begint dat met zingen over hoe groot God is?

Ik geloof dat Etan.... beter gezegd: dat de Heilige Geest die in Etan werkte, zo laat zien: de trouw van de HEER ligt vast in wie de HEER is.
De trouw van God heeft alles te maken met zijn wezen, met zijn God-zijn.

Wie is de HEER?
Hij is de allerhoogste God.
Etan gaat uit van hoe er toen gedacht werd: elk volk zijn eigen god, dus een hemel vol hemelingen, allerlei goden van alle volken - maar de HEER is niet te vergelijken.
Hij is God zoals geen enkele andere god!
Hij is sterk. Hij regeert over de hoog rijzende zee.
De zee werd toen gezien als een grote, gevaarlijke macht, Rahab genoemd.
De HEER is sterker dan Rahab.
Hij regeert over de aarde. Van Noord tot Zuid, het is allemaal door hem gemaakt.
Hij is God! Hij alleen!

Als je iets wilt zeggen over Gods trouw, zijn betrouwbaarheid, moet je daar beginnen.
Dan moet je onder de indruk komen van wie hij is.
Want Gods trouw ligt vast in zijn God zijn.
Daarom begint Etan te zingen over wie de HEER is. Hoe sterk hij is.
Want de HEER is net zo trouw als sterk.
Hij is net zo trouw als dat hij God is.
Omdat hij God is, kan hij niet anders dan trouw en betrouwbaar zijn.

Zo staat het ook al in Numeri 23:19.
Daar zegt Bileam het, geleid door de Heilige Geest:
God is geen mens, dat hij zijn woord zou breken
of terug zou komen op zijn besluit.
Zou hij beloven en niet vervullen,
zijn woord geven en het niet gestand doen?
En Samuël zei het tegen Saul, 1 Samuël 15:29: u weet dat de Glorie van Israël nooit zijn woord breekt en nimmer van zijn besluiten terugkomt. Hij is immers geen mens, dat hij van zijn besluiten terug zou komen.
Ook apostel Paulus noemt het terloops in zijn brief aan Titus, Titus 1:1,2, God die niet liegt heeft vóór alle tijden het eeuwige leven beloofd.

Steeds hetzelfde: hij is God, hij is geen mens. Mensen liegen, mensen zijn niet betrouwbaar. Maar de HEER is God. Hij kan niet liegen.
Zo groot en sterk als hij is, zo trouw is hij!
Daarom begint deze psalm met een loflied op de grootheid van de HEER.
Dat betekent voor ons ook: wil je iets zeggen over de trouw van God, begin dan bij de vraag of je hem kent in zijn grootheid. Besef je dat hij God is?
Wij beginnen zo vaak met kijken naar ons eigen leven, naar wat wij missen. Wij gaan vragen stellen bij Gods trouw vanuit de vragen van ons eigen leven.
Maar de dichter Etan - nee, de Heilige Geest leert je om over Gods trouw te denken vanuit wie hij is.
Ken je hem? Besef je iets van zijn grootheid? Ben je onder de indruk van hem, de God die regeert over hemel en aarde? De God van alle eeuwen. God is er is, die er was en die komt? Voel je iets van zijn macht, zijn goddelijkheid?
Zo machtig en groot als hij is, zo trouw is hij.

Als Etan dat gezongen heeft, gaat hij verder over wat de HEER beloofd heeft aan David, vers 20-38.
Die twee stukken samen, over de grootheid van de HEER en over zijn belofte aan David, had hij al samengevat in vers 2 tot 5.
Daar staat eigenlijk in het kort wat hij daarna breed bezingt.

En er zit iets bijzonders in. Vergelijk vers 3 eens met vers 5.
Vers 3 over de liefde en trouw van de HEER, vers 5 over de dynastie en de troon van David.
Daar worden dezelfde werkwoorden gebruikt.
Stand houden. Gods liefde houdt stand en God houdt de troon van David in stand.
Vestigen, sterk laten zijn: Gods trouw in de hemel bevestigd, en Davids dynastie voor eeuwig bevestigd.

Wat van de HEER geldt, van zijn liefde en trouw, dat geeft hij aan David.
De HEER verbindt dat aan elkaar.
Het stand houden van zijn liefde, dat maakt hij vast aan het in stand houden van Davids troon.
En de stevigheid van zijn trouw heeft hij voor altijd verbonden met de stevigheid van Davids dynastie.
God zelf heeft die verbinding gelegd. Het is nu aan elkaar gekoppeld.
Dat betekent ook: als God niet meer Davids troon en dynastie in stand houdt en stevigheid geeft, is hij ook niet meer de God van liefde en trouw.

Later noemt Etan dat nog een keer, in vers 36: de HEER heeft het gezworen bij zijn heiligheid.
Wat betekent dat?
De HEER heeft gezegd: ik verbind er mijn heiligheid aan.
Als ik mij niet aan mijn woord houd, ben ik niet meer de heilige God.
Menselijk gezegd: God heeft zijn bestaan als God afhankelijk gemaakt van zijn trouw aan David.

Ik denk dat dit het wonder van Gods trouw is.
Wat God in zichzelf is - hij is liefde, trouw, heiligheid - maakt hij vast aan mensen.
Hij maakt zichzelf vast aan mensen.
En hij kan niet meer terug want dan zou hij geen God meer zijn.
Zo onlosmakelijk heeft hij zichzelf met mensen verbonden.

God is dus niet de ongrijpbare.
Hij is niet als een bliksemflits die er opeens is en dan weer is verdwenen.
Hij is niet de God die maar doet wat hij wil, willekeurig.
Wíj hebben hem niet in de hand, dat is duidelijk.
Maar híj heeft er voor gekozen om zichzelf vast te maken aan mensen.

Ik denk dat dat ook het geheim is van trouw zijn, ook bij mensen.
Trouw zijn, dat is dat je jezelf hebt vastgemaakt aan de ander. Dat je iets van jezelf aan de ander hebt gegeven. Een stuk van jezelf uit handen gegeven.
Je mag daar meestal in vrijheid voor kiezen. Denk aan een huwelijk: je kiest in vrijheid om lief te hebben en te trouwen. Daarmee geef je jezelf aan de ander.
Maar dan is je vrijheid een stuk minder. Een heleboel keuze mogelijkheden heb je dan niet meer. Heel simpel: als je als getrouwde man terug rijdt van je werk, is de keus niet ‘waar zal ik vannacht eens heengaan?’. Dat ligt al vast. Je hebt jezelf vrijwillig daarin vastgelegd.
Trouw zijn is: altijd uitgaan van die nieuwe situatie waarin je jezelf hebt vastgemaakt aan een ander. Niet als een steeds weer kiezen, maar als een vanzelfsprekendheid.
Zodat de ander weet dat hij/zij daar op kan rekenen.
Een ander voorbeeld: je hebt een oude buurvrouw beloofd dat je elke eerste maandag van de maand ‘s morgens komt koffiedrinken. Omdat ze zoveel alleen is. Als het dan weer zo’n maandag is, is het niet de vraag: ik heb een maandagmorgen, wat ga ik er mee doen? Want jij hebt helemaal geen vrije maandagmorgen. Jouw maandagmorgen is van de buurvrouw. Je hebt jezelf en jouw tijd aan haar gegeven. Aan haar vastgemaakt.
Trouw zijn is dan alleen maar: dat doen waar je jezelf aan vastgemaakt hebt. Niet als steeds terugkerende keus zal ik wel of zal ik niet. Maar als vanzelfsprekendheid.

Dat doet God de HEER bij mensen!
Die grote God. Schepper van hemel en aarde, die heerst van Noord tot Zuid.
Hij is niets verplicht, tegenover iemand. Hij staat boven alles en iedereen.
Maar heeft zichzelf vastgemaakt aan mensen.
Hij heeft zichzelf vastgemaakt aan David.
Hij heeft zichzelf vastgemaakt aan u en jou.
Begrijpt u dat?

Hoe heeft hij dat gedaan?
Met zijn beloften. Met zijn woorden.
Een groot deel van de psalm, vers 20-38, zijn de eigen woorden van de HEER.
Het is alsof Etan zijn bijbel erbij gepakt heeft: HEER, hier staat het. U hebt het zelf gezegd.
En als de HEER het gezegd heeft, zal hij het ook doen.
Het kan niet dat hij de ene dag JA zegt en de andere dag NEE doet.
Als hij dat zou doen, zou hij geen God meer zijn.

Hij heeft zich vastgemaakt aan mensen door zijn woorden, zijn beloften.
Die zijn betrouwbaar. Dat is de waarheid.
In deze psalm zijn dat de belofte woorden aan David: ik zal je troon sterk maken.
De HEER heeft dat waar gemaakt: Jezus Christus is de Zoon van David. De engel zegt het tegen Maria over haar kindje Jezus: God de Heer zal hem de troon van zijn vader David geven. Die Jezus, zoon van David, regeert nu in de hemel.
Gods belofte aan David is betrouwbaar gebleken. Het was waarheid en God is trouw gebleven aan het woord waarmee hij zich aan David had vastgemaakt.

Dat is Gods trouw ook voor ons.
Gods trouw is niet een vaag gevoel van blijvende betrokkenheid.
Het betekent dat zijn woorden betrouwbaar zijn.
De bijbel, daarin heeft God zichzelf vastgelegd, vastgemaakt aan ons.
Hij heeft daarin beloften gegeven. Hij heeft gezegd wie hij is. Wie hij voor mensen wil zijn.
Dat woord is de waarheid.
Aan die waarheid mag je je vastpakken.
Dat woord geeft stevigheid. Omdat God zichzelf daarin voor ons heeft vast gelegd.

Pak de waarheid van Gods woord. Pak de stevigheid van Gods beloften.
Want zo zeker als hij God is, zo vast en zeker is zijn woord.
Hij is trouw in waarheid.

Amen