Deze week de start van een nieuwe serie.

Vandaag deel 1 over de Gemeente opbouw

Lezen: 1 Petrus 1:22 - 2:12

Ieder jaar weer opnieuw moet in een gemeente veel georganiseerd worden.
Samen aan het werk in de kerk. Samen de kerk bouwen.
Maar voor we aan het werk gaan, moeten we eerst even stilstaan.
Eerst nadenken: hoe gaan we aan het werk? Waarom eigenlijk? Waarvoor doen we het? Waar beginnen we mee? Wat is het doel?
Daarom vandaag een preek over deze tekst.
Ik hoop dat, dat stimulerend werkt.
Ik hoop dat het effect van deze preek is, dat we allemaal de motivatie hebben om ons steentje bij te dragen in het bouwwerk. De één kan dan veel en de ander weinig, maar dat we wel allemaal ons afvragen: ik wil doen wat ik kan, wat kan ik?!

LAAT JE GEBRUIKEN IN GODS KERKBOUW
1. Christus is het fundament - kies je steeds voor Hem?
2. U bent de stenen - laat je, je gebruiken?

Petrus gaat in zijn brief een stukje schrijven over de kerk, de gemeente.
Maar hij begint niet bij de kerk; hij begint niet bij ‘je inzetten voor de kerk’, gemeente-avonden bezoeken, naar vereniging enzovoort.
Petrus begint bij de Heer van de kerk. Christus.
Het stuk over de gemeente begint met ‘voeg u bij hem, de Heer, Jezus Christus’.

Petrus trekt dus meteen alle aandacht naar de Here zelf.
Het is aan het begin van een nieuw seizoen heel goed om daar naar te luisteren. Want je kunt wel met veel enthousiasme hard aan het werk willen gaan, en van alles organiseren en bezig zijn met gemeente-opbouwplannen enzovoort, maar het eerste is ‘ga naar Hem­’.
Dus bijvoorbeeld de kerkenraad: we kunnen plannen maken en afspraken voor de huisbezoeken en commissies benoemen enzovoort, maar het eerste is: voeg u bij Hem!
Of jullie, jongelui; ik weet niet of jullie al plannen hebben: soos, uitwisselingsweekend, congresweekend, (vul in wat plaatselijk georganiseerd wordt) ik hoop dat jullie weer heel wat leuke dingen zullen organiseren (en dat kunnen jullie!); maar het eerste is: voeg je bij Jezus Christus!
Het gaat in de kerk niet om heel veel dat gedaan moet worden. Het gaat in de kerk om iemand. We zijn als gemeente niet bezig om de kerk in stand te houden, maar het eerste is: komen bij de levende Heer!

Toen Jezus op aarde was, zei Hij het zelf: kom bij Mij. Hij stond met zijn armen uitnodigend open: kom maar, bij Mij vind je rust, bij Mij vind je het echte leven met God. Kom bij Mij.
Een groep mannen deed dat. Heel letterlijk. Ze sloten zich aan bij Jezus en gingen niet meer bij Hem weg. Ze werden zijn leerlingen, zijn discipelen. Ze volgden Hem. Ze luisterden naar Hem. Ze deden allerlei dingen voor Hem.
Die groep leerlingen was niet bezig met het organiseren van het discipel zijn. Ze hebben niet gauw een soort vereniging opgericht ‘de twaalf discipelen’, met een voorzitter en een secretaris en een penningmeester.
Het ging niet om allerlei dingen waar ze mee bezig waren.
Het ging om Hem. Ze volgden de Here.
Met heel hun geloof, heel hun liefde waren ze op Hem gericht. Gegrepen door wie Hij was en wat Hij zei.
Van daaruit deden ze van alles. Daarbij zullen ze ook best afspraken gemaakt hebben. Bijvoorbeeld dat Judas voor het geld zorgde. Maar dat was op de tweede plaats. Voorop stond: Jezus volgen.

Nu is de Here Jezus in de hemel. Maar één van die leerlingen, Petrus, schrijft nog steeds hetzelfde als wat Jezus op aarde zei: kom bij Hem.
Nog steeds dat persoonlijke. Zoals de discipelen Jezus volgden.
Sluit je aan bij Hem; met heel je geloof, heel je liefde op Hem gericht.
Daar begint het mee, als het gaat over de kerk en over je inzetten in de kerk.
Niet alles wat georganiseerd wordt, maar Jezus Christus zelf.
Kom tot Hem.
Zeg tegen Hem: Ja, Heer, ik heb U nodig. Ik wil U volgen.
Heel persoonlijk dat tegen Hem zeggen.

Heel bijzonder dat dat nog steeds kán! Ook al is Jezus - de weer levende méns Jezus - naar de hemel gegaan. Toch kun je vandaag nog naar Hem toegaan. Je ziet Hem niet, je hoort Hem niet, maar ga er maar gerust vanuit dat Hij jou wel ziet en hoort, en je gedachten leest en je hart kent.
Voeg je bij Hem - dat kun je al doen door in je gedachten te bidden, te zeggen ‘ja, Here, ik geloof in U, ik wil U volgen’. Dat kun je op dit moment doen. Of bijvoorbeeld straks na de preek, als we zingen.
Zo dichtbij is de Here. Door zijn Heilige Geest. Hij hoort je als je JA zegt.
En dat is nog steeds het eerste waar het om gaat, als we het hebben over de kerk en over actief zijn in de kerk. Het eerste is wat Petrus schrijft: voeg je bij Hem. Geloof in Hem. Zeg JA tegen Hem.

Dat is trouwens iets dat helemaal niet voor de hand ligt. Ja zeggen tegen Jezus Christus, dat is echt niet iets van ‘natuurlijk, dat doe je’.
Petrus schrijft: Hij is de steen die door de mensen afgekeurd is. Mensen hebben hem aan de kant gegooid.

Dat kun je zien in het leven van Jezus Christus. Mensen vonden Hem anders, vreemd, irritant. Uiteindelijk riepen ze ‘weg met Hem, kruisig Hem’.
Jezus werd buiten het gewone leven gegooid.
Maar dan betekent ‘je aansluiten bij Hem’ dat je zelf ook een buitenbeentje wordt. Dat je ervoor kiest om ook anders te zijn. Niet met de massa mee, maar een uitzondering.
Jezus heeft dat zelf gezegd: ze hebben Mij gehaat, ze zullen jullie ook haten (Joh.15:18vv).
Weet wel wat je doet, als je Jezus Christus wilt volgen. Als je doet wat Petrus hier zegt, dan kies je er voor om anders te zijn en er niet bij te horen.
Je kiest voor de steen die nog steeds door heel veel mensen afgekeurd wordt.
Je moet dus wel weten wat je doet.
Het is goed om daar over na te denken aan het begin van een nieuw seizoen: zeg ik JA tegen Jezus Christus, wil ik naar Hem toegaan, dan kies ik er voor om af te wijken, anders te zijn. Dat is geen vanzelfsprekende keus.

Hebt u daar trouwens over nagedacht, of u ook nu voor Jezus kiest Vindt u het gek, als ik u die vraag voorleg, zo middenin  de vakantie? Is het een keus, of is het gewoon vanzelfsprekend, natuurlijk, daar denk je niet over na, je bent christen en je gaat naar de kerk, enzovoort.
Petrus zegt: het is een keus die je steeds weer maakt.
Er staat ‘voeg je bij Hem’ en in het Grieks betekent dat ‘voeg je steeds weer bij Hem’.
Petrus schrijft dit niet aan mensen die nog niet geloven.
Het is geen evangelisatie-preek, ‘mensen, geef nu je hart aan Jezus Christus’.
Nee, het is een brief aan gelovigen, aan kerkmensen. Mensen die opnieuw geboren zijn (1:23), die hebben ondervonden hoe goed de Heer is. (2:2). Gelovigen.
Zij moeten zich steeds weer bij hem voegen. Steeds opnieuw. Steeds dichterbij.
Het is ook een groei-proces, kijk maar in vers 2:opdat u daardoor groeit en uw redding bereikt. Steeds verder komen, door steeds weer naar Christus te gaan. Door steeds weer bewust voor Hem te kiezen.

Daarom is dat de grote vraag voor ons, ook in de zomervakantie.
We kunnen van alles organiseren in de kerk - en ik hoop dat heel veel mensen enthousiast meedoen. Maar Petrus leert ons: als het gaat over de kerk, dan moet je beginnen bij de Here zelf. Het gaat in de kerk niet om allerlei dingen, maar om Iemand: de Here. Het gaat erom dat je steeds weer kiest voor Hem.
Dat is dus de eerste en belangrijkste vraag: kiest u, kies jij bewust voor Jezus Christus? Zeg je vandaag opnieuw: ja, ik ga voor Hem.

Dát is de centrale vraag bij al het kerkenwerk.
Die vraag kun je niet aan anderen overlaten. Als je gevraagd wordt om iets te organiseren, dan kun je misschien nog eens zeggen ‘dat is niets voor mij, vraag maar een ander’. Maar deze vraag kun je niet naast je neerleggen.
Wat doet u, wat doe jij met deze oproep van Petrus: voeg je bij Hem, de levende steen?

Maar waarom noemt Petrus Hem hier ‘de levende steen’. Wat heeft de Here Jezus te maken met een steen?
Petrus haalt dat uit zijn bijbel, uit het Oude Testament. Hij noemt een paar teksten, Jesaja 28, Psalm 118. Daarin gaat het over een hoeksteen.
Een hoeksteen was een grote, stevige steen die ze gebruikten bij het bouwen van een huis. Een goede hoeksteen had je nodig; die stond op de hoek, waar twee muren bij elkaar kwamen. Als je een goede hoeksteen had, kon je een goed huis bouwen.
Het is net zoiets als bij ons een fundament.
Weten jullie wat een fundament is. Dat is de onderkant van een huis of een gebouw. Dat zit in de grond. Dat moet heel stevig zijn, want daar wordt het hele huis op gebouwd.
Zo is de Here Jezus een fundament, een hoeksteen. Stevig.
Gaat nooit kapot. Op Hem kun je bouwen.

En dat is precies ook de bedoeling. Aan een fundament alleen heb je niets. Daar moet een gebouw op komen te staan. God wil bouwen op het fundament. God wil dat mensen in Jezus Christus geloven en van die mensen bouwt Hij dan een huis.
Niet een echt huis, maar een geestelijke tempel.
Een tempel waar ‘een heilige priesterschap’ werkt.
Een tempel, een plek waar God kan wonen. Een plek waar God gediend wordt. Waar offers worden gebracht, waar alles gedaan wordt voor God.
De Here wil voor zichzelf zo’n tempel bouwen op het fundament, op de hoeksteen Jezus Christus. Dat betekent dus: de Here wil dat mensen in Jezus Christus geloven en samen kerk zijn en samen leven voor de Here.
Je ziet ook dat het beeld in één keer verschuift van een gebouw naar de priesters in dat gebouw en zelfs naar een volk. Een volk, een heleboel mensen die bij elkaar horen en samen zijn ze priesters: ze zijn bezig voor God.

Dat is het bouwplan van de Here. Zo moet het eruit komen te zien. Mensen die in Jezus Christus geloven en die samen een tempel zijn, een heilig volk, om samen Hem te eren en te dienen.
Petrus is ook heel duidelijk over het doel van dat bouwen: het gaat om leven voor de Here, offers brengen voor Hem. Het is dus allereerst naar boven gericht, voor God. Maar Petrus denkt ook aan de mensen die God nog niet kennen. Vers 11 en 12: leef op een goede manier, laat in je leven zichtbaar zijn dat je hoort bij Jezus Christus, dan zullen de mensen dat zien en dan gaan ze God daarvoor prijzen.
Samen bouwen aan de gemeente heeft ook uitstraling naar buiten.
Het belangrijkste bij het bouwen is daarom ook niet dat er een heleboel in de kerk georganiseerd wordt. Het belangrijkste is dat we als gemeente een heilig volk zijn. Dat het te zien is in onze manier van leven, in hoe we met elkaar omgaan enzovoort: wij horen bij Christus en daar wordt het leven mooi van!

En daar is iedereen bij nodig.
Dat zit in dat beeld van die stenen. Laat uzelf als levende stenen gebruiken.
Een huis of een tempel bouw je niet met een paar stenen. Daar moet je alle beschikbare stenen voor gebruiken. Iedereen moet meedoen. Grote en kleine stenen, mooie en minder mooie. Stenen op belangrijke plaatsen en stenen die voor eigen gevoel maar een heel klein plekje hebben. Maar ze zijn wel nodig.
God heeft alle stenen nodig om zijn huis te bouwen.
God heeft alle mensen nodig om zijn gemeente te bouwen.
Iedereen die wil horen bij Jezus Christus.
Iedereen die gelooft in Hem.
Iedereen moet ingeschakeld worden in de gemeente. God heeft elke steen nodig.

Dat is de oproep van Petrus hier.
Hij begint bij het fundament: voeg je bij Jezus, kies opnieuw voor Hem.
En de tweede oproep is: laat je dan ook gebruiken in het grote bouwproject van God.

Die twee dingen, je moet ze alle twee zeggen.
Je hebt mensen (gelukkig ook in onze gemeente) die met plezier van alles organiseren.
Tegen zulke mensen moet je soms zeggen: ho, wacht even, het belangrijkste is de Here zelf. Het gaat niet om allerlei activiteiten in de kerk, maar het gaat om de Heer van de kerk. Sluit je aan bij Hem!.
Je hebt ook mensen (ook in uw eigen gemeente) die nergens voor te krijgen zijn. Ik bedoel niet mensen die wel zouden willen, maar niet kunnen door ouderdom of ziekte of andere omstandigheden. Ik bedoel mensen voor wie het allemaal niet zo nodig hoeft. Wel altijd trouw in de kerk, maar verder... och laat maar.
Tegen zulke mensen moet je soms zeggen: denk je echt dat dat kan? Dat God het zo wil? Denk je dat je tegen Jezus Christus kunt zeggen: ik wil graag de vergeving van U krijgen en straks het eeuwige leven, maar ik laat me niet gebruiken in de opbouw van uw kerk?
Stel je voor dat een bouwvakker klaar staat om te gaan metselen, en de ene steen na de andere zegt ‘nee, laat mij maar liggen, ik doe niet mee’.....
Stel je voor dat de Here hier in (vul naam kerk in) grote plannen heeft met zijn kerk, en de één na de ander zegt ‘nee, dat is allemaal niks voor mij, ik doe niet mee’....

Een goed moment om de belangrijkste vraag weer eens met extra overtuiging te beantwoorden. Kies je opnieuw voor Christus, kom je naar Hem?
En dan ook de tweede vraag: hoe laat u en jij je door God gebruiken bij zijn kerkbouw?

Denk over die vragen na. Kies voor een antwoord.
En bid of God je wil helpen om een bruikbare steen te zijn.
Een klein steentje in zijn grote project.
Niet uit eigen kracht, maar vanuit Christus.

AMEN