Deze week deel 4 in de serie “omgaan”

Laten wij eerst lezen 1 Korintiërs 11:17-34

LAAT IN DE SAMENKOMST DE EENHEID IN CHRISTUS MERKBAAR ZIJN
1. Niet je eigen IK voorop,
2. maar de eenheid waarvoor Christus stierf
3. anders grijpt God in

Probeer je eens in te denken dat je lid bent van de gemeente in Korinte.
Je komt daar ‘s zondags met een groep medechristenen bij elkaar in een groot huis van een rijke christen (ze hadden toen nog geen kerkgebouwen). Daar wordt dit voorgelezen.
Een brief van Paulus, apostel van Christus Jezus.
Er wordt dan ook voorgelezen: ik kan u niet prijzen om uw samenkomsten. Die doen meer kwaad dan goed. En nog een keer: dan leiden uw samenkomsten tenminste niet tot uw veroordeling.
Moet je je voorstellen. Daar zit je dan.
Samengekomen voor een dienst, net als de huidige de kerkdienst.
En er wordt keihard gezegd: jullie kerkdiensten doen meer kwaad dan goed.
Dat is nogal wat.

Wat was er dan aan de hand?
Heel kort: verticaal zat het misschien wel goed: in de omgang met de Here.
Maar horizontaal zat het mis: in de omgang met elkaar.
Dat is ook voor ons van belang. We hebben nu in drie preken nagedacht over de liturgie vanuit de beweging verticaal: omgang met de Here.
Maar als het ondertussen horizontaal niet goed zit, doen zulke diensten meer kwaad dan goed!
Belangrijk hoe je in de gemeente met elkaar omgaat.

Wat gebeurde er in Korinte?
Het ging daar anders dan bij ons. Ze kwamen daar bij elkaar in kleine groepen, bij mensen aan huis. En dan niet een kerkdienst zoals wij, met daarin een symbolische maaltijd van één stukje brood en één slokje wijn.
Ze kwamen samen om te eten. Zoals we dat hier in  gemeentes ook wel eens doen. Neem allemaal wat eten mee, dat zetten we op tafels in de zaal en iedereen eet ervan.  En tijdens die maaltijd vierden ze het Avondmaal.

Maar dan ging er wat mis door het verschil tussen rijke christenen en arme.
De rijken namen veel eten mee. Logisch, ze hadden veel.
Maar ze aten het ook zelf op.
Het is niet helemaal duidelijk, maar het lijkt er op dat ze ook gewoon alvast begonnen met eten . (In vers 33 staat ‘weest gastvrij voor elkaar’- je kunt ook vertalen ‘wacht op elkaar’).
Die mensen kwamen dus naar de samenkomst voor het samen vieren van de maaltijd van de Heer, maar ze zorgden er vooral voor dat ze zelf flink te eten hadden.
Ze waren vooral op zichzelf gericht.

Er zit een scherpe tegenstelling in vers 20 en 21, maar dat is niet zo makkelijk in het Nederlands over te zetten. Paulus schrijft: u komt niet samen voor het vieren van de maaltijd van de Heer, maar de maaltijd van zichzelf neemt ieder.
Dat is de scherpe vraag van Paulus: is het voor jou de maaltijd van de Heer of de maaltijd van jezelf?
Ben je op de Heer gericht of ben je op jezelf gericht?
Staat bij jou de Heer voorop of staat je eigen IK voorop?

Onze situatie is heel anders.
Maar als je dit doortrekt naar vandaag, naar onze kerkdiensten?
In onze kerkdiensten kun je ook vooral op je eigen IK gericht zijn.
Vol van jezelf en je eigen belang - en niet nadenken over wat dat voor een ander betekent.
In hoe je hier zit. Of in hoe je wilt dat de kerkdienst eruit ziet.
Denken vanuit jezelf, reageren vanuit jezelf.
Bijvoorbeeld:
- Ik vind dat er geen bloemen voor in de kerk mogen staan - en als dat wel gebeurt, kom ik niet meer.
- Ik vind dat de muziek hopeloos saai is - dan zing ik gewoon niet meer mee.
- Ik vind dat de dienst veel te lang duurt; ik ga direct na afloop naar huis; koffiedrinken na kerktijd, daar krijg je mij echt niet voor (en dan niet om een lichamelijke of psychische oorzaak, maar gewoon omdat jij er niet van houdt)
- Ik vind het maar niks, zoals we het tegenwoordig doen.
- Ik had er weer helemaal niets aan, de dienst was helemaal op de jeugd gericht.
- Ik vind dat die mensen niet zo moeten zeuren.
- Ik ga voor mezelf naar de kerk en niet voor al die mensen.
Op allerlei manieren kun je in een kerkdienst je eigen IK voorop zetten.

Nee, schrijft Paulus, geleid door de Heilige Geest.
Niet je eigen IK voorop, maar de eenheid waarvoor Christus stierf.

Paulus is fel. Hij is boos.
Hij voelt de tegenstelling.
Juist bij het vieren van de maaltijd van de Heer kun je zo niet met elkaar omgaan!

Misschien is het goed om er meteen nadruk op te leggen: het gaat hier om de manier waarop ze zich gedragen bij het Avondmaal. Paulus zegt niets over de oprechtheid van hun geloof.
In het Avondmaalsformulier is dit gedeelte gekoppeld aan de zelfbeproeving. En dan wordt het heel breed gemaakt: beproef jezelf of je echt gelooft; of je echt je schuld belijdt tegenover God, of je echt gelooft in de vergeving van je zonden, of je echt wilt leven voor de Heer in alle dingen.
Dat is goed, zo’n brede zelfbeproeving.
Maar Paulus bedoelt het hier heel praktisch. Hij zet geen vragen bij het geloof van die mensen, maar hij zegt wel: de manier waarop je doet, past niet.
Je kunt niet het Avondmaal vieren als je ondertussen zo’n houding hebt tegenover anderen in de gemeente. Zeg dan niet ‘maar het gaat er toch vooral om dat mijn relatie met de Heer goed is’. Dat zit misschien wel goed, maar dan kun je toch op een verkeerde manier bezig zijn.

Juist bij het Avondmaal.
In vers 29 schrijft Paulus: als je niet beseft dat het om het lichaam van de Heer gaat, roep je je veroordeling af over jezelf.
Opvallend, er staat hier alleen maar ‘lichaam’. In vers 27 stond nog ‘lichaam en bloed’.
Bedoelt Paulus hier ook gewoon ‘lichaam en bloed’ en schrijft hij het voor het gemak maar wat korter? Nee, ik denk dat hij dit heel bewust zo schrijft.
Het lichaam van de Heer - dat zie je in dat brood; maar dat is tegelijk de gemeente.
In 10:17 had hij dat al geschreven: Omdat het één brood is zijn wij, hoewel met velen, één lichaam, want wij hebben allen deel aan dat ene brood.
In hoofdstuk 12 gaat hij daar nog veel meer over schrijven: de gemeente is het lichaam van Christus.
Je kunt niet de maaltijd van de Heer vieren, met het brood als teken van het lichaam van de Heer, als je tegelijk het zichtbare lichaam, zijn gemeente, kapot maakt of niet serieus neemt.
Als je de dood van Christus gedenkt, moet je tegelijk serieus nemen wat zijn dood voor effect heeft: één gemeente, waarin je aan elkaar gegeven bent. Waarin je dus niet je eigen IK voorop zet, maar samen gemeente bent.

Ik trek het meteen breder, naar elke kerkdienst.
Als je in je gemeente komt voor de omgang met God door Jezus Christus, kom je tegelijk voor omgang met mensen die bij je zitten.
Je komt niet in de kerk alleen voor jezelf, om in je eentje God te ontmoeten.
Je komt hier samen. Het is de gemeente, het lichaam van de Heer, die omgang heeft met de Heer in de hemel. En daarin ben je aan elkaar gegeven.
Dus niet je eigen IK voorop, maar de eenheid van de gemeente.
Niet de eenheid van ‘wat hebben we het toch knus met elkaar’,
maar de eenheid in Christus. De eenheid van samen geloven in de ene Heer.
De eenheid waarvoor Christus stierf aan het kruis.

Praktisch doorgedacht naar de liturgie:
- Het is goed dat  een kerkgebouw veel licht heeft. Je kunt elkaar zien. Dat is beter dan een donkere zaal met alleen een spot op de preekstoel. Zie elkaar maar zitten. Begroet elkaar. Beleef het samen.
- Als we nadenken over de vormgeving van de liturgie, dan ook elkaar naar elkaar luisteren. Bedenken hoe je het voor elkaar zo goed mogelijk doet. Voorkomen dat er tegenstellingen ontstaan.
Als je niet jezelf voorop zet, kun je zeggen: ‘Van mij hoeft het niet zo nodig, maar ik weet dat het voor de ander belangrijk is - laten we het dus maar doen.’
Of: ‘Ik vind het wel heel belangrijk, maar ik merk dat het bij veel mensen moeilijk ligt, laten we het maar niet doen.’
Het belang van heel de gemeente voorop, niet je eigen IK.
- En dan zo de diensten vormgeven dat je het ook kunt ervaren: we zijn hier samen, we horen bij elkaar. Er mag ook in de dienst ruimte zijn om met elkaar mee te leven.
- Maar niet alleen in de dienst.
Kijk maar naar waar het misging in Korinte: de één trok zich niets aan van de ander, en dat was vóór de viering van het Avondmaal. Wij zouden zeggen: in de hal. Voor de dienst of na de dienst. Maar Paulus maakt duidelijk: dat kun je niet scheiden.
Als je in de dienst belijdt dat je één bent in Christus, geef dat ook handen en voeten buiten de dienst.
Ook bij dingen als koffiedrinken na kerktijd, een gemeentevergadering of een praiseavond geldt: zet niet je eigen IK voorop, maar de eenheid waarvoor Christus stierf!

            Paulus laat ook zien hoe zwaar dit ligt.
Vers 30: dit is de reden dat er zoveel ziekte in de gemeente is en dat er naar verhouding veel mensen overlijden.

Het is verleidelijk om die tekst algemeen te maken en vervolgens om te draaien.
Alsof het voor elke gemeente geldt en alsof je dan kunt zeggen: als er veel ziekte is en veel mensen overlijden, is er blijkbaar iets mis in de gemeente.
Nee.
Paulus schrijft dit aan de gemeente in Korinte. Het is geen algemene waarheid. Blijkbaar heeft hij door de Geest van God het inzicht gekregen dat het in Korinte zo is. Maar dat geldt dan niet meteen overal.
En hij wijst ook eerst de fouten aan en vanuit die fouten legt hij een link naar de ziekten. Niet andersom: er is veel ziekte, dus is er iets aan de hand.
Wees dus voorzichtig met zo’n bijbeltekst.

Maar het laat wel zien hoe ernstig het is.
In Korinte grijpt God zelf in, door middel van ziekte en overlijden.
Als een oordeel, om te voorkomen dat ze straks veroordeeld worden.
Het is een straf, maar wel een straf waarvan ze nog kunnen leren voor het te laat is.

Er is over deze tekst nog veel meer te zeggen, maar vanmiddag houd ik hierbij:
zo ernstig meent God het als Hij zegt dat Hij eenheid in de gemeente wil.
Het met elkaar omgaan in de gemeente, aandacht voor elkaar hebben, betrokken zijn op elkaar - dat is niet een stokpaardje van een paar sociaal ingestelde mensen.
Dat is wat onze Heer wil.
En als Hij ziet dat de praktijk in of rond de kerkdienst heel anders is dan wat in de kerkdienst zo mooi beleden wordt, kan Hij wel eens ernstig ingrijpen.

Laten we het dus serieus nemen.
De kerkdienst is niet alleen omgang met de Heer, verticaal - en iedereen los van elkaar. Het is net zo goed omgang met elkaar, in de eenheid in Christus.

AMEN