Preek van de week  28

lezen: Hebreeën 13:8-16

De vorige keer lazen we in Hebreeën 9 en 10. Daar werd naast elkaar gezet alle offers van het Oude Testament - die altijd maar doorgingen - en het offer van Jezus Christus - één keer voor altijd.
Nu lezen we een stukje verderop in Hebreeën,13:8-16

Ziet u wat hier staat? De HERE wil dat wij offeren aan Hem. Maar Jezus Christus heeft zichzelf toch geofferd? Dat ene offer was toch het einde van alle offerdienst?
Hoe zit dat?
Ik moet eerlijk zijn: in de vorige preek heb ik het steeds gehad over offeren, alsof er maar één soort offer is. Maar dat is niet zo. Er zijn verschillende soorten offers. En sommige offers blijven, ook na het offer van Jezus Christus aan het kruis.
De HERE verwacht van ons nog steeds offers.
In ons hele leven en dat heeft ook betekenis voor de kerkdienst.
Boodschap van deze preek: breng de HERE offers van lof en toewijding

Er zijn verschillende soorten offers.
Daar gaan we over lezen in het Oude Testament, in Leviticus.
Over drie soorten offers: het schuldoffer, het brandoffer en het vredeoffer.
Maak er maar een soort zoekplaatje van: zoek de verschillen.
Een paar dingen zijn bij alle offers hetzelfde: er is een dier; degene die offert legt zijn hand op de kop van het dier. Dan wordt de keel doorgesneden en het bloed opgevangen.
Maar dan de verschillen. Let bij het lezen op drie dingen:
- wat gebeurt er met dat bloed?
- wat wordt wel of niet op het altaar verbrand?
- wat gebeurt er met het vlees en de rest van het dier?

Eerst het schuldoffer. Leviticus 4:1-12
De HEER zei tegen Mozes:
2  ‘Zeg tegen de Israëlieten: “Soms zondigt iemand onopzettelijk tegen een van de geboden van de HEER en doet hij onbedoeld iets dat niet toegestaan is.
3  Als de gezalfde priester zo’n misstap begaat en schuld op het hele volk laadt, moet hij als reinigingsoffer een stier zonder enig gebrek aan de HEER aanbieden.
4  Hij moet de stier naar de ingang van de ontmoetingstent brengen, en daar, ten overstaan van de HEER, zijn hand op de kop van het dier leggen en het slachten.
5  Daarna neemt hij een deel van het bloed van de stier en gaat daarmee de ontmoetingstent binnen.
6  Hij moet zijn vinger in het bloed dopen en het ten overstaan van de HEER zevenmaal in de richting sprenkelen van het voorhangsel dat de heilige ruimte afschermt.
7  Hij strijkt ook wat bloed aan de horens van het reukofferaltaar dat in de ontmoetingstent staat, in de nabijheid van de HEER. De rest van het bloed giet hij uit aan de voet van het brandofferaltaar, dat bij de ingang van de ontmoetingstent staat.
8  Al het vet van de stier die als reinigingsoffer wordt aangeboden, moet hij weghalen: het vet rond de buikholte en het vet aan de ingewanden,
9  de beide nieren met het niervet bij de lendenspieren, en de kleinste lob van de lever, die hij tegelijk met de nieren moet verwijderen.
10  Dat moet hij weghalen, zoals ook bij het rund voor het vredeoffer gedaan wordt. Daarna verbrandt hij dit alles op het brandofferaltaar.
11  Maar de huid van de stier en al het vlees moeten, net als de kop, de poten, de ingewanden en hun inhoud,
12  buiten het kamp worden gebracht, naar de plaats waar de as van de offers wordt gestort. Daar, op die reine plaats, moet dit alles op een houtvuur verbrand worden.

Het schuldoffer:
- wat gebeurt er met dat bloed? Het wordt in het heiligdom, in de tabernakel, gebracht
- wat wordt er op het altaar verbrand? Het vet van het dier
- wat gebeurt er met de rest van het dier? Het hele dier wordt buiten het tentenkamp, op de vuilnishoop, verbrand.

Wat betekent dat?
Bij het zondoffer ligt de nadruk op het bloed. Het bloed wordt ín het heiligdom gebracht. Naar God. Om de weg naar God weer open te maken.
En het dier wordt buiten de stad verbrand. Dat is symbolisch: de zonde gaat op de vuilnishoop. Totaal verbrand, daar blijft niets van over.
Bij het zondoffer gaat het helemaal om de verzoening met de HERE.
Dat het weer goed gemaakt wordt tussen God en mens. Dat de mens weer naar God toe mag. Dat de zonde er niet meer tussen staat. De zonde wordt helemaal weggedaan.
Zondoffer is symbool van verzoening.

Nu lezen we over het brandoffer, Leviticus 1:1-9
De HEER riep Mozes en zei vanuit de ontmoetingstent tegen hem:
2  ‘Zeg tegen de Israëlieten: “Als iemand van jullie de HEER een offer uit de veestapel wil aanbieden, moet dat een rund, een schaap of een geit zijn.
3 Wie een brandoffer wil aanbieden en daarvoor een rund neemt, moet een mannelijk dier nemen zonder enig gebrek. Hij moet het naar de ingang van de ontmoetingstent brengen, waar de HEER het zal aanvaarden.
4  Hij moet zijn hand op de kop van het offerdier leggen, dan zal zijn offer worden aanvaard als verzoening.
5  Hij moet de stier slachten ten overstaan van de HEER, en de priesters, de zonen van Aäron, moeten het bloed naar het altaar brengen dat bij de ingang van de ontmoetingstent staat en het tegen de zijkanten ervan gieten.
6  Het offerdier moet worden gevild en in stukken gesneden,
7  en de zonen van Aäron, de priester, moeten een vuur op het altaar aansteken en er hout op leggen.
8  De priesters moeten de stukken vlees van het offerdier met de kop en het vet op het houtvuur op het altaar leggen.
9  De ingewanden en de poten van het offerdier moeten met water gewassen worden, en de priester moet alles op het altaar verbranden. Zo is het geschikt als brandoffer, als geurige gave die de HEER behaagt.

Het brandoffer:
- wat gebeurt er met dat bloed? Het bloed wordt op het altaar gedruppeld
- wat wordt er op het altaar verbrand? Het hele dier. Het gaat compleet in rook op.

Wat betekent dat?
Bij het brandoffer ligt de nadruk op het ‘helemaal aan de HERE geven’. Heel het dier wordt op het altaar verbrand. Daarmee zegt een Israëliet: Heer, zoals ik dit dier helemaal voor U in vlammen laat opgaan, zo wijd ik mezelf helemaal aan U.
Totale overgave aan de HERE.
Heer, ik ben er voor U.
Het brandoffer is symbool van toewijding.

En dan het vredeoffer, Leviticus 3:1-5 en 7:15
Wie een vredeoffer wil aanbieden en daarvoor een rund neemt, mag een koe of een stier nemen, maar het dier dat de HEER wordt aangeboden mag geen enkel gebrek hebben.
2  Degene die het offer aanbiedt, moet zijn hand op de kop van het dier leggen en het slachten binnen de omheining van de ontmoetingstent, waarna de priesters, de zonen van Aäron, het bloed tegen de zijkanten van het altaar gieten.
3  Een deel van het vredeoffer moet als offergave aan de HEER worden aangeboden: het vet rond de buikholte en al het vet aan de ingewanden,
4  de beide nieren met het niervet bij de lendenspieren, en de kleinste lob van de lever, die samen met de nieren moet worden verwijderd.
5  De zonen van Aäron verbranden dit alles samen met het brandoffer dat op het houtvuur op het altaar ligt, als een geurige gave die de HEER behaagt.

7:15  Het vlees van dit dankoffer moet gegeten worden op de dag dat het wordt aangeboden, het mag niet tot de volgende dag bewaard worden.

Het vredeoffer:
- wat gebeurt er met dat bloed? Het bloed wordt op het altaar gedruppeld (net als het brandoffer)
- wat wordt er op het altaar verbrand? Het vet van het dier (net als het schuldoffer)
- wat gebeurt er met het vlees en de rest van het dier? Het vlees gaat naar de keuken, dat wordt lekker klaargemaakt en daar mag men van eten; een deel voor de priester en het meeste voor degene die het offer brengt. Een offermaaltijd, een feest

Wat betekent dat?
Bij het vredeoffer ligt de nadruk op de maaltijd die daarna gehouden wordt. Reken maar dat een Israëlitische familie zin had in zo’n vredeoffer. Want dat betekende feest. Blij zijn. De HERE danken. Een loflied zingen voor Hem. In Leviticus 7 wordt het een lof-offer genoemd.
Het vredeoffer is teken van dankbaarheid en lof aan de HERE.

Drie soorten offers:
zondoffer - symbool van verzoening
brandoffer - symbool van toewijding
vredeoffer - teken van dankbaarheid en lof aan de HERE

Met wat we nu weten, kunnen we terug naar Hebreeën.
Over welk offer gaat het steeds in Hebreeën? Over het zondoffer.
Vers 11,12.Het bloed dat bestemd is voor het reinigingsoffer wordt door de hogepriester het heiligdom binnengedragen, de kadavers van de offerdieren worden buiten het kamp verbrand.
Daarom heeft ook Jezus, om met zijn eigen bloed het volk te heiligen, buiten de stadspoort geleden.

Het offer van Jezus, zijn dood aan het kruis, was een zondoffer.
Voor de verzoening tussen God en mens.
Doordat de Zoon van God stierf aan het kruis, legde Hij de weg naar God open.
Door zijn ene offer hebt u vrije toegang tot Vader.

Zondoffers zijn dus niet meer nodig.
U mag u beroepen op dat ene zondoffer van Jezus Christus, aan het kruis.. Hij offerde zichzelf, eens en voor goed, voor u en jou en mij.

Maar die andere twee soorten, die blijven gewoon bestaan.
Vers 15: Laten we met Jezus’ tussenkomst een dankoffer brengen aan God,  ononderbroken
Een offer van dankbaarheid en lof aan de HERE. Blij Hem danken.
Niet meer precies op de manier van het Oude Testament. Geen dier hier in de kerk slachten en dan samen gaan zitten eten.
De vorm is anders. Maar waar het om gaat, is gebleven: offer aan de HERE je offer van dankbaarheid, je lof en eer. Hoe vooral: het huldebetoon van lippen die zijn naam prijzen.
Lofliederen, zingen, een gebed, over Hem vertellen.
Op allerlei manieren het zeggen en zingen: de HERE is goed, Hij is genadig, Hij is vol liefde, Hij is heilig. HEER, Vader van Jezus Christus - u bent God en U alleen!

En vers 16: houd de liefdadigheid en de onderlinge solidariteit in ere,.
Goed zijn voor anderen. Dingen met elkaar delen. Liefde geven aan mensen om je heen.
Want dat zijn offers waarin God behagen schept.
Dat zijn óffers. Offers van toewijding. Zoals de brandoffers.
Heer, ik ben er helemaal voor U, om voor U te leven.
Laat die levenshouding maar zien in hoe je met mensen omgaat.
Je zelf toewijden aan de HERE.
Neem mijn leven, laat het Heer toegewijd zijn aan U!
Neem mijn geld, neem mijn tijdsbesteding, neem mijn energie, neem mijn seksualiteit, neem mijn creatieve gaven, neem mijn verstand - laat het Heer toegewijd zijn aan U!

Hier zou nog een heleboel over te zeggen zijn in de persoonlijke toepassingen.
Wilt u en jij dat zelf doen? De HERE geeft ons vandaag, via dit stukje van de bijbel, deze vragen mee: is dit je levenshouding? Zeg je dit tegen de Here? Bid je dit? Doe je dit: jezelf offeren, je toewijden, Hem lof en eer brengen?

De HERE wil uw offer!

Ik trek de lijn nog door naar de preek.
In de vorige preek heb ik gezegd: laat de dienst maar beginnen met schuldbelijdenis en het vragen om vergeving. Een beroep doen op het ene offer van Christus. Zijn zondoffer - dat hoeven wij niet meer te brengen.
Maar die andere offers - die mogen wij nog wel brengen. Ook samen in de dienst.

Lofoffers.
Zingen, bidden.
Niet een psalm of een opwekkingslied voor de afwisseling, maar er goed voor gaan zitten of nog beter te staan, denken aan de HERE en zingen voor Hem!
Het is een duidelijke opdracht, direct toepasbaar in de kerkdiensten: breng aan God voortdurend een lofoffer, de vrucht van onze lippen die zijn naam belijden.
Zing voor de HEER, God de Vader. Zing voor Jezus Christus die zichzelf heeft geofferd voor ons!

En brandoffers, offers van toewijding.
In een dienst mogen we ook weer samen ons geven aan de HERE.
Bijvoorbeeld in het gebed.
Of in liederen van toewijding.
Maar ook heel praktische dingen passen daarbij. Geld inzamelen. Of iemand die op een bijzondere manier zijn leven in dienst van God heeft gezet en daarover komt vertellen in de dienst.
Maar het is vooral iets van je eigen hart. Zit in de kerk met je hart gericht op de HERE. Geef je opnieuw aan Hem. Ga zo, de week in. Om je aan Hem te offeren.            

AMEN